zaterdag 7 januari 2012
Tofik Dibi en de verontwaardiging
Dat evangelische snoetje. Die ongelooflijk gratuite standpunten. En terwijl andere linkse politici steeds maar weer spelen dat ze verschrikkelijk verontwaardigd zijn (rechtse ook, maar weer net even anders), wat al genoeg reden is om nooit naar de Nederlandse televisie te kijken uit angst dat er zo’n figuur voorbijkomt, lijkt Dibi het ook nog eens te ménen, die verontwaardiging. Hoe dom kan je worden?
(Ik mag van mijn vriendin en van mijn moeder niet zeggen dat sommige mensen dom zijn. Ik tart hen bewust. Mijn vriendin weet waarschijnlijk niet wie dat is, Tofik Dibi. Ik zal het haar op verzoek uitleggen. Mijn moeder zal het wel weten en het mij voor een keer niet kwalijk nemen.)
En inderdaad, het zit me dwars dat hij, blijkens de NRC van gisteren, van Femke Halsema het meesterwerk Persepolis cadeau heeft gekregen. Femke was ook al zo’n verontwaardiging-speelster en schijnt af en toe via Twitter nog oprispingen te hebben, maar ik weet beter, want heb met haar op school en op hockey gezeten, toen ze nog een gewoon collegesjaalmeisje was. Ze deugt, of in ieder geval: je weet wat je aan haar hebt.
Maar dan wel zo'n Dibi Persepolis voor z’n verjaardag geven - een van mijn lievelingsboeken, dus daar moeten andere mensen voorzichtig mee omgaan. Dibi in de wolken. Wat een boek, ook al, zegt Dibi zelf, omdat hij alleen maar strips leest. Vervolgens allemaal gelul over de Arabische lente etc., weer te gênant voor woorden - ik hoop dat ik mijn lezers niet hoef uit te leggen dat je niet overal politiek van moet maken.
Maar wat is het Dibi: je leest alleen strips (lekker goedkoop trouwens om daar een punt van te maken), maar had nog nooit van Marjane Satrapi gehoord? Of kende je Satrapi stiekem wel, maar wil je iedereen laten weten dat je zo close met Femke bent dat je van haar perfecte cadeaus krijgt?
Begrijp je hoe fout je zit? Nee waarschijnlijk, als je dit zou lezen zou je het glimlachend van je af laten glijden. Of verontwaardigd.
Gepost door
Wouter van den Berg
op
21:28
4
reacties
Labels: Boeken, Marjane Satrapi, Niet op Nurks, Politiek
donderdag 27 januari 2011
Zintuiglijk genot
Toevallig heb ik nog geen e-reader, maar ik wen al aardig aan de grote omschakeling. Het is een vreemd idee, dat de 55 meter boeken die ik nu in mijn boekenkasten heb misschien nog eens tot 60 meter zullen aangroeien, maar dat dat het dan wel zal blijven. Toon mij uw boekenkast en ik zeg u wie u in 2011 was.
De voordelen van e-boeken zijn ontzaglijk. Licht om mee te nemen, gaan niet stuk in de tas. Je hoeft niet te kiezen welke je mee op vakantie of in de trein of naar de wc of naar bed meeneemt. Doorzoekbaar natuurlijk, heel belangrijk voor iemand die zelden een boek van begin tot eind leest, maar wel wil weten wat een schrijver over dit of dat zegt. En de wereldliteratuur (OK, tot negentienhonderdzoveel i.v.m. de auteursrechten, maar evengoed) gratis downloaden en altijd bij je hebben, dat is toch een droom.
Het belangrijkste argument dat naar mijn mening tegen e-boeken wordt aangevoerd is het zintuiglijke. Neem die gebonden boeken van Van Oorschot. Ja, die vind ik mooi. Ik gaf in mijn studententijd mijn laatste geld uit aan het Verzameld Werk van Toergenjev, vier delen (later, toen ik al geld verdiende, maar nog niet bepaald veel, kwam er nog een deel brieven bij, met de prachtige commentaren van Karel van het Reve, die, scoop, niet in het Verzameld Werk komen, dus koop dat Toergenjev-deel) in de onovertroffen Russische Bibliotheek. Ik word nog steeds blij als ik ernaar kijk. Ook de Multatuli's. En veel boeken met een geschiedenis.
Maar je moet dit argument niet overdrijven. Dat wil zeggen: ik wil best aannemen dat voor veel mensen de ervaring van het lezen van een goed gemaakt boek heel belangrijk is. Maar voor mij telt het niet zwaar. Veel mooie boeken vind ik als ik ze eenmaal in handen heb helemaal niet zo prettig meer, wat ze ook hebben geprobeerd met hun dundruk, leeslintjes etc. Ik leef in permanente angst dat ik ze stukmaak, wat ik ook vrij vaak doe: ruggen breken, vetvlekken erop maken (als je ze op de eettafel legt - fijne actieve zithouding heb je daar, maar bij mij thuis willen er ook wel eens kruimels op blijven liggen), kleine scheurtjes in bladzijden en stofkaft, bij het uit de kast halen, of gewoon uit pure onhandigheid tijdens het lezen, vooral in bed.
Maar zelfs als je een slag handiger bent dan ik of er niet om maalt je boeken stuk te maken, dan blijft het nog maar de vraag of het eigenlijke lezen werkelijk zoveel prettiger is in een boek van papier. De ideale 'leesinstellingen' zijn zo persoonlijk, geen uitgever kan met alle voorkeuren rekening houden. De Gerard Reve-biografie van Nop Maas heeft voor mij een te groot formaat. Ik lees langzaam en laat me graag en veel afleiden, dus moet ik het lezen regelmatig hervatten, maar met grote bladzijden weet ik dan niet meer waar ik was. De delen van het VW van KvhR zijn te dik naar mijn smaak. Met een e-reader kan je (stel ik me althans voor) lettertype en -grootte aanpassen. En als hij stukgaat is hij inwisselbaar.
Een weinig gehoord argument tegen e-books dat ik er wel bij wil noemen om nog de schijn van een balanced view te wekken: wat doe je met de vrijgekomen, of althans niet meer voor boeken gereserveerde ruimte? Gaat dat niet galmen? Een béétje een fijn huis wordt gedomineerd door boekenkasten. Bij sommige leuke mensen komen daar ook nog een of twee kasten vol platen of cd's bij, die wegens de iPod ook al niet meer uitgebreid zullen worden. Maar weinig mensen willen kleiner gaan wonen. Er komen muren vrij die voor planken bedoeld waren.
Voor dit probleem bestaan verschillende oplossingen. Je kunt bijvoorbeeld tapijten aan de muur hangen, zoals ze in Rusland doen. Dat is goed voor de akoestiek en het staat gezellig. Maar... je kunt ook een aquarium nemen. Of een kat, die anders tegen de boeken zou piesen. Tot de echte omwaarders aller waarden zou ik willen zeggen: neem een aquarium van twee meter én een kat. Als u toevallig mijn kinderen een dezer dagen tegenkomt: graag niet laten merken dat dat nu precies is wat ik op het moment overweeg.
Gepost door
Wouter van den Berg
op
01:12
0
reacties
Labels: Boeken, Gerard Reve, Karel van het Reve, Niet op Nurks, Technologie
vrijdag 1 januari 2010
Boeken inruimen
Het is vervelend dit te moeten zeggen, maar aan de kinderen had ik niet veel bij het inruimen van de boekenkasten. Ze vroegen bij elk boek waar het moest staan en hadden moeite met het alfabetiseren (dochter van tien vanaf de derde letter, dochter van acht vanaf de tweede letter). Haalde ik gisteren met de kinderen niet meer dan twee Billy’s (A t/m H van de literatuurkast), vandaag kreeg ik alles min of meer af.
Natuurlijk waren er twijfelgevallen. Gibbon, Haffner, Huizinga, Popper, Presser, Russell, Schoperhauer, A.J.P. Taylor - in een van de kasten met geschiedenis en filosofie boven, of beneden, bij de literatuur? Dat ze bij de literatuur kwamen, hadden ze vooral te danken aan het feit dat daar toevallig anders een paar planken leeg zouden zijn gebleven.
