Posts tonen met het label Geschiedenis. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Geschiedenis. Alle posts tonen

woensdag 21 januari 2009

Forty-four Americans have now taken the presidential oath

Als Truman-fan pikte ik gisteren een foutje op in Obama's rede: hij zei dat 44 Amerikanen nu de presidentiële eed hadden afgelegd, en dat klopt niet. Grover Cleveland werd twee keer president, met daartussen Benjamin Harrison. Maar omdat de presidencies gewoon doortellen, was Cleveland zowel de 22e als de 24e president. Volg je de logica van het doortellen, dan is Obama inderdaad de 44e president. Maar je kunt op geen enkele manier rechtpraten dat nu 44 Amerikanen de eed hebben afgelegd - vóór Obama waren dat er 42, nu 43.

Is het een slordigheid, hetzij van de speechwriter, hetzij van Obama zelf? Ik ben bang van niet. Beiden kennen hun geschiedenis goed genoeg. Vooruit, het zóu er in de allerlaatste versie ingekomen kunnen zijn. Last-minute redactie, het moment om de raarste en onnodigste fouten in je tekst te laten sluipen. Maar de kans lijkt me toch klein dat er nog zo'n forse redactie last-minute redactie is geweest in een speech waar ze bijna twee maanden aan bezig zijn geweest. En dat er dan echt niemand was die het zag, want natuurlijk zijn Obama en Favreau er niet exclusief mee bezig geweest, hij is door ettelijke experts binnenstebuiten gekeerd. Zou níemand dit hebben gezien? Als ík het meteen hoorde? Goed, ik ben een Truman-fan, maar dat zijn er wel meer.

Nee, ik wil de mogelijkheid van een slordigheid eigenlijk uitsluiten - althans, van de slordigheid van het laten staan, want ik kan accepteren dat je zo'n zinnetje schrijft (tenzij je dus een Truman-fan bent). Maar ze lieten 'm staan omdat ze de speech niet onnodig "raar" wilden maken. Die zin was te mooi om op te offeren voor zoiets saais als juistheid. De luisteraars willen wel een slimme president, maar geen wijsneus die op school beter heeft opgelet. En dan het rumoer dat je onder de toehoorders had gekregen bij de correcte zin:

Forty-three Americans have now taken the presidential oath.
"Zei-die nou 43? Telt-ie zichzelf niet mee? Maar hij heeft toch net zelf die eed afgelegd?" "Nee joh, Grover Cleveland, weet je wel..." "Wat?" "Die meneer daar zegt dat hij de 43e president is, niet de 44e!"...

Dat zou een lelijke smet op een verder vlekkeloos optreden zijn geweest. Laat het maar een leuke vangst voor de onvermijdelijke bloggers worden, hebben die ook nog wat, moeten ze hebben gedacht.

Maar waarom is dit allemaal juist zo obvious voor Truman-fans?

Harry S. Truman was een man die een beetje op mijn opa van moederskant leek. Iemand met een paar fijne stokpaardjes. En hij kwam uit Missouri, de Show-me state. Hij kocht het verhaal van Grover Cleveland als zowel 22e als 24e president niet: wat maakt het uit, was zijn redenering, dat er nog een ambtstermijn van een andere president tussen zat? Dan kan je twee opeenvolgende ambtstermijnen toch ook twee presidentschappen noemen, en dan blijf je toch bezig? Nee, hij, Truman, was de 32e, niet de 33e president. Zoiets blijft hangen.

maandag 3 november 2008

Die regels over Kenau Simonsdochter Hasselaer

Die regels over Kenau Simonsdochter Hasselaer staat in een artikel in Hollands Maandblad van mei 1963, waarin Karel van het Reve zijn kennis van de Tachtigjarige Oorlog uitputtend beschrijft. (Knowledge. Describe. Be general and specific. was een opdracht in een natuurkundeproefwerk dat we op 1 april 1982 kregen op Shaker Heights High School, ik krijg buikpijn bij het lezen van het Wikipedia-artikel over die school, nee, bij het zien van de foto alleen al - vooruit, dat wordt de illustratie van vandaag.)

Naast wat VhR in dat stuk niet blijkt te weten - daar waren we al op voorbereid, hij vertelde graag hoe weinig hij van zijn geschiedenisleraar Jacques Presser had geleerd - valt vooral op wat hij allemaal wel weet.

Dat is niet alleen de verdienste van Presser, die VhR ondanks hemzelf nog zeer veel wist bij te brengen, maar ook van het geschiedenisonderwijs in die dagen. Een lopend verhaal over een zeer beperkt aantal onderwerpen. Daar blijft altijd wat van hangen. Leraren wisten het bovendien echt goed, niet alleen Presser.

Naast alle ellende van het studiehuis is een van de redenen dat het geschiedenisonderwijs nog zo weinig effectief is, ongetwijfeld dat leraren zich niet lang met één onderwerp bezig mogen houden. Ze moeten van het ene onmisbare thema (heksenvervolging, industrialisatie, totalitarisme, China, Islam, debunking van 80-jarige oorlog zonder ooit de bunk te hebben gekend) naar het andere hoppen.

Het resultaat is niet eens dat hun leerlingen maar een klein beetje van een hele boel leren, maar dat die helemaal niets leren.

Al wil ik met gepaste trots melden dat ik laatst bij een concert werd aangesproken door een oud-leerlinge die zei dat ze de Amerikaanse presidentsverkiezingen die nu gaande zijn goed begreep dankzij mijn lessen over dat onderwerp, indertijd. Maar dat is dan iets waar ik over door kan praten. Nooit stond ik met mijn mond vol tanden.

maandag 9 juni 2008

Kennen jullie deze?

