Af en toe schrijf ik over de achtste Montessorischool van onze hoofdstad, voor de jongere lezers (dag Max!) opdat die weten wat hun te wachten staat, want het gaat sneller dan je denkt. En omdat veel van wat op school gebeurt tekenend is voor de maatschappij als geheel.
Deze week overleed Ditte, administratief medewerkster van voornoemde school. Ze was al lang ziek, maar de schok was toch groot, groot genoeg om dinsdag a.s., de dag van haar begrafenis, de school te sluiten. Wat betekent dat? Even rekenen. Op de school zitten een 600 kinderen, ik schat gemiddeld 1,5 per ouderpaar. 800 ouders dus? Een op de twee ouders moet zijn of haar dag aanpassen vanwege het onverwachts thuisblijven van de kinderen. De vervelendste aanpassing, voor henzelf en voor hun collega's op het werk: een dag vrij nemen. Het lijkt me geen slechte schatting als een 50 ouders dat dinsdag noodgedwongen doen.
Nu kende ik Ditte niet, de juffen en meesters natuurlijk wel. Maar: hoe erg zou het voor Dittes nabestaanden zijn als alleen de directeur op de begrafenis zou komen, namens de collega's? Want het is niet vanzelfsprekend dat alle collega's van het werk naar een begrafenis gaan, zoals het ook niet vanzelfsprekend is dat je bijzonder verlof krijgt voor de begrafenis van iemand anders dan een naast familielid.
Ik vraag me ook af of de nabestaanden blij zijn met zo'n groots gebaar. Het is toch even wat, een hele school een dag sluiten, niet alleen voor de ouders maar ook voor de kinderen die toch weer minder leren en er van uit hun ritme raken (al is het wel weer zo dat vrije dagen, met al die adv- en studiedagen, wat gewoner zijn geworden dan vroeger).
Maar die bezwaren (ouders gedwongen vrij te nemen, mogelijke gêne bij nabestaanden) wogen blijkbaar niet op tegen de druk om alle collega's een kans te geven het verlies te verwerken. Op de vergadering waarop dit besluit genomen is, moet het ongeveer zo gegaan zijn: enkele leraren gaven te kennen graag naar de begrafenis te willen. De directeur wijst erop dat er niet voldoende invallers zijn, en dat dit dus niet kan. Ja, als één het deed, en zelf een vrije dag opnam, dan. Maar niet als er vijf of zes willen. Algemeen protest. Directeur velt Salomonsoordeel: dan iedereen vrij, en dus school dicht.
Ik kan er tenminste niets beters van maken - en ik ben eigenlijk bang dat het nog erger was, dat de belangstelling niet eens gepeild is. Wij gaan allemaal naar de begrafenis, punt.
Het besluit lijkt me te zijn ingegeven een nieuwe angst, de angst om gevoelloos en hardvochtig te lijken. Een angst die verwant is aan een andere onredelijke, maar eveneens veel voorkomende angst: de angst om leden van bepaalde groepen te kwetsen. En, iets subtieler maar daarom niet zeldzamer, de angst denkbeelden te uiten die je toevallig deelt met figuren als Hitler en Geert Wilders.
Wie toch eerlijk wil zeggen wat hij ergens van vindt, moet, als hij niet in 100% vertrouwd gezelschap is, tegenwoordig beginnen met een reeks disclaimers: ik gun natuurlijk iedereen zijn rouwproces maar..., ik respecteer eenieders overtuigingen maar..., ik ben het natuurlijk in het algemeen niet eens met Wilders, maar..., ik ben vegetariër, en ja, Hitler ook, maar Katja Schuurman ook, en Wouter Bos ook (o nee, Wouter Bos is uit, die liever niet noemen), en Hitler was het alleen maar omdat hij dacht dat het gezonder was.
Hoe gaat het trouwens met de angst voor de dood? Kom ik toevallig alleen maar opgewekte mensen tegen, of is die angst nu juist op zijn retour? Dat zou toch een mooie opsteker zijn in deze harde tijden. The show must go on!
zaterdag 6 juni 2009
Angst
Gepost door
Wouter van den Berg
op
23:52
3
reacties
Labels: Aardappelpsychologie, Dood, Katja Schuurman, School
zondag 2 november 2008
Registerarbeiten
Ik voel me niet overal op mijn gemak. Thuis, daar wel, zolang er geen bezoek is (of het moet echt heel goed bezoek zijn, dit voeg ik toe voor de vrienden die er vanmiddag waren). Op het werk, maar de mensen die er werken zijn ook door mij en mijn vrouw gekersenplukt.
