Posts tonen met het label Kinderen. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Kinderen. Alle posts tonen

vrijdag 8 juli 2011

De stekende kapper

Als het waar is wat ze op Internet zeggen, en ik hoef hopelijk niet te betogen dat dat niet altijd het geval is, maar er zijn in dit geval wel erg goede redenen om aan te nemen dat het wel waar is, dan is mijn kapper de in Amsterdam bekende ‘stekende kapper’, die tien jaar geleden een klant met een schaar doodstak, en er later nog eens een verwondde. Dit weet ik pas sinds kort voor mijn laatste bezoek, ik zocht even zijn telefoonnummer voor een afspraak.

Verandert dit nu mijn waardering voor mijn kapper? Het gekke is: helemaal niet. Het valt allemaal keurig in elkaar. Het is een vreemde wereld, de wereld van de ethnische kapsalons die niet te beroerd zijn ook Europees hair te knippen voor dezelfde vaste lage prijzen als voor black hair.

Black hair, dat is ongeveer dit. Je komt binnen, ziet acht ongelooflijk strak geknipte knullen op de bank hangen, denkt ‘die wachten nog op hun maatje, dat als laatste aan de beurt is’, maar dan blijkt dat hun maatje juist als eerste aan de beurt was. En dat ook die andere acht nóg strakker geknipt kunnen worden. En: ‘Wil je contour?’ - de eerste vraag die de kapper stelde toen je voor het eerst bij hem plaats nam. Je weet niet wat contour is dus je zegt ‘Zou u dat aanraden?’ ‘Ga je elke week komen?’ vraagt de kapper. ‘Elke... week? Nnee, ik dacht, misschien...’ ‘Dan geen contour.’

Dat er af en toe een ruziemaker binnenkomt, zo een die dus het risico loopt door de kapper met zijn schaar te worden neergestoken, maakt de sfeer eigenlijk niet slechter. Het lijkt allemaal een spel, ik denk niet dat zo’n figuur mijn laptoptas gaat meenemen, terwijl ik er niet bij kan omdat ik geknipt word. (Goed, de mogelijkheid dat die tas wordt meegenomen komt wel in me op.) Op dat moment hoor ik bij de familie, wie aan mijn laptoptas komt, komt aan de stekende kapper.

Ja, ik voel me geloof ik zelfs veiliger nu ik zijn geschiedenis ken.

Maar hoor ik bij de familie, maak ik er niet te veel van?

Af en toe raken de kapper en zijn personeel in discussies gewikkeld, en dan schakelen ze al snel over op Sranantongo, weer terugschakelend naar het Nederlands als daar een betere uitdrukking in voorhanden is - ‘Ik wil de bal zien rollen!’ - wie de kans heeft zijn kinderen tweetalig op te voeden, doe het alsjeblieft. Het gaat niet altijd over voetbal. Dan verontschuldigt de kapper zich plotseling voor het feit dat ze geen Nederlands spreken, er enigszins nerveus aan toevoegend ‘Of versta je Surinaams?’ Na mijn verzekering dat ik daar geen woord van versta zegt de kapper dan dat het een beetje schuine dingen waren, die ze bespraken.

Een feit is dat de stekende kapper dol is op mijn zoontje. Hij knipt hem niet te kort, want hij weet dat hij dan van zijn moeder pas over maanden weer mag komen. Mijn zoontje en de kapper voeren schitterende gesprekken. Mijn zoontje vertelt over zijn nieuwste producties op Moviestar Planet, de kapper over de samenhang tussen de toenemende onvriendelijkheid tussen de mensen en het verlies aan vertrouwen in God. Terwijl die van ons houdt, en alles voor ons doet. ‘Hij is zo machtig, daar hebben wij geen weet van! Mighty.’ ‘Weet je wat ik voor Sinterklaas ga vragen?’, vraagt mijn zoontje. (Dit speelt wel degelijk in juni.) ‘EEN VIP-ABONNEMENT!!!’ Bij ons vertrek zal mijn zoontje van alle aanwezigen een boks krijgen.

Ook ik word hartelijk behandeld, maar er moeten altijd een paar strenge woorden bij komen. ‘Heb je het al goedgemaakt met mams?’ ‘Het gaat prima hoor, maar we zijn nu wel al anderhalf jaar gescheiden.’ ‘Al een nieuwe vrouw?’ ‘Ja, eh...’ ‘Nederlandse?’ ‘Nee, Zw...’ ‘Surinaamse?’ ‘Zou u dat aanraden?’ ‘Jawel, maar als je nu al een mooie vrouw hebt... In de kerk, in Amstelveen, daar komen de mooiste. Die willen geen Surinaamse mannen meer hoor, dat begrijp ik wel. Die trots van ons hè, en die driften. Daar moeten ze niks van hebben. Toch jammer hoor, van je vrouw.’ (Hij knikt naar mijn zoontje.) ‘Je had haar een brief moeten schrijven. Alles uitleggen. Bij mij werkt dat altijd. Maar schrijven hè. En in God vertrouwen.’

maandag 13 juni 2011

Classificaties

Begin je in Google
Borges animals
in te typen, dan vult Google keurig aan:
Borges animals belonging to the emperor
Je bent dus niet de eerste die op zoek blijkt naar die schitterende, naar Borges’ zeggen Chinese, indeling van het dierenrijk die we in Nederland door Rudy Kousbroek hebben leren kennen, en die er bij hem (in De aaibaarheidsfactor) als volgt uitziet:
  • Dieren toebehorend aan de keizer
  • Gebalsemde dieren
  • Speenvarkens
  • Zeemeerminnen
  • Mythische dieren
  • Loslopende honden
  • Dieren die als gekken tekeer gaan
  • Dieren die niet geteld kunnen worden
  • Dieren getekend met een fijn penseel van kameelhaar
  • Dieren die zojuist de kruik gebroken hebben
  • Dieren die uit de verte gezien op vliegen lijken
Het Wikipedia-artikel Celestial Emporium of Benevolent Knowledge's Taxonomy geeft wel enig inzicht in de vraag of deze lijst werkelijk uit een Chinese encyclopedie stamt: waarschijnlijk niet, maar het lijkt me dat meer onderzoek gerechtvaardigd is. Je zult toch wel met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid kunnen aantonen dat Franz Kuhn géén hele encyclopedie heeft vertaald?