Lieneke Frerichs, hoofdredactrice van het Verzameld Werk van Karel van het Reve mailt mij en mede-vrijwilliger Anne Pries een fragment van Karel van het Reve dat u waarschijnlijk nog niet kende (ik hoop dat ik hier geen problemen mee krijg, ga dat Verzameld Werk kopen, dan zal het me vergeven zijn):

Er waren eens twee Russische schrijvers. Het was in de vorige eeuw. De een was een godloochenaar, die een godloochenend artikel geschreven had. De ander was een gelovige, en hij maakte zich op om in zijn krant de godloochenaar aan te vallen. Toen verbood de Russische regering het blad van de godloochenaar. De gelovige schreef toen in zijn eigen blad ongeveer het volgende: ik was van plan de godloochenaar aan te vallen, maar nu de regering zijn blad verboden heeft kan ik dit niet meer doen, want het is ongepast iemand in het openbaar aan te vallen, die zich niet in het openbaar kan verdedigen.
Weten wij wie de gelovige en de godloochenaar zijn, over welk blad het gaat, en wanneer dit plaats vond?

Het geval komt ons bekend voor. Zouden we het niet gewoon in de Geschiedenis van de Russische Literatuur gelezen hebben? Alle "reactionairen" in de index nagaan, reactionairen bovendien die iets met tijdschriften hadden. Dostojevski? Nee, dan zou het te algemeen bekend zijn. Boelgarin? Aantrekkelijk idee, typisch iemand die tussen de schofterigheden door opeens zoiets moois zou doen. Maar: geen enkele aanwijzing. Daarna beginnen de namen wel erg klein te worden. Goede raad is duur. Lieneke vragen of we digitaal in de GRL mogen zoeken. Vooruit, zegt Lieneke. Maar ze waarschuwt dat het enige dat er een beetje in de buurt komt een fragmentje is over Ivan Aksakov in het hoofstuk over de dichter Tjoettsjev:
Toen zijn schoonzoon, de journalist Ivan Aksakov, weigerde met een tegenstander te polemiseren wiens blad verboden was, keurde hij deze weigering goed.
Maar het is raak. En het blijkt dat een goedgevulde bibliotheek alleen maar ballast is, vooral als je iets zoekt dat speelt in een land waar ze (a) verstand van computers hebben en (b) hun culturele erfgoed waarderen. In Rusland hebben ze de Biblioteka Maksima Moškova, vergeleken waarbij het project Gutenberg een lusteloos opgevolgd ideetje is. Vanaf de pagina Klassika in mijn favorieten is het maar twee muisklikken naar de sleutelpassage: naar de pagina van Aksakov, en van daar naar een artikel over Tjoettsjev en Aksakov in hun strijd tegen de censuur. En daar staat het allemaal keurig in, al moet je je door wat taai proza worstelen. U ziet het te zijner tijd hopelijk in een voetnoot.

maandag 21 april 2008

Ha, Nazis Schmazis!

Een van de dingen die Popski's Private Army zo fascinerend maakt, is de eerlijkheid van de schrijver. Als lezer moet je dan zeer alert zijn, want een schrijver kan makkelijk die indruk van eerlijkheid wekken door gênante dingen over zichzelf te vertellen. Daarmee wint hij de lezer voor zich, zodat hij zijn rol verder naar hartelust kan verfraaien.

Zou dat bij Popski het geval zijn? Heeft hij zijn rol op cruciale punten opgeborsteld? Sommige acties zijn zo gedurfd en lopen zo goed af dat je het bijna niet kunt geloven - bijvoorbeeld wanneer hij in een fantasieuniform door een door de Duitsers en Italianen beheerst stadje in Lybië (Derna, nu Darnah) loopt om uit te vinden waar een krijgsgevangenenkamp is, en hoe hij de krijgsgevangenen daaruit zou kunnen bevrijden. Hij kent zijn talen, maar zou natuurlijk door de mand vallen als hij een serieus gesprek aanging met wie dan ook. Daarom praat hij Italiaans tegen de Duitsers en Duits tegen de Italianen. Hij weet met de aldus opgedane inlichtingen 45 gevangen te bevrijden.

Maar die gevangen zijn bevrijd, en van allerlei andere acties bestaan andere getuigenverslagen, die weliswaar een heel ander perspectief aan de zaak geven (zie hier voor een samenvatting van het boek met andere bronnen ter confrontatie), maar de feiten ondersteunen. Er blijven een paar vreemde dingen, waar ik hopelijk nog op terugkom, maar zo in het algemeen durf ik wel te zeggen dat je hem kan vertrouwen.

Dan is er nog iets. Als Popski in een zelfreflectie had geschreven dat hij een egoïstische thrill seeker was, had ik zijn eerlijkheid te goedkoop, te veel uit het boekje gevonden. Maar zijn eerlijkheid is echter. Hij schrijft hoe hij als een kind zo blij is als zijn arm er afgeschoten wordt, en hoe die blijheid maar langzaam overgaat in irritatie. Dat maakt een authentieke indruk.

