Posts tonen met het label Filosofie. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Filosofie. Alle posts tonen

donderdag 1 oktober 2009

Oefening baart kunst

Een citaat. Even lezen, OK? Het is leuk en belangwekkend, ik hoop hier bij gelegenheid nog op terug te komen. Een voetnoot.

There is only one way to get good at fighting: you have to do it a lot.

The reason why most people are no good at fighting is that they do it so seldom, and, in these days of high specialization, no one really expects to be good at anything unless they work out at it and put in some time. With violence, you have to keep your hand in, you have to have a repertoire. When I was a kid, growing up in Trenton, New Jersey, and later on the streets of Pimlico, I learned these routines one by one. For instance, can you butt people (i.e. hit them in the face with your face - a very intimate form of fighting, with tremendous power to appal and astonish)? I took up butting when I was ten. After a while, after butting a few people (you try to hit them with your rugline, hit them in the nose, mouth, cheekbone - it doesn’t much matter), I thought, ‘Yeah: I can butt people now.’ From then on, butting people was suddenly an option. Ditto with ball-kneeing, shin-kicking and eye-forking; they were all new ways of expressing frustration, fury and fear, and of settling arguments in my favour. You have to work at it, though. You learn over the years, by trial and error. You can’t get the knack by watching TV. You have to use live ammunition. So, for example, if you ever tangled with me, and a rumble developed, and you tried to butt me, to hit my head with your head, you probably wouldn’t be very good at it. It wouldn’t hurt. It wouldn’t do any damage. All it would do is make me angry. Then I’d hit your head with my head extra hard, and there would be plenty of pain and maybe some damage too.

Besides, I’d probably butt you long before it ever occurred to you to butt me. There’s only one rule in street and bar fights: maximum violence, instantly. Dont’ pussyfoot, don’t wait for the war to escalate. Nuke them, right off. Hit them with everything, milk bottle, car tool, clenched keys or coins. The first blow has to give everything. If he takes it, and you go down, then you get ll he has to mete out anyway. The worst, the most extreme violence - at once. Extremity is the only element of surprise. Hit them with everything. No quarter.
Helemaal zelf bedacht, niet door mij dus helaas, maar door Martin Amis. Een van de redenen dat een goede vechter dit niet geschreven zou hebben is dat zo’n vechter dan erg veel tijd in het polijsten van zijn stijl zou moeten hebben gestoken, wat waarschijnlijk ten koste van het vechten zou zijn gegaan. Uit Money. A Suicide Note.

woensdag 6 mei 2009

Karel van het Reve op Schiermonnikoog

Een blessing in disguise was dat we op Schiermonnikoog geen internet hadden. Je blijkt zonder internet fijn te kunnen doorwerken, vooral als je iets te vertalen hebt, en voldoende woordenboeken op je laptop. Die laptop gaf mijn vrouw nog menig angstig moment, omdat ze haar twijfels had over het hang- en sluitwerk van ons appartement in het Aude Koloniehûs. maar ik deed haar opmerken dat de toestand op Schier beslist niet zo onhoudbaar was als die tijdens de gezagscrisis in het rijk van koning Roel met Gevoel, cf. Annie M.G. Schmidt:

Onderweg ving ze af en toe een glimp op van hollende neushoorns. Ze zag ook groepjes sluipende dieven, maar ze was te boos om ergens bang voor te zijn.
Mijn cursivering. Schiermonnikoog is een van de vriendelijkste plekken van Nederland, het zou me niets verbazen als er nog nooit een laptop gestolen is - een gegeven dat, indien waar, uiteraard geen garanties voor de toekomst biedt.

Vertalen dus. Het is mijn werk, en omdat geen hond nog Duits of Frans leest, mag ik voor het Verzameld Werk van Karel van het Reve citaten in die talen in Het geloof der kameraden vertalen. Wat in dat meesterwerk blijft opvallen is de onpolemische, ja verbaasde wijze waarop Van het Reve werkelijk niets heel laat van het communisme. Als hij aan Marx iets waardeert, is het diens onbekrompen intellectuele honger. In zijn bespreking van een vertaling van Marx' brieven vertelt Van het Reve hoe Marx zijn dochters vanuit Frankrijk laat weten hoe ze daar 'geistliche Musik' noemen ('musique spirituelle') - die vraag hadden ze zichzelf blijkbaar eens gesteld. Doordat hij zich voor dingen interesseert, is Marx verre verheven boven iemand als Lenin.