Nieuw, hoewel helaas niet verrassend, was voor mij dat deze lijst blijkbaar door veel academici als authentiek wordt gezien. Ik kan uit eigen ervaring bevestigen dat een hoogleraar staatsrecht (ik noem geen naam, ook al omdat ik die vergeten ben) in een college de Kousbroekversie citeerde zonder Kousbroek of Borges te noemen, maar wel die ‘Chinese encyclopedie’. Ik hoop dat hij wilde doen of hij de lijst zelf ontdekt had en daarom Kousbroek niet noemde, wat heel erg is, maar toch nog iets minder erg dan napraten dat dit in een Chinese encyclopedie staat zonder dat je desgevraagd zou kunnen zeggen welke.

Even schrikken, maar eigenlijk ook niet onverwacht, was verder dat deze classificatie enkele jaren voor verschijning van Kousbroeks essay in Frankrijk werd besproken. De onvermijdelijke Michel Foucault besteedde er aandacht aan. De afwijkingen van Kousbroeks versie ten opzichte van de Spaanse (tel alleen al de elementen) kunnen erop wijzen dat er een Fransman tussen gezeten heeft. Toch een beetje jammer.

Dit naar aanleiding van de nieuwe klanten-binden-via-de-kinderenactie van Albert Heijn, de Superdieren. Laat u verrassen door de indeling van de dierenwereld volgens de mensenvrienden. De kinderen namen vandaag hun album mee, ze hebben met mama al negentig plaatjes verzameld. Net nu ik voor de hele week boodschappen bij de C1000 had gedaan.

zaterdag 25 september 2010

Magische feiten


Tot zover geen probleem: als je gul het Dungan-stickervel en de Dungan-verzamelmap hebt aangeschaft, bij de kassa negen Dungans hebt gekregen waar je boodschappen slechts recht op zes gaven, en als klap op de vuurpijl op de juiste aanbiedingen blijkt te zijn ingegaan om de felbegeerde Dungan-veldgids de jouwe te mogen noemen, zullen de kinderen je vragen waarom je geen Super-Dungan hebt meegenomen. Daar kan ik tegen. En dat echte dieren veel interessanter zijn dan Dungans, och, laat maar. Zelfs dat het om zo’n vechtkaartspel gaat waar ik nooit iets van begrepen heb brengt me niet uit mijn humeur. Maar dat dat spel weer eens is gebaseerd op aarde, water, lucht en vuur, dat maakt me boos.

(Ik zie nu op de website dat het slechts om aarde, water en vuur gaat. Nog gekker! Ze hebben hun magische feiten niet eens op een rijtje.)

vrijdag 1 januari 2010

Boeken inruimen

Het is vervelend dit te moeten zeggen, maar aan de kinderen had ik niet veel bij het inruimen van de boekenkasten. Ze vroegen bij elk boek waar het moest staan en hadden moeite met het alfabetiseren (dochter van tien vanaf de derde letter, dochter van acht vanaf de tweede letter). Haalde ik gisteren met de kinderen niet meer dan twee Billy’s (A t/m H van de literatuurkast), vandaag kreeg ik alles min of meer af.

Natuurlijk waren er twijfelgevallen. Gibbon, Haffner, Huizinga, Popper, Presser, Russell, Schoperhauer, A.J.P. Taylor - in een van de kasten met geschiedenis en filosofie boven, of beneden, bij de literatuur? Dat ze bij de literatuur kwamen, hadden ze vooral te danken aan het feit dat daar toevallig anders een paar planken leeg zouden zijn gebleven.

Dan waren er toch nog eigendomskwesties. Zeker tien titels elk van Austen, Kousbroek, Mutsaers: mijn ex en ik gaven ze regelmatig aan elkaar cadeau en wat maakte het uit waar ze kwamen te staan, "we gaan toch nooit uit elkaar, haha!", maar heb ik nu echt de mijne meegenomen?

Nog moeilijker: de aanwinsten uit de bibliotheek van Karel van het Reve. Apart houden, of mergen met mijn eigen collectie? Compromis: boeken die ik altijd al had willen hebben tussen soortgenoten zetten (Brodsky, Lichtenberg, Maugham, Mencken, Tucholsky, Russische taalkunde, communisme, uitgaven van de Herzen-stichting), maar ook een apart kastje houden voor bijzondere zaken, waaronder veel ‘dubbelen’: mooie oude Poesjkin-uitgaven (ik beschik al over een zeer complete uitgave van het Verzameld Werk) en boeken met opdracht van Kousbroek en Brandt Corstius (behalve het onderhoudende De man die niet in de rij wou staan, geschreven onder het eenmalige pseudoniem Peter Malenkov, had ik die allemaal al), en titels waarvan ik niet weet waar ik ze zou moeten zetten en die dus bibliografisch verloren zouden gaan (tot een volgende verhuizing in ieder geval).

Toch was het leuk mijn kinderen te laten helpen. Dochter van tien glundert bij het zien van een mooi ingerichte plank boeken. Niet ‘glimlacht’, beste lezer, ‘glundert’!

donderdag 29 januari 2009

Dokter Reuling gaat naar Réunion

Een van de vreemde dingen van je huisarts is dat hij maar een dossier hoeft open te slaan om feiten na te trekken die ik zelf niet meer kan plaatsen. Zo weet ik niet precies wanneer mijn dochter van nu bijna acht dat litteken in haar wenkbrauw heeft opgelopen. Heel lang geleden was het niet, maar ik weet het niet meer op een jaar nauwkeurig. Wel hoe het gebeurde: uit het klimrek bij school gevallen, terwijl we op haar oudere zus wachtten. Deze dochter is altijd aan het vallen, zojuist gevallen of holt op een manier waarvan je denkt o jee, ze gaat zo vallen, en doorgaans valt ze dan ook; en ze valt ook vaak uit klimrekken, maar deze keer was ze ongelukkiger neergekomen dan gewoonlijk: ze bloedde hevig uit haar wenkbrauw. Snel de school in gedragen, samen met de mensen daar vastgesteld dat die wenkbrauw gehecht zou moeten worden - en dat ik daarvoor niet naar het OLVG moest, want er zat immers een huisarts vlak naast de school? "Die is heel aardig, hij helpt altijd!" zeiden ze.

