Alice, de vriendin van Ben (misschien ten overvloede, maar in dit geval moet ik er zorg voor dragen dat de mystificaties zich niet tegen me gaan keren: zij is niet de A. die af en toe tegen haar zin in dit blog wordt opgevoerd), overleed nu precies twee dagen geleden. Ik ga niet schrijven hoe ik me daar over voel. Ik wil wel kwijt dat ik haar heel graag mocht. Ik las haar blog en de talloze blogs van Ben - zie bijvoorbeeld hier en hier en hier), en volgde, soms geamuseerd, soms gegêneerd, maar meestal blij, hoe ze naar elkaar toe groeiden. Ik ontmoette Alice en Ben voor het eerst op de presentatie van het eerste deel van het Verzameld Werk van Karel van het Reve. U kunt van die bijzondere dag nog de verslagen van Alice (feitelijk, als altijd), van Ben (hilarisch), nogmaals van Ben (realistischer) en van mij (voor de volledigheid) lezen.
De tweede ontmoeting was anderhalf jaar later, afgelopen woensdagavond, verkiezingsavond. Nadat ik in het Ben-en-Aliceproject Het huis der gekreukten had gelezen dat het nu écht slecht ging met Alice, had ik de achteraf wel heel gelukkige impuls een paar goede dvd's langs te brengen. Ben houdt niet van films, dus ik redeneerde: die heeft geen dvd's in huis, maar Alice zal wel niet meer lezen en welke terminale patiënt wil er nou naar de Nederlandse televisie kijken, dan toch liever een dvd in je computer leggen. Ik vond dat ze er (naar omstandigheden, zeg je er dan bij) goed uitzag, ze was, zei ze, een beetje high van de medicinale weed, waar ik nu wel een enorm voorstander van ben, en dus niet alleen vanwege het bijverschijnsel dat het pijnstillend kan zijn. Maar daarna ging het snel, die films (ik had voor de zekerheid Shakespeare-verfilmingen meegenomen in de hoop dat Ben dan zou meekijken) zal ze wel niet meer gezien hebben.
Ik heb het afgelopen weekend een korte, praktische e-mailuitwisseling met Ben gehad. Vergeleken met hem ben ik een man van de wereld, dus ik geef hem sociale adviezen. Zo zeg ik dat hij ondanks Alice' wens dat "alles zo goedkoop, zo simpel en zo onchristelijk mogelijk zou gaan", dus ook geen sprekers, toch eigenlijk een praatje moet houden. Als hij liever schrijft dan spreekt (daar kan ik me nogal wat bij voorstellen) - schrijf dan wat, en lees het voor, want, zeg ik, als degene die de laatste jaren het dichtst bij haar stond, heb je een zekere verantwoordelijkheid. De aanwezigen verwachten het van je.
Maar Ben legt uit dat Alice dit niet slechts wenste om hem, Ben, niet te veel te belasten. Ze was daar heel specifiek over: geef je mensen de kans iets te zeggen, dan gaan ze dingen zeggen die niet waar zijn, zoals "Alice was eigenlijk een filosofe". Hoewel ik denk dat je dat soort excessen wel kunt voorkomen, kan ik me voorstellen dat je er niet helemaal gerust op bent, en dus geen ruimte geeft voor sprekers.
Ben schrijft ook over de muziek. Ik weet zelf al jaren welke stukjes er op mijn begrafenis moeten klinken en ik neem me al enige tijd voor die voor de zekerheid op een cd te branden. De muziek is eigenlijk het enige dat me bezighoudt, als dat onderdeel maar goed gaat, verder zou ik zeggen: ik ben er toch niet meer bij, al vind ik wel dat er veel lekkere drank moet zijn en dat de mensen die moeten rijden een flesje mee moeten krijgen.
Alice daarentegen vroeg ondubbelzinnig om "muziek die ze hebben". Ik moet toegeven dat dat heel verstandig is. Het is ongetwijfeld ingegeven door bittere ervaring - je maakt als kankerpatiënte, actief in allerlei verenigingen, wat mee op uitvaartgebied. Als gezonde man van bijna 45 heb ik in mijn leven vijftien begrafenissen en crematies meegemaakt. In maar liefst drie daarvan ging er zeker iets mis met de muziek, en van maar twee weet ik zeker dat het goed ging. Misschien heb ik het erg slecht getroffen, maar ook als het in werkelijkheid maar één op de tien keer mis gaat vind ik dat verbijsterend. Je kunt blijkbaar drie cd's aanleveren, de af te spelen nummers daarvan omcirkelen of onderstrepen en er groot 1, 2 en 3 bij zetten, en nog zetten ze Mieke Telkamp op. Kies je daarentegen uit de collectie van het uitvaartcentrum, dan heb je misschien niet de beste stukjes Bach en Händel, maar je hebt grote kans dat je tenminste Bach en Händel krijgt.