Maar in Marx' politieke, historische, economische theorieën ('stellingen' zou een beter woord zijn) kan VhR niets waars, interessants of nieuws vinden. Daarin staat hij alleen. Hij haalt wel met instemming mensen aan als Julien "Noem eens één redenering van Marx die volgens de dialectische logica tot stand is gekomen" Benda en Leopold "Marx heeft nooit enige theorie ondubbelzinnig geformuleerd" Schwarzschild. Maar wie kent Benda nog, en wie heeft ooit Schwarzschild gekend? En de kans is groot dat ook die wel eens ergens hebben gezegd dat Marx toch maar mooi het belang van de economische factoren heeft erkend, en anders wel iets anders ondoordachts.

Op Van het Reves begrafenis wees Rudy Kousbroek op de rol die VhR gespeeld had in het verdwijnen van het communistische gedachtegoed. Ik ben bang dat die rol zeer, zeer beperkt is geweest. Een passage die me bij herlezing van Het geloof der kameraden trof:
Het is voor de auteur een vreemde gedachte dat naarmate dit boek vorderde, het aantal aanhangers van de in zijn boek beschreven leer gestaag afnam – een geval van harmonia praestabilita als men wil – maar daar staat tegenover, dat er natuurlijk in de Sovjet-Unie en ver daarbuiten nog zeer veel mensen zijn van wie gezegd kan worden dat zij oprecht in de juistheid van deze leer geloven. Het zijn speciaal die gelovigen, die de auteur van dit boek interesseren, waarbij men in het oog moet houden, dat het vaak de beste mensen zijn die het langst, het diepst en het trouwst geloven.
Zou een zorgvuldige lezer en filosofieliefhebber als Kousbroek over die harmonia praestabilita heen gelezen hebben? Het is niet uit bescheidenheid dat Van het Reve slechts een tijdsverband, en geen oorzakelijk verband ziet tussen het verdwijnen en het in geschrifte bestrijden van de leer. Het geloof der kameraden is een perfecte en complete weerlegging van het het communistische gedachtegoed. Nu ziet geen mens daar meer iets in. Maar dat betekent helaas in het geheel niet dat iedereen de argumenten die Van het Reve aanvoert kent en begrijpt. Die massale geloofsafval is een apart proces geweest.

Ook vind ik in dit citaat de welwillendheid tegenover de aanhangers van de leer treffend. Bij Van het Reve zal je nergens lezen dat gelovigen (in een God of in een politiek gedachtegoed) niet deugen. Ja, als ze tevens moordenaar zijn, dan. Maar tegen gewone communisten of christenen heeft Van het Reve niets. Hij verbaast zich slechts over het feit zij de bizarre kanten van hun geloof niet zien. De gelovigen interesseren hem.

(Wie niet kan wachten tot deel 3 uit is: het hele Geloof is hier online te lezen. Legal as seasalt!)

zondag 9 november 2008

Ab-so-luut!

Nog één filosofisch stukje dan, en dan stop ik er echt weer een poosje mee. Ik ben het eens met Boris Pasternak, die filosofie met mierikswortel vergeleek; lekker in kleine beetjes, maar je kunt niet op een dieet ervan leven. (Als je Nederlandse lezers tegemoet wilt komen zou je de in Rusland razendpopulaire mierikswortel (хрен) waarschijnlijk moeten vervangen door sambal, dat een vergelijkbare functie heeft. Een interessante mogelijkheid is wasabi, want dat is (a) bekend en (b) een soort mierikswortel - maar het zou echt idioot zijn zoiets hips bij Pasternak te lezen. Sambal is trouwens ook al een slecht idee. De lezer die het niet weet moet maar raden hoe mierikswortel smaakt.)

Het hele probleem zit 'm in het absolute denken waartoe we ons verplichten als het om principes gaat. Grijstinten zijn een teken van morele zwakheid. Weigeren een ethische vraag eenduidig te beantwoorden is lafhartig. Conservatieven waren woedend over Obama's That's above my pay grade (kijk vooral het stukje uit als u het nog niet hebt gezien). Hij zou er als president juist wél voor betaald worden zich daarover uit te spreken! Maar het enige absolute, principiële antwoord dat je op de vraag naar het beginnen van leven kunt geven, leidt tot krankzinnige consequenties. En die aanvaarden ook mensen die emotioneel elke vorm van abortus afwijzen geukkig niet. Zo zou bij aanvaarding van Proposition 48, waarover de stemgerechtigde inwoners van Colorado zich afgelopen 4 november mochten uitspreken, een bevruchte eicel voortaan als mens worden gedefinieerd. Gebruiksters van een spiraaltje zouden per definitie moordenaressen zijn. Een beschadigde eicel zou recht op schadevergoeding krijgen.*

Je ziet die absolute houding terug bij sommige vegetariërs, die bijvoorbeeld geen kaas kunnen eten i.v.m. het stremsel, of geen leren schoenen willen dragen. Nu zou het mooi zijn als er voor beide alternatieven waren (voor stremsel bestaan die ook, maar je moet ze vooralsnog met een lampje zoeken), maar ze zouden ook gewoon blij kunnen zijn met wat ze wél doen: vele dieren níet laten doden voor het kleine genoegen van vlees eten, of voor de overbodige luxe van leren boekbanden. Je moet in gradaties durven denken. Absoluut goed en slecht bestaat niet.