Ik liep er al een paar jaar dagelijks langs, maar was er nooit binnen geweest. De luxaflex zagen er niet uitnodigend uit, en we hadden al een huisarts. Of eigenlijk: we hadden geen huisarts meer op het moment dat mijn dochter uit dat klimrek viel. Die was er net mee gestopt, zoals we per brief hadden vernomen, ongeveer net als dokter Reuling nu - maar ik loop op de zaken vooruit. Nu ging ik er dus naar binnen, met in mijn armen een dochter die we (denk ik) op school een zwaluwtje over haar wenkbrauw hadden geplakt maar er toch nog altijd als een noodgeval uitzag. Vond ik.

Het duurde uiteindelijk toch nog even voordat we geholpen werden, maar tijdens het wachten viel me iets op wat ik niet eerder in wachtkamers had gezien: een stemming van respectvolle gelatenheid. Ja, het liep uit. Het liep altijd uit. Maar deze dokter was het wachten waard. En zodadelijk, als jij aan de beurt was geweest, zou hij doordat hij jou zo serieus had genomen nog verder uitgelopen zijn, dus het kon altijd erger.

Nee, dat maak ik er achteraf van, "with the benefit of hindsight". Het viel me toen ongetwijfeld nog niet op, want ik wilde vooral snel geholpen worden. Ik vond dat dochters met bloedende wenkbrauwen voorgingen. De dokter had dan wel gezegd dat we zodadelijk konden binnenkomen, maar het duurde een eeuwigheid voordat de vorige patiënt naar buiten kwam. En bovendien, het moet gezegd worden, de dokter maakte een enigszins verstrooide indruk. Was hij misschien alweer vergeten dat ik daar met een bloedend kind zat, dat NU gehecht moest worden, omdat ze anders LEVENSLANG een litteken zou hebben? Wist hij dat zulke dingen belangrijk zijn voor meisjes?

Maar vanaf het moment dat hij mijn dochter dan toch onder handen nam, begreep ik dat het allemaal klopte. De aandacht die hij aan zijn andere patiënten gaf, kreeg mijn dochter ook. Hij ging hechten, dus echt, met hechtingen - niet plakken, want dan kon het weer van elkaar gaan. Het zou dan evengoed wel genezen, zoals ook een ander wondje op het voorhoofd van mijn dochter (gevolg van een andere valpartij) genezen was, maar dat was indertijd geplakt en een dag later weer van elkaar gegaan. Geen mooi litteken daarom, en zulke dingen zijn belangrijk voor meisjes.

Gelukkig was dokter Reuling ook nog aardig genoeg om ons gezin aan zijn praktijk toe te voegen, hoewel die toch uit zijn voegen leek te barsten. Voortaan zouden ook wij langdurig in de wachtkamer zitten, of kort voor de tijd van de afspraak bellen hoeveel later we het nog eens zouden proberen. Kwam je dan uiteindelijk, dan viel het toch nog even tegen. Maar net als de andere wachtenden wisten we dat het het waard was. Intussen wel. Geen onvertogen woord heb ik in de wachtkamer ooit gehoord.

Deze gelukkige situatie heeft veel te kort geduurd. Dokter Reuling gaat naar Réunion. Het lijkt me er wild mooi, en je kunt er gewoon GR's lopen, want het is een overzees departement van Frankrijk. (Ik heb nooit ook maar een meter over een GR gelopen omdat mijn vrouw niet van wandelen houdt, maar het idee alleen al is geweldig.) Misschien zou ik dan de spectaculaire panterkameleon zien. De meest gesproken taal is het créole réunionnais, een taal die me het leren waard lijkt. Vous = zôt, van vous autres. Voor artsen is de chikungunya belangwekkend. De armoede schijnt niet zo groot te zijn als in Afrika, maar wel groter dan in Frankrijk. Je betaalt gewoon met euro's.

Het blijft een vreemd idee. Iemand die je met de grote stad associeert hoort niet het grootste deel van het jaar op een tropisch eiland door te brengen. Maar gelukkig ligt het op het Zuidelijk Halfrond, dus van maart tot november is het er relatief koel. De twee maanden per jaar die dokter Reuling plant in Nederland door te brengen, kunnen dan hopelijk in onze griepigste tijd vallen. Dan zullen we met plezier naar de dokter gaan. We zullen dan proberen niet bij te praten, om de uitloop binnen de perken te houden.

dinsdag 13 januari 2009

Schaatsen

Ja, schrijversblokje, werk, en... schaatsen! Voor het laatst had ik dat gedaan - niet in 1997, toen kwam het er niet van. Wel trouwde ik die winter. We lieten ons fotograferen op het ijs in het Vondelpark, waar gek genoeg niemand schaatste. Misschien omdat het een doordeweekse dag was. Onze taekwondoleraar kon niet op de bruiloft komen omdat hij probeerde vier dagen na de Elfstedentocht de Elfstedentochtroute te schaatsen. Dat lukte niet, om uiteenlopende maar voorspelbare en geldige redenen (kluunplaatsen opgedoekt, verdwalen, geen bevoorrading onderweg, geen mensen die je erdoor schreeuwen etc.).

*

Voor de meisjes kocht ik kunstschaatsen, die nog te krijgen bleken. Voor mijzelf kocht ik van die Zandstra-onderbinders, waar je nu generaties kinderen op ziet rijden die voor deze winter nog nooit op ijs hadden gestaan. Ik durfde mijn noren niet op te zoeken. Ik had ze in 1980 of 1981 gekocht, in enige haast, de middag voor de dag dat we met gym op de ijsbaan in Lonneker zouden gaan schaatsen. Ze hebben nooit lekker gezeten, en ze zijn in al die tijd nooit geslepen. Dat is niet goed te praten.