maandag 14 juni 2010
Muziek voor Alice
Gepost door
Wouter van den Berg
op
00:08
6
reacties
Labels: Alice Stegeman, Ben Hoogeboom, Dood, Muziek, Schrijven
zaterdag 6 juni 2009
Angst
Af en toe schrijf ik over de achtste Montessorischool van onze hoofdstad, voor de jongere lezers (dag Max!) opdat die weten wat hun te wachten staat, want het gaat sneller dan je denkt. En omdat veel van wat op school gebeurt tekenend is voor de maatschappij als geheel.
Deze week overleed Ditte, administratief medewerkster van voornoemde school. Ze was al lang ziek, maar de schok was toch groot, groot genoeg om dinsdag a.s., de dag van haar begrafenis, de school te sluiten. Wat betekent dat? Even rekenen. Op de school zitten een 600 kinderen, ik schat gemiddeld 1,5 per ouderpaar. 800 ouders dus? Een op de twee ouders moet zijn of haar dag aanpassen vanwege het onverwachts thuisblijven van de kinderen. De vervelendste aanpassing, voor henzelf en voor hun collega's op het werk: een dag vrij nemen. Het lijkt me geen slechte schatting als een 50 ouders dat dinsdag noodgedwongen doen.
Nu kende ik Ditte niet, de juffen en meesters natuurlijk wel. Maar: hoe erg zou het voor Dittes nabestaanden zijn als alleen de directeur op de begrafenis zou komen, namens de collega's? Want het is niet vanzelfsprekend dat alle collega's van het werk naar een begrafenis gaan, zoals het ook niet vanzelfsprekend is dat je bijzonder verlof krijgt voor de begrafenis van iemand anders dan een naast familielid.
Ik vraag me ook af of de nabestaanden blij zijn met zo'n groots gebaar. Het is toch even wat, een hele school een dag sluiten, niet alleen voor de ouders maar ook voor de kinderen die toch weer minder leren en er van uit hun ritme raken (al is het wel weer zo dat vrije dagen, met al die adv- en studiedagen, wat gewoner zijn geworden dan vroeger).
Maar die bezwaren (ouders gedwongen vrij te nemen, mogelijke gêne bij nabestaanden) wogen blijkbaar niet op tegen de druk om alle collega's een kans te geven het verlies te verwerken. Op de vergadering waarop dit besluit genomen is, moet het ongeveer zo gegaan zijn: enkele leraren gaven te kennen graag naar de begrafenis te willen. De directeur wijst erop dat er niet voldoende invallers zijn, en dat dit dus niet kan. Ja, als één het deed, en zelf een vrije dag opnam, dan. Maar niet als er vijf of zes willen. Algemeen protest. Directeur velt Salomonsoordeel: dan iedereen vrij, en dus school dicht.
Ik kan er tenminste niets beters van maken - en ik ben eigenlijk bang dat het nog erger was, dat de belangstelling niet eens gepeild is. Wij gaan allemaal naar de begrafenis, punt.
Het besluit lijkt me te zijn ingegeven een nieuwe angst, de angst om gevoelloos en hardvochtig te lijken. Een angst die verwant is aan een andere onredelijke, maar eveneens veel voorkomende angst: de angst om leden van bepaalde groepen te kwetsen. En, iets subtieler maar daarom niet zeldzamer, de angst denkbeelden te uiten die je toevallig deelt met figuren als Hitler en Geert Wilders.
Wie toch eerlijk wil zeggen wat hij ergens van vindt, moet, als hij niet in 100% vertrouwd gezelschap is, tegenwoordig beginnen met een reeks disclaimers: ik gun natuurlijk iedereen zijn rouwproces maar..., ik respecteer eenieders overtuigingen maar..., ik ben het natuurlijk in het algemeen niet eens met Wilders, maar..., ik ben vegetariër, en ja, Hitler ook, maar Katja Schuurman ook, en Wouter Bos ook (o nee, Wouter Bos is uit, die liever niet noemen), en Hitler was het alleen maar omdat hij dacht dat het gezonder was.
Hoe gaat het trouwens met de angst voor de dood? Kom ik toevallig alleen maar opgewekte mensen tegen, of is die angst nu juist op zijn retour? Dat zou toch een mooie opsteker zijn in deze harde tijden. The show must go on!
Gepost door
Wouter van den Berg
op
23:52
3
reacties
Labels: Aardappelpsychologie, Dood, Katja Schuurman, School