Vuurwerk. Milieuvriendelijk vuurwerk natuurlijk.
Trommels, ook milieuvriendelijk!
Kijk kijk kijk kijk kijk! Je ziet hoe ze het doen, dat heet richten. Het mag natuurlijk niet opvallen, maar je ziet ze de afstand tot hun buurman uitmeten en eh... richten dus. Rrrichten!
Al die meisjes die nu thuis zitten te mokken dat dat trutje het gehaald heeft.
Vooral de 3.000 back-ups.
Break a leg, zeiden ze nog, en ze meenden het.
Hoe doen ze dit?
Ik ben bang dat daar mensen onder zitten.
Nu niet zeggen dat ze mooie handen heeft (gevolgd door navertellen van voorval uit boek van die Franse sinoloog)
"Maakt niet uit, ga hier maar zitten, godverdegodverdegodver. Ga zitten, ga zitten, nu!"
Wat me steeds maar weer opvalt: wat milieuvriendelijk allemaal!
Het zijn niet voor niets de milieuvriendelijke spelen. Net als Berlijn 1936, dat zei die zoon van Albert Speer. Berlijn 1936, was ook milieuvriendelijk.
Er zitten mensen onder.
Wat staat daar nou?
Dat is een heel belangrijk karakter, dat betekent... Oh, het is alweer weg.
Diverse verwijzingen naar Binnen-Mongolië, of waar ze mensen die niet goed mee willen doen ook gewoon zijn naartoe te sturen.
Hoe doen ze dit?
Ze zouden het ook computergestuurd een beetje ongelijk kunnen maken, dat het líjkt of er mensen onder zitten.
Ze hangt aan een touw hoor.
Zij hebben dan het papier, het buskruit en het schrift uitgevonden, maar Nederland heeft de dubbele wave uitgevonden, wist je dat? Drie weken geleden geloof ik. Stond in de krant.
Razendsnel overgenomen dan nog. Overgenomen en geperfectioneerd, dat moet je toegeven.
Het Parool las ik dat in. Léés die krant.
Verschillende opmerkingen over de individualistische, humanistische traditie waar je ten onrechte zo weinig over hoort als China ter sprake komt.
Hoe doen ze dit?
Ja, er zaten dus mensen onder.
(Heb jij hier moeite mee of zo?
Nee, integendeel, ik vind het prachtig als mensen doen wat eigenlijk alleen robots kunnen.)
Verkijk je niet op de geweldige mogelijkheden van de computer.
Verwijzingen naar de roemruchte tijden waarin keizers die meisjes allemaal als bijzit zouden hebben genomen. Uiteraard niet dan na eerst de families te hebben vermoord.
"Wacht ik bedenk opeens... dit kan je beter zó doen..."
Gwoep...! Wechts...! Wichten!! Zo was geloof ik. Of zeiden ze er nog Mars bij? Dat klonk bij elke commandant anders, maar nooit gewoon als Mars.
"Spontaan! Nu spontaan! Allemaal spontaan!"
Die hoge pluimen, dat is echt een vergissing. Iedereen buigt zijn hoofd toch een beetje anders, dat wordt genadeloos uitvergroot.
Ze hebben gewoon niet goed geoefend.
Nu duurt het wel lang.
Die muziek... Je hebt toch het idee dat ze daar iets mee willen zeggen. Dat hun muziek mooier is dan onze muziek of zo.
Wat... niet zo is.
Kom er maar in, Kate Bush!
Hoeveel echte duiven zijn er ook weer uit hun huis gezet?
De gelukkige klas. Boek van Theo Thijssen.
Uiteindelijk steken ze allemaal een hand op. Ook de kinderen die het niet moesten van de regie.
Ja, ze voelen toch ergens dat er 1 miljard landgenoten kijken, dan wil je niet dat die denken dat jij het niet weet. DAN MAAR ONGEHOORZAAM ZIJN!
Hun ouders zullen het wel te horen krijgen.
Dat zijn hoge partijbonzen.
Van de kinderen die hun hand niet op mochten steken zijn de ouders iets lagere partijbonzen.
Ze zijn alleen maar voor de walvissen omdat Japan er tegen is.
Ze hangen aan touwen hoor.
Hand in hand, oog in oog, alle kleuren van de regenboog.
Nu komen de barbaren. De sporters. Zootjes ongeregeld.
zaterdag 9 augustus 2008
We hebben uren van ons leven zinlozer besteed
Gepost door
Wouter van den Berg
op
00:59
1 reacties
Labels: China, Kantoorhumor
woensdag 19 juli 2006
Lachen in China en Rusland
Het voordeel van pas in september met mijn cursus Chinees te beginnen: ik kan, zoals ik altijd heb gedaan, vooruit bladeren in mijn leerboek, maar nu gaat dat eens niet ten koste van mijn huiswerk. Ik word ik getroffen door een uitleg over lachen:
Lachen (笑 xiào) is een afwijking van de conventie en kan een uitdrukking van verschillende emoties zijn:Als we ons even niet afvragen hoe zeker dit allemaal is, dan vind ik de tweede variant het verrassendst. Ik ken er geloof ik geen voorbeelden van, maar ik ben dan ook nog nooit in China geweest en ken weinig Chinezen.
* Soms is het een reactie op een tragische situatie; in dit geval geeft het aan dat men afstand neemt van de gebeurtenissen of dat men de ander niet in verlegenheid wil brengen (惨笑 cănxiào).