Tip (nu de regen neerklettert kan ik het wel zeggen) voor mensen met kinderen in Amsterdam-Oost en omgeving: de vijver in het Oosterpark!

*

Waar het mee moet ophouden is het dissen van schaatsliefhebbers. Vanmiddag las ik in de trein een stuk in de Pers waarin een verslaggeefster steunend op haar eigen waarneming betoogde dat zelfs de Friezen geen Elfstedentocht willen. In alle kranten ingezonden brieven van mensen die zich ergeren aan de schaatsgekte. Martin Bril die verklaart niet te kunnen en niet te willen schaatsen. Dat geeft niet, Martin en anderen, je hoeft het niet te willen en je hoeft het al helemaal niet te kunnen. Maar twijfel er niet aan dat mensen die zeggen van schaatsen te houden dat ook echt doen. Het zit 'm in de verbluffende snelheid.

zondag 16 november 2008

Rusland in Amsterdam

Mijn dochter van negen, die de diploma's A, B en C al in haar bezit heeft, zit weer met iets anders. Zij zit nu op 'zwemvaardigheid', waar ze dingen leren die u en ik ook wel hadden willen leren toen we klein waren (echt borstcrawlen, vlinderslag, startduiken, keerpunten). Of tenminste, dat is de bedoeling, want in het Sportfondsenbad Oost lijkt een richtingenstrijd te zijn losgebarsten tussen twee zwemdocenten.

Dochter van negen pikt niet snel sporttechnieken op. Daarom is zwemmen ideaal voor haar - het gaat lekker langzaam, en zodra je kunt blijven drijven kun je alles rustig uitproberen, zonder dat je een gevaar voor jezelf en anderen bent, en al helemaal zonder dat je een partner of zelfs een heel team ophoudt. (Nooit, nooit de terreur van een hockey-elftal voor haar.) Maar nu blijkt het nog veel langzamer te gaan, want haar docenten, die elkaar zonder merkbaar patroon afwisselen, schotelen haar zeer verschillende programma's voor. Daarbij zegt de ene nog dat ze de schoolslag met hoofd onder water moet zwemmen, en de ander dat het met hoofd boven water moet.

En dan was het Sportfondsenbad Oost, waar dit alles plaatsvindt, toch al het meest Russische zwembad van Amsterdam: rijen van een kwartier voor de kassa, ondoorgrondelijke, door iedereen ontdoken regels, droge en natte zone als in een soort Möbiusring met elkaar verbonden, dus kleedkamers vies én nat, regelmatig een minstens vier maanden durende kapital'nyj remont, na de laatste waarvan het water in de kleedkamers niet meer naar de putjes afliep en de afvoercapaciteit van de douches zo was afgenomen dat kinderen in vijf centimeter water staan te douchen (dan helpen je anti-voetschimmelslippers niet meer). En dan noem ik nog een zeer Russische kwestie niet, omdat die hopelijk sinds die laatste periode van sluiting tot het verleden behoort. En ik wil niet dat u een verkeerde indruk van de mensen daar krijgt, want die zijn wél heel erg aardig.

zondag 12 oktober 2008

Sinterklaaslijstjes

Mijn vrouw is op de Internationale Conferentie in Boedapest. Dus ik geef in de tijd dat ze niet slapen of op school zijn 100% aandacht aan de kinderen, om de aandacht af te leiden, zeg maar. Willen ze verlanglijstjes voor Sinterklaas schrijven, dan schrijven ze verlanglijstjes voor Sinterklaas. Dochter van zeven houdt het uiteindelijk op:

Lieve sint
mogen wij alsjebleift een ds mogen [zoon van vijf] en [dochter van zeven] alstublieft nog een ds. een ds is dan groen en de andre ds is rolz. mogen we nog een spelletje voor de ds Brats en dat was het.
Omdat ze me regelmatig om advies vroeg, weet ik hoe doordacht dit is. Je en u is bewust beide gebruikt. Het broertje erbij halen omdat de helft dan nog altijd 1 ds oplevert, en overgaan op de derde persoon om minder zelfzuchtig te lijken. De kleuren interesseren haar niet echt, dat is weer een rookgordijn, en het spelletje erbij vragen - dat is dat Sinterklaas in ieder geval weet dat je zonder spelletje erbij nog niets hebt. Gaat hij er nu niet op in, dat kan hij volgende keer niet zeggen dat hij niet gewaarschuwd was.

Helaas was een eerste plan uiteindelijk te ingewikkeld bevonden (ze schrijft goed maar langzaam). Ze zou iets vragen dat mooi, gezond, leuk en goed voor de ogen was. Dat zou Sinterklaas denken "dat is nog eens een goed idee!". Maar wat zou dat kunnen zijn? Gelukkig zou, terwijl de Sint zijn hersens pijnigde, zijn oog vanzelf op het antwoord vallen dat mijn dochter zorgvuldig had geplant: "bijvoorbeeld een ds".

Heeft ze de berekenendheid van mij, de wilde sprongen van algemeen naar concreet en van lang naar kort, via de welzijnswerkersklassieker "wat denk je er zelf van", heeft ze vermoedelijk van mijn vrouw. Die kan mij boodschappenlijstjes mailen met melk (ja, altijd, maar hoeveel?), 2 bakjes mozzarella (maar alleen die buffalo van Albert Heijn, niet die goedkopere!) en, o ja, eten voor vanavond.

Meer een blogger

Ik wist nooit of Frits Abrahams nu ook nog andere dingen deed dan vijf keer in de week een meesterlijk stukje schrijven. Ik weet het na het lezen van zijn jubileumportret nog steeds niet, maar ik denk het niet. In ieder geval is het columns schrijven zijn hoofdbezigheid. Hij schrijft ze tussen 8 en 11 uur 's morgens, en is de rest van de dag materiaal aan het verzamelen. Hij heeft geen problemen met het vinden van onderwerpen, zegt hij, maar "[j]e moet je voeden, anders kom je droog te staan."