Dan waren er toch nog eigendomskwesties. Zeker tien titels elk van Austen, Kousbroek, Mutsaers: mijn ex en ik gaven ze regelmatig aan elkaar cadeau en wat maakte het uit waar ze kwamen te staan, "we gaan toch nooit uit elkaar, haha!", maar heb ik nu echt de mijne meegenomen?
Nog moeilijker: de aanwinsten uit de bibliotheek van Karel van het Reve. Apart houden, of mergen met mijn eigen collectie? Compromis: boeken die ik altijd al had willen hebben tussen soortgenoten zetten (Brodsky, Lichtenberg, Maugham, Mencken, Tucholsky, Russische taalkunde, communisme, uitgaven van de Herzen-stichting), maar ook een apart kastje houden voor bijzondere zaken, waaronder veel ‘dubbelen’: mooie oude Poesjkin-uitgaven (ik beschik al over een zeer complete uitgave van het Verzameld Werk) en boeken met opdracht van Kousbroek en Brandt Corstius (behalve het onderhoudende De man die niet in de rij wou staan, geschreven onder het eenmalige pseudoniem Peter Malenkov, had ik die allemaal al), en titels waarvan ik niet weet waar ik ze zou moeten zetten en die dus bibliografisch verloren zouden gaan (tot een volgende verhuizing in ieder geval).
Toch was het leuk mijn kinderen te laten helpen. Dochter van tien glundert bij het zien van een mooi ingerichte plank boeken. Niet ‘glimlacht’, beste lezer, ‘glundert’!
Gepost door
Wouter van den Berg
op
23:49
1 reacties
Labels: Boeken, Karel van het Reve, Karel van het Reve (uit de bibliotheek van ~), Kinderen, Scheiding, Verhuisd
donderdag 1 oktober 2009
Oefening baart kunst
Een citaat. Even lezen, OK? Het is leuk en belangwekkend, ik hoop hier bij gelegenheid nog op terug te komen. Een voetnoot.
There is only one way to get good at fighting: you have to do it a lot.Helemaal zelf bedacht, niet door mij dus helaas, maar door Martin Amis. Een van de redenen dat een goede vechter dit niet geschreven zou hebben is dat zo’n vechter dan erg veel tijd in het polijsten van zijn stijl zou moeten hebben gestoken, wat waarschijnlijk ten koste van het vechten zou zijn gegaan. Uit Money. A Suicide Note.
The reason why most people are no good at fighting is that they do it so seldom, and, in these days of high specialization, no one really expects to be good at anything unless they work out at it and put in some time. With violence, you have to keep your hand in, you have to have a repertoire. When I was a kid, growing up in Trenton, New Jersey, and later on the streets of Pimlico, I learned these routines one by one. For instance, can you butt people (i.e. hit them in the face with your face - a very intimate form of fighting, with tremendous power to appal and astonish)? I took up butting when I was ten. After a while, after butting a few people (you try to hit them with your rugline, hit them in the nose, mouth, cheekbone - it doesn’t much matter), I thought, ‘Yeah: I can butt people now.’ From then on, butting people was suddenly an option. Ditto with ball-kneeing, shin-kicking and eye-forking; they were all new ways of expressing frustration, fury and fear, and of settling arguments in my favour. You have to work at it, though. You learn over the years, by trial and error. You can’t get the knack by watching TV. You have to use live ammunition. So, for example, if you ever tangled with me, and a rumble developed, and you tried to butt me, to hit my head with your head, you probably wouldn’t be very good at it. It wouldn’t hurt. It wouldn’t do any damage. All it would do is make me angry. Then I’d hit your head with my head extra hard, and there would be plenty of pain and maybe some damage too.
Besides, I’d probably butt you long before it ever occurred to you to butt me. There’s only one rule in street and bar fights: maximum violence, instantly. Dont’ pussyfoot, don’t wait for the war to escalate. Nuke them, right off. Hit them with everything, milk bottle, car tool, clenched keys or coins. The first blow has to give everything. If he takes it, and you go down, then you get ll he has to mete out anyway. The worst, the most extreme violence - at once. Extremity is the only element of surprise. Hit them with everything. No quarter.
Gepost door
Wouter van den Berg
op
19:08
4
reacties
Labels: Andermans veren, Boeken, Cultuurverschil, Filosofie, Martin Amis
zondag 21 december 2008
Your Own Private Idaho
Een mooie van president Johnson, een variant op "never bite the hand that feeds you" en tevens op het altijd leuke (als je moeite met de politie hebt) "next time you're in trouble call a hippie", die ook nog eens actueel is in het kader van de Bridge to Nowhere-discussies.
James Reston was een zeer gerespecteerd journalist, die zich had uitgesproken tegen verdere inmenging in Vietnam. Frank Church was een senator van de staat Idaho, die bij zijn aantreden in 1957 niet meteen begreep wie er de baas was in de senaat, namelijk Lyndon B. Johnson, toen majority leader. Johnson zei hem bij zijn aantreden dat hij geacht werd voor het wetsvoorstel te stemmen dat zodadelijk aan de orde zou komen. Church stemde tegen, en werd een half jaar genegeerd door iedereen die ertoe deed.
Daarna schatte hij de situatie jarenlang beter in, en eigenlijk deed hij dat nog steeds toen hij in 1965 Johnsons Vietnam-beleid aanviel en daarbij verwees naar een stuk van James Reston. Johnson:
Frank, next time you want a bridge or a highway in Idaho, go ask James Reston.Ik heb dit... niet uit Robert Caro's onvolprezen meesterwerk The Years of Lyndon Johnson, waar ik, zoals trouwe lezers van dit blog weten, nu al een maand of zes in bezig ben. Dat is nog niet bij het presidentschap. Het komt (met wat bij elkaar gesprokkelde extra informatie) uit een boek van Jan Donkers, De tweede Amerikaanse eeuw. Gisteren voor 7,90 EUR gekocht bij de Linnaeus Boekhandel. Dat is een van de beste boekhandels van Amsterdam. Stapels van de delen I en II van het Verzameld Werk van Karel van het Reve, maar ook koekboeken, kunstboeken, buitenlandse boeken, ramsj, en een uitstekende afdeling kinderboeken. Voor elk wat wils.
Gepost door
Wouter van den Berg
op
11:03
0
reacties
Labels: Boeken, Lyndon B. Johnson, Politiek
zondag 2 november 2008
Registerarbeiten
Ik voel me niet overal op mijn gemak. Thuis, daar wel, zolang er geen bezoek is (of het moet echt heel goed bezoek zijn, dit voeg ik toe voor de vrienden die er vanmiddag waren). Op het werk, maar de mensen die er werken zijn ook door mij en mijn vrouw gekersenplukt.
Maar verder? In de supermarkt om de hoek, waar ik toch zeker om de dag kom zal ik niet gauw aan een vakkenvuller vragen of ik er even bij mag. Op de school van mijn kinderen, waar ik elke doordeweekse dag kom, gedraag ik me als in een vreemd land.
Dus ik bedoel maar: er is wat voor nodig om voor mij de omstandigheden te scheppen om optimaal te functioneren. En zo'n plaats is er nu bijgekomen in de vorm van de redactieruimte van Uitgeverij Van Oorschot, waar ik gisteren mocht helpen met de laatste loodjes van het register van Deel 2 van het Verzameld Werk van Karel van het Reve. (Wat? vraagt u nu misschien, Deel 2 al? Niet nerveus worden, de delen 1 en 2 komen tegelijkertijd uit, in december is het zover.)
Waaruit blijkt dat op m'n gemak voelen? In mijn geval: door mee te lullen over zaken waar anderen veel meer van af weten, en dat op zo'n vanzelfsprekende manier dat die anderen zelfs mijn mening gaan vragen. Ik kwam als konsoel'tant voor Russische zaken, maar mocht ook helpen met het schrappen in lemma's die niet over Russen gingen.