* Een uiting van boosheid of een manier om zijn boosheid te beheersen (冷笑 lěngxiào).
* Een teken dat men iets niet begrijpt; in deze situatie wordt het gebruikt om geen gezichtsverlies te lijden.
(Joël Bellasen, A key to Chinese speech and writing (Beijing 1997), p. 106
Over de eerste variant schreef Adriaan van Dis uitgebreid in Barbaar in China (herinner ik me, heb het boekje niet bij de hand). Het lijkt op ons leedvermaak, maar dat is het niet echt, zoals ook blijkt uit de nuancering "om de ander niet in verlegenheid te brengen". Lachen uit onmacht is het meer. Ik ben bang dat deze vorm niet uniek is voor China, maar in alle samenlevingen voorkomt waar onrechtvaardigheid, het getroffen worden door het noodlot, zo gewoon is, dat andere reacties (helpen, verontwaardigd zijn, je sympathie uitspreken) zinloos zijn. "Ik lach om niet te huilen."
Ook de derde variant lijkt me niet uniek voor Chinezen. Ik werd er in Rusland vaak mee geconfronteerd. Maakte ik tijdens een gesprek een opmerking die buiten de verwachte clichés viel, dan werd daar vaak om gelachen. Goed, mijn minder dan perfecte Russisch zal meegespeeld hebben. Maar als ik een grappige taalfout maakte werd dat ook uitgesproken. Het kan dus inderdaad onbegrip zijn geweest - en onwil, a priori, om een buitenlander te begrijpen, want die begrijpt toch niets van Rusland.
Ik ervoer dat lachen altijd als uitlachen. Het was prettig geweest als er iets over in mijn leerboek Russisch had gestaan. Dat dat niet het geval was, heeft er ongetwijfeld mee te maken dat dat een Russiche uitgave was.
Gepost door
Wouter van den Berg
op
23:57
0
reacties
Labels: China, Chinees, Cultuurverschil, Rusland, Russisch, Vertalen
zondag 22 januari 2006
Mao voor het slapengaan
Toen Angela Merkel eerder deze maand in Washington was, schijnt ze met George Bush over de nieuwe biografie Mao: The Unknown Story van Jung Chang en John Halliday te hebben gesproken. Het is goed te horen dat Bush goede boeken leest (en Merkel ook natuurlijk, maar van haar hadden we niet anders verwacht). Ik bedoel dat niet ironisch. En dat Mao een goed boek is neem ik aan - ik heb het niet gelezen maar hoop dat nog te gaan doen: ik waardeer beide schrijvers, heb stukjes gehoord in Off the shelf en verschillende, ook kritische recensies, gelezen.
(De kritiek is dan dat het teveel "op de persoon" is geschreven, en te weinig over de omstandigheden uitlegt waaronder hij zo succesvol kon zijn. Ook zouden ze bij het noemen van cijfers over de verschrikkingen stelselmatig uitgaan van de hoogste schattingen, terwijl die niet noodzakelijk beter onderbouwd zijn. Maar deze biografie is de eerste in zijn soort over Mao, dus dat mogen we als kinderziektes beschouwen.)
Natuurlijk deed zich de vraag voor: waarom leest hij juist dit boek? Presidenten zijn traditioneel voorbeeldige lezers van geschiedenis, maar dan vooral van biografieën van hun grote voorbeelden. In zijn leesgedrag lijkt Bush zich dus gunstig te onderscheiden van zijn voorgangers. Op aandringen van journalisten deed perssecretaris Scott McClellan navraag. Het blijkt dat hij het boek van zijn vrouw cadeau heeft gekregen, hij heeft het net uit, en hij vindt het goed, omdat het "really shows what a brutal tyrant he was" en dat "he was much more brutal than people assumed". En tenslotte dat "millions and millions were killed because of his policies".
Dat valt dan toch weer een beetje tegen. Kom je na 814 pagina's niet verder dan het navertellen van de flaptekst? Maar misschien mochten we ook niet veel meer verwachten. De situatie is natuurlijk dat Bush het boek voor entertainment las en daarin niet teleurgesteld werd, hoe vreemd dat misschien ook klinkt voor mensen die zelf liever een roman of een thriller ter hand nemen. Als ik het zelf gelezen heb, zal ik waarschijnlijk in een paar woorden niet veel meer zeggen.
Genanter is daarom bij nader inzien de reactie van Jung Chang, in hetzelfde artikel in de International Herald Tribune waar ik mijn informatie vandaal haal: nu hij in gesprek is met de huidige Chinese leiders, "It's not surprising that he should want to know from what roots this regime has grown." Als hij geschiedenisboeken zou lezen ter voorbereiding op onderhandelingen, zou hij voor de komst van Angela ongetwijfeld wat Duitse geschiedenis hebben gelezen - en een gesprek hebben gevoerd dat echt de diepte in ging.
Naschrift Eerlijk is eerlijk, Jung Chang zegt ook dat Bush zich waarschijnlijk tot het boek aangetrokken voelt omdat "it's a very dramatic story about a roller-coaster life." En verder onderschrijf ik de titel van hetzelfde stuk in de New York Times (ik weet hoe de IHT werkt, dus ik had hier meteen naar op zoek moeten gaan): Sometimes a Book Is Indeed Just a Book. But When? En dan zonder het voorbehoud.
Gepost door
Wouter van den Berg
op
23:36
0
reacties
Labels: Boeken, China, George W. Bush, Geschiedenis, Jung Chang, Mao, Politiek