Maar verder? In de supermarkt om de hoek, waar ik toch zeker om de dag kom zal ik niet gauw aan een vakkenvuller vragen of ik er even bij mag. Op de school van mijn kinderen, waar ik elke doordeweekse dag kom, gedraag ik me als in een vreemd land.
Dus ik bedoel maar: er is wat voor nodig om voor mij de omstandigheden te scheppen om optimaal te functioneren. En zo'n plaats is er nu bijgekomen in de vorm van de redactieruimte van Uitgeverij Van Oorschot, waar ik gisteren mocht helpen met de laatste loodjes van het register van Deel 2 van het Verzameld Werk van Karel van het Reve. (Wat? vraagt u nu misschien, Deel 2 al? Niet nerveus worden, de delen 1 en 2 komen tegelijkertijd uit, in december is het zover.)
Waaruit blijkt dat op m'n gemak voelen? In mijn geval: door mee te lullen over zaken waar anderen veel meer van af weten, en dat op zo'n vanzelfsprekende manier dat die anderen zelfs mijn mening gaan vragen. Ik kwam als konsoel'tant voor Russische zaken, maar mocht ook helpen met het schrappen in lemma's die niet over Russen gingen.
Dat zit zo: het is een personenregister, waarin we behalve de volledige namen ook korte beschrijvingen van die personen staan. Dus Marx wordt:
Marx, Karl Heinrich, 1818-1883, Duits sociaal wetenschapper en revolutionair, [paginanummers]Maar doordat we tot het laatst toe zo veel namen bleven toevoegen, dreigde de redactie boven het gewenste aantal bladzijden te komen. Regels werden ineens kostbaar, en soms kun je er een winnen door een lemma in te korten, bijvoorbeeld door "sociaal wetenschapper en revolutionair" te vervangen door "publicist", zoals VhR deed in de Geschiedenis van de Russische literatuur.
Bij het inkorten moesten een paar moeilijke keuzes worden gemaakt. Een enkele keer wisten we werkelijk niet hoe we iemand met een of twee woorden recht zouden doen. Neem nu Kenau Simonsdochter Hasselaer. Met een helderheid die ik normaliter slechts in betere blogsessies heb, stelde ik community organizer voor. Dit voorstel haalde het dan toevallig weer net niet, maar als u toch dat Verzameld Werk koopt, vergeet dan niet het register er van tijd tot tijd bij te pakken!
Gepost door
Wouter van den Berg
op
18:11
3
reacties
Labels: Aardappelpsychologie, Boeken, Karel van het Reve, Verzameld Werk Karel van het Reve
zondag 20 juli 2008
Boosheid
- Nope.
- Stalin! Veel meer doden, en veel slimmer.
- Ook niet.
- Hm. Mengele.
- Ja, met sadisten heb ik moeite. Maar die zijn toch vooral ziek. Dus nee.
- Dichter bij huis, dus meer rapport...? Wilders?
- Loser. Alle controle verloren.
- Rita Verdonk.
- Ach, hou toch op. Roept allerlei emoties op, waaronder een zekere verbijstering. Maar boosheid? Nee.
- Toch denk ik dat ik weet welke kant ik op moet denken. Gordon?
- Negative.
- Frenk van der Linden!
- Misschien. De pretentie dat je mensen kunt doorgronden, daar heb ik moeite mee. Maar jeetje, ach...
- Hahaha. Eh... een homeopaat!
- Jaah! Mits hij arts is. Ja, daar kan ik boos over worden.
- Mensen die beter zouden moeten weten en idiote ideeën verkondigen.
- Daar kom je aan de kern denk ik.
- Nog meer voorbeelden?
- Die jongens die rijk worden met "DNA-portretten".
- Dat moet je even uitleggen, ben ik bang.
- Dat doe ik in deze post op het nieuwe experimentele blog Ben en Wouter, dat ik samen met Ben Hoogeboom, bekend van prachtblogs als Ben liegt nooit, Uw Kapelaan, Ben opnieuw en meest recentelijk Ben twijfelt gestart ben, en waarop we beurtelings een stukje schrijven volgens het Oulipo-principe dat een woord of "string" uit het laatste stukje de titel van het volgende moet worden.
- Dat ziet er goed uit! Bijna elke dag een stukje, twee fijne bloggers voor de prijs van één. Ik ga me meteen abonneren. Bedankt, Ben en Wouter!
- I knew you'd appreciate it.
Gepost door
Wouter van den Berg
op
22:14
2
reacties
Labels: Aardappelpsychologie, Bloggers, Ethiek, Ondernemerschap, Stalin
zondag 22 juni 2008
Toeteren
In mijn kantoor zit ik op gehoorafstand van het Muziekgebouw aan het IJ, waar op het moment een soort scheepstoeterconcert plaatsvindt. Kijk eens aan: gevonden. Jaja, de hoorns van die grote schepen klinken! Tijdens het cruise-seizoen horen we ze bijna dagelijks en het is altijd imposant. En nu mogen de kapiteins met Willem Breuker meedoen.