Dat zit zo: het is een personenregister, waarin we behalve de volledige namen ook korte beschrijvingen van die personen staan. Dus Marx wordt:
Marx, Karl Heinrich, 1818-1883, Duits sociaal wetenschapper en revolutionair, [paginanummers]Maar doordat we tot het laatst toe zo veel namen bleven toevoegen, dreigde de redactie boven het gewenste aantal bladzijden te komen. Regels werden ineens kostbaar, en soms kun je er een winnen door een lemma in te korten, bijvoorbeeld door "sociaal wetenschapper en revolutionair" te vervangen door "publicist", zoals VhR deed in de Geschiedenis van de Russische literatuur.
Bij het inkorten moesten een paar moeilijke keuzes worden gemaakt. Een enkele keer wisten we werkelijk niet hoe we iemand met een of twee woorden recht zouden doen. Neem nu Kenau Simonsdochter Hasselaer. Met een helderheid die ik normaliter slechts in betere blogsessies heb, stelde ik community organizer voor. Dit voorstel haalde het dan toevallig weer net niet, maar als u toch dat Verzameld Werk koopt, vergeet dan niet het register er van tijd tot tijd bij te pakken!
Gepost door
Wouter van den Berg
op
18:11
3
reacties
Labels: Aardappelpsychologie, Boeken, Karel van het Reve, Verzameld Werk Karel van het Reve
zaterdag 18 oktober 2008
Doe dat eens na, Michelle Obama!
Vanaf het moment dat Claudia "Lady Bird" Taylor met Lyndon B. Johnson trouwde, was ze dienstbaar aan zijn ambities. Altijd binnen een halfuur warm eten op tafel, op welk uur haar man ook thuis kwam, en met hoeveel onaangekondigde gasten ook. Als het eten niet goed genoeg was voor de gelegenheid (onaangekondigde gast bleek jarig, bijvoorbeeld) schold Johnson haar ten overstaan van iedereen uit.
Lady Bird was heel verlegen, maar maakte er het beste van als ze toch in gezelschappen moest verkeren. Een van de vele pijnlijke episodes in haar leven was eind jaren dertig, de tijd dat haar man net representative was en Longlea frequenteerde. Longlea was het landgoed van zijn belangrijkste financiële ondersteuner, de oliebaron Charles Marsh. Behalve om politieke redenen kwam Johnson er omdat hij een relatie had met de minnares en latere vrouw van Marsh, de oogverblindend mooie, intelligente en wereldse Alice Glass. Longlea kwam zo dicht bij een "salon" als je in Amerika kon komen: er kwamen politici die uit Marsh' hand aten, maar ook intellectuelen en kunstenaars, velen gevlucht uit Europa.
Als Lady Bird mee naar Longlea was, hoorde ze de conversaties stil aan. Maar terug in Washington ging ze naar de bibliotheek en leende ze de boeken waar ze over had horen spreken - en las ze ook. Mein Kampf las ze, waardoor ze veel beter dan de meeste Amerikanen begreep wat er in Europa gebeurde. En de regelmatige gasten op Longlea, zelf blijkbaar toch niet zulke lezers, hadden het nog lang over de "zomer toen Lady Bird Oorlog en Vrede las". Steeds dat boek bij zich. En toen ze het uit had, "she felt there was something to be gained by a rereading", schrijft Robert Caro. En ze herlas het, helemaal.
Ik neem me vaak nog tijdens het lezen voor om een boek meteen, zodra ik het uit heb, te herlezen, om alles wat ik gemist heb op een rijtje te krijgen. Het enige boek waarmee ik dat ooit gedaan heb is Oorlog en Vrede. Wel heb ik de tweede keer de hoofdstukken overgeslagen waarin Tolstoj zijn gedachten over de geschiedenis uitwerkte.
Gepost door
Wouter van den Berg
op
17:41
0
reacties
Labels: Boeken, Lady Bird Johnson, Lev Tolstoj, Lyndon B. Johnson, Oorlog en Vrede, Presidenten
zondag 15 juni 2008
Wessel te Gussinklo
Ik had geloof ik nooit van Wessel te Gussinklo gehoord (of in ieder geval: zijn naam deed bij mij geen enkele bel rinkelen), tot ik het plastic van een Vrij Nederland scheurde - dat doe ik meestal twee weken nadat we 'm in de bus hebben gekregen, wat in dit geval het stuk 'De teloorgang' van Simon Kuper, een publicist die 'op een antropologische manier' over sport schrijft, op een leuke manier achterhaald maakte - en naast dat stuk van Kuper de rubriek aantrof waarin in dit nummer die Wessel te Gussinklo de jaloersmakende eer kreeg zijn vijf leefregels toe te lichten (jaloersmakend, jazeker, stel je even voor dat je dat mag: aan de Italiaans-Belgische journaliste Carolina lo Galbo (geb. 1980) vertellen wat je leefregels zijn - geen enkele vieze oude man van boven de dertig (G. Reve) zou die kans laten lopen, al moet hij zich er met een verlopen kop voor laten fotograferen - en natuurlijk als de wiedeweerga vijf leefregels bedenken, wat niet iedereen even goed afgaat) en benieuwd was wat ik al die jaren gemist had.
Een snelle speurtocht levert op: hij houdt van lange zinnen met zijsprongen. En in zijn romans is hij een meester in gênante scènes. Die romans ga ik niet lezen. Dat is natuurlijk makkelijk beloofd voor iemand die geen tijd heeft om welk boek dan ook te lezen, dus laat ik dit aanscherpen: al waren het de laatste boeken ter wereld, ik zou ze niet lezen, want ik kan niet tegen gênante scènes. Maar hij heeft ook pas een boek geschreven dat Palestina als adderkluwen heet en dat misschien wel interessant is.
Ik krijg uit wat ik erover lees de indruk dat Te Gussinklo vindt dat de Palestijnen niet moeten mieren en hun verzet moeten opgeven. Elsbeth Etty citeert hem over de Amerikaanse Indianen: 'Waren het gewoon blanken geweest dan hadden ze, het vergeefse van hun verzet inziend, wat bijgeleerd.' Ik heb zelf al eens de parallel getrokken tussen Palestijnen en Indianen. Als je verder niets 'hebt' met die Indianen, kun je al snel zeggen: het was natuurlijk fout om Amerika op hen te veroveren, maar nu is het toch maar mooi het land waar Barack Obama president kan worden.
Te Gussinklo nu lijkt nog een stapje verder te gaan, en te vinden dat de slachtoffers zich beter snel in hun historische rol hadden kunnen schikken. Dat zou een wreed oordeel zijn. Wie zich tegen een verkrachter verzet, verdient het niet dom genoemd te worden, al is die verkrachter veel sterker en heeft hij een boekenkast vol boeken.
Gepost door
Wouter van den Berg
op
21:42
0
reacties
Labels: Amerika, Barack Obama, Boeken, Indianen, Palestijnen
zaterdag 24 mei 2008
Roger Scruton en het onderwijs
Ik lees al 26 jaar de NRC, en heb in mijn perceptie toch al gauw 26 interviews met of uitgebreide besprekingen van een boek van Roger Scruton gelezen. Dat er veel minder stukken op de pagina "Scruton, Roger" staan, is voor mij een bewijs dat NRC Boeken nog niet lekker draait.
Het mooiste vond ik deze keer een citaat over het belang van leraren in het overdragen van kennis:
Echte leraren brengen geen kennis over om hun leerlingen te begunstigen; ze onderwijzen hun leerlingen om de kennis te begunstigen.Nu zou je kunnen zeggen, alle gepraat over het belang van de leerlingen ten spijt, dat ons onderwijssysteem daar al op ingericht is: leerlingen slagen voor hun eindexamen als ze hun "leerdoelen" hebben gehaald. Daarmee wordt, uiterst moeizaam en in een verwaterde vorm natuurlijk, maar toch, een corpus van kennis instandgehouden. De nieuwe generatie valt niet terug in een staat van barbarij, zodat de westerse maatschappij nog even voort kan, krakend en met achterlating van een spoor aan onderdelen waarvan het belang niet meer wordt begrepen.
