Af en toe schrijf ik over de achtste Montessorischool van onze hoofdstad, voor de jongere lezers (dag Max!) opdat die weten wat hun te wachten staat, want het gaat sneller dan je denkt. En omdat veel van wat op school gebeurt tekenend is voor de maatschappij als geheel.
Deze week overleed Ditte, administratief medewerkster van voornoemde school. Ze was al lang ziek, maar de schok was toch groot, groot genoeg om dinsdag a.s., de dag van haar begrafenis, de school te sluiten. Wat betekent dat? Even rekenen. Op de school zitten een 600 kinderen, ik schat gemiddeld 1,5 per ouderpaar. 800 ouders dus? Een op de twee ouders moet zijn of haar dag aanpassen vanwege het onverwachts thuisblijven van de kinderen. De vervelendste aanpassing, voor henzelf en voor hun collega's op het werk: een dag vrij nemen. Het lijkt me geen slechte schatting als een 50 ouders dat dinsdag noodgedwongen doen.
Nu kende ik Ditte niet, de juffen en meesters natuurlijk wel. Maar: hoe erg zou het voor Dittes nabestaanden zijn als alleen de directeur op de begrafenis zou komen, namens de collega's? Want het is niet vanzelfsprekend dat alle collega's van het werk naar een begrafenis gaan, zoals het ook niet vanzelfsprekend is dat je bijzonder verlof krijgt voor de begrafenis van iemand anders dan een naast familielid.
Ik vraag me ook af of de nabestaanden blij zijn met zo'n groots gebaar. Het is toch even wat, een hele school een dag sluiten, niet alleen voor de ouders maar ook voor de kinderen die toch weer minder leren en er van uit hun ritme raken (al is het wel weer zo dat vrije dagen, met al die adv- en studiedagen, wat gewoner zijn geworden dan vroeger).
Maar die bezwaren (ouders gedwongen vrij te nemen, mogelijke gêne bij nabestaanden) wogen blijkbaar niet op tegen de druk om alle collega's een kans te geven het verlies te verwerken. Op de vergadering waarop dit besluit genomen is, moet het ongeveer zo gegaan zijn: enkele leraren gaven te kennen graag naar de begrafenis te willen. De directeur wijst erop dat er niet voldoende invallers zijn, en dat dit dus niet kan. Ja, als één het deed, en zelf een vrije dag opnam, dan. Maar niet als er vijf of zes willen. Algemeen protest. Directeur velt Salomonsoordeel: dan iedereen vrij, en dus school dicht.
Ik kan er tenminste niets beters van maken - en ik ben eigenlijk bang dat het nog erger was, dat de belangstelling niet eens gepeild is. Wij gaan allemaal naar de begrafenis, punt.
Het besluit lijkt me te zijn ingegeven een nieuwe angst, de angst om gevoelloos en hardvochtig te lijken. Een angst die verwant is aan een andere onredelijke, maar eveneens veel voorkomende angst: de angst om leden van bepaalde groepen te kwetsen. En, iets subtieler maar daarom niet zeldzamer, de angst denkbeelden te uiten die je toevallig deelt met figuren als Hitler en Geert Wilders.
Wie toch eerlijk wil zeggen wat hij ergens van vindt, moet, als hij niet in 100% vertrouwd gezelschap is, tegenwoordig beginnen met een reeks disclaimers: ik gun natuurlijk iedereen zijn rouwproces maar..., ik respecteer eenieders overtuigingen maar..., ik ben het natuurlijk in het algemeen niet eens met Wilders, maar..., ik ben vegetariër, en ja, Hitler ook, maar Katja Schuurman ook, en Wouter Bos ook (o nee, Wouter Bos is uit, die liever niet noemen), en Hitler was het alleen maar omdat hij dacht dat het gezonder was.
Hoe gaat het trouwens met de angst voor de dood? Kom ik toevallig alleen maar opgewekte mensen tegen, of is die angst nu juist op zijn retour? Dat zou toch een mooie opsteker zijn in deze harde tijden. The show must go on!
zaterdag 6 juni 2009
Angst
Gepost door
Wouter van den Berg
op
23:52
3
reacties
Labels: Aardappelpsychologie, Dood, Katja Schuurman, School
zaterdag 29 april 2006
Profi's
Interviews met prominenten uit de showbizz lezen, terwijl je niets met die showbizz hebt. Katja Schuurman zag ik pas voor het eerst op de televisie toen ze vorig jaar Zomergast was. Ik dacht dat dat een mooie gelegenheid zou zijn het positieve beeld dat ik na jaren interviews lezen had opgebouwd bevestigd te zien. Dat viel dat een klein beetje tegen, maar het had erger gekund.
Meestal is de discrepantie veel groter. Wat Bassie en Adriaan op de televisie doen is verschrikkelijk. Maar enkele jaren geleden las ik met veel plezier een interview met hen in De Zaak. Het zal door het professionalisme komen dat ze tonen door hun zaken zo goed voor elkaar te hebben terwijl ze voor hun publiek die deprimerende rollen blijven spelen.
Ook een goede: René van Vooren, wijlen de "aangever" van de Mounties. Piet Bambergen mocht voortdurend grappen ten koste van hem maken, maar Van Vooren was eigenlijk de baas. Het maakte een interview dat ik ooit met hem las (ik weet niet meer waar) tot "dynamite stuff".