* De Coloradans wezen het voorstel af met een meerderheid was drie tegen één. Dat is forse marge, die hopelijk demotiverend is voor de "pro-lifers", maar als u nog eens in Colorado komt, weet u nu dat ongeveer een op de vier volwassenen die u daar ziet een gevaarlijke fundamentalist is - en dat is weer erg veel.

zaterdag 16 augustus 2008

Bonobo's niet beter dan de rest

- Het is niet de bedoeling dat we de dialogen van Karel van het Reve over gaan doen.
- Garmt Stuiveling en de tuinkabouter etc.!
- In die paar dialogen is over de hele esthetiek heel wat meer zinnigs gezegd dan door rijen filosofen. Je zou zelfs wel kunnen zeggen dat hij het probleem van de esthetische ervaring min of meer heeft opgelost.
- Je klinkt nu een beetje als die student die in de bibliotheek van het Sociologisch Instituut tegen een medestudent zei dat hij al die boeken gelukkig niet hoefde te lezen, omdat hij Über den Prozeß der Zivilisation al had gelezen.
- O ja. Ik denk dat Van het Reve een probleem opgelost heeft, een student denkt dat Norbert Elias een probleem opgelost heeft, ik ben net zo naïef als die student. Verdorie, dat is toch een guilt by association-figuur. Ik ben vegetariër, Hitler was vegetariër, ik ben een nazi.
- Die verklaringen van Van het Reve zijn me te makkelijk.
- Wie dat zegt, moet zelf maar eens zoiets makkelijks bedenken.
- Maar die vorm is een handigheidje.
- Van de dialoog. Ja. Hij schrijft bijvoorbeeld veel sneller.
- Snelheid is cruciaal. Een vriend van me las hoofdschuddend dit prachtblog.* Hij vond dat het op snelschaken leek. Sommige stukjes leken hem vooral geschreven om maar een zet te doen. Sta je niet schaak? Laat je niet iets heel erg in staan? Good enough dan. En weer RAM op de klok.
- Zijsprongen kun je ook maken, in zo'n dialoogje. Je kunt bijvoorbeeld gewoon niet reageren op wat de ander zegt. Doen of je het niet gehoord hebt.
- Maar we laten dus de esthetiek voor wat hij is. Ik wou het over bonobo's hebben. Ben heeft daar iets mee.
- Dat vind ik vreemd. Ik kijk niet graag naar apen. Ik kom vaak in Artis, maar ik probeer er snel voorbij te lopen. Ze hebben daar geen bonobo's natuurlijk, maar ik denk dat ik die nog minder graag zou zien dan de chimpansees.
- Je moet ze ook niet in de dierentuin zien natuurlijk, hartstikke zielig.
- Nou, dat valt wel mee eigenlijk. Dat is inderdaad de correcte reactie: zo'n aap, bijna een mens, voor ons vermaak opsluiten. Niet van deze tijd. Zoals ook niet-vegetariërs met gepaste walging reageren als ze over het eten van mensapenvlees horen.
- En dat vind jij dan weer niet weerzinwekkend? Of tenminste, niet weerzinwekkender dan kip eten?
- Eh... Dat vind ik absoluut weerzinwekkender dan kip eten. Ik breng toch een rangorde aan. Maar opsluiten, ach, zolang ze zich niet al te erg vervelen.
- Wat ze dus wel doen!
- Niet allemaal. De orang-oetans misschien. Maar de gorilla's hebben het prima naar hun zin, heb ik de indruk. En de chimpansees... zelfs een beetje te goed. En zoals ze zich dan gedragen. Nee, ik mag ze gewoon niet.
- Ja, je hebt alfa-mannetjes en zo...
- Ik mag ze geen van allen. Ze lijken op mensen, maar dan op mensen die absoluut geen greintje beschaving en cultuur hebben meegekregen. En zeg nou zelf, mensen zonder een greintje beschaving of cultuur, daar kun je toch niets mee. Het allerbeste dat je kan hopen is dat ze anderen met rust laten, er niet op slaan om maar iets te doen te hebben.
- Die bonobo's, die eh... neuken dus als mensen, schijnt het.
- Ik hoop nooit met een stel neukende bonobo's geconfronteerd te worden.