Ik was hier al bang voor. Als hij met zijn talent en zijn ervaring nog zo veel tijd nodig heeft, is dagelijks iets substantieels schrijven voor mij geen haalbare kaart. Maar ik hoor te schrijven (OK, én les te geven, eigenlijk; maar een goede les bereid je schrijvend voor). Ik heb er een meer dan full-time baan bij.

Dan maar wat korter. Associatiever. Opschrijven wat me te binnenschiet. Kortom, bloggen, geen columns schrijven, en helemaal geen imitatie-Karel van het Reve proberen te zijn. Akkoord? Akkoord. En de kinderen erbij halen! Altijd een bron van kleine inspiratie, en dan heb ik de opa's en oma's alvast in de zak. Morgen beginnen.

maandag 6 oktober 2008

V slash g

Dochter van negen is in zak en as: heeft vandaag slechts een "v slash g" gehaald voor haar boekbespreking - dat is een spreekbeurt over een boek dat je gelezen hebt. Ze leest meer en beter dan enig ander kind, maar met mij als ouder word je geen Barack Obama. Dan val je stil tegenover een klas, en ben je waarschijnlijk nog gematst met die "slash g". Ik zit er niet mee, hoe ambitieus ik ook voor haar ben (eerst gymnasium, dan natuurkunde of Chinees studeren, daarna zien we wel verder). Ik weet dat je in je latere leven niet zult worden afgerekend op een incidentele v/g in groep 6. Maar dat is een inzicht dat bij mij maar langzaam gegroeid is en waar mijn dochter niets voor koopt.

Wel ging ik meteen aardappelen bakken - dat was ik al van plan, maar nu kon ik het als comfort food laten gelden. "Wat vind je belangrijker, altijd zg's halen, of een papa die aardappelen kan bakken EN DAT OOK DOET als je eens een v/g haalt?" "Dat laatste natuurlijk." Pfff, wat goedkoop en manipulatief, en wat kom ik daar goed weg. Ze meende het misschien ook nog.

zaterdag 7 juni 2008

Artis en de meisjes

Dochter van negen wilde absoluut niet mee naar Artis. In het "nawoord" van haar werkstuk had ze nog geschreven: "Ik vind het ook leuk om vaker naar het vlinderpaviljoen in Artis te gaan om vlinders te bekijken." Maar ze wilde niet mee. Ook niet als we patat zouden gaan eten. Ook niet als de consequentie zou zijn dat haar zusje en broertje wel patat zouden eten en zij niet. En geen compensatie, of ze zou toevallig patat moeten krijgen bij het vriendinnetje waar ik haar uiteindelijk dumpte (wat niet gebeurde).

Met dochter van zeven en zoon van vijf dan maar. En het moet gezegd worden: die dieren, ik kan er best even naar kijken, maar met een jaarkaart worden ze niet interessanter. En wat ik als "vieze oude man van boven de dertig" ook vervelend aan Artis vind: er komen geen mooie meisjes. He did not mean to say that there were no pretty women, but the number of the plain was out of all proportion. (Lees hier het boek of koop de film.) Dik, en de Nederlandse getatoeëerd, de allochtoonse vermoeid en de toeristes in tenues die ze thuis niet zouden dragen.

Evengoed, het was niet helemaal verloren tijd. In het restaurant was het rustig (iedereen wilde buiten zitten, maar hoeveel licht en warmte kun je op een middag hebben?) en ik leerde (dat is weer het voordeel van die jaarkaart, je leert toch elke keer weer iets), dat je het kleinste zeeleeuwtje achter de ruit echt eindeloos kunt bezighouden met een twee-eurostuk, wat je status als vader verhoogt - het nijlpaard haar bek open laten doen en de gibbons een hand geven kon ik al.

Maar het gebrek aan mooie meisjes bracht me wel tot een inzicht. Mooie meisjes weten waar ze moeten zijn, en vooral waar ze niet moeten zijn. Daarom gaat mijn vrouw al nooit met plezier naar Artis. Daarom gaat mijn dochter van negen nu liever niet.

vrijdag 6 juni 2008

Geen kwaad woord over juf D.

Er zijn kunstkenners die geen vervalste kunstwerken kunnen aanraken. Die deinzen meteen terug. Ik had die reactie eens toen mijn stagebegeleider me een fraai werkstuk wilde laten zien. Klein lettertype op het voorblad, dan weet je dat het binnenin nog kleiner is. En dan een pak papier van zeker tachtig bladzijden. Dan weet je al dat die niet zelf geschreven zijn.

Ik ben bang dat ik daar uitzonderlijk in ben - niet in het herkennen van plagiaat, maar in de reactie erop. Dat leraren bij alle werkdruk niet ook nog eens plagiaatpolitie willen zijn, is begrijpelijk. Zo makkelijk als je ziet dat een alinea, een zin, een woord niet door een leerling bedacht is, zo moeilijk is het dat te bewijzen. En dan vind je eens iets met Google... "Dat ene zinnetje," zegt zo'n moeder dan, "daar ga je (je) toch geen onvoldoende voor geven?" Ik geef het u te doen.

Maar dit zou allemaal makkelijk te voorkomen zijn door de werkstukken te vervangen door pittige stelopdrachten. Alleen, dat gebeurt niet, en ik denk dat een van de redenen is dat veel leraren die bij elkaar gejatte werkstukken écht mooi vinden. Ze willen geen onderzoeksverslag van tien bladzijden in groot corps lezen, ze willen een gelikt boekwerkje doorbladeren. Vooral van de wat mindere leerlingen, want daar willen we ook zo graag eens iets goeds van zien.