Ik herinner me van enkele jaren geleden (hoewel, het kan ook twintig jaar geleden zijn geweest, de tijd vliegt) een soort dans van havenkranen. Een choreografe had die met de kraanmachinisten ingestudeerd. De mannen hadden haar na afloop, vertelde ze, gejonast.
En wat dichter bij huis: mijn vrouw, ook kunstenaar, doet soms als leverancier van prachtfoto's mee aan "projecten". Eén daarvan haalde eens het programma van Hanneke Groenteman. De hoofdkunstenares had foto's weten over te zetten op tegeltjes en hield bij Hanneke niet op de medewerkers van de tegelfabriek te roemen. Zíj hadden het onmogelijke mogelijk gemaakt.
In het geweldige Heimat (deel 10 van de eerste reeks, Die Stolzen Jahre (1967), geeft Hermann een concert. Vreselijke moderne muziek, dus musici lacherig, publiek verveeld (maar houdt zich sterk), en in Schabbach, waar ze er op de radio naar luisteren, gaan ze gauw over tot de orde van de dag. Nur Glasisch ist fasziniert. De dorpsgek begrijpt het helemaal. Ik vind dat niet goed.
Gepost door
Wouter van den Berg
op
16:01
1 reacties
Labels: Aardappelpsychologie, Kunst
zondag 1 juni 2008
Haat
Toen ik op de middelbare school zat, was ik erg links. Ik ben nog steeds vrij links, want al ben ik dan ondernemer en heb ik geen moeite met principes als "loon naar werken", ik vind nog altijd dat het in de wereld oneerlijk verdeeld is. En dat dat misschien wel, misschien niet recht te zetten is, maar dat het zéker niet goed zal komen door alles op z'n beloop te laten. Overheden moeten de zwakken verheffen en de sterken in toom houden. Daartoe mogen ze nette burgers als mij rechten ontnemen en plichten opleggen. Verder vind ik dat je slechts in uiterste nood geweld mag gebruiken. Als je dat allemaal vindt, ben je per definitie links.
Maar mijn linksheid is niet meer zo compleet als toen ik op de middelbare school zat. Toen vond ik iedereen die er anders over dacht gevaarlijk, asociaal, een saboteur, een krankzinnige die er met zijn egoïstische gedrag voor zorgde dat alles even erg bleef als het was, nee, dat alles alleen maar erger zou worden. Honger, oorlog en woningnood waren hun schuld. De vijand waren ze. En ze waren nog herkenbaar ook: ze droegen collegesjaals, lamswollen truien en penny-schoenen.
Toen mijn vader me eens hoorde praten over een van die "kakkers", zekere Gert Looijesteijn, die bij maatschappijleer serieus het plaatsen van de kruisraketten had verdedigd, vroeg hij (mijn vader) of ik die jongen Looijesteijn soms haatte. Ik verzekerde hem dat ik dat niet deed, maar moest voor mezelf toegeven dat ik, tja, dat wel deed.
Behalve door dat soort incidentele vragen van mijn vader, ben ik door het lezen van Karel van het Reve afgekomen van zowel van mijn meest linkse ideeën (want, dat vergat ik te zeggen, ik was vóór de dictaturen in Cuba en Nicaragua) als van die haat jegens andersdenkenden.
Lezer, u kent hopelijk de Uren met Henk Broekhuis. Probeer u voor te stellen hoe een ernstige zeventienjarige jongen daarop reageert. Een jongen die, dat vergat ik ook nog te zeggen, op het vwo negens haalde voor de exacte vakken én voor Nederlands. Bij zo iemand komen de redeneringen van Van het Reve stevig aan. De schellen zouden hem van de ogen vallen, denkt u waarschijnlijk.
Bijna. Ik voelde me er zeker ongemakkelijk door, maar het proces dat mijn vader en VhR in gang zetten, werd pas een paar jaar later voltooid. Toen de schellen me uiteindelijk van de ogen vielen, studeerde ik al in Amsterdam, maar wanneer het precies gebeurde zou ik niet durven zeggen. Die haatgevoelens waren al eerder verdwenen; zo tegen het eindexamen mocht ik die Looijensteijn ook wel, al was hij geen haar beter geworden.
Gepost door
Wouter van den Berg
op
00:47
0
reacties
Labels: Aardappelpsychologie, Karel van het Reve, Niet op Nurks, Nostalgie, Politiek
maandag 21 april 2008
Ha, Nazis Schmazis!