*Deze dialoog werd eerder gepubliceerd op Ben & Wouter.

zaterdag 24 mei 2008

Roger Scruton en het onderwijs

Ik lees al 26 jaar de NRC, en heb in mijn perceptie toch al gauw 26 interviews met of uitgebreide besprekingen van een boek van Roger Scruton gelezen. Dat er veel minder stukken op de pagina "Scruton, Roger" staan, is voor mij een bewijs dat NRC Boeken nog niet lekker draait.

Het mooiste vond ik deze keer een citaat over het belang van leraren in het overdragen van kennis:

Echte leraren brengen geen kennis over om hun leerlingen te begunstigen; ze onderwijzen hun leerlingen om de kennis te begunstigen.
Nu zou je kunnen zeggen, alle gepraat over het belang van de leerlingen ten spijt, dat ons onderwijssysteem daar al op ingericht is: leerlingen slagen voor hun eindexamen als ze hun "leerdoelen" hebben gehaald. Daarmee wordt, uiterst moeizaam en in een verwaterde vorm natuurlijk, maar toch, een corpus van kennis instandgehouden. De nieuwe generatie valt niet terug in een staat van barbarij, zodat de westerse maatschappij nog even voort kan, krakend en met achterlating van een spoor aan onderdelen waarvan het belang niet meer wordt begrepen.

Dat is ongeveer de praktijk, maar we verkopen dit tegenwoordig allemaal als zijnde in het belang van de leerlingen. Scruton is daar niet in geïnteresseerd. Minder goede leerlingen mogen wel meedoen, maar je moet er niet te veel energie in gaan steken, want zij kunnen geen rol spelen in het begunstigen van de kennis. (Wat zou dat "begunstigen" in het Engels geweest zijn? Kunnen ze op die website niet meteen gebruikmaken van de geweldige mogelijkheden van de computer en het Internet en voor de geïnteresseerde de geluidsband er als referentiemateriaal aan hangen?). Mijn interpretatie? Welnee, hier, lees:
Een leraar moet de kinderen met het meeste talent eruit pikken en zich op hen richten, anders gaat kennis verloren. Als hij dat niet doet, is hij ongeschikt voor zijn vak. Natuurlijk moet hij zich ook bekommeren om die andere, gewone kinderen, maar het belangrijkste is de kennis. De leerlingen komen op de tweede plaats.
Begrijp me goed, ik vind dit prima. Ik zou zelf als leraar redelijk aan Scrutons ideaalbeeld voldoen: het overdragen van kennis (welke kennis dan ook) stond in de korte tijd dat ik voor de klas heb gestaan voor mij centraal. Goede leerlingen luisterden graag naar me, terwijl minder goede geloof ik wel waardeerden hoe ontspannen ik reageerde op hun gebrek aan belangstelling: "Je hoeft niet te luisteren, maar doe liever wel of je luistert. Dan ben je anderen niet tot last en wie weet steek je er nog wat van op." Meestal waren ze stil (problemen had ik pas tijdens het "zelfstandig werken").

Ik kan me ook redelijk vinden in het onderwijzen van de dingen die Scruton belangrijk vindt. Wel is het zo dat ik (om maar eens iets te noemen) The Years of Lyndon Johnson elke dag van de week boven Plato verkies. Behalve over de grot en de ideale staat wil ik dus óók vertellen hoe een arme boerenzoon president van de Verenigde Staten kon worden. Daar zit geen letter theorie bij.

Dat zou Scruton toch wel goedvinden, hoop ik. Niemand heeft een consequente verzameling voorkeuren. Sterker nog, de denkers die voor Scruton (en voor mij) de beschaving vertegenwoordigen zijn het onderling over cruciale zaken oneens - terwijl er toch maar één gelijk kan hebben. We zouden eigenlijk moeten kiezen tussen Plato en Aristoteles, we zijn verdorie geen relativisten.

Nog sterker: Scruton is zo inconsequent als iemand maar zijn kan. Geen visserij, wel vossenjacht. Anders dan ik kan hij echter wel op al zijn voorkeuren een stempeltje met "Tradioneel!" drukken.

woensdag 9 januari 2008

Zwarte zwaan

Is het verkeerd om Obama's huidskleur ter sprake te brengen? Het gebeurt inderdaad veel, omdat in het verleden is gebleken dat zwarte kandidaten geen rol van betekenis speelden bij de Amerikaanse presidentsverkiezingen. De heersende verklaring was dat Amerikanen daar vooralsnog te racistisch voor waren. Zoals ze ook geen vrouw zouden kiezen. En nog wat langer geleden geen katholiek.

Het lijkt me geen probleem de huidskleur, het geslacht of het geloof van een presidentskandidaat te vermelden - je hoeft daar zelf niet racistisch, seksistisch of anti-paaps voor te zijn.