Daar was ik in ieder geval van overtuigd toen ik als goede vader mijn dochter van negen met haar werkstuk hielp. Over vlinders, en ze had zich goed ingelezen. Ik wilde haar zelf alles in haar eigen woorden laten schrijven, en dat kan ze heel goed, maar ik zat me inwendig al voor te bereiden op de discussies die ik met haar juf zou moeten aangaan als ze slechts een v of een g (en geen zg) zou krijgen, omdat het te kort zou zijn. Omdat er eigenaardige woorden in zouden staan. Omdat het, kortom, helemaal het werk van een meisje van negen zou zijn.

Eergisteren ingeleverd. Gisteravond vroeg ik mijn dochter voorzichtig of ze al iets gehoord had. "O ja. Zeer goed." "Je bedoelt zg? Het beste? Is dat echt het cijfer... Eh, je letter, zeg maar?" "Ja hoor, kijk maar wat juf schrijft". Juf schrijft:

zg
Lieve Z...
Wat een prachtig werkstuk. Mooie plaatjes en je vertelt goede en interessante dingen.
D.....
Kom snel een afspraak maken
Die afspraak is voor haar spreekbeurt. Ik leef volop mee. Over werkstukken heb je nog controle.

zondag 4 mei 2008

Een film die we op zich niet aanbevelen

Achter het raam van coffeeshop Mellow Yellow op de Vijzelgracht (of de Vijzelstraat, daar wil ik even af zijn) hangt een bordje met de tekst "Geen harddrugs. Geen alcohol. Geen wapens. Geen telefoons." Ongetwijfeld wil men daarmee op het vredelievende karakter van softdrugs wijzen. Begin je aan coke & bier, dan ben je zo aan het vechten of telefoneren. Toch maakt het een deprimerende indruk. Geen wonder dat iedereen daar zit te blowen.

We kwamen erlangs met het verjaardagsfeestje van dochter van negen, op weg terug van de film. Een tramrit, een ijsje en een half uur later, bij het uitdelen van de cadeautjes die je tegenwoordig aan het eind van het feestje moet uitdelen, zegt M., een slimmerikje dat een paar keer in zo'n televisieprogramma schijnt te hebben opgetreden waarin kinderen dingen moeten beschrijven zonder het woord zelf te noemen: "Ik denk dat we ze beter naar arme kindertjes in Amerika kunnen sturen."

Datzelfde meisje had ook een antwoord dat mij beviel op mijn vraag waar Winx en het geheim van het verloren rijk eigenlijk over ging: "Dat mogen wij niet zeggen."

woensdag 30 april 2008

Clowns

Max Molovich schreef dezer dagen een stuk over angst voor clowns in Panzerfaust, mogelijk geïnspireerd door een Engels onderzoek dat een anderhalve maand geleden de Nederlandse kranten haalde - een onderzoek waaruit zou blijken dat kinderen clowns vooral eng vinden. Lees voor de nuance hier en hier de BBC-berichten over dit onderwerp. Ik besef heel goed dat het onderzoek over afbeeldingen van clowns ging, maar ik zou niet weten waarom de angst zich niet zou uitstrekken tot de afgebeelden. Zo werkt het met spinnen en slangen, dus waarom niet met clowns. De Cliniclowns moeten dus niet piepen en zichzelf als de wiedeweerga opheffen als ze écht iets voor kinderen willen doen.

Molovich intussen concentreert zich op de clowns from hell, de echte griezels die zich achter een masker verschuilen om weg te komen met moord, verkrachting en kinderlokkerij. Maar hoewel ook ik mijn kinderen nooit met een clown alleen zou laten, denk ik toch dat het aantal misdadigers onder hen hoogstens iets groter is dan dat onder andere bevolkingsgroepen (behalve dan uiteraard, om Karel van het Reve aan te halen, onder de bevolkingsgroep der misdadigers - ik breng hier graag in herinnering dat VhR een jaar sociografie studeerde).

Als er clowns in het spel zijn, is angst dan ook niet mijn eerste emotie. Wel ontzaglijke droefheid. Omdat achter die opgeschminkte lach een diepe tragiek schuilgaat? Ah welnee. Of eigenlijk misschien wel, maar niet zo direct. De figuren die zich als clown verkleden zijn niet tragischer dan u of ik. Misschien zit het zo: als iemand zich als clown verkleedt en er niet op vooruit gaat, bevestigt diegene voor mij dat ER HELEMAAL NIETS AAN TE DOEN IS.

Waaraan? Er is altijd wel iets. Mijn dochter van bijna negen is een beetje onhandig, en een makkelijk slachtoffer voor plagerijtjes. Niet pesten, plagen, maar toch. Toen ze pas in een harlekijnskostuum de trap af kwam, barstte ik net niet in huilen uit.

zondag 2 maart 2008

We act like they don't, but they do

In katern Wetenschap en Onderwijs van de zaterdag-NRC gingen de vreemdste stukken ook deze week weer over het onderwijs. Bijvoorbeeld over de cursussen "academisch leren" die op universiteiten worden gegeven, een uitkomst voor studenten die maar niet begrijpen waarom ze geen voldoendes halen: "ze hebben net een overstap gemaakt en lopen aan tegen een andere manier van leren." Good going, alle kneuzen aan boord houden.

En er is een stuk over lagereschoolkinderen in Haarlem die elkaar in de klas masseren, waar ze heel rustig van zouden worden. In Zweden wordt het al veel meer gedaan dan hier, meldt het stuk. Al? Dus dit is alweer beklonken, als volgende stap naar de totale feminisering van het onderwijs?

Ik heb het huiverend gelezen. Massage is mijns inziens even werkzaam als homeopathie en acupunctuur, en ik hou niet van aanraking door medemensen. Ja, door sommige vrouwen. Maar daar wordt ik dan weer niet rustig van.

De Haarlemse juf Colinda beseft denk ik dat er iets seksueels in massages zit. Ik denk tenminste dat dat de reden is waarom ze een opt-out biedt: je hóeft het niet, en hoeft je ook niet elke massagepartner te laten welgevallen. Maar vooral bij kinderen zal de sociale druk om gewoon mee te doen groot zijn.