Een van de dingen die Popski's Private Army zo fascinerend maakt, is de eerlijkheid van de schrijver. Als lezer moet je dan zeer alert zijn, want een schrijver kan makkelijk die indruk van eerlijkheid wekken door gênante dingen over zichzelf te vertellen. Daarmee wint hij de lezer voor zich, zodat hij zijn rol verder naar hartelust kan verfraaien.
Zou dat bij Popski het geval zijn? Heeft hij zijn rol op cruciale punten opgeborsteld? Sommige acties zijn zo gedurfd en lopen zo goed af dat je het bijna niet kunt geloven - bijvoorbeeld wanneer hij in een fantasieuniform door een door de Duitsers en Italianen beheerst stadje in Lybië (Derna, nu Darnah) loopt om uit te vinden waar een krijgsgevangenenkamp is, en hoe hij de krijgsgevangenen daaruit zou kunnen bevrijden. Hij kent zijn talen, maar zou natuurlijk door de mand vallen als hij een serieus gesprek aanging met wie dan ook. Daarom praat hij Italiaans tegen de Duitsers en Duits tegen de Italianen. Hij weet met de aldus opgedane inlichtingen 45 gevangen te bevrijden.
Maar die gevangen zijn bevrijd, en van allerlei andere acties bestaan andere getuigenverslagen, die weliswaar een heel ander perspectief aan de zaak geven (zie hier voor een samenvatting van het boek met andere bronnen ter confrontatie), maar de feiten ondersteunen. Er blijven een paar vreemde dingen, waar ik hopelijk nog op terugkom, maar zo in het algemeen durf ik wel te zeggen dat je hem kan vertrouwen.
Dan is er nog iets. Als Popski in een zelfreflectie had geschreven dat hij een egoïstische thrill seeker was, had ik zijn eerlijkheid te goedkoop, te veel uit het boekje gevonden. Maar zijn eerlijkheid is echter. Hij schrijft hoe hij als een kind zo blij is als zijn arm er afgeschoten wordt, en hoe die blijheid maar langzaam overgaat in irritatie. Dat maakt een authentieke indruk.
Ook doet hij geen enkele moeite zijn politieke naïveteit te verhullen. Hij mocht de Duitsers. Goede soldaten. Alla, kun je nog zeggen, dat is de "tunnelvisie" van een militair. Maar dat hij in 1938 Duitsland bezocht en het er erg plezierig toeven vond, en pas in 1945, bij het zien van Franse krijgsgevangenen die een Oostenrijks concentratiekamp hebben overleefd, een besef begint te krijgen van wat er in Duitsland eigenlijk gebeurd was - dat had hij niet hoeven vertellen.
Gepost door
Wouter van den Berg
op
14:39
0
reacties
Labels: Aardappelpsychologie, Boeken, Duitsland, Geschiedenis, Oorlog, Politiek, Popski's Private Army
donderdag 11 januari 2007
Onthoudingsverschijnselen
Een lezer die we verder anoniem laten schrijft:
Het zou mij niet verbazen wanneer veel regelmatige lezers van je site (en vooral van je weblog) thans te doen hebben met onthoudingsverschijnselen. Je publiceert niet meer. Chinees leren kan er mee te maken hebben. Misschien is het writer's block. Wellicht heb je teveel werk. Of zijn het de zwemlessen van je dochters soms? Niets van dit alles snijdt bij ons evenwel hout. Wij, je lezers, hebben met al deze excuses niets, maar dan ook niets te maken.
Wij willen je wijzen op de jammerlijke gevolgen van onze frustratie: Hoge medische kosten, tranquilizers, echtelijke ruzies, verkeersongelukken en noem maar op. Kortom, Wouter, mend your ways!
De lezer heeft gelijk. Het begon met het Chinees leren, in augustus. Daarna werd het al snel weer druk op de zaak. Dat bleef. Het werd zo druk dat zelfs het Chinees er enigszins bij in ging schieten (anderhalve les gemist, soms dagen achtereen niet geoefend). En wie mij kent weet dat ik mijn tijd verder niet verbeuzel met zaken als cafébezoek, televisie kijken en uitslapen. Nauwelijks s--- ook (waarom die drie streepjes? Omdat we geen foute googelaars op onze site hoeven en de correcte spelling aanhouden).