Wel is het zo dat degenen die met zulke verklaringen kwamen er misschien al die tijd helemaal naast hebben gezeten. Van Kennedy dachten velen dat het hem als katholiek nooit zou lukken, maar welke katholiek had het voor hem nu serieus geprobeerd? En laten we ons dan afvragen: welke zwarten hadden het vóór Obama geprobeerd? Volgens mij alleen deze drie: Al Sharpton, Jesse Jackson, Angela Davis. Zou het misschien kunnen dat de kiezers in de primaries (of in Davis' geval zelfs tijdens de presidentsverkiezingen) dachten: "Kijk, van mij mag een neger best president worden, maar déze kandidaat lijkt me nu juist niet zo geschikt"?

Tegen Obama zijn nu eens een keer nauwelijks bezwaren te bedenken - in ieder geval veel minder dan tegen de andere kandidaten, inclusief Clinton. En laat dan sommige mensen, waaronder ik, denken dat het voor Amerika en Amerika's aanzien in de wereld heel mooi zou zijn, puur symbolisch natuurlijk, maar toch heel mooi, als een zoon van een Afrikaanse immigrant president wordt - maakt dát ze racistisch? Ook dan moet je dat begrip toch flink oprekken.

Het lijkt me passend de zwarte zwaan erbij te halen. Philosophy buffs kennen hem van het inductieprobleem, dat wel is geformuleerd als: mag je uit het waarnemen van uitsluitend witte zwanen concluderen dat alle zwanen wit zijn? Nee natuurlijk, al was het maar omdat er ook zwarte zwanen bestaan - het is een Australische soort (vroeger zag je ze in Nederland vaker dan tegenwoordig, volgens mij). Nadat 42 blanke mannen president van de Verenigde Staten zijn geweest, is iedereen gaan denken dat er blijkbaar geen andere mogelijkheid is. In onze naïviteit zijn we daar ook nog eens verklaringen voor gaan bedenken. En wat een verschrikkelijk simpele, botte, niets verklarende verklaringen: "Amerikanen willen geen neger als president." "Amerikanen willen geen vrouw als president." Barack en Hillary zetten ons allemaal in ons hemd, zelfs als geen van beide het uiteindelijk zal halen.

zondag 2 december 2007

Sterrenstelsel

Ben plaatst een fraaie foto op zijn blog, die ik in de beste Internet-traditie even jat en klein hiernaast plak. Ziezo. Het verhaal dat hij erbij schrijft brengt mij terug naar begin jaren '80, toen Carl Sagan zulke berekeningen op ons losliet in de televisieserie Cosmos.

Als ik wordt geconfronteerd met die statistische zekerheid dat er wel érgens hogere levensvormen te vinden zullen zijn, is mijn eerste reactie doorgaans: wat hebben de gelovigen nu nog méér nodig om ernstig aan Gods bestaan te gaan twijfelen. Denken ze echt dat God dat allemaal óók nog eens gemaakt heeft - nog los van de vraag waar Hij zich dan zou moeten ophouden?

Maar de echte awe blijft uit. Ten eerste had ik sinds mijn eerste blootstelling aan astronomische berekeningen al begrepen dat het allemaal weliswaar ontzaglijk groot en veel is, maar dat dat tevens uitsluit dat je er ooit praktisch mee te maken krijgt. De statistische zekerheid dat er elders in het heelal leven is, is interessant, maar maakt me niet echt nederig, want ik zal nooit verantwoording hoeven afleggen tegenover buitenaardse wezens.

Een tweede reden is Vincent Icke, die toen hij nog zijn geweldige columns in de NRC schreef graag chagrijnig mocht reageren op dit soort gevoelens. Het probleem was, volgens Icke, dat mensen die beter moesten weten het vertikten logaritmisch te denken. Astronomische getallen zijn niet onbevattelijk als je ze als overzichtelijke machten van 10 ziet. Je moet accepteren dat je soms in meters, maar evengoed soms ook in nanometers of in fermi's moet rekenen, of in parsecs als het om sterrenstelsels gaat, en dat de ontwikkeling van zo'n sterrenstelsel verloopt in fasen van één à twee miljard jaar. Daar is niets engs aan - en het onderwerp wordt er ook niet minder interessant op.