Of denkt ze serieus, met de Zweedse professor die in het stuk wordt aangehaald (altijd oppassen als de enige geciteerde deskundige een buitenlander is), dat het effect van massage heel anders is?

Or, yet another possibility: ze kent haar filmklassiekers wél, maar ze neemt ze, de academische vaardigheid van het generaliseren uiteraard niet machtig, veel te letterlijk, en denkt dat rug- en nekmassages wezenlijk anders zijn dan voetmassages?

maandag 18 februari 2008

Bril

Het ene pootje van mijn bril begaf het pas. Metaalmoeheid. Te vaak verbogen door mijn zoontje van vier, die er aardigheid in heeft mijn bril tijdens het voorlezen van mijn hoofd te trekken. Echt erg is het niet, want meestal draag ik lenzen, en grappig genoeg blijkt zo'n bril met één pootje ook nog wel te dragen. Dan pakt mijn dochter van acht de bril van de wastafel en breekt dromerig het tweede pootje eraf. Ik, tegen beter weten in: "O jee, is nou het tweede pootje gebroken?" Dochter, al even hoopvol: "Ik weet niet hoeveel pootjes hij had?"

Zou je inderdaad beter niet over je eigen bril kunnen schrijven? Dat is wat Ben denkt, en hij noemt de niet-brildragende Georges Perec, die de beste verhandeling over de bril zou hebben geschreven. Dat laatste geloof ik graag, maar ik wil toch een lans breken voor Umberto "De naam van de roos" Eco en Maarten "Oculare Biesheuvel" Biesheuvel. Allebei brildragers, zodat de aantrekkelijke hypothese verworpen moet worden.

(Als ik het woord 'bril' hoor moet ik vaak aan Ad "De hitvisser" Visser denken.)

zondag 30 december 2007

Open snaren

Dochter van zes kleurt de tanden van het gezicht dat ze aan het tekenen is grijs. "Ik weet wel dat tanden wit zijn, maar ik heb geen wit, dus dan maak ik ze maar grijs."

Ik hou haar voor dat het papier wit is, dus dat je ook gewoon die tanden niet kan kleuren. Dan zijn ze toch wit. Zij kijkt me aan of ik haar een bord spruitjes voorzet. Ik begrijp haar volkomen.

Vorige week was ik bij mijn vriend Jan. Hij had net een gitaar gekocht en was al hard bezig akkoorden te oefenen. Maar voorlopig lig ik nog voor op hem. Hij vraagt me hoe het nu zit met barré-akkoorden - dat zijn akkoorden waarbij je met een vinger meerdere snaren tegelijk ingedrukt houdt. Dat heeft onder meer als voordeel dat je een heel akkoord kunt "opschuiven" - van f naar fis naar g etc. Met akkoorden met open snaren lukt dat niet.

Maar dat is niet alles, leg ik uit. Als je eenmaal barrés kan spelen wil je niet anders meer. Open snaren klinken anders. Hij begrijpt dat volkomen.

Wat ook ter sprake kwam: gitaristen met een fabelachtige techniek, en gitaristen die ondanks hun techniek fabelachtig spelen. Tot de eerste categorie behoort Brian May van Queen. Tot de tweede Jimi Hendrix. Die gimmicks van Hendrix stellen niets voor. Gitaar in je nek, bwah. En gitaar in brand steken, dat kan ook iedereen.

vrijdag 28 december 2007

Managerverering

De maand voor de Kerstvakantie werd de normale, tamelijk effectieve, zij het licht chaotische, gang van zaken op de 8e Montessorischool lelijk verstoord door het afscheid van de directrice, die aan een nieuwe stap in haar carrièrre toe was en leiding gaat geven aan een grotere en nieuwere Montessorischool.

Ah, onzekere tijden natuurlijk, wat zal haar opvolger doen?

Welnee, dat komt wel goed, directrice Ella wordt vervangen door Tanja, die zich daar, heb ik de indruk, als lid van het managementteam al geruime tijd op aan het voorbereiden was, en wel netjes zal doen wat er voor haar te doen is. Nee, daar maken we ons geen zorgen over.

Wat is er dan aan de hand?

Nou, mijn dochtertje van zes roept nu al een maand bij elke tekening die ze maakt dat die voor Ella is. Mijn zoontje van vier zingt, een week in de Kerstvakantie nu, het "Ella-lied" tot we dreigen hem een pleister op zijn mond te plakken, en mijn dochtertje van acht spreekt regelmatig de zorg uit of Ella het op de school waar ze nu directrice is wel naar haar zin zal hebben. Het is duidelijk dat het afscheid groots aangepakt is. Ik vind dat ergerniswekkend.

Voor de zekerheid: ik heb niets tegen schoolleiders, ik begrijp heel goed dat ze nodig zijn. Ik begrijp zelfs wel dat het anders dan vroeger is. Ons schoolhoofd was gewoon de oudste en beste meester van de school, die twee dagen per week nodig had voor het management - dat zal toen anders hebben geheten; ik denk zelfs dat er geen woord voor was. In die twee dagen kreeg de zesde les van de meester van de vijfde, die ook erg goed was. Wie zolang de vijfde les gaf weet ik niet meer. Maar goed, andere tijden, en mensen van het kaliber van onze meneer De Leeuw zijn er niet meer op de basisschool, alleen daarom al is terugdraaien niet mogelijk.

Maar waarom krijgt zo'n directeur een afscheid met tekeningen van alle kinderen, een defilé en een speciaal aangepast schoollied?

Ik ben geneigd hier een sinister plan in te zien. De managers die Nederland geruisloos hebben overgenomen, nemen geen genoegen met hun onmisbaarheid. Ze willen onze dankbaarheid. Bij de volwassenen wil het niet erg vlotten, die zijn geneigd lastige vragen te stellen over wat de managers eigenlijk doen, en doen moeilijk over hun honorering. Maar de kinderen, die kun je nog vormen. Ella (en ik heb ook echt niets tegen haar persoonlijk) gaat na tien jaar weg. Dat moet wel een enorm verlies zijn. Dank voor alles! En nu maar hopen dat die dankbaarheid blijft hangen.