Dus het was echt druk. Maar kan er dan niet af en toe een uurtje af? Of een halfuurtje? Want als je consequent vijf uur per nacht slaapt is dat toch al te weinig. Je staat als een zombie op, maar dat is wel bijgetrokken tegen de tijd dat je op kantoor bent. In de loop van de middag merk je dat je wartaal schrijft in een mailtje - dagdromen mengen zich met zakelijke voorstellen. Dan moet je even languit op de vloer gaan liggen met een kussen onder je hoofd. Na tien minuten wreed gewekt door de telefoon, maar tien minuten dáárna weer lekker fris. 's Avonds moeilijk en met tegenzin op gang komen in de avondsessie vanuit de studeerkamer, maar daarna een rush van negen tot één, als het niet later wordt. Ik bedoel maar: dan maakt het niet meer uit, je zou net zo goed vier-en-een-half uur geslapen kunnen hebben, maar dan wel je weblog hebben bijgehouden.
Wat me dwars zit is waarschijnlijk dat de eisen die ik aan mijn weblog stel steeds hoger worden. Ik werd eens in Finland rondgeleid in de fabriek van een klant. Ik vroeg naar de werking van een onderdeel van een machine dat ik niet kende. De rondleider, die tot dan toe voornamelijk bezig was geweest mij te overhoren, las de opschriften, vroeg het aan de operator en pleegde een telefoontje, voordat hij me iets vertelde dat ik zelf intussen al geraden had. Toen ik hem dat lachend zei reageerde hij gepikeerd: "If I want to teach people a lesson, I better f------ well know what I'm talking about."
Ik ervoer dat als een erg wijze les - waarschijnlijk omdat ik dat altijd al zo gevoeld had, al sprak ik het dan niet zo krachtig uit. Het is misschien een van de redenen waarom ik een jaar of vier geleden, bij een poging mijn leven wat meer zin te geven, niet kon aarden in het onderwijs: leraren die f------ well know what they're talking about bleken niet meer au sérieux genomen te worden. (Wel door de leerlingen trouwens.)
Maar voor een blogger is die houding fnuikend. Nu ik merk dat ik gelezen word, wil ik elk stukje met autoriteit geschreven hebben. Daardoor heb ik wel degelijk iets dat op een writer's block lijkt. Ik heb sinds augustus een twintig ideeën genoteerd en te licht bevonden. Als je na zo'n lange stilte weer van je laat horen, it better be f------ good, zoiets. Misschien had ik met die ideeën nog iets mee gekund als ik de dag ervoor een stukje uit de losse pols had geschreven, dan stak het volgende er misschien goed bij af. Wie weet geeft dit stukje uit de losse pols het beslissende zetje. Stay tuned, lezer.
Gepost door
Wouter van den Berg
op
22:23
0
reacties
Labels: Aardappelpsychologie
dinsdag 1 augustus 2006
Russisch ophalen
We hebben een Russin te logeren. Dat betekent dat ik voor het eerst in jaren weer meer dan drie zinnen achter elkaar Russisch spreek. Over het algemeen ben ik blij met wat ik heb onthouden. Naamvalsuitgangen, blijkt maar weer eens, kan je op een moment niet meer vergeten. (Het moeten natuurlijk wel vormen zijn die je ooit beheerst hebt; sorok, veertig, verbuigen is wat mij betreft altijd een circusnummer geweest. Gelukkig moet je wel heel veel Russisch spreken om dat ooit te hoeven doen). Het vinden van de juiste woorden is een stuk moeilijker. Ik merk dat ik voor simpelere werkwoorden kies dan ik vroeger gedaan zou hebben. Woorden voor gewone dingen weet ik soms wel, soms niet. Het onmogelijke prostynja (laken, klemtoon op de laatste lettergreep) komt er zo uit. Maar katsjel' (schommel) was ik compleet vergeten.
Omdat het een leuke Russin is, moet ik helaas grapjes maken. Zoontje van drie grist terwijl ik de tassen nog uit de auto wil halen de sleutels uit mijn hand om te proberen de deur te openen. "Sam i srazu, eto ego filosofija v dvuch slovach," zeg ik: "zelf en meteen, dat is in twee woorden zijn filosofie." Het is geen grapje dat ik in het Nederlands zou maken. Te bot, en bovendien is het duidelijk dat ik het noodgedwongen kort moet houden.
Maar het is ook een poging tot Russische humor. Dat altijd maar ter sprake brengen van filosofie (of desnoods alleen het woord "filosofie"), het combineren van diepzinnigheid en platheid: "Is zo'n restaurant niks voor jou?" vroeg G. tijdens het eten aan een Russische zakenpartner. "Nje-a," antwoordde deze. "Voordat je zo'n bord oecha op tafel hebt... En dan verdien je daar maar vijf cent op. Ieder mens heeft zijn roeping." En vervolgens, met een Poetin-lachje: "Mijn roeping is snel en veel."