Dat is ongeveer de praktijk, maar we verkopen dit tegenwoordig allemaal als zijnde in het belang van de leerlingen. Scruton is daar niet in geïnteresseerd. Minder goede leerlingen mogen wel meedoen, maar je moet er niet te veel energie in gaan steken, want zij kunnen geen rol spelen in het begunstigen van de kennis. (Wat zou dat "begunstigen" in het Engels geweest zijn? Kunnen ze op die website niet meteen gebruikmaken van de geweldige mogelijkheden van de computer en het Internet en voor de geïnteresseerde de geluidsband er als referentiemateriaal aan hangen?). Mijn interpretatie? Welnee, hier, lees:
Een leraar moet de kinderen met het meeste talent eruit pikken en zich op hen richten, anders gaat kennis verloren. Als hij dat niet doet, is hij ongeschikt voor zijn vak. Natuurlijk moet hij zich ook bekommeren om die andere, gewone kinderen, maar het belangrijkste is de kennis. De leerlingen komen op de tweede plaats.Begrijp me goed, ik vind dit prima. Ik zou zelf als leraar redelijk aan Scrutons ideaalbeeld voldoen: het overdragen van kennis (welke kennis dan ook) stond in de korte tijd dat ik voor de klas heb gestaan voor mij centraal. Goede leerlingen luisterden graag naar me, terwijl minder goede geloof ik wel waardeerden hoe ontspannen ik reageerde op hun gebrek aan belangstelling: "Je hoeft niet te luisteren, maar doe liever wel of je luistert. Dan ben je anderen niet tot last en wie weet steek je er nog wat van op." Meestal waren ze stil (problemen had ik pas tijdens het "zelfstandig werken").
Ik kan me ook redelijk vinden in het onderwijzen van de dingen die Scruton belangrijk vindt. Wel is het zo dat ik (om maar eens iets te noemen) The Years of Lyndon Johnson elke dag van de week boven Plato verkies. Behalve over de grot en de ideale staat wil ik dus óók vertellen hoe een arme boerenzoon president van de Verenigde Staten kon worden. Daar zit geen letter theorie bij.
Dat zou Scruton toch wel goedvinden, hoop ik. Niemand heeft een consequente verzameling voorkeuren. Sterker nog, de denkers die voor Scruton (en voor mij) de beschaving vertegenwoordigen zijn het onderling over cruciale zaken oneens - terwijl er toch maar één gelijk kan hebben. We zouden eigenlijk moeten kiezen tussen Plato en Aristoteles, we zijn verdorie geen relativisten.
Nog sterker: Scruton is zo inconsequent als iemand maar zijn kan. Geen visserij, wel vossenjacht. Anders dan ik kan hij echter wel op al zijn voorkeuren een stempeltje met "Tradioneel!" drukken.
Gepost door
Wouter van den Berg
op
21:23
0
reacties
Labels: Boeken, Filosofie, Lyndon B. Johnson, NRC, Onderwijs, Presidenten, Roger Scruton
maandag 21 april 2008
Ha, Nazis Schmazis!
Een van de dingen die Popski's Private Army zo fascinerend maakt, is de eerlijkheid van de schrijver. Als lezer moet je dan zeer alert zijn, want een schrijver kan makkelijk die indruk van eerlijkheid wekken door gênante dingen over zichzelf te vertellen. Daarmee wint hij de lezer voor zich, zodat hij zijn rol verder naar hartelust kan verfraaien.
Zou dat bij Popski het geval zijn? Heeft hij zijn rol op cruciale punten opgeborsteld? Sommige acties zijn zo gedurfd en lopen zo goed af dat je het bijna niet kunt geloven - bijvoorbeeld wanneer hij in een fantasieuniform door een door de Duitsers en Italianen beheerst stadje in Lybië (Derna, nu Darnah) loopt om uit te vinden waar een krijgsgevangenenkamp is, en hoe hij de krijgsgevangenen daaruit zou kunnen bevrijden. Hij kent zijn talen, maar zou natuurlijk door de mand vallen als hij een serieus gesprek aanging met wie dan ook. Daarom praat hij Italiaans tegen de Duitsers en Duits tegen de Italianen. Hij weet met de aldus opgedane inlichtingen 45 gevangen te bevrijden.
Maar die gevangen zijn bevrijd, en van allerlei andere acties bestaan andere getuigenverslagen, die weliswaar een heel ander perspectief aan de zaak geven (zie hier voor een samenvatting van het boek met andere bronnen ter confrontatie), maar de feiten ondersteunen. Er blijven een paar vreemde dingen, waar ik hopelijk nog op terugkom, maar zo in het algemeen durf ik wel te zeggen dat je hem kan vertrouwen.
Dan is er nog iets. Als Popski in een zelfreflectie had geschreven dat hij een egoïstische thrill seeker was, had ik zijn eerlijkheid te goedkoop, te veel uit het boekje gevonden. Maar zijn eerlijkheid is echter. Hij schrijft hoe hij als een kind zo blij is als zijn arm er afgeschoten wordt, en hoe die blijheid maar langzaam overgaat in irritatie. Dat maakt een authentieke indruk.
Ook doet hij geen enkele moeite zijn politieke naïveteit te verhullen. Hij mocht de Duitsers. Goede soldaten. Alla, kun je nog zeggen, dat is de "tunnelvisie" van een militair. Maar dat hij in 1938 Duitsland bezocht en het er erg plezierig toeven vond, en pas in 1945, bij het zien van Franse krijgsgevangenen die een Oostenrijks concentratiekamp hebben overleefd, een besef begint te krijgen van wat er in Duitsland eigenlijk gebeurd was - dat had hij niet hoeven vertellen.
Gepost door
Wouter van den Berg
op
14:39
0
reacties
Labels: Aardappelpsychologie, Boeken, Duitsland, Geschiedenis, Oorlog, Politiek, Popski's Private Army
zaterdag 24 november 2007
Karel van het Reve-avond: heengaan of niet?
De avond nadert met rasse schreden, en ik ben als vrijwilliger van het Verzameld-Werk-van-Karel-van-het-Reve-project uitgenodigd erbij te zijn - anders zou ik het wel weer gemist hebben. Maar op 26 november, aanstaande maandag dus, zal het luisterboek Karel van het Reve leest Luisteraars! worden aangeboden aan Ronald Plasterk, die, lezen we in het persbericht een "verklaard liefhebber van Karel van het Reve" is. Dat verbaast me niets en het doet hem alleen maar in mijn aanzien stijgen - hij was al de eerste minister sinds Joop den Uyl die ik geheel vertrouw. Tot zover geen probleem.
Maar wat lees ik verder in het persbericht?
Publicisten Bas Heijne, Paul Cliteur en Xandra Schutte spreken een column uit, en gaan met elkaar in debat.Aargh. Hoe gaan we dit uitzitten? Laten dit nu net drie mensen zijn van wie ik NOOIT een stukje heb weten uit te lezen, al heb ik het met Bas Heijne verschillende keren geprobeerd. Goeie jongen lijkt me, beetje warrig, zou zich aan het advies van KvhR uit Het raadsel der onleesbaarheid moeten houden: als hij moeite heeft met het schrijven van leesbare zinnen, kan hij toch tenminste trachten onleesbare zinnen te schrappen?
Mijn allesoverheersende angst is echter dat de Islam ter sprake wordt gebracht, een onderwerp waarover KvhR nooit uitspraken heeft gedaan (behalve dan dat die Godsdienst zich door het ontbreken van bekeringsijver gunstig onderscheidt van het Christendom). Ik ben zo bang dat de discussie zal vervallen in een welles-nietes over wat VhR zou hebben gezegd over Ayaan, Theo van Gogh en de cartoonrellen, dat ik nauwelijks durf te gaan. Ik erger me bij voorbaat mateloos aan de onnozelheid van de forumleden, voor een zaal vol echte kenners. Die laatsten weten natuurlijk dat je bij de meester, net als bij Mozart, op een zeer aangename voorspelbaarheid kon rekenen, maar ook op een nog veel aangenamere onvoorspelbaarheid. Hij is er niet meer en we zullen nooit weten hoe hij over tal van belangrijke en minder belangrijke dingen dacht. Daar moeten we maar mee leven.