Mijn theorie staat of valt met de vraag: wiens idee was dit allemaal? Ik zou hier ongetwijfeld achter kunnen komen. Maar dan moet ik een actieve ouder worden, en dat ligt niet in mijn aard.

zaterdag 15 december 2007

Cherchez la femme

Stel: u heeft gelezen (in Vrij Nederland, enkele maanden geleden) dat kinderen bij het leren fietsen geen "hulpwieltjes" moeten hebben. Want met hulpwieltjes heb je geen noodzaak om te leren evenwicht houden. En om het evenwicht houden draait het. Kan je eenmaal evenwicht houden, dan komt de rest (het je trappend voortbewegen) vanzelf. De ontdekker, een Delftse "professor in de fiets" om Koot en Bie te parafraseren, had zijn oudste twee kinderen nog leren fietsen op een fiets met hulpwieltjes, maar haalde toen hij dit inzicht kreeg niet alleen de hulpwieltjes, maar ook de trappers van de fiets van zijn jongste. Zo had die een soort loopfietsje. Nadat hij in een mum van tijd doorhad hoe hij met beide voetjes van de grond kon uitrijden, zette de professor en trappers er weer op, en het jongetje fietste.

Stel verder: u heeft een zoontje van vier dat een fietsje met hulpwieltjes heeft, en wat hij erop doet lijkt nog absoluut niet op fietsen. Hij gebruikt zijn fietsje als driewieler. Dat schiet niet op.

Wat doet u nu?

(1) U ziet in dat deze ontdekking geniaal is haalt de hulpwieltjes en de trappers van het fietsje van uw kind.

(2) U zegt: wat een flauwekul. Iedereen gebruikt hulpwieltjes. Ja, grappig idee hoor, van die trappers eraf halen, maar als dat echt voor iedereen werkte hadden we allang allemaal op die manier leren fietsen.

(3) Als (1), maar u weet dat de trappers van een fiets halen nog best een lastige operatie is. Vooral van kinderfietsjes, die door hun vreemde proporties nog veel lastiger uit elkaar te halen zijn dan grotemensenfietsen. En mocht er eens een onderdeeltje stukgaan, dan is dat natuurlijk niet te vervangen, want die fietsjes worden ongetwijfeld in China vervaardigd uit speciaal gemaakte onderdelen die nooit bij uw fietsenhandel te vinden zullen zijn. Er is dus een kans dat u de trappers niet meer gemonteerd krijgt. Dus u voelt zich verplicht het aan uw vrouw voor te leggen. U brengt het zo enthousiast als u kunt. Maar u weet het antwoord al.

zaterdag 17 november 2007

Zweepslagen

Al twee dagen kan ik het verhaal over dit arme kind maar niet uit mijn hoofd zetten. Een meisje wordt veertien keer verkracht. Zeven van de verkrachters worden tot gevangenisstraffen van één tot vijf jaar veroordeeld. Maar een flinke meerderheid van de wereldbevolking acht verkrachte vrouwen schuldig aan het geven van aanleiding. Zo ook in Saoedi-Arabië, waar dit gebeurde. Daar werd het de rechter wel heel makkelijk gemaakt, want dit meisje had zich niet gehouden aan een wet die ongetwijfeld goed bedoeld is, namelijk om te voorkomen dat mannen zich, door het dolle van seksuele nood, aan alleenstaande vrouwen zullen vergrijpen: ze bevond zich op het moment dat ze werd overmeesterd in de auto van een niet-verwante man. Met een pervers gevoel van rechtvaardigheid werd zij veroordeeld tot negentig zweepslagen.

Ik heb de afgelopen twee dagen met andere ogen naar mijn dochtertje van acht gekeken. Ze is veilig natuurlijk, hier, bij ons. Ik ben niet echt bang dat ze ooit zulke erge dingen zal meemaken. Maar normaliter heb je allemaal mechanismen om naar nieuws weg te drukken. Dat is menselijk, het leven gaat door en niemand is erbij gebaat als jij je door het leed van anderen laat deprimeren. Zolang je niet vlak voor het naar bed gaan naar het nieuws kijkt hoef je er geen slapeloze nachten van te hebben. Die mechanismen lijken nu gedeeltelijk uitgeschakeld.

Als ik mijn dochtertje zie denk ik altijd: ik wil dat ze gelukkig is. En dat ze nooit pijn heeft. En dan komen sinds twee dagen steeds die zweepslagen in beeld. Niet eens het feit dat dat meisje in Saoedi-Arabië nog eens gestraft wordt na wat haar is overkomen. Dat kan ik met de nodige moeite nog wegrationaliseren (niet goedpraten, natuurlijk): "Barbaren nu eenmaal, hè? Zo gaat dat daar." Maar juist die zweepslagen. Die blijven.

Mijn dochtertje had pas op school bij het spelen een elastiekje tegen haar wang gekregen. Bloed, klein blutsje. Mijn vrouw en ik in paniek: gaat dit over? Geneest dit echt helemaal?

Ik weet niet wat voor een zweep ze in Saoedi-Arabië gebruiken (in het oude Rusland werd de knoet gebruikt, een zweep waarvan je niet meer dan dertig slagen overleefde), hoe hard ze slaan, waar ze slaan, of het op de blote huid is. Maar negentig. Je blijft littekens hebben, je blijft het je leven lang voelen, dat kan niet anders.

De straf is nog niet uitgevoerd, maar de vooruitzichten zijn weinig hoopvol. De eerste verrassing in het proces is de uitkomst van het hoger beroep, dat blijkbaar in beide zaken tegelijk heeft gediend: de verkrachters zagen hun straffen verdubbeld (uitstekend natuurlijk, al staat het qua signaalwerking nog steeds 1-0 voor Iran), maar het meisje kreeg meer dan dat: een half jaar gevangenis en tweehonderd (200) zweepslagen. De rechter was namelijk boos dat ze de zaak naar buiten had gebracht, en de wijsheid van het Saoedische recht in twijfel had getrokken.