Posts tonen met het label Politiek. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Politiek. Alle posts tonen

zaterdag 7 januari 2012

Tofik Dibi en de verontwaardiging

Het is vast al vaker gezegd, maar een heel goede reden, een heel, heel, heel goede reden, een uitstekende reden, een reden die zo vanzelfsprekend is dat ik hem eigenlijk niet hoef uit te spreken, maar ja, je bent een blogger of je bent het niet, de aller-allerbeste reden om niet op GroenLinks te stemmen is Tofik Dibi.

Dat evangelische snoetje. Die ongelooflijk gratuite standpunten. En terwijl andere linkse politici steeds maar weer spelen dat ze verschrikkelijk verontwaardigd zijn (rechtse ook, maar weer net even anders), wat al genoeg reden is om nooit naar de Nederlandse televisie te kijken uit angst dat er zo’n figuur voorbijkomt, lijkt Dibi het ook nog eens te ménen, die verontwaardiging. Hoe dom kan je worden?

(Ik mag van mijn vriendin en van mijn moeder niet zeggen dat sommige mensen dom zijn. Ik tart hen bewust. Mijn vriendin weet waarschijnlijk niet wie dat is, Tofik Dibi. Ik zal het haar op verzoek uitleggen. Mijn moeder zal het wel weten en het mij voor een keer niet kwalijk nemen.)

En inderdaad, het zit me dwars dat hij, blijkens de NRC van gisteren, van Femke Halsema het meesterwerk Persepolis cadeau heeft gekregen. Femke was ook al zo’n verontwaardiging-speelster en schijnt af en toe via Twitter nog oprispingen te hebben, maar ik weet beter, want heb met haar op school en op hockey gezeten, toen ze nog een gewoon collegesjaalmeisje was. Ze deugt, of in ieder geval: je weet wat je aan haar hebt.

Maar dan wel zo'n Dibi Persepolis voor z’n verjaardag geven - een van mijn lievelingsboeken, dus daar moeten andere mensen voorzichtig mee omgaan. Dibi in de wolken. Wat een boek, ook al, zegt Dibi zelf, omdat hij alleen maar strips leest. Vervolgens allemaal gelul over de Arabische lente etc., weer te gênant voor woorden - ik hoop dat ik mijn lezers niet hoef uit te leggen dat je niet overal politiek van moet maken.

Maar wat is het Dibi: je leest alleen strips (lekker goedkoop trouwens om daar een punt van te maken), maar had nog nooit van Marjane Satrapi gehoord? Of kende je Satrapi stiekem wel, maar wil je iedereen laten weten dat je zo close met Femke bent dat je van haar perfecte cadeaus krijgt?

Begrijp je hoe fout je zit? Nee waarschijnlijk, als je dit zou lezen zou je het glimlachend van je af laten glijden. Of verontwaardigd.

dinsdag 15 maart 2011

Noam Chomsky

Eigenlijk moet ik hem gewoon opzeggen, de nrc next. Ik wilde een ochtendkrant, maar ik ben te oud en, het klinkt hard, te wijs voor nrc next. Maar ik voel me verplicht het uit te leggen, voor de jongere lezers. Die weten niet dat je moet uitkijken naar vluchtwegen als iemand de naam Noam Chomsky laat vallen, of het nu over taal gaat of over politiek. De redacteuren van nrc next wisten dat ook niet. Ik vermoed zelfs dat ze tot voor het afgelopen weekend zijn naam nog nooit gehoord hadden, en dachten dat ze een bijzonder, nieuw geluid hoorden toen hij afgelopen zaterdag een lezing in Amsterdam hield. Snel googelen, moeten ze hebben gedacht, en verdomd, de ene wijze uitspraak na de andere! Meteen presenteerden ze hem op de voorpagina als ‘politiek denker’. Bij de korte vertaling van die lezing reproduceerden ze in de (in die vreemde krant onvermijdelijke) ‘bullets’ braaf de vaste pitch van de Chomsky-bewonderaars. Net als het stuk van Chomsky zelf zijn die bullets voer voor eenieder die graag onzuivere argumenten ontrafelt, buitenissige claims natrekt of valse verdachtmakingen weerlegt. Maar dat kost wel tijd. Ik zou een dag of twee nodig hebben, want ik doe het graag zorgvuldig en wil mijn verslag leesbaar houden. Zoveel tijd heb ik niet. Maar, beste Nurks-lezer*, samen is dit misschien ook veel leuker? U moet dan wel even de nrc next erbij pakken. Maar misschien leest u die helemaal niet. Ik ben bang dat ik u dan gelijk moet geven.

*Dit stukje was bedoeld voor het online tijdschrift Nurks met zijn vaste club reageerders, maar ik wilde het de lezers die de voorkeur blijven geven aan BTBETW niet onthouden.

woensdag 16 februari 2011

Nichtje

Sommige commentatoren maken zich er vrolijk over dat Berlusconi zich had laten wijsmaken dat Ruby het nichtje van zijn vriend Hosni Mubarak was. Maar zo gek is dat niet. Het maakt misschien een rare indruk dat iemand die zo veel bereikt heeft in het leven zo naïef is, maar dat is gelul achteraf.