Vooruit, laat ik maar gaan. Ik heb geen Simon Carmiggelt aan wie ik mijn dilemma kan voorleggen. Maar die mensen in de zaal, daar kan ik wel mee praten. Koop die cd's, al heeft u Luisteraars! al drie keer van kaft tot kaft uitgelezen. Voor 17,50 euro heeft u de stem erbij. Jongere luisteraars kunnen er ongetwijfeld hun mp3-speler mee vullen. Vaders en moeders houden ze in de auto, zodat ze aan het broeikaseffect kunnen bijdragen en er toch gelouterd uitkomen. Wel even voor Sinterklaas zo'n dvd-speler met een paar van die schermpjes voor aan de hoofdsteunen regelen, en The Princess Bride voor de kinderen erbij kopen. Anders zit je op de langere einden met de feestdagen toch weer kinderliedjes te luisteren.
Gepost door
Wouter van den Berg
op
22:24
1 reacties
Labels: Boeken, Film, Karel van het Reve, The Princess Bride
zondag 11 november 2007
JFK en de kanonnen van augustus
Toen ik 18 werd kreeg ik van mijn vader drie boeken cadeau: The Old Man and the Sea van Ernest Hemingway, Opperlandse Taal en Letterkunde van Battus en Barbara Tuchman's The Guns of August. "Een vreemde combinatie," moet de verkoper van boekhandel Michon in Enschede tegen hem gezegd hebben. "Het zijn alledrie klassiekers," antwoordde mijn vader.
(Twee vragen die buiten dit stukje vallen werpen zich onmiddellijk op: (1) zouden er in andere branches dan de boekerij even bemoeizuchtige verkopers zijn? Die vraag kan ik onmogelijk beantwoorden, omdat ik zelden in andere winkels kom. Ja, in de supermarkt, maar daar gedragen de meisjes zich keurig, welke uitzinnige combinaties je ook op de band zet. En (2): wat is er geworden van Boekhandel Michon? Antwoord: dat is nu Yogacentrum Michon. The writing was on the wall, toen al, begin jaren '80, met etalages gewijd aan Fritjof Capra en De Dansende Woe-Li Meesters, maar jammer is het wel.)
Hoe is het met die drie boeken gegaan? The Old Man and the Sea heb ik gelezen, nooit herlezen, maar er zijn fragmenten blijven hangen. De Opperlandse Taal en Letterkunde heb ik criss-cross helemaal uitgelezen, en vele stukken meermaals. Helaas heb ik het ooit uitgeleend aan een Russische vriend met een geweldig gevoel voor de Nederlandse taal - die vriend heb ik voor het laatst gezien toen ik op 9 januari 1997 trouwde en het leek me toen geen goed moment het boek terug te vragen. Maar, Sacha Rousanovski, als je jezelf googelt: mail me! Een kwijtgeraakt boek koop ik niet opnieuw. Wel kocht ik onlangs Opperlans! maar dat heeft voor mij niet de magie die Opperlandse Taal- en Letterkunde had.
Maar dan The Guns of August. Het gaat over de aanloop tot en het begin van de Eerste Wereldoorlog, wanneer een diplomatieke rel door een complex van bondgenootschappelijke verplichtingen, misplaatst eergevoel en, achteraf gezien, onvoorstelbare beoordelingsfouten uitdraait op de massaslachtingen van de loopgraven.
Ik heb van dat boek ondanks herhaalde pogingen maar enkele tientallen bladzijden gelezen. Voor de duidelijkheid, collega-historici: ik heb niets tegen mevrouw Tuchman of haar opvattingen over geschiedschrijving. Ik ben vóór de geschiedenis als verslag van de beslissingen van grote mannen en de desastreuze gevolgen daarvan, ik ben vóór waardeoordelen en ik vind vooral ook dat je lessen uit de geschiedenis mag trekken - al ben ik de eerste om te erkennen dat dat razend moeilijk is. Maar dit boek heeft me nooit bij de les kunnen houden. Te veel details, te veel clichématige beschrijvingen.
Ik heb lang gedacht dat Tuchman door een stroke of luck ooit die Pulitzer Prize had gewonnen, en dat vervolgens velen haar boek hadden gekocht, en het daarom herdruk na herdruk beleefde, maar dat niemand het ook echt las. Maar nu moet ik op gezag van biograaf Robert Dallek aannemen dat niemand minder dan president Kennedy The Guns of August las, en zijn ministers aanraadde hetzelfde te doen. In het boek zouden twee diplomaten na de Eerste Wereldoorlog tegen elkaar zeggen:
- "How did it all happen?"Om te zorgen dat na een eventuele Derde Wereldoorlog de overlevenden wél zouden weten "how this all happened", besloot Kennedy tot het installeren van microfoons en bandrecorders in het Witte Huis.
- "Ah, if only we knew."
Ik heb vandaag enkele uren besteed aan het vinden van dat citaat en ik zal er nog enige tijd insteken - op die manier pik ik toch nog wat mee van het boek. Maar eerlijk gezegd heb ik er een hard hoofd in. Ik vraag me zelfs af of Kennedy die hele Guns of August wel gelezen heeft. Het citaat past niet in het boek, maar zou bijvoorbeeld wel uitstekend passen in bijvoorbeeld een televisie-interview met Tuchman uit die tijd. Waarom heeft u dit boek geschreven, mevrouw Tuchman? "Well, after the Great War was over, two diplomats met..." Ik denk eigenlijk dat het zo zit. Tenzij iemand me het citaat aanwijst.
Gepost door
Wouter van den Berg
op
21:48
0
reacties
Labels: Barbara Tuchman, Boeken, Geschiedenis, John F. Kennedy, Oorlog, Presidenten
zaterdag 20 oktober 2007
George Orwell en Anthony Powell over kleding
Nog eens Bernard Crick, nu over de ontmoeting van Orwell met Anthony Powell (die we kennen van de romancyclus A Dance to the Music of Time, of in ieder geval van de BBC-serie die daarvan is gemaakt). Het was in de oorlog, en Powell voelde zich overdressed in de blues van zijn regiment (in het Nederlands heet dit enigszins misleidend het "dagelijks tenue"), en ook Orwell was niet op zijn gemak:
'Orwell's first words, spoken with considerable tenseness', Powell recalled 'were "Do your trousers strap under the foot?" ... "Yes." Orwell nodded. "That's the important thing." "Of course." "You agree?" "Naturally." "I used to wear ones that strapped under the boot myself," he said, not without nostalgia. "In Burma. You knew I was in the police there? These straps under the foot give you a feeling like nothing else in life."'Zeg nu zelf, beste lezer die in de jaren '70 trainingsbroeken droeg - is dit waar of niet? Jazeker is het waar. Helemaal onder de schoen, of onder de voet in de schoen. Beide onweerstaanbaar.
Even warme gevoelens heb ik over mijn uniformbroeken in militaire dienst - niet die van het dagelijks tenue (die prikkelden, en zagen er bovendien goedkoop uit), maar die van het gevechtstenue, dat je gelukkig dagelijks droeg. Geen voetbandjes hadden die, maar elastiekjes om de enkels. Ook ongelooflijk fijn waren de gevechtsjasjes, weer zo'n vreemde benaming, want eigenlijk waren het zwaar katoenen overhemden. Luxeprobleem: trok je het direct aan, of met zo'n lekker legerhemd eronder? Geen burgertenue haalt het erbij.
Gepost door
Wouter van den Berg
op
17:15
0
reacties
Labels: Boeken, George Orwell, Kleding, Nostalgie, Oorlog
Andrej Amalrik
Het ging ongeveer zo. Ik stond me vanochtend te scheren. Ik vond dat ik een vrij stugge baard had. Dat terwijl ik me op mijn vaste tijd stond te scheren, en dat ik dat gisteren ook had gedaan (een uur verschil merk je). Misschien omdat ik vannacht per ongeluk de verwarming aan had laten staan (warmte lijkt de baardgroei te bevorderen). Of krijg ik op mijn tweeënveertigste een fatsoenlijke baard?