De door mij gewaardeerde Michael Frayn schijnt pas een poging te hebben ondernomen om onze plaats in de kosmos te begrijpen. Hij schreef een boek dat The human touch heet, ondertitel Our part in the creation of a universe. Ik weet eigenlijk wel zeker dat ik dat boek ga overslaan. Dat we als mensen geboren worden en doodgaan, een klein beetje om ons heen kijkend en een klein beetje terug en vooruit, dat we in die tijd drama's meemaken en hopelijk ook mooie dingen - maar dat dat op een kosmische schaal helemaal, maar dan ook helemaal niets te betekenen heeft, dat is iets waar ik heel goed mee kan leven.

dinsdag 1 augustus 2006

Russisch ophalen

We hebben een Russin te logeren. Dat betekent dat ik voor het eerst in jaren weer meer dan drie zinnen achter elkaar Russisch spreek. Over het algemeen ben ik blij met wat ik heb onthouden. Naamvalsuitgangen, blijkt maar weer eens, kan je op een moment niet meer vergeten. (Het moeten natuurlijk wel vormen zijn die je ooit beheerst hebt; sorok, veertig, verbuigen is wat mij betreft altijd een circusnummer geweest. Gelukkig moet je wel heel veel Russisch spreken om dat ooit te hoeven doen). Het vinden van de juiste woorden is een stuk moeilijker. Ik merk dat ik voor simpelere werkwoorden kies dan ik vroeger gedaan zou hebben. Woorden voor gewone dingen weet ik soms wel, soms niet. Het onmogelijke prostynja (laken, klemtoon op de laatste lettergreep) komt er zo uit. Maar katsjel' (schommel) was ik compleet vergeten.

Omdat het een leuke Russin is, moet ik helaas grapjes maken. Zoontje van drie grist terwijl ik de tassen nog uit de auto wil halen de sleutels uit mijn hand om te proberen de deur te openen. "Sam i srazu, eto ego filosofija v dvuch slovach," zeg ik: "zelf en meteen, dat is in twee woorden zijn filosofie." Het is geen grapje dat ik in het Nederlands zou maken. Te bot, en bovendien is het duidelijk dat ik het noodgedwongen kort moet houden.

Maar het is ook een poging tot Russische humor. Dat altijd maar ter sprake brengen van filosofie (of desnoods alleen het woord "filosofie"), het combineren van diepzinnigheid en platheid: "Is zo'n restaurant niks voor jou?" vroeg G. tijdens het eten aan een Russische zakenpartner. "Nje-a," antwoordde deze. "Voordat je zo'n bord oecha op tafel hebt... En dan verdien je daar maar vijf cent op. Ieder mens heeft zijn roeping." En vervolgens, met een Poetin-lachje: "Mijn roeping is snel en veel."

(Poetin zelf kan trouwens zeer ad rem zijn: tijdens het eerste bezoek van George Bush aan Rusland werd hun beiden op een persconferentie gevraagd wat ze van de brain drain, het verschijnsel dat hoogopgeleide Russen zodra ze de kans krijgen naar het buitenland - meestal Amerika - vertrekken, vonden. Bush keek uiteraard of hij het in Keulen hoorde donderen. Poetin reageerde intussen elegant met "Als ik voor ons samen mag antwoorden: ik ben ertegen, George is ervoor.")

Ik vertel onze logée dat ik tijdens de afgelopen hittegolf maar weer eens Een dag van Ivan Denisovitsj heb opgenomen, in lijn met het halfzachte advies dat je, omdat temperatuur tussen de oren zit, gewoon aan de winter moet denken. Ik heb dat verhaal nooit uitgekregen zeg ik, want ik wil graag alles begrijpen. Maar af en toe begrijp ik zelfs hele zinnen niet. Dat schiet niet op. "Kosjmar," zegt ze, "Solzjenitsyn schrijft expres zo moeilijk, daar lezen wij overheen." Ik laat me niet kennen. Als ik het uit heb kom ik er uitgebreid op terug.

zondag 2 juli 2006

Karl Popper en Wereld 3

Dochter van vijf is de dochter van de filosofische vragen. Op de fiets terug uit zwemles voert ze een van haar vaste monologen over paleontologie. ("Onze over-over-overopa's en -oma's waren apen. Maar ze hadden wél eerst goed gekeken of er geen dinosaurussen meer waren"), maar daarna stelt ze plotseling alle kennis ter discussie.