Allereerst zei iemand het tegen hem. Een naaste medewerker, mogen we aannemen. Die was dan zelf verkeerd voorgelicht, maar de minister-president is niet gewend dat naaste medewerkers hem macaroni aan zijn oren breien.

En toen hij die melding had gekregen viel alles perfect op zijn plaats. Dat hij dat niet meteen had bedacht toen hij met haar zat te babbelen. Ga maar na. (1) Ruby en Mubarak komen allebei uit Afrika. (2) Het is algemeen bekend dat ze daar grote families hebben, met neefjes en nichtjes in alle smaken. (3) Dat Ruby een andere achternaam heeft dan Hosni, pleit juist vóór de conclusie dat ze een nichtje is. Want neven en nichten hebben vaker niet dan wel dezelfde achternaam als de oom. (4) Mubarak is machtig, Ruby is mooi. Zeldzame mensen moeten wel iets met elkaar te maken hebben. Wat wel bewezen wordt door de clincher: (5) Berlusconi kent ze allebei.

Bij zoveel verbanden staat het verstand even stil. Ik begrijp heel goed dat hij meteen dat telefoontje pleegde om haar uit haar kerker te bevrijden.


PS. Niet een nichtje, een kleindochter. Maar dat kan net zo goed. Beter misschien nog zelfs. (6) Dat leeftijdsverschil alleen al!

zaterdag 20 november 2010

Schreeuw

Ik heb al jaren niet meer op GeenStijl durven kijken. (Aan de redacteur: u mág natuurlijk dat GeenStijl in de vorige zin naar het gelijknamige blog linken, maar ik hecht er aan te vermelden dat ik het evengoed niet bezocht heb, zelfs niet in het kader van de research waar ik normaliter zo aan hecht, en dat ik er ook beslist niet op zal klikken als ik dit stukje gepubliceerd zie.) De jongens schreven vaak erg geestig en ik was het soms helemaal met ze eens als het over de uitwassen van de linkse kerk ging. Maar de haat die tussen alle grappen en grollen zo onmiskenbaar uit hun stukjes bleek (en dan heb ik het nog niet eens over die lower form of life, de onder vrijheidslievende pseudoniemen opererende ‘reaguurder’), daar kon ik niet tegen. En nu is het erger: ze hebben gewonnen. Nu kan er afgerekend worden.

En dat is geloof ik iets wat de brave mensen die om cultuur gaan schreeuwen niet begrijpen. Dat hun paniek leuk gevonden wordt. Ze genieten ervan, de mensen die op de rechtse partijen gestemd hebben. Het was hun eerste programmapunt, bij wijze van spreken: “Halina Reijn moet ervoor boeten dat ze bloot op het toneel stond, onbegrijpelijke teksten uitsprak en achteraf champagne ging drinken met Harry Mulisch, terwijl oma in het bejaardentehuis haar eten te laat kreeg en geen airco had.” En verdomd, een weinig opleverende maar goed geplaatste bezuiniging op cultuur did the trick. Ze schreeuwt.

zaterdag 6 november 2010

Doorhalen

Ik dacht dat het een Amerikaans verschijnsel was, en dan nog een dat pas recentelijk is ontdekt: kiezers die moeite hebben met stembiljetten. De komende weken gaan we er weer meer van horen, prachtig: hoe spel je Murkowski? Maar de Nederlandse stemmenteller J. vertelde me vandaag dat ook Nederlanders er wat van kunnen. Die zetten vaak een vette streep door de kandidaten waar ze niets van moeten hebben. Dat mag niet, zulke stemmen zijn ongeldig. Hoewel dit gedrag bij de laatste verkiezingen bij kiezers van diverse signatuur voorkwam (het waren geen alleen-maar-tegenstemmers, ze hadden bijna altijd óók een vakje vet rood gekleurd, dus je kreeg een indruk van hun voorkeuren), was Geert Wilders uiteindelijk de grootste gedupeerde.

Je vraagt je af wat de boze stemmers ertoe bewoog namen door te halen. Meer zekerheid dat de kaartdragende leden van de linkse kerk die ongetwijfeld ook in de stembureaus zitting hadden niet alsnog het vakje voor Marianne Thieme gingen inkleuren – zoals je vroeger, toen je nog giro-overschrijvingskaarten invulde, een streep zette door de vakjes voor de honderd- en duizendtallen? Of gewoon, de wens het tegen IEMAND te zeggen, omdat het kon? Want ze zeiden duidelijk wel iets, zegt J., dus als dat het was, zijn ze in hun opzet geslaagd.

zondag 21 december 2008

Your Own Private Idaho

Een mooie van president Johnson, een variant op "never bite the hand that feeds you" en tevens op het altijd leuke (als je moeite met de politie hebt) "next time you're in trouble call a hippie", die ook nog eens actueel is in het kader van de Bridge to Nowhere-discussies.