En toen moest ik aan Andrej Amalrik denken. Die schreef ergens over zijn problemen met scheren in de gevangenis, en merkte daarbij op dat hij geen noemenswaardige baard heeft. Hoe oud was hij toen? En... hoe oud was hij eigenlijk geworden?
Nekotorye fakty:
Zapiski dissidenta (in Nederlandse vertaling verkrijgbaar als Dagboek van een provocateur) is het enige Russische boek dat ik niet één, niet twee, niet drie, maar zeker vier keer heb gelezen.
Een Russische vriendin die mijn stukgelezen pocket leende, gaf die de volgende dag alweer terug - hele nacht doorgelezen. "Hij weet wat vrijheid is", was haar enige commentaar. Misschien vindt u haar een melodramatische Russin, maar dat is ze niet.
Bij ons thuis gevleugelde woorden: "Wat is nu een eitje zonder zout!" (Amalrik krijgt in de gevangenis van Magadan na bovenmenselijke inspanningen het hardgekookte ei waar hij op grond van zijn medische toestand al jaren recht op heeft, maar natuurlijk nooit kreeg; maar in plaats van blij te zijn beklaagt hij zich er luidruchtig over dat hij er geen zout bij krijgt).
En verder: "En ja hoor, de ene wijze uitspraak na de andere!" (Amalrik heeft een kampgenoot, die in de verzamelde werken van Lenin een wijze uitspraak moet vinden - "maar er natuurlijk geen enkele vindt" -, aangeraden de verzamelde werken van Brezjnev te proberen. En ja hoor...).
En dus, net nagezocht: Amalrik werd 42.
Bon, eigenlijk heb ik helemaal geen tijd om te bloggen, we zijn namelijk bezig met onze financiële planning, moet onder meer uitzoeken wat een lijfrentepolis is!
Gepost door
Wouter van den Berg
op
00:21
5
reacties
Labels: Andrej Amalrik, Boeken, Gevleugelde woorden, Rusland
maandag 1 oktober 2007
George Orwell en bommen
George Orwell had iets met bommen. In zijn jeugd maakte hij bommen met een vriendje (Prosper Buddicom, hij ging ook met hem uit schieten).
Hij zegt - en niemand ontkent - dat hij in de Spaanse Burgeroorlog waarschijnlijk een tegenstander heeft gedood met een handgranaat.
Tijdens de Tweede Wereldoorlog schrijft hij memoranda om de Home Guard effectiever te maken. Daarin benadrukte hij het belang van zelfgemaakte bommen. Hij zette zich ook aan het maken ervan:
[He] found an empty garage and put his section to work making their own petrol bombs out of milk bottles, by methods no longer safe to describe.Eenmaal klaar waren ze blijkbaar veilig genoeg - zijn vrouw Eileen merkte later op:
I didn't mind the bombs on the mantelpiece, but I didn't like the machine-gun under the bed.In Orwell's schrijven ging het er nog harder aan toe - al voor de oorlog, zelfs voordat hij naar Spanje gaat. Biograaf Bernard Crick geeft een reeks citaten uit Keep the Aspidistra Flying (1936). De held van het verhaal, Gordon Comstock, mijmert over de aanstaande oorlogen en ziet de hele beschaving weggebombardeerd worden - wat hij goed vindt.
Crick maakt echter ook aannemelijk dat Orwell niet uniek was; sterker nog, dat het in de extreem-linkse kringen waarin hij in de jaren '30 verkeerde gemeengoed was te denken dat de revolutie zou volgen op een forse luchtoorlog, waarin de kapitalistische structuren naar het Stenen Tijdperk teruggebombardeerd zouden worden. Hun 'geloof' in bombarderen werd weer gedeeld door de haviken van die tijd (die tijdens de Tweede Wereldoorlog hun theorieën in de praktijk mochten brengen) en van alle tijden sindsdien.
Gepost door
Wouter van den Berg
op
23:48
0
reacties
Labels: Boeken, George Orwell, Geschiedenis, Niet op Nurks, Oorlog
zondag 13 augustus 2006
Vertalen is als een vrouw
Op de stripboekenafdeling van Scheltema, waar ik bij nader inzien dus geen Gummbah kocht, had ik nog wel een ander idee: Persepolis van Marjane Satrapi te kopen. Ik moest vrij snel beslissen, want ik had mijn dochter van vijf meegenomen en stripafdelingen zijn tegenwoordig, blijkt, geen plaatsen voor kinderen. Seks en geweld alom, bijna geen normaal boek te vinden.
(Ik betrap me er trouwens op dat ik geweld tegenwoordig minder erg vind dan seks. De kinderen mogen naar Winx Club en wat al niet op de televisie kijken, maar onze shunga's zullen voorlopig niet aan de muur terugkomen. Zo was het ook met de strips: ik liet dochter van vijf verder bladeren in een gewelddadige mangastrip omdat ik twee meter verderop stapels boeken met blote vrouwen op de kaft had gezien. Zolang ze dáár maar niet heen zou lopen.)
Ik was aan Persepolis herinnerd toen een paar dagen eerder op een vertaalnieuwssite een interview met Marjane Satrapi voorbij was geflitst - uit 2004, dat heeft waarschijnlijk met de instellingen van de automatische nieuwsspeurdiensten te maken - waarin Satrapi de flauwe Franse wisecrack "Een vertaling is als een vrouw: ze is óf mooi, óf trouw" ter sprake bracht. Satrapi bleek de voorkeur te geven aan mooie vertalingen.
Terug uit de boekhandel las ik meteen het eerste deel van Persepolis. Nog beduusd door die lectuur moest ik echter nog de gewone boodschappen doen. Voor de deur van Albert Heijn stonden twee Iraniërs. Uiteraard werd ik door een van hen aangesproken (ik word altijd aangesproken, vooral door mensen die te verlegen zijn om iedereen aan te spreken), "over de mensenrechten in Iran". Ik: "Nou, u had me niet op een beter moment kunnen treffen, ik heb net het eerste deel van Persepolis van Marjane Satrapi uit." De Iraniër gaf geen krimp en vertelde over mannen en vrouwen die in Iran doodgemarteld waren. En vroeg of ik de Stichting van de Familieleden van Iran (SFVI) geldelijk wilde steunen.
Daar was ik niet te beroerd voor, maar ik had geen zin weer zo'n vast bedrag per maand over te maken dat alle liefdadigheidsclubs tegenwoordig vragen. 25 EUR in een keer dan, wat ik behoorlijk genereus van mezelf vond - die SFVI zou net zo goed een communistische mantelorganisatie kunnen zijn tenslotte, Satrapi geeft ook een aardig inzicht in de oppositionele krachten in Iran. De man, duizelig van succes (I.V. Stalin) wees me erop dat ik voor 50 EUR een hele folderactie kon betalen, maar nu was het mijn beurt om geen krimp te geven. 25 EUR dus, en thuis maar eens nakijken hoe goed ze zijn.
Ik zou zeggen: oordeel zelf, maar lees in ieder geval Marjane Satrapi, Persepolis, tweede druk van de eendelige uitgave net uitgekomen (augustus 2006), in een volgens mij redelijk trouwe vertaling uit het Frans van van Toon Dohmen.
Gepost door
Wouter van den Berg
op
21:31
0
reacties
Labels: Boeken, Iran, Marjane Satrapi, Sex sells, SFVI, Vertalen
zondag 6 augustus 2006
Niet achter de geraniums
Het interview met Boudewijn van Eenennaam, vertrekkend ambassadeur uit Washington, en zijn vrouw Jellie, afgelopen zaterdag in NRC Handelsblad, roept herinneringen op aan het legendarische interview dat Ischa Meijer in 1984 had met Bram Peper, toen burgemeester van Rotterdam, die ook door zijn vrouw terzijde werd gestaan. Bram en zijn toenmalige echtgenote (kom, hoe heette ze ook alweer? Niet Neelie natuurlijk, die kwam later) lieten zich in dat interview als zulke proleten kennen dat je het met plaatsvervangende schaamte las - of leest, het staat in Ischa Meijer, De interviewer. 50 interviews uit 25 jaar interviewen (Amsterdam 1999), 230-236.