Ook doet hij geen enkele moeite zijn politieke naïveteit te verhullen. Hij mocht de Duitsers. Goede soldaten. Alla, kun je nog zeggen, dat is de "tunnelvisie" van een militair. Maar dat hij in 1938 Duitsland bezocht en het er erg plezierig toeven vond, en pas in 1945, bij het zien van Franse krijgsgevangenen die een Oostenrijks concentratiekamp hebben overleefd, een besef begint te krijgen van wat er in Duitsland eigenlijk gebeurd was - dat had hij niet hoeven vertellen.

dinsdag 11 december 2007

Cowboytje en Palestijntje

"Salonblog" Panzerfaust lijkt recentelijk te hebben ontdekt dat Dries van Agt zich tegenwoordig inzet voor de Palestijnse zaak. U kunt hierover meer lezen op Van Agts website. Ergerniswekkend? Jazeker! Toe, lees maar. Lees bijvoorbeeld op de pagina Vraag en antwoord dat zelfmoordaanslagen verfoeilijk zijn, "rechtens en moreel", maar

De dadelijke aanleiding [tot de zelfmoordaanslagen] was een vreselijk incident in Hebron, in 1994. Een Joodse extremist rende daar een moskee binnen en doodde met een vuurwapen 29 in gebed neergeknielde Palestijnen.
Goed, het taalgebruik is potsierlijk, u ergert zich daaraan, ik erger me daaraan. Maar staan er, los van het feit dat die 29 doden zeker niet allemaal in gebed neergeknield zullen zijn blijven zitten tot de Joodse extremist zijn vuurwapen op hen richtte, nu echt onjuistheden op die pagina? Wordt er verhuld, wordt er uitvergroot, wordt er met twee maten gemeten, worden er appels met peren vergeleken? Wis en waarachtig niet.

En toch kan ik niet warmlopen voor de Palestijnse zaak. Ik ben er niet trots op, ik heb waarschijnlijk ongelijk en ik hoop zelfs ongelijk te hebben, maar ik zie de Palestijnen als een zootje ongeregeld dat nooit een beschaafd land zal kunnen opbouwen. Nee, dan de Joden. Ze waren al jaloersmakend goed in kunst en wetenschap en hebben nu ook nog eens laten zien hoe je in een woestijn een modern land opbouwt. Dat daarvoor af en toe een paar Palestijnen moeten verkassen - ach, leuk is anders, maar dat moet dan maar. En als de overgebleven stukjes Gazastrook en Westelijke Jordaanoever te schraal en te dichtbevolkt worden, dan is er nog genoeg ruimte in de omringende Arabische landen.

Waar het erg op lijkt: op de manier waarop de Amerikaanse Indianen in de 19e eeuw het veld hebben moeten ruimen. Een cynicus kan daar nog altijd over zeggen: "Kijk, dat land was dan wel eeuwen van de Indianen, maar wat hebben ze er nou helemaal mee gedaan? Ze zijn zelf trouwens ook geen heiligen - over welke scalpeerders hebben we het eigenlijk? En ze kunnen hun tenten overal opzetten. Hoe dacht u dat Amerika eruit zou zien als de blanken alle Indiaanse rechten gerespecteerd hadden (en de Chinezen er ook niet ingesprongen waren)? Zou u dan nu met evenveel belangstelling de primaries volgen?"

zondag 11 november 2007

JFK en de kanonnen van augustus

Toen ik 18 werd kreeg ik van mijn vader drie boeken cadeau: The Old Man and the Sea van Ernest Hemingway, Opperlandse Taal en Letterkunde van Battus en Barbara Tuchman's The Guns of August. "Een vreemde combinatie," moet de verkoper van boekhandel Michon in Enschede tegen hem gezegd hebben. "Het zijn alledrie klassiekers," antwoordde mijn vader.

(Twee vragen die buiten dit stukje vallen werpen zich onmiddellijk op: (1) zouden er in andere branches dan de boekerij even bemoeizuchtige verkopers zijn? Die vraag kan ik onmogelijk beantwoorden, omdat ik zelden in andere winkels kom. Ja, in de supermarkt, maar daar gedragen de meisjes zich keurig, welke uitzinnige combinaties je ook op de band zet. En (2): wat is er geworden van Boekhandel Michon? Antwoord: dat is nu Yogacentrum Michon. The writing was on the wall, toen al, begin jaren '80, met etalages gewijd aan Fritjof Capra en De Dansende Woe-Li Meesters, maar jammer is het wel.)

Hoe is het met die drie boeken gegaan? The Old Man and the Sea heb ik gelezen, nooit herlezen, maar er zijn fragmenten blijven hangen. De Opperlandse Taal en Letterkunde heb ik criss-cross helemaal uitgelezen, en vele stukken meermaals. Helaas heb ik het ooit uitgeleend aan een Russische vriend met een geweldig gevoel voor de Nederlandse taal - die vriend heb ik voor het laatst gezien toen ik op 9 januari 1997 trouwde en het leek me toen geen goed moment het boek terug te vragen. Maar, Sacha Rousanovski, als je jezelf googelt: mail me! Een kwijtgeraakt boek koop ik niet opnieuw. Wel kocht ik onlangs Opperlans! maar dat heeft voor mij niet de magie die Opperlandse Taal- en Letterkunde had.

Maar dan The Guns of August. Het gaat over de aanloop tot en het begin van de Eerste Wereldoorlog, wanneer een diplomatieke rel door een complex van bondgenootschappelijke verplichtingen, misplaatst eergevoel en, achteraf gezien, onvoorstelbare beoordelingsfouten uitdraait op de massaslachtingen van de loopgraven.