Dochter: "Waarom weten mensen alles?"
Ik (Weten mensen alles dan? Of bedoelt ze iets anders?): "Weten mensen dan alles?"
Dochter: "Waarom WETEN ze alle dingen?"
Ik: "Welke dingen dan?"
Dochter: "Nou... Welke dieren bijten..."
Ik (Ah. Alle dingen die mensen weten.): "Oh, nou, dat weten ze... soms natuurlijk omdat ze zelf gebeten zijn. Maar meestal hebben ze het in een boek gelezen, of in de krant, of op de tele..."
Dochter: "En de mensen die het in het boek gezet hebben dan?"
Ik (Dat hebben ze doorgaans zonder na te denken overgeschreven uit andere boeken. Laat ik dat maar niet zeggen.): "Ja, die zijn dan misschien zelf door zo'n dier gebeten."
Dochter: "Hahaha! Dan mogen ze natuurlijk niet doodgegaan zijn! Dan kunnen ze het niet meer in het boek zetten!"
Ik (Alarmerende gedachte: zouden de gemeenste bijters onder de dieren nooit de boeken halen? Maar er is een oplossing.) "Je hoeft natuurlijk niet zélf gebeten te zijn. Ze kunnen ook gezien hebben dat dat dier iemand anders beet."
Dochter: "Ohh... Erg hè? Maar dan weten ze het wel!"
Wie in mijn dochter de Gerard Reve van De avonden (man tilt dochtertje aan hoofd op etc.) wil herkennen, ik hou hem niet tegen. Maar ik moet ook aan Karl Popper denken. Niet omdat dochter consciëntieus hypotheses formuleert en op zoek gaat naar falsificatiemogelijkheden. (Ik schep graag over mijn dochter op hoor, maar dit zou niemand geloven.) Het gaat om een iets minder bekend deel van zijn filosofie, dat zijn kosmologie genoemd blijkt te worden.

Je hebt Wereld 1. Dat zijn alle dingen en gebeurtenissen, van alles wat je om je heen ziet tot straling en golven en sterrenstelsels. Het onderwerp van de natuurwetenschappen.

Dan is er Wereld 2. Sommige mensen geloven in een scheiding tussen stof en geest. Die is niet vol te houden omdat die "geest" alleen kan bestaan in de bijzondere materie van één stel hersenen. Maar het is ook onbevredigend om alles wat we intuïtief onder "geest" rangschikken helemaal op het conto schrijven van met elektrische pulsen en chemische stoffen werkende, fysieke hersenen. Er liggen tenslotte in die hersenen op de een of andere manier ideeën en concepten opgeslagen. Alleen de taal al. En er vinden denkprocessen in plaats, al dan niet volgens eigen regels. Die "software" is Wereld 2. (Ik wil graag opmerken dat ik de term "software" hier zelf introduceer, kan 'm niet terugvinden in de drie boeken van Popper die ik in mijn bezit heb of in populariserende stukken op Internet.)

Maar dan Wereld 3. In mijn of uw hersenen kan een inzicht of een theorietje ontstaan, bijvoorbeeld door waarneming van Wereld 1. Dat idee behoort tot Wereld 2, en verdwijnt als de drager er niet meer is. Dus zoals de man die dacht: "Dit dier bijt!", en zijn laatste adem uitblies. Of, omdat ik graag Karel van het Reve citeer, en waarom dan niet meteen een van zijn aangrijpendste fragmenten:
Wonderlijk is, dat na mijn dood ook mijn herinneringen verdwijnen. Bij ons thuis kwam in de jaren dertig een Kominternagent, Karl genaamd, een Duitser. het was een aardige man. Hij sprak altijd heel zachtjes, en rookte Egyptische sigaretten. Hij is tijdens de oorlog in Duitsland gearresteerd en onthoofd. Af en toe denk ik aan hem. Wie zal als ik dood ben aan hem denken. 'Mijn eigen dood', in: De ondergang van het morgenland (Amsterdam 1990) p. 218-218, p. 218.
Door hem op te schrijven en te publiceren maakte VhR van zijn herinnering een object in Wereld 3: een verhaal dat nooit precies zal overeenstemmen met wat er in hem om zal zijn gegaan, maar wel een eigen leven leidt. Abstracte concepten, verhalen, mythes, wetenschappelijke theorieën, hele talen - ze behoren allemaal tot Wereld 3.

Tot Wereld 3 behoren ook fysieke objecten: alle dingen die door mensen gemaakt zijn. Die maken deel uit van Wereld 1, waar alle fysieke objecten toe behoren. Maar ze behoren ook tot Wereld 3, als product van abstracta (zoals wetenschappelijke theorieën), en van andere Wereld 3-objecten zoals bouwmaterialen en gereedschappen. Probeer maar eens te bedenken hoe weinig een mens zou klaarspelen als hij uitsluitend op zijn eigen gedachten zou moeten vertrouwen in zijn interactie met de wereld om hem heen - al helemaal als die wereld uit wilde natuur bestond. Dan ben je een dier - minder zelfs, want ook dieren hebben organisatievormen. En komen vaak zelfs al in een gespreid bedje ter wereld: holen en nesten, honingraten en webben zijn duidelijke voorbeelden van Wereld 3-objecten. Popper noemt ook paden in het bos, onbewust gemaakt door dieren die de makkelijkst begaanbare weg kiezen, als onderdeel van Wereld 3.