(Poetin zelf kan trouwens zeer ad rem zijn: tijdens het eerste bezoek van George Bush aan Rusland werd hun beiden op een persconferentie gevraagd wat ze van de brain drain, het verschijnsel dat hoogopgeleide Russen zodra ze de kans krijgen naar het buitenland - meestal Amerika - vertrekken, vonden. Bush keek uiteraard of hij het in Keulen hoorde donderen. Poetin reageerde intussen elegant met "Als ik voor ons samen mag antwoorden: ik ben ertegen, George is ervoor.")
Ik vertel onze logée dat ik tijdens de afgelopen hittegolf maar weer eens Een dag van Ivan Denisovitsj heb opgenomen, in lijn met het halfzachte advies dat je, omdat temperatuur tussen de oren zit, gewoon aan de winter moet denken. Ik heb dat verhaal nooit uitgekregen zeg ik, want ik wil graag alles begrijpen. Maar af en toe begrijp ik zelfs hele zinnen niet. Dat schiet niet op. "Kosjmar," zegt ze, "Solzjenitsyn schrijft expres zo moeilijk, daar lezen wij overheen." Ik laat me niet kennen. Als ik het uit heb kom ik er uitgebreid op terug.
Gepost door
Wouter van den Berg
op
00:32
0
reacties
Labels: Aardappelpsychologie, Alexander Solzjenitsyn, Filosofie, Kinderen, Rusland, Russisch, Vrouwen
donderdag 4 mei 2006
Russische kinderen vertellen geen gaskamermoppen
Tenminste, niet als ze in Rusland naar school gaan, waar de Tweede Wereldoorlog de Grote Vaderlandse Oorlog heet en de Holocaust een voetnoot is, om de onvriendelijke karakterisering van Le Pen te gebruiken. Voor kinderen lijkt me dat gezonder dan hoe het tegenwoordig in Nederland toegaat.
Dat wij op school meer aandacht aan de gaskamers besteden dan in Rusland is juist. In de geschiedenisles moet de jodenvervolging besproken worden - en uitgebreid, al was het maar omdat de meeste kinderen er zelf veel over willen weten. En wie kunnen ze het beter vragen dan hun geschiedenisleraar - die er ook nog eens graag over vertelt.
Het vervelende is dat het daar in Nederland niet bij blijft. Buiten de geschiedenisles en zelfs buiten de school om zijn er allerlei projecten tegen vreemdelingenhaat en antisemitisme, waarbij er zelfs niet voor teruggedeinsd wordt hele doelgroepen (lees: Marokkanen) te targeten, tot het voor die doelgroepen organiseren van bezoeken aan Auschwitz aan toe.
Dan vraag je om recalcitrante reacties.
Als mensen mij proberen te dwingen iets erg te vinden word ik ook recalcitrant. Ik maak zelf wel uit wat ik erg vind, dank u. Ik uit dat door stukjes als dit te schrijven. Kinderen (sommige kinderen natuurlijk) gaan gaskamermoppen vertellen en de dodenherdenking verstoren.
Zou de dodenherdenking afgeschaft moeten worden? Ik denk niet dat we er iets aan zouden missen, maar er zijn ongetwijfeld mensen die er echt aan hechten. Het moet allemaal wel minder opdringerig worden. Wie niet mee wil doen hoeft niet mee te doen. Het zou ongeveer zo moeten zijn als wanneer er een begrafenisstoet langskomt. Dan ga je niet staan toeteren. Als je weet dat er om 8 uur twee minuten stilte wordt gehouden, dan zorg je dat niemand je hoort. Kleine moeite.
Is dat niet zoals het nu is? Nee, zo vrijblijvend is het nu helemaal niet. Misschien was het dat wel toen er een soort natuurlijke consensus bestond over het nut van herdenken. Maar die consensus is allang verdwenen. Ervoor in de plaats gekomen is de gedachte dat we als groep regelmatig moeten vieren dat we bepaalde waarden gemeen hebben. Dat doe je niet door een beetje rekening met anderen te houden. Dat is te vrijblijvend. Je moet MEEDOEN.
Maar je doet mee aan een grote komedie. Want: HOE KAN JE TIJDENS DIE TWEE MINUTEN NU PASSENDE GEDACHTEN OPROEPEN? Ik kon het als kind niet, en nu nog niet. Ik voelde me vanavond om 8 uur weer net zo'n vreemde als die Marokkaan die liever in Nederland dan in Marokko wilde wonen omdat je hier, als je je aan de regels houdt, een leven kan opbouwen zonder dat een corrupte bokkenlul je op een dag alles afpakt. Maar die daarom nog niet voor het Nederlands elftal wil juichen - pardon, die daarom nog niet een vroom gezicht wil opzetten op 4 mei om 8 uur 's avonds.