Ik heb van dat boek ondanks herhaalde pogingen maar enkele tientallen bladzijden gelezen. Voor de duidelijkheid, collega-historici: ik heb niets tegen mevrouw Tuchman of haar opvattingen over geschiedschrijving. Ik ben vóór de geschiedenis als verslag van de beslissingen van grote mannen en de desastreuze gevolgen daarvan, ik ben vóór waardeoordelen en ik vind vooral ook dat je lessen uit de geschiedenis mag trekken - al ben ik de eerste om te erkennen dat dat razend moeilijk is. Maar dit boek heeft me nooit bij de les kunnen houden. Te veel details, te veel clichématige beschrijvingen.

Ik heb lang gedacht dat Tuchman door een stroke of luck ooit die Pulitzer Prize had gewonnen, en dat vervolgens velen haar boek hadden gekocht, en het daarom herdruk na herdruk beleefde, maar dat niemand het ook echt las. Maar nu moet ik op gezag van biograaf Robert Dallek aannemen dat niemand minder dan president Kennedy The Guns of August las, en zijn ministers aanraadde hetzelfde te doen. In het boek zouden twee diplomaten na de Eerste Wereldoorlog tegen elkaar zeggen:

- "How did it all happen?"
- "Ah, if only we knew."
Om te zorgen dat na een eventuele Derde Wereldoorlog de overlevenden wél zouden weten "how this all happened", besloot Kennedy tot het installeren van microfoons en bandrecorders in het Witte Huis.

Ik heb vandaag enkele uren besteed aan het vinden van dat citaat en ik zal er nog enige tijd insteken - op die manier pik ik toch nog wat mee van het boek. Maar eerlijk gezegd heb ik er een hard hoofd in. Ik vraag me zelfs af of Kennedy die hele Guns of August wel gelezen heeft. Het citaat past niet in het boek, maar zou bijvoorbeeld wel uitstekend passen in bijvoorbeeld een televisie-interview met Tuchman uit die tijd. Waarom heeft u dit boek geschreven, mevrouw Tuchman? "Well, after the Great War was over, two diplomats met..." Ik denk eigenlijk dat het zo zit. Tenzij iemand me het citaat aanwijst.

zondag 7 oktober 2007

Vote early and vote often

Dat krijg je als je in het geweldige boek van Robert Caro aan het lezen bent: Johnson is opeens overal.

Een lezer reageert op Hans Ree's stukje Een nieuw schaakpaleis (klikken geeft denk ik alleen het gewenste resultaat als u NRC-abonnee bent en u op de NRC-website hebt aangemeld). Ree laat in dat stukje de uitspraak "Vote early and vote often" vallen, en zegt erbij "om met president Lyndon B. Johnson te spreken". De lezer, Hugo Kijne, merkt op dat dat nu net niet klopt: de uitspraak zou afkomstig zijn van Frank Hague, de corrupte "boss" en burgemeester van Jersey City.

Zoveel precisie ga je meestal niet meer dubbelchecken, je bent geneigd zo'n reageerder op zijn woord te geloven. Maar deze keer zit het me niet lekker: het zou makkelijk nog ouder kunnen zijn, en op zeker moment zowel door Hague als door Johnson half in scherts geciteerd zijn geworden, zoals dit in Amerika nog steeds op elke verkiezingsdag schijnt te gebeuren.

Mijn Oxford Dictionary of Quotations (1999) dateert het advies inderdaad vroeger, en noemt de Zuidelijke politius en vlagontwerper William Porcher Miles als bron, maar dan wel "by proxy": hij zou in 1858 in het House of Representatives hebben gezegd dat hij in een Noordelijke stad spandoeken met de leuze "Vote early and vote often" had gezien. Dat lijkt me gemene laster. En als het dat is, is de uitspraak waarschijnlijk al eerder bekend geweest. Internet-research wijst naar John Van Buren, zoon van president Martin Van Buren. Ergens in de jaren 1840.

Maar nu de vraag: heeft Johnson dit dan tenminste wel eens gezegd? Ik heb maar enkele honderden van de 2700 bladzijden in de drie delen van Caro gelezen. Maar ik denk het eerlijk gezegd niet. Scherts, en halve scherts, pasten niet bij hem.

maandag 1 oktober 2007

George Orwell en bommen

George Orwell had iets met bommen. In zijn jeugd maakte hij bommen met een vriendje (Prosper Buddicom, hij ging ook met hem uit schieten).

Hij zegt - en niemand ontkent - dat hij in de Spaanse Burgeroorlog waarschijnlijk een tegenstander heeft gedood met een handgranaat.

Tijdens de Tweede Wereldoorlog schrijft hij memoranda om de Home Guard effectiever te maken. Daarin benadrukte hij het belang van zelfgemaakte bommen. Hij zette zich ook aan het maken ervan:

[He] found an empty garage and put his section to work making their own petrol bombs out of milk bottles, by methods no longer safe to describe.
Eenmaal klaar waren ze blijkbaar veilig genoeg - zijn vrouw Eileen merkte later op:
I didn't mind the bombs on the mantelpiece, but I didn't like the machine-gun under the bed.
In Orwell's schrijven ging het er nog harder aan toe - al voor de oorlog, zelfs voordat hij naar Spanje gaat. Biograaf Bernard Crick geeft een reeks citaten uit Keep the Aspidistra Flying (1936). De held van het verhaal, Gordon Comstock, mijmert over de aanstaande oorlogen en ziet de hele beschaving weggebombardeerd worden - wat hij goed vindt.