Aanleiding voor deze bespiegeling zijn Fanny en Alma in het Parool van vandaag. Ze ontfutselen Hans Kazàn de volgende uitspraak:
Mijn zoons krijgen wel eens mailtjes met: hé lekker stuk. Ik heb toch een beetje het imago van een nietszeggende gladjanus. Ik heb er nooit onder geleden maar ik vraag me wel eens af hoe het zou zijn om zulke fans te hebben.Bij mij kan hij niet meer stuk, maar ik zou nog steeds geen show van hem willen zien.
Er zijn natuurlijk grenzen. Zo'n prominent moet ook een beetje respect tonen voor mensen die weinig met zijn werk hebben. Wie het als een persoonlijke belediging opvat als iemand niet van zijn werk houdt valt door de mand. Daarom is bijvoorbeeld André Rieu ook in interviews niet te genieten, hoe graag je hem ook zou willen bewonderen om zijn zakelijke en muzikale talent.
Heel erg is Joop Braakhekke. In interviews doet hij oliedomme politieke uitspraken en probeert hij rekeningen te vereffenen met iedereen die hem ooit heeft dwarsgezeten. Dat is al niet leuk. Maar onacceptabel is dat hij met enige regelmaat dronken op de televisie verschijnt. Dan toon je niet eens respect voor het publiek dat je gemaakt heeft.
Gepost door
Wouter van den Berg
op
14:19
0
reacties
Labels: Bassie en Adriaan, Fanny en Alma, Hans Kazàn, Katja Schuurman, Ondernemerschap
zondag 23 april 2006
Opscheppen
Vertaler RvdK vraagt of Vertaalbureau.nl eigenlijk lid is van de ATA. Hiermee bedoelt hij niet, zoals u misschien zou denken als u de vertaalwereld een beetje kent, de American Translators Association (wat helemaal niet gek zou zijn, ook niet-Amerikanen kunnen er lid van worden, en ook voor vertaalbureaus bestaat er een lidmaatschapsvariant), maar de Association of Translation Agencies, een Nederlandse brancheorganisatie voor vertaalbureaus.
Wij zijn daar geen lid van. De reden is een beetje ingewikkeld. Laat ik om te beginnen een mop vertellen. Hij is vooral invoelbaar voor mannen, maar vrouwen die iets over mannen willen leren kunnen hem ook wel aan. Een man komt na een schipbreuk samen met Katja Schuurman op een onbewoond eiland terecht. Om een lang verhaal kort te maken: ze hebben de tijd van hun leven. Toch merkt Katja op een moment tekenen van onrust bij de man. "Wat is er toch, lieverd?" - "Ach..." - "Nee echt, kan ik iets voor je doen?" - "Nou, ja, eigenlijk... Zou je misschien dit pak aan willen trekken?" Zo gezegd, zo gedaan. Om het af te maken tekent de man Katja met wat houtskool een snorretje op. Hij slaat haar op de schouder en zegt: "Weet je met wie ik het tegenwoordig doe?"
Moraal: sommige ervaringen zijn niet compleet als we er niet met een soortgenoot, een peer over kunnen praten.
Stel nu dat je een eigen bedrijf hebt. Het loopt goed, prima eigenlijk. Het werk is interessant en redelijk afwisselend, de stress is houdbaar, niemand vertelt je wat je moet en je houdt er meer geld aan over dan je met jouw kennis en ervaring met een baan zou verdienen. Vrienden zouden zo met je willen ruilen. Toch voel je een zekere onrust. Wat is het probleem? Je ervaring van een eigen bedrijf hebben is niet compleet. Je kunt er met niemand echt over praten.
Ik denk dat dit een heel belangrijke reden is voor het bestaan van brancheorganisaties. Allemaal lotgenoten, die anders dan je vrienden en de papa's en mama's van de school van je dochters jouw verhaal kunnen appreciëren. Daar wil je af en toe eens lekker mee bijpraten.
Ik zie best het nut in van de doelstellingen die bijvoorbeeld de ATA heeft (belangenbehartiging, ondersteuning van de leden, kwaliteitsverbetering van de vertaalbranche), maar als je zakelijk kijkt is voor mijn bedrijf lid zijn niet beter dan geen lid zijn. Ik denk niet dat het klanten kost als je het ATA-logo niet op je website kan zetten.
Blijft over dat sociale aspect. Ik zou gewoon lid kunnen worden onder het mom van die officiële doelstellingen, het ATA-logo op de website kunnen zetten (je weet nooit natuurlijk) en naar die bijeenkomsten gaan. Lekker praten met vakgenoten. Onrust weer een tijdje weg.
Maar nu komt het. Ik denk dat ik niet moet toegeven aan die natuurlijke behoefte. Want geef ik er aan toe, dan ga ik opscheppen. Over onze omzet. Over onze interessante klanten. Over hoe we een op het eerste gezicht hopeloos project winstgevend maakten. En klagen natuurlijk, over personeel, stagiaires, klanten die er niets van begrijpen. Dat moet ik niet doen. Daarom kan ik beter geen lid worden.
Mijn vrouw denkt er net zo over. Die zou mij denk ik nog liever een week met Katja Schuurman naar een onbewoond eiland laten gaan.
Gepost door
Wouter van den Berg
op
10:01
0
reacties
Labels: Aardappelpsychologie, Katja Schuurman, Ondernemerschap, Opscheppen