(Mijn vrienden en ik, toen etterbakken van 18, hebben nog enige tijd de eind-i's en -o's in Italiaanse namen verwisseld. Willy Alberto, dat werk.)Hij: "En dat we mensen van Boymans-Van Beuningen geschoffeerd zouden hebben."
Zij: "Daar kopt ook geen reet van. We zijn op zaterdagmiddag in de stad. En er was een Tintorettitentoonstelling. We hadden gezellig gestad. O, zo graag Tintoretti nog even zien. Kwart over vier. Wij ernaar toe. Bij de ingang woven ze al naar ons. Wij gelijk door. Tjee, waar is die Tintoretti? Suppoost zegt: 'Moet u twee trappen op, is daar achteraan.' Staan daar twee mannen: 'Ja, jammer, dan had u beneden een kaartje moeten kopen.' [...]"
Hij: "Wouen we even snel ruiken aan cultuur, weet je wel."
Zij: "En we hebben al weinig tijd." (p. 230-231)
Die "hij" en "zij"-vorm nu heeft interviewer Tom-Jan Meeus bij het uitwerken van zijn gesprek ook gebruikt. Dat is volgens mij al op het randje. Maar hij heeft nog iets uiterst villeins gedaan door, weer net als Ischa, letterlijker te citeren dan in interviews gebruikelijk is - vooral haar denk ik - waardoor de geïnterviewden, tsja, toch wat minder klasse uitstralen dan je van een ambassadeursechtpaar verwacht.
Zij: "Washington is een matriarchaat gewoon. Er zijn zo ontzettend veel vrouwenclubs. En door de vrouwen krijg je de mannen binnen. Het is constant netwerken. Niet alleen lunches, ook boekpresentaties, partijen, lezingen - de vrouwen zijn hier heel erg involved."En over senator John Warner, die de twee met wat stroop smeren verleidden tot het verzachten van een belastingmaatregel waar Nederlandse multinationals slachtoffer van zouden worden:
Bedrijft u ook diplomatie?
Zij: "Denk het wel. Ja. Natuurlijk. Ze vragen mij ook mijn mening over Nederland. Dus ik lees wekelijks het rapport van de directie politieke zaken. Je moet wel voorbereid zijn. Absoluut."
Hij: "Hij was dus vroeger getrouwd met Liz TaylorIs deze genadeloze portrettering verdiend? Ik ben bang van wel. Want als het over zwaardere dingen gaat is het allemaal even simpel, en dan is het opeens niet leuk meer:
Zij: "Was. Wás."
Hij: "Ik geloof dat hij haar vierde was"
Zij: "Hij is nu getrouwd met een vrouw van Nederlandse afkomst."
Hij: "Dat helpt dus, hè."
Zij: "Ja."
Zal de Afghaanse missie houdbaar blijven?
"Het is ons werk om daarvoor te zorgen. Ik ben erg blij dat we meedoen. In Nederland speelt altijd de vraag van de vuile handen. Wij hebben een neutralistische en pacifistische traditie: mensen blijven liever achter de geraniums zitten. Hier is de mentaliteit anders. En daar kunnen wij iets van opsteken. Iedereen om vijf uur naar huis - dat heb ik nooit iets gevonden. Je moet dúrven in het leven."
Tsjonge, het is ons werk om daarvoor te zorgen. Hoe stelt hij zich dat voor? Door zelf luchtsteun te gaan geven? Wat kunnen "we" (ik neem aan dat hij de politici en de diplomaten bedoelt) verder doen? Met vlaggen zwaaien misschien, laten merken dat we achter de jongens staan? Dat doen de Amerikanen niet eens meer voor hun Iraakse missie en de Afghaanse zijn ze al helemaal vergeten. Het is een compleet lege verklaring.
En dan zijn er mensen die niet veel zien in OORLOG VOEREN, ik kapitaliseer dat voor de zekerheid, want daarvoor zijn we in Afghanistan. De mensen die daar niet veel in zien blijven volgens Van Eenennaam liever achter de geraniums zitten.
Mag ik even heel onaardig zijn? Ik denk niet dat Boudewijn van Eenennaam een negen-tot-vijfmentaliteit heeft. Maar ik denk evengoed dat hij geen enkel recht van spreken heeft als het gaat over durven. De persoonlijke risico's die hij neemt zijn minimaal - een sociale afgang is het ergste dat hem kan overkomen. Bah, wat een bal.
Ik had ook nog even willen ingaan op het kokette "There will be new babes, no?" waarmee Jellie reageerde op de vraag wat de societybladen nu moesten nu zij en haar Jordaanse collega-diplobabe weggingen. Zie hier. Hoe zit het met dat woordje "no"? Sprak ze dat nog met een bepaald accent uit? Of is dat juist heel chic? Maar ik heb daar helemaal geen zin meer in.
Gepost door
Wouter van den Berg
op
23:02
0
reacties
Labels: Afghanistan, Boeken, Ischa Meijer, Nederlands, Politiek
zaterdag 5 augustus 2006
Afghanistan en Vietnam
Ergens in Dagboek van een provocateur (ik kan de plaats niet terugvinden) schrijft Andrej Amalrik dat een gevangenisdirecteur (of een rechter, of een KGB-ondervrager) hem verwijt altijd maar weer over kleinigheden te beginnen. "Een gevangene heeft alleen maar kleinigheden om zich mee bezig te houden," antwoordt Amalrik. Dat geldt in zekere zin ook voor militairen. Arnon Grunberg heeft dat haarfijn aangevoeld.
Grunberg schrijft veel, daarom is hij wel eens wat slordig. In het helaas om zeep geholpen blog Watterstaat verhaalde Matthijs Bakker hoe hij door een medewerker van Arnon Grunberg was benaderd om te helpen een citaat van Jean Genet thuis te brengen. Matthijs herkende het niet, gaf een aantal alternatieve mogelijkheden maar uitte zijn twijfels over de herkomst. Het leek hem gewoon geen Genet. En hoewel ook bij verder onderzoek door Matthijs en mijzelf bleek dat alle sporen doodliepen - meest waarschijnlijke weg liep volgens mij via Ian Buruma in de New York Review of Books, die nog een slag om de arm hield, naar een blogger die zich waarschijnlijk helemaal vergiste - kwam het citaat doodleuk als van Jean Genet in een stuk in Vrij Nederland. Dat heeft zo'n jongen toch niet nodig, zouden we Herman Finkers kunnen citeren.
Maar in het eerste verslag dat hij gisteren in NRC Handelsblad publiceerde als "embedded journalist" met de troepen in Afghanistan had hij geen citaten nodig, en was hij helemaal in zijn element. Voor wie in het leger heeft gezeten en vooral voor wie wel eens op een missie is geweest is het uiterst herkenbaar. Je leest dingen die je bij anderen niet leest. Kleinigheidjes.
"Ben je al eens eerder in Afghanistan geweest?" informeerde ik.
"Al twee keer", zei de sergeant, "maar dit keer heb ik een kaasschaaf bij me". En er verscheen een triomfantelijke lach op zijn gezicht. hij zei, alsof hij iets vertrouwelijks vertelde: "Als ze eenmaal in de gaten hebben dat je kaas bij je hebt, wil iedereen een stuk. Maar als ze met een zakmes in de kaas gaan snijden, dan is die zo op. Daarom heb ik dit keer een kaasschaaf meegenomen, zoadat iedereen een dun plakje krijgt, begrijp je? Zodat ze dit keer mijn kaas niet voor mijn neus opvreten."