Crick maakt echter ook aannemelijk dat Orwell niet uniek was; sterker nog, dat het in de extreem-linkse kringen waarin hij in de jaren '30 verkeerde gemeengoed was te denken dat de revolutie zou volgen op een forse luchtoorlog, waarin de kapitalistische structuren naar het Stenen Tijdperk teruggebombardeerd zouden worden. Hun 'geloof' in bombarderen werd weer gedeeld door de haviken van die tijd (die tijdens de Tweede Wereldoorlog hun theorieën in de praktijk mochten brengen) en van alle tijden sindsdien.

vrijdag 21 juli 2006

Denk goed na over je antwoord


Situatie
Spreker geeft aan dat er verschillende antwoorden mogelijk zijn, waarvan sommige, hoewel misschien correcter of eerlijker, minder wenselijk zijn. Voor kinderen kan je het gebruiken om aan te geven dat de vraag retorisch bedoeld was.

Voorbeeld
- Wil je papa helpen tafel dekken?
- Nee!
- Denk goed na over je antwoord...

Herkomst
Hij is niet moeilijk, en ongetwijfeld hebben velen 'm zelf bedacht, of anders wel een variant erop. Ik kan me voorstellen dat hij ook in menige sitcom voorkomt. Maar ik heb hem uit Doonesbury. Henry Kissinger geeft een gast-seminar op een college:



Ik had 'm kunnen scannen uit Doonesbury's Greatest Hits (New York 1978) - maar kopieerde 'm uit het Doonesbury-archief (dit werkt waarschijnlijk alleen als u lid bent). De verleiding was te groot, en bovendien weet ik nu de exacte datum van de oorspronkelijke verschijning: 2 maart 1977. De kwaliteit van de plaatjes is vreselijk, dus laat ik de dialoog nog even citeren:

- ... And, of course, we shall be covering détente! As you will see, the only practical way to insure world order is to base relations on how adversaries treat us, not their own people!
- But, Dr. Kissinger! What about human rights?
- Human rights! Human rights! I'm sick to death of hearing about human rights!
What do you want anyway? Peace or human rights?!
- Me? Personally?
- Now take your time, Barney...

En inderdaad, "Denk goed na over je antwoord" is wel een heel vrije vertaling van "Now, take your time". Misschien is het best veilig als "Neem je tijd" te vertalen.

Voor Ruslandkenners is trouwens het direct daarop volgende stripje leuk, met de klassieker "The Soviets don't mind being bribed, but they hate being blackmailed." Abonnement op MyComicsPage.com is van harte aanbevolen.

donderdag 13 april 2006

Meneer Spanjers en Josif Brodsky over Brezjnev

In het Wikipedia-lemma lees ik dat Leonid Iljitsj Brezjnev op 10 november 1982 overleden is. Dat was een dinsdag. Het volgende incident moet daarom op de daaropvolgende woensdag-, donderdag- of vrijdagochtend plaats hebben gehad: 11, 12, of 13 november. Dinsdagochtend 10 november zou ook nog kunnen, maar die mogelijkheid lijkt me academisch. Weliswaar gebeurt wegens het tijdverschil in Moskou alles twee uur eerder dan in Nederland, en kon, als Brezjnev op 10 november om 2 uur 's nachts was gestorven, dat nieuw nog makkelijk de ochtendnieuwsbulletins in Nederland hebben gehaald - waarschijnlijk is het niet, want zelfs in minder gesloten systemen wordt de dood van een leider wel een halve dag stilgehouden.

(Evengoed wel interessant, dit dateringsprobleem. Zou dit alleen na te gaan zijn in de archieven van de persbureaus, of is er een shortcut?)

In ieder geval hoorde ik op een van die dagen een memorabel nieuwsbericht op de wekkerradio. Ik bedenk nu trouwens dat het waarschijnlijk zo is gegaan: een groot deel van de dag ervoor had op de Russische radio uitsluitend rouwmuziek geklonken (Chopins dodenmars etc.) Een stevige hint voor verslaggevers, die dan ook op scherp stonden om welk officiële bericht dan ook wereldkundig te maken. Dan is 11 november wel een goede mogelijkheid.

Meneer Spanjers gaf economie I. Het zal het eerste uur zijn geweest. Toen wij (behalve ik misschien Jan Hondebrink en Frits Bos) Spanjers opgewonden meldden dat Brezjnev dood was, was zijn reactie eerst volslagen stilte, maar na een paar seconden 'herpakte' hij zich: "Oh, maar er komt wel weer een nieuwe."

Zo eenvoudig zou het niet zijn: eerst kwam de energieke Andropov, die waarschijnlijk dezelde weg als Gorbatsjov zou zijn gegaan, toen Tsjernenko, die een karikatuur van Brezjnev was - nog gekker, nog zieker. In het satirische programma Spitting Image moest hij voortdurend met een fietspomp worden opgeblazen.* En daarna Gorbatsjov, en the rest is history.

Curieus is dat meneer Spanjers' verklaring, oprecht of ingegeven door een behoefte om indruk op zijn leerlingen te maken en het missen van dit nieuws te neutraliseren, gedeeld werd door niemand minder dan Josif Brodsky. In Less than one (ben mijn exemplaar kwijt, moet uit het hoofd parafraseren) schetst hij het opvolgingsproces in de totalitaire staat, waarin alles erop gericht is niets te laten veranderen. Voor de ene mediocriteit komt een volstrekt gelijke volgende, en we kunnen allemaal weer rustig slapen.

Dat idee is blijkbaar zo sterk, dat behalve mensen die niets van Russische geschiedenis weten ook deskundigen er het slachtoffer van kunnen worden. De Sovjet-Unie heeft gewoon geen machtswisselingen van de door Brodsky beschreven soort gekend, hoe je het ook wendt of keert. Je kunt zelfs volhouden dat de regeringen van Lenin, Stalin, Chroesjtsjov en Brezjnev meer van elkaar verschilden dan die van welke twee opeenvolgende Amerikaanse presidenten in dezelfde periode dan ook.