Gepost door
Wouter van den Berg
op
21:38
0
reacties
Labels: Aardappelpsychologie, Cultuurverschil, Oorlog, Rusland
zondag 23 april 2006
Opscheppen
Vertaler RvdK vraagt of Vertaalbureau.nl eigenlijk lid is van de ATA. Hiermee bedoelt hij niet, zoals u misschien zou denken als u de vertaalwereld een beetje kent, de American Translators Association (wat helemaal niet gek zou zijn, ook niet-Amerikanen kunnen er lid van worden, en ook voor vertaalbureaus bestaat er een lidmaatschapsvariant), maar de Association of Translation Agencies, een Nederlandse brancheorganisatie voor vertaalbureaus.
Wij zijn daar geen lid van. De reden is een beetje ingewikkeld. Laat ik om te beginnen een mop vertellen. Hij is vooral invoelbaar voor mannen, maar vrouwen die iets over mannen willen leren kunnen hem ook wel aan. Een man komt na een schipbreuk samen met Katja Schuurman op een onbewoond eiland terecht. Om een lang verhaal kort te maken: ze hebben de tijd van hun leven. Toch merkt Katja op een moment tekenen van onrust bij de man. "Wat is er toch, lieverd?" - "Ach..." - "Nee echt, kan ik iets voor je doen?" - "Nou, ja, eigenlijk... Zou je misschien dit pak aan willen trekken?" Zo gezegd, zo gedaan. Om het af te maken tekent de man Katja met wat houtskool een snorretje op. Hij slaat haar op de schouder en zegt: "Weet je met wie ik het tegenwoordig doe?"
Moraal: sommige ervaringen zijn niet compleet als we er niet met een soortgenoot, een peer over kunnen praten.
Stel nu dat je een eigen bedrijf hebt. Het loopt goed, prima eigenlijk. Het werk is interessant en redelijk afwisselend, de stress is houdbaar, niemand vertelt je wat je moet en je houdt er meer geld aan over dan je met jouw kennis en ervaring met een baan zou verdienen. Vrienden zouden zo met je willen ruilen. Toch voel je een zekere onrust. Wat is het probleem? Je ervaring van een eigen bedrijf hebben is niet compleet. Je kunt er met niemand echt over praten.
Ik denk dat dit een heel belangrijke reden is voor het bestaan van brancheorganisaties. Allemaal lotgenoten, die anders dan je vrienden en de papa's en mama's van de school van je dochters jouw verhaal kunnen appreciëren. Daar wil je af en toe eens lekker mee bijpraten.
Ik zie best het nut in van de doelstellingen die bijvoorbeeld de ATA heeft (belangenbehartiging, ondersteuning van de leden, kwaliteitsverbetering van de vertaalbranche), maar als je zakelijk kijkt is voor mijn bedrijf lid zijn niet beter dan geen lid zijn. Ik denk niet dat het klanten kost als je het ATA-logo niet op je website kan zetten.
Blijft over dat sociale aspect. Ik zou gewoon lid kunnen worden onder het mom van die officiële doelstellingen, het ATA-logo op de website kunnen zetten (je weet nooit natuurlijk) en naar die bijeenkomsten gaan. Lekker praten met vakgenoten. Onrust weer een tijdje weg.
Maar nu komt het. Ik denk dat ik niet moet toegeven aan die natuurlijke behoefte. Want geef ik er aan toe, dan ga ik opscheppen. Over onze omzet. Over onze interessante klanten. Over hoe we een op het eerste gezicht hopeloos project winstgevend maakten. En klagen natuurlijk, over personeel, stagiaires, klanten die er niets van begrijpen. Dat moet ik niet doen. Daarom kan ik beter geen lid worden.
Mijn vrouw denkt er net zo over. Die zou mij denk ik nog liever een week met Katja Schuurman naar een onbewoond eiland laten gaan.
Gepost door
Wouter van den Berg
op
10:01
0
reacties
Labels: Aardappelpsychologie, Katja Schuurman, Ondernemerschap, Opscheppen
zondag 9 april 2006
Reves rancuneschakelaar
Behalve de geniale schrijver om wie ik nooit minder dan twee keer per bladzijde ononderdrukbaar moet lachen, is Gerard Reve voor mij de man die niet op de begrafenis van zijn broer kwam.