Je kan Wereld 3 de "cultuur" noemen. Doe je dat, dan moet je, Poppers gedachtegang volgend, ook aan dieren een cultuur toeschrijven. Geen slecht idee.

zondag 19 februari 2006

Marianne en de vlinder boven Peking

[4 maart:] Deze begon ik tijdens de Olympische Winterspelen, een sportevenement dat zich vooral mag verheugen op belangstelling uit kleine landen die ergens onevenredig goed in zijn. Ik wilde het eerst niet plaatsen, omdat een cruciaal element in mijn redenering, namelijk dat de verschillen erg klein waren, bij nader inzien wel meeviel. Een halve meter op duizend is een keurig, statistisch redelijk verschil. Was het meer dan zou Marianne (of wie er ook won) afgetekend de beste zijn, en dat is niet realistisch als een sport door een voldoende aantal mensen beoefend wordt (de verdeling is een Gaussiaanse curve, geen piramide of zo). Vooruit dan maar.

[19 februari:] Alweer geen schaatsen gekeken, blijken we weer eens gewonnen te hebben! Nu zijn er leukere meisjes dan Marianne maar ook minder leuke. Hoe de andere deelneemsters eruitzien en praten weet ik niet, dus ik vind het wel best zo. En het is leuk voor mijn schoonmoeder, die de medaillespiegel bijhoudt. Ze kon wel een opkikker gebruiken.

Wat alleen interessant is: wat zijn die verschillen weer klein! Misschien denkt u dat vier honderste van een seconde veel is, en wilt u erop wijzen dat er ook wel eens een 20 km langlaufen met twee duizendste is beslist. Dat is inderdaad nog erger. Maar vier honderste is nog steeds weinig. Marianne was 0,05% sneller dan Cindy Klassen. Ik vind dat geen percentage voor een kampioen.

Die kleine verschillen werpen echter wel de vraag op: wat scheelt het allemaal? Ik bedoel: de coach die langs de kant stond te roepen - hoeveel honderdste heeft die erbij geroepen (of eraf geroepen)? En het publiek? Evenveel als de coach, omhoog of omlaag? Gaf het geluid haar de nodige extra motivatie? Of leidde de agitatie op de tribunes tot een warmteontwikkeling die net dat luchtdrukverschil veroorzaakten om Marianne die beslissende rugwind te geven? En zijn er ook factoren buiten het stadion die van invloed, én beïnvloedbaar, waren?

Waar ik naar toe wil is: maakte het uit dat ik geen tv keek? Heb je door niet te kijken alleen maar iets gemist of zou het allemaal anders gelopen zijn als je wel had gekeken?

Enerzijds heb je Albert Einstein. Jamie Whyte beargumenteert terecht dat je die niet overal bij mag halen, maar wie het volgende nog niet wist is me misschien dankbaar. Einstein liet zich ooit strikken voor het schrijven van een inleiding op een boek van de goochelaar Uri Geller, die zichzelf als telekinetisch begaafd uitgaf. Lepeltjes op afstand buigen, en tijdens zijn televisieoptredens op de televisie gelegde kapotte horloges repareren. In die inleiding gaf Einstein hoffelijk aan dat het om buitengewoon interessante verschijnselen ging, maar dat hij verder onderzoek geboden achtte omdat de ervaring tot nu toe had uitgewezen dat krachten tussen voorwerpen afnamen met het kwadraat van de afstand tussen de voorwerpen. (Deze verpletterende kritiek had natuurlijk geen enkele invloed op de gelovigen.)

Anderzijds is er de "vlinder boven Peking", een begrip uit de chaostheorie. Je kan hele weersvoorspellingen doorrekenen, maar als het systeem op een bepaald punt voldoende gevoelig is voor instabiliteit, kan - bij wijze van spreken - een vlindertje dat boven Peking met zijn vleugels klappert een wervelstorm boven Nebraska veroorzaken. De onvoorspelbaarheid van het weer over 10 dagen, hoeveel rekenkracht je ook tot je beschikking hebt, lijkt deze mogelijkheid te bevestigen.

Zou nu het loutere aanzetten van de televisie in Amsterdam een atmosferische storing kunnen veroorzaken die in Turijn Marianne dat beslissende zetje geeft? Ik denk het toch niet, maar het knaagt. Als die race nu eens twee dagen in plaats van twee minuten duurde?

Ik wil er graag op wijzen dat met dit idee tob sinds de WK-finale van 1978 - was het nu Rensenbrink of René van de Kerkhoff die tegen de paal kopte? Dus wie het een typisch idee voor een 12- of 13-jarige vindt zit helemaal goed. Ik heb er sindsdien alleen wat interessante woorden bij geleerd.