Hm, ik mis m'n boek, zal dit stukje nog aanvullen! Intussen vast even een plaatje bij dit stuk plakken: de "room and a half" die alle Brodsky-liefhebbers uit het boek kennen.

* Sovjetleiders met levensechte poppen associëren is niet het exclusieve domein van Koude-oorloghitsers. Russische mop uit de tijd van Brezjnev: waarom moet Breznjev altijd in Moskou blijven, terwijl [partij-ideoloog] Soeslov door het hele land reist? Antwoord: Brezjnev werkt op het lichtnet, Soeslov op batterijen. (Het kan ook andersom zijn geweest.)

zondag 2 april 2006

Baedekers Russland, 1912

Toon mij uw boekenkast en ik zeg u wie u bent. Vandaag maak ik het iedereen die wil weten wie ik ben makkelijk, want ik ben zelden met zo'n passend rijtje boeken thuisgekomen als vandaag uit de Pieterskerk in Leiden:

Karel van het Reve (ed.), Rusland hoe het was. Een merkwaardige verzameling foto's van 80 jaar Rusland (1852-1932) (Amsterdam 1976). Niet echt zeldzaam, ik had er zelfs al twee, maar ik kan verklappen dat deze NIET in het Verzameld Werk van VhR komt dus voor de echte liefhebbers onder mijn huidige en toekomstige vrienden moet ik exemplaren achter de hand hebben.

Jan Nijen Twilhaar, Sallands, Twents en Achterhoeks (Den Haag 2003). Uit de reeks Taal in stad en land onder redactie van Nicoline van der Sijs. Hoop ik een andere keer op terug te komen. Had ik natuurlijk ook in de winkel kunnen kopen, maar als nieuw voor de helft van de prijs is leuk.

Frans Smits, Willem Elsschot (Utrecht 1976). Dit is een herdruk van de eerste en lange tijd gezaghebbende biografie van Elsschot (eerste druk 1952). Wel erg mager vind ik nu, maar we zijn de laatste jaren dan ook verwend, en hij hoort op mijn plank Elsschottiana.

Bertrand Russell, The Autobiography of Bertrand Russell (Londen 1967). Een heel erg mooie editie in drie delen, waarvan ik deel I al had, dat kan ik nu naar de Book Exchange terugbrengen waar ik het ooit gekocht had.

Maar het klapstuk was Baedekers Russland (Leipzig 1912), een boek en een uitgave waar ik al jaren naar op zoek was. Goed, niet heel actief, dan had ik het al gehad. Het is meer dat ik er op boekenmarkten en in tweedehandsboekenwinkels altijd naar vroeg als ik die rode bandjes zag. Als ze het dan eens hadden was er veel mis mee of schrok ik terug van de prijs. Wat maakt dit boek zo bijzonder? Het is tot drie dingen terug te brengen:

(1) De zorg die eraan is besteed. De kaarten zijn prachtig gedetailleerd. Alle namen worden gespeld in een correcte Duitse transcriptie mét accentjes - wie het Russisch niet als zijn moedertaal beheerst heeft die steun vaak nodig. Maar ook native speakers weten bijvoorbeeld niet hoe alle geografische namen moeten worden uitgesproken. Dat de makers toch moeite deden overal achter te komen geeft aan met hoeveel toewijding dit boek gemaakt is. Ook mooi is dat waar nodig dezelfde namen ook in het Cyrillisch zijn gegeven, in een mooi bijpassend lettertype.

(3) De fantastische hoeveelheid historische informatie, vaak in de categorie trivia, maar daarom niet minder aantrekkelijk. Je kan je in 1912 wanen. Je treedt in het voetspoor van een reiziger - niet door zijn verslag te lezen en zo langzaam te ontdekken wat blijkbaar allemaal kon en niet kon in die tijd, maar door zelf uit te zoeken hoeveel een hotel kostte of hoe lang het stoombootje over de baai van Sebastopol erover zou doen (9 minuten).

(3) Het buikpijn veroorzakende gevoel van vredigheid. Niets wijst op de gruwelen die Rusland te wachten stonden. En er is niet eens sprake van window dressing - Rusland wás op dat moment een rijk land. Democratische instituties, onafhankelijke rechtspraak - ze waren allemaal nog niet volmaakt, maar dat waren ze in West-Europa ook niet. Had je in Odessa in arts nodig, dan kon je naar Dr. Augst, Jekaterininskaja 25, hoofdarts van het evangelisch ziekenhuis. Of naar Dr. Käfer, Wagnerovski pereulok. Gynaecoloog Dr. Thompson vindt u op de Sadovaja, nr. 45. Dat Evang. Hospital van de Duitse gemeente staat op de stadsplattegrond (E7), is "gut eingerichtet" en kost 3 en 5 roebel per dag (blijkbaar twee klassen? Het lijkt me heel wat eerlijker dan het Sovjetsysteem, waar je als je niet tot de elite behoorde alleen met steekpenningen geholpen werd). Twee jaar later begon met de Eerste Wereldoorlog een vernietiging die jarenlang in steeds nieuwe golven is doorgegaan: revolutie, burgeroorlog, collectivisatie, Tweede Wereldoorlog, deportaties van hele volken. En na de dood van Stalin geen herstel, maar stagnatie en wanbeheer - tot vandaag aan toe.