Karel van het Reve was intellectueel en moreel Gerards meerdere - wat onder meer blijkt uit het feit dat hij zich - in ieder geval in geschrift, maar ik vermoed ook in woord - altijd correct over hem heeft uitgelaten. Dat is ook de enige juiste reactie. Het blijft je broer, en die verklaringen die Gerard gaf voor de haat die hij jegens Karel voelde zijn zo krankzinnig dat de werkelijke oorzaak alleen Gerards ergdenkendheid geweest kan zijn. Wie ooit met ergdenkendheid geconfronteerd is geweest (het is ook een symptoom van ouderdomsdepressie) weet dat juist degenen die zich nog het meest om de lijder bekommeren het het zwaarst moeten ontgelden.
Karel was als je het zo ziet een logisch slachtoffer, maar ook bijvoorbeeld Geert van Oorschot - ik las Gerard Reve, Geert van Oorschot, Briefwisseling 1951-1987 (Amsterdam 2005) en was keer op keer getroffen door de argwaan en valsheid waarmee Reve Van Oorschot bejegende. Van Oorschot reageerde even superieur als Karel, al moest hij af en toe zeggen dat de gang van zaken hem wel ongelukkig maakte. Een ander slachtoffer was Rudy Kousbroek. Zie wat Gerard in die briefwisseling met Van Oorschot over Kousbroeks bezoek aan La Grâce schrijft als alles blijkbaar nog goed is:
Het bezoek van Rudy Kousbroek met zijn nieuwe vrouw Sarah en zijn beide punk zoons was een groot succes. Ze logeerden hier vier nachten. We hebben veel gepraat over problemen van literaire vormgeving, en over het leven. Het is jammer, dat zijn levensbeschouwing zo somber is, en dat hij behept is met een erfelijke zwaarmoedigheid. Ik had nog een gehele Jerrie Ken met water uit de bron van Lourdes, uit 1973 of 1974, dat nog steeds prima is. Des avonds dronken we daar allen een klein glaasje van. Matroos en Rudy deden we er een weinig whisky bij. Rudy is, misschien door zijn melancholie, veel en veel gassiger dan ik. Hij is nog goed gezond, behalve dat hij last van stoomfluit in de oren heeft: het bekende signaal van vertrek. (Briefwisseling, p. 491)Maar even de volledige passage geciteerd, niemand zal mij kunnen verwijten dat ik belangrijke zaken heb weggelaten. Wel vreemd is dat hij het over beide zoons heeft: RK heeft maar één zoon, Gabriël. De ander was een vriend. Zou dat helemaal langs Reve heen zijn gegaan? Of vond hij het verslag zo wel nauwkeurig genoeg? Dat geeft te denken over het waarheidsgehalte van de rest.
Maar waar het me nu vooral om gaat is hoe datzelfde bezoek terugkomt in Gerard Reve, Het Boek van Violet en Dood (Amsterdam 1996). Een bladzijdenlange uitwijding (hoofdstuk VIII) over de "letterkundige loopvogel Eddy Kleingeld, die als onaangekondigd viertal opeens in onze nederige woonstede was binnengevallen". Het bezoek was geen succes, onder meer door een incident waarbij Gabriël - "een populistisch stuk ongeluk, maar vader Eddy K. aanbad dat misbaksel en liet zich erdoor terroriseren" - steentjes naar Matroos Vosch zou hebben gegooid. Conclusie:
Hij, die vooruitstrevende Eddy Kleingeld, was en is een verzieker. Ik beweer niet dat hij het incident heeft georganiseerd, maar hij heeft het wel uitgelokt. (Het Boek van Violet en Dood, p. 65-66)Nu weet ik: Het Boek van Violet en Dood is, nog los van de potsenmakerij, een roman, geen poging tot waarheidsvinding. Schrijvers weten vaak met succes hun verantwoordelijkheid voor wat ze schrijven te ontlopen door erop te wijzen dat je hun hoofdpersoon, hoe treffend de gelijkenis ook met de schrijver, niet met de schrijver mag vereenzelvigen. En dat geldt uiteraard ook voor alle andere personages. Allemaal kletskoek natuurlijk. Waarom moet dit zo herkenbaar en waarom zo verschrikkelijk onredelijk? Ik kan niets anders bedenken dan dat er een soort rancuneschakelaar in Reves hoofd heeft gezeten. Was die eenmaal getriggerd, dan was verder elk middel geoorloofd om de ander zwart te maken. Wat er echt gebeurd was speelde geen enkele rol.
Zijn broer en andere slachtoffers moeten dat geweten hebben, en daarom met die op het eerste gezicht verbijsterende lankmoedigheid hebben gereageerd. Maar ik kan de onrechtvaardigheid niet aanzien. Het nieuws van Reves dood heeft me dan ook niet milder gemaakt.
Gepost door
Wouter van den Berg
op
23:00
0
reacties
Labels: Aardappelpsychologie, Boeken, Gerard Reve, Karel van het Reve, Rudy Kousbroek, Van Oorschot