Verdomd, dit heb ik precies zo meegemaakt in Irak. Je kan het een kleinigheidje vinden, maar als jij de moeite hebt genomen dat blok kaas dat hele eind mee te nemen, of je familie heeft de moeite genomen het op te sturen, dan is het niet leuk als je zelf alleen het laatste stukje uit de korst mag snijden. (En van een mooie dunne plak proef je ook nog eens meer dan van een dikke.)
Verder komen er in dit eerste stuk al twee zaken aan de orde die in verslagen naar mijn mening vaak ondergewaardeerd worden: (1) het wachten, en (2) het gebrek aan privacy. En dat terwijl Grunberg nog niet eens op de plaats van bestemming is - ze zijn gestrand in een luxe hotel in de Sharjah.
Wel kwam Dennis zonder kloppen de badkamer binnen toen ik daar stond te douchen, maar ik begrijp dat oorlog en kloppen niet samengaan. Ik droogde mij haastig af, terwijl Dennis een plasje pleegde. Om de situatie niet onnodig te laten escaleren, informeerde ik: "Wat gaat luchtmobiel eigenlijk in Afghanistan uitspoken?"Grunberg heeft het hier nog niet over, maar hij zal het merken: alleen masturberen word je geacht uit het zicht van je maten te doen. Dus probeert iemand zich uit de groep te verwijderen dan weet de rest wat hij gaat doen.
"Wij gaan de PRT's beschermen", zei hij en hij trok door.
Grunberg kan natuurlijk niet meteen alles doorgronden. Op sommige dingen verkijkt hij zich. Zo denkt hij dat hij een van de zeldzame leden van de Apocalypse Now-sekte heeft ontmoet, waar ook hij toe behoort. Maar die sekte was in ieder geval in mijn tijd in het leger enorm. Naar Tour of Duty keek je voor de velddiensttekens, naar Apocalypse Now om te begrijpen wat oorlog was. En om te zien waarom de Amerikanen verloren hadden in Vietnam: allemaal gemengde tenues.
Gepost door
Wouter van den Berg
op
22:51
0
reacties
Labels: Afghanistan, Andrej Amalrik, Apocalypse Now, Arnon Grunberg, Boeken, Film, Kleding, Oorlog, Politiek
zondag 30 juli 2006
Een auto is geen luxe
Nieuws in de categorie "deden ze dat dan nog niet?" hoorde ik in de auto terug uit Enschede op de BBC-radio: Renault ontwerpt nu auto's "with the end price in mind". Opeens begrijp ik waarom auto's zo duur zijn. Maar welke Renault was dat dan? Door een plaatselijk onweer was de radio gestoord, dus ik hoorde het fijne er niet van. Checken. Het zal over de Dacia Logan gegaan zijn. Een mooi initiatief, want zoals elke Rus weet:
Een auto is geen luxe, maar een vervoermiddel.Dit citaat, waar in Rusland eindeloos op gevarieerd wordt - dat is ook heel makkelijk, je hoeft alleen maar de puntjes in te vullen: "... is geen ..., maar ...", waarbij je desnoods op niet één van die plaatsen het oorspronkelijke woord laat staan - is afkomstig van Ilf en Petrov, en wordt in de mond gelegd van de oplichter Ostap Bender, in het meesterwerk Het gouden kalf.
Dat Bender dat boek nog haalde, is een klein wonder, want hij sterft aan het einde van het eerste boek over zijn avonturen, De twaalf stoelen. Uit het (alleen Engelstalige) Wikipedia-artikel over Bender leer ik dat dit een voorbeeld van retconning is. Wat dat allemaal kan inhouden is te veel om op te noemen. Het voorbeeld dat alle jongetjes vroeg of laat leren is het vangnet tussen de rotsen. Zorro (of een tegenstander van Zorro) redde zich ooit zo. En professor Lupardi uit de Kapitein Rob-boeken, zoals Wim de Bie onlangs memoreerde (scroll omlaag naar 20 juli).
Retconning is geen noodgreep, maar een middel om het verhaal voort te zetten.
Naschrift In het Russisch luidt het citaat:
Avtomobil' ne roskoš', a sredstvo peredviženijaHeel letterlijk vertaald:
Automobiel geen luxe, maar middel [van] verplaatsingHet Russisch kent geen lidwoorden en je laat het woordje "is" meestal weg; die moet je in vertaling naar correct Nederlands dus toevoegen. Dat maakt die vertaling drie lettergrepen langer. Maar in het Nederlands zeggen we meestal geen "automobiel" meer, maar "auto" (twee lettergrepen minder), en kennen we het keurige woord "vervoermiddel" voor "sredstvo peredviženija" (vierlettergrepen minder), dus hebben we voor de afwisseling eens een vertaling die compacter is dan het origineel.
Dat is mooi, maar de Nederlandse versie
Een auto is geen luxe, maar een vervoermiddelis wel erg onevenwichtig, met die korte clincher - "sredstvo peredviženija" bouwt prachtig op. Waarschijnlijk daarom heeft S. van Praag, die ik in mijn stukje over de "Russische Bibliotheek" van het Kruidvat een goedwillende amateur noemde, een woordje toegevoegd. Karel van het Reve, die Ilf en Petrov leerde kennen via "de dikke van Praag" schrijft:
Mompelt een Rus in mijn bijzijn: "De automobiel is geen luxe..." dan vul ik automatisch aan: "... maar een nuttig vervoermiddel." Karel van het Reve, 'Waar zijn mijn lievelingstijgers' in De Russen in mijn kast (Amsterdam 1990) p. 67-76, p. 70Dat toevoegen van "nuttig" is eigenlijk niet goed te praten, maar het is net als met de Asterix-vertalingen. Goed of slecht, als je ermee bent opgegroeid wil je niets anders meer.
Gepost door
Wouter van den Berg
op
23:38
0
reacties
Labels: Boeken, Deden ze dat dan nog niet?, Film, Gevleugelde woorden, Karel van het Reve, Russisch, Vertalen
maandag 24 juli 2006
Rudy Kousbroek discussieert met landmeter
Holly Moors beleefde gisteren een zeer invoelbaar moment. Hij kon niet meer tegen de dolmakende stukken tegen atheïsten, die steeds regelmatiger in de betere media verschijnen, en schreef daar een stukje over. Lees voor mijn positie mijn verhaaltje Jongens en meisjes, een van mijn betere volgens mijn vrouw. Verder verwijs ik graag naar het elders door Moors opgestelde literatuurlijstje, en dan met name naar Karel van het Reve en Rudy Kousbroek. Ditto, niets aan toe te voegen.
O ja, toch een ding. Uit puur intellectueel, debat-technisch oogpunt (maar dan ook alleen uit dat oogpunt) is het vermakelijk te zien hoe ongelovigen en gelovigen elkaar de communisten toespelen:
Gelovige: "Communisten geloven niet in God, dus ze horen bij de ongelovigen."Een verslag van zo'n moedeloos makende discussie is te vinden bij Rudy Kousbroek, niet in Hoger honing, maar in Verloren goeling (Amsterdam 1998), p. 101:
Ongelovige: "Communisten geloven ergens in, dus ze horen bij de gelovigen."
Ik probeerde de landmeter duidelijk te maken dat het communisme in onze ogen ook een geloof was, en dat 'nergens in geloven' inhield dat je ook niet in het communisme geloofde. Je kon zien dat het niet baatte. hij had altijd geleerd dat het communisme de doodsvijand was van het geloof, en nu kwamen opeens twee Hollandse toeans hem vertellen dat het communisme zelf een geloof was. Het communisme was toch juist goddeloos? Wie was dan de God van het communisme? Ik gaf het op, ik heb me er toen met een grapje afgemaakt.Hier moet ik bij aantekenen dat dit gesprek in het Indonesisch plaatsvond, wat Kousbroek uiteraard een handicap gaf. Maar ook in Nederland lukt het hem maar niet om wie dan ook te overtuigen, geloof ik. Eh... denk ik. Ben ik bang. Voor aanhangers van de ratio is het roeien tegen de stroom in. Het wachten is alleen nog op Ayaans belijdenis.
Gepost door
Wouter van den Berg
op
23:19
0
reacties
Labels: Boeken, Religie, Rudy Kousbroek