Naschrift Ja, ik weet dat er in Rusland in die tijd pogroms werden gehouden.

zondag 26 februari 2006

A sewer rat may taste like pumpkin pie

Jamie Whyte behandelt in Bad thoughts. A guide to clear thinking onder meer de brute manieren waarop mensen proberen niet op argumenten te hoeven reageren. Onder het kopje "Shut Up - You Sound Like Hitler" behandelt hij de guilt by association:

Jij eet geen vlees. Hitler at geen vlees. Jij bent een nazi.
Hopelijk heeft u geen Venn-diagrammen nodig om te begrijpen hoe onjuist deze redenering is.

Ik wil het eigenlijk hebben over de inleidende alinea van Whyte over dit thema:
Mass murder is something of a lottery. Lenin hasn't done badly. I recently had a drink in the popular Lenin Bar in Auckland, decorated with red stars and black and white images of the great Communist. Very fetching. Hitler bars, on the other hand, seem to be in short supply. Communism isn't what is was among intellectuals, but you cannot yet dismiss a political of economic view simply by pointing out that it was held by Lenin. Hitler, on the other hand, is like a reverse Einstein. In you can associate someone's opinion with Hitler, or the Nazis more generally, then goodbye to that idea.
[Einstein was eerder genoemd als iemand die je goed kunt aanhalen ter ondersteuning van een argument, ook als het gaat om zaken waar Einstein geen verstand van had.]

Eerst hadden we alleen Solzjenitsyn en een harde kern van Ruslandkenners, onder wie Karel van het Reve, die geen moeite hadden de Russische gruwelen met die van nazi-Duitsland te vergelijken. Toen kregen we, jaren tachtig, de "Historikerstreit", die de discussie over de uniciteit van de Holocaust opengooide. Maar met weinig resultaat, of in ieder geval: niet met het ondubbelzinnige resultaat dat de systemen voortaan als vergelijkbaar werden beschouwd - want anders had Martin Amis er niet 15 jaar later nog zo uitvoerig over hoeven schrijven (zie mijn post van 17 februari, Grappen maken over massamoordenaars). Nu is er iemand die niets met Rusland heeft en zomaar Lenin (niet eens Stalin) er even bij haalt. Het gaat de goede kant op.

Maar nu ik toch zelf over dat vleeseten begon (Whyte heeft het er niet over), nog dit. Je blijft je als niet-vleeseter onwillekeurig verdedigen tegen het guilt by association-argument. De onzinnigste "tegenargumenten" zijn welkom. Hitler at om andere redenen dan ik geen vlees (hij dacht dat hij er winderig van werd). Hitler dronk niet, ik wel. Andere nazis aten wel vlees. Alleen Bohrmann was even ascetisch als Hitler, tenzij hij niet bij hem in de buurt was, dan at hij graag biefstuk. Ongeveer zoals Jules in Pulp Fiction: "Me, I can't usually eat 'em 'cause my girlfriend's a vegetarian, which more or less makes me a vegetarian, but I sure love the taste of a good burger."

zaterdag 18 februari 2006

Grappen maken over massamoordenaars

Bijna uit: Koba the Dread van Martin Amis, een paar maanden geleden in de ramsj gekocht bij het Martyrium in Amsterdam.

Het boek bestaat uit drie delen: een verzameling fragmenten onder de titel "The collapse of the value of human life", vervolgens een springerige, persoonlijke, biografie van Stalin en tenslotte een verzameling brieven over de verwerking van de geschiedenis van het communisme - wat, dat besef ik, geen al te duidelijke samenvatting is, maar Amis' werk laat zich dan ook niet makkelijk samenvatten.

Wel zijn er veel interessante dingen te noemen. Zo geeft Amis in de tekst precies aan in welke boeken hij iets heeft gelezen (veel Conquest, Solzjenitsyn) en welke hij veracht en dus nauwelijks heeft ingekeken (Deutscher, Fitzpatrick, Hobsbawn). Als je smaak met de zijne overeenkomt is dat erg plezierig. En - daar wil ik natuurlijk naar toe - het doet erg aan Karel van het Reve denken.

Er doet meer aan Karel van het Reve denken, al blijf je je bewust van de verschillen. Beiden zijn briljante schrijvers, maar bij Amis straalt het er van af. Veel lezers beseffen nauwelijks hoe goed VhR is omdat hij zo gewoon lijkt. Bij Amis is dat uitgesloten. Hij is bij uitstek literair, al is hij net zo leesbaar als VhR. Die leesbaarheid lijkt bij Amis op de tweede plaats te komen, het is een bijproduct van zijn briljantheid. (Ook is hij af en toe onleesbaar, maar dat zal aan mijn Engels liggen.)

Maar de belangrijkste overeenkomst is inhoudelijk. Een van Amis' grote vragen is waarom we het communisme toch maar niet als even verschrikkelijk willen zien als het nazisme. Waarom weet de gemiddelde westerse intellectueel wel van Dachau, maar niet van Kolyma? VhR maakte deze zelfde vergelijking in de Ondergang van het Morgenland, en ik geloof zelfs al in Twee potten pindakaas - met precies dezelfde namen. Typerend is dat Amis uitlegt waarom hij juist deze twee kiest.

Bijzonder is dat Amis diep ingaat op de vraag waarom je ook als je weet dat het even erg was als het nazisme kan lachen om grappen over het communisme, terwijl soortgelijke grappen over het nazisme door nette mensen als weerzinwekkend zouden worden ervaren. Conquest, Amis' vriend en rolmodel, lacht mee. Ja, allicht, zegt Amis, anders dan het nazisme had het communisme oorspronkelijk de beste bedoelingen met de mensheid. Maar door te lachen als we elkaar met "Kameraad!" begroeten dringen we toch die miljoenen doden naar de achtergrond. En een miljoen doden is niet, zoals Stalin zei, een statistiek. Het zijn evenzoveel tragedies.

Er is ten slotte een heel belangrijk verschil met VhR: Amis is ondanks zijn belezenheid en zijn omgang met Russen en grote Ruslandkenners zelf geen Ruslandkenner geworden. Zo maakt hij op een moment de (leuke) opmerking dat het hem verdriet zou doen als de aanhef-met-uitroepteken in brieven ("Kameraad Amis!") niet specifiek voor de communistische omgangsvormen was, maar teruggaat op een Russisch gebruik. En inderdaad, laat dat nu net het geval zijn. Hij schrijft dat hij "recently learned" dat Lenin de r niet kon uitspreken. Die eerlijkheid is innemend (en typerend voor zijn stijl). Een andere schrijver zou gedaan hebben of hij dat gewoon wist. Maar toevallig hoor je dit ook gewoon te weten omdat het deel uitmaakt van de Russische folklore. Heel veel Russen hebben een hilarische Lenin-imitatie in huis (en daarnaast een Brezjnev-imitatie, en in mijn tijd een Gorbatsjov-imitatie en nu misschien een Poetin-imitatie). Een student Russisch of Ruslandkunde moet wel heel weinig interesse voor zijn vak hebben wil hij daar nooit mee zijn geconfronteerd.

zondag 22 januari 2006

Mao voor het slapengaan

Toen Angela Merkel eerder deze maand in Washington was, schijnt ze met George Bush over de nieuwe biografie Mao: The Unknown Story van Jung Chang en John Halliday te hebben gesproken. Het is goed te horen dat Bush goede boeken leest (en Merkel ook natuurlijk, maar van haar hadden we niet anders verwacht). Ik bedoel dat niet ironisch. En dat Mao een goed boek is neem ik aan - ik heb het niet gelezen maar hoop dat nog te gaan doen: ik waardeer beide schrijvers, heb stukjes gehoord in Off the shelf en verschillende, ook kritische recensies, gelezen.

(De kritiek is dan dat het teveel "op de persoon" is geschreven, en te weinig over de omstandigheden uitlegt waaronder hij zo succesvol kon zijn. Ook zouden ze bij het noemen van cijfers over de verschrikkingen stelselmatig uitgaan van de hoogste schattingen, terwijl die niet noodzakelijk beter onderbouwd zijn. Maar deze biografie is de eerste in zijn soort over Mao, dus dat mogen we als kinderziektes beschouwen.)

Natuurlijk deed zich de vraag voor: waarom leest hij juist dit boek? Presidenten zijn traditioneel voorbeeldige lezers van geschiedenis, maar dan vooral van biografieën van hun grote voorbeelden. In zijn leesgedrag lijkt Bush zich dus gunstig te onderscheiden van zijn voorgangers. Op aandringen van journalisten deed perssecretaris Scott McClellan navraag. Het blijkt dat hij het boek van zijn vrouw cadeau heeft gekregen, hij heeft het net uit, en hij vindt het goed, omdat het "really shows what a brutal tyrant he was" en dat "he was much more brutal than people assumed". En tenslotte dat "millions and millions were killed because of his policies".

Dat valt dan toch weer een beetje tegen. Kom je na 814 pagina's niet verder dan het navertellen van de flaptekst? Maar misschien mochten we ook niet veel meer verwachten. De situatie is natuurlijk dat Bush het boek voor entertainment las en daarin niet teleurgesteld werd, hoe vreemd dat misschien ook klinkt voor mensen die zelf liever een roman of een thriller ter hand nemen. Als ik het zelf gelezen heb, zal ik waarschijnlijk in een paar woorden niet veel meer zeggen.

Genanter is daarom bij nader inzien de reactie van Jung Chang, in hetzelfde artikel in de International Herald Tribune waar ik mijn informatie vandaal haal: nu hij in gesprek is met de huidige Chinese leiders, "It's not surprising that he should want to know from what roots this regime has grown." Als hij geschiedenisboeken zou lezen ter voorbereiding op onderhandelingen, zou hij voor de komst van Angela ongetwijfeld wat Duitse geschiedenis hebben gelezen - en een gesprek hebben gevoerd dat echt de diepte in ging.

Naschrift Eerlijk is eerlijk, Jung Chang zegt ook dat Bush zich waarschijnlijk tot het boek aangetrokken voelt omdat "it's a very dramatic story about a roller-coaster life." En verder onderschrijf ik de titel van hetzelfde stuk in de New York Times (ik weet hoe de IHT werkt, dus ik had hier meteen naar op zoek moeten gaan): Sometimes a Book Is Indeed Just a Book. But When? En dan zonder het voorbehoud.

woensdag 18 januari 2006

Maya's brengen geen verrassingen


Het laatste nieuws over de onlangs ontdekte Maya-muurschildering uit de eerste eeuw voor Christus, die waarschijnlijk de oudste tot op heden ontdekte is, stelt toch een beetje teleur:

The mural depicts the Mayan story of the creation of the world through the sacrifice of blood that Lord Star Man releases by stabbing himself in his penis with a spear.
Zoveel is duidelijk nadat "een klein deel van de tekst" vertaald is. Het klinkt misschien interessant voor wie dacht dat de Maya's vredelievende sterrenkundigen waren. Maar dat waren ze niet, en daarom lag een bloeddorstige geschiedenis van de dynastie, of anders dat bloeddorstige scheppingsverhaal, in de lijn der verwachting.