James Reston was een zeer gerespecteerd journalist, die zich had uitgesproken tegen verdere inmenging in Vietnam. Frank Church was een senator van de staat Idaho, die bij zijn aantreden in 1957 niet meteen begreep wie er de baas was in de senaat, namelijk Lyndon B. Johnson, toen majority leader. Johnson zei hem bij zijn aantreden dat hij geacht werd voor het wetsvoorstel te stemmen dat zodadelijk aan de orde zou komen. Church stemde tegen, en werd een half jaar genegeerd door iedereen die ertoe deed.

Daarna schatte hij de situatie jarenlang beter in, en eigenlijk deed hij dat nog steeds toen hij in 1965 Johnsons Vietnam-beleid aanviel en daarbij verwees naar een stuk van James Reston. Johnson:

Frank, next time you want a bridge or a highway in Idaho, go ask James Reston.
Ik heb dit... niet uit Robert Caro's onvolprezen meesterwerk The Years of Lyndon Johnson, waar ik, zoals trouwe lezers van dit blog weten, nu al een maand of zes in bezig ben. Dat is nog niet bij het presidentschap. Het komt (met wat bij elkaar gesprokkelde extra informatie) uit een boek van Jan Donkers, De tweede Amerikaanse eeuw. Gisteren voor 7,90 EUR gekocht bij de Linnaeus Boekhandel. Dat is een van de beste boekhandels van Amsterdam. Stapels van de delen I en II van het Verzameld Werk van Karel van het Reve, maar ook koekboeken, kunstboeken, buitenlandse boeken, ramsj, en een uitstekende afdeling kinderboeken. Voor elk wat wils.

zaterdag 20 december 2008

Helden op sokken

Sorry voor de corny titel, maar hij dekt zo perfect de lading dat ik niet anders kan. Muntader al-Zaidi gooide zijn schoenen naar de man die van Irak het enige Arabische land heeft gemaakt waar je schoenen naar een bevriend staatshoofd kunt gooien en eraf komt met een spontaan pak slaag en (misschien) twee jaar gevangenis. "That's the price of freedom", was een van Bush' hoffelijke verklaringen na het incident. Aardig is ook hoe gemengd de reacties in Irak lijken te zijn. De reacties in de rest van de Arabische wereld daarentegen vervullen je met plaatsvervangende schaamte:

* Een Libische liefdadige instelling looft Muntader een prijs voor dapperheid uit. (Voor zo'n actie is in Libië een bijzonder soort doodsverachting nodig.)

* Een Saoedi-Arabiër biedt 10 miljoen dollar voor de schoenen, vanwege de morele waarde die ze vertegenwoordigen.

* Een zakenman in Bahrein schenkt een Mercedes-limousine. Hij piekert nog hoe hij de overdracht gaat regelen, want het is zijn eigen auto (bouwjaar 1990).

* Een Egyptenaar biedt zijn huwbare dochter aan. Dochter Amal vindt het geen slecht idee, zou ook best in Irak willen wonen.

Ik begrijp dat tegen de stroom inzwemmen in die landen dodelijk is, en ik verlang dat van niemand. Tandenknarsend afwachten tot het over is met die weerzinwekkende regimes, en proberen te leven, lijkt me het devies. (Is het u wel eens opgevallen dat de Arabische landen zo ongeveer de laatste echte dictaturen ter wereld zijn? Dat was 20, 30 jaar geleden wel even anders. We've come a long way, en verandering ís dus mogelijk.) Zo met de stroom méé zwemmen is verachtelijk. Stelletje hielenlikkers!

dinsdag 2 september 2008

Drie keer McCain

De beste verklaring voor McCain’s keus voor Sarah Palin werd afgelopen zaterdag gegeven in een leuke dialoog van de Votemaster. De betere verkiezingenbeschouwers zijn helemaal niet bezig met wie "de Amerikaan" het liefst als president ziet. Wat telt is het halen van de meeste stemmen in een aantal swing states, staten waarvan nog niet duidelijk is of ze Democratisch of Republikeins gaan stemmen. Dat zijn er dit jaar waarschijnlijk maar zes, en McCain moet ze allemaal winnen om president te worden. Zelfs het qua kiesmannen tamelijk onbetekenende Nevada mag hij niet verliezen. De Votemaster maakt aannemelijk dat Sarah Palin juist voor die staten een slimme keus is - beter dan gedoodverfde kandidaten als Mitt Romney en Joe Lieberman waren.

*

Hoewel het waarschijnlijk ongeveer zo gegaan is als de Votemaster zegt, wil ik toch mijn eigen theorie niet helemaal bij het grofvuil zetten. En dat is: McCain heeft er geen zin meer an. Hij is moe en hij heeft zijn ziel moeten verkopen aan die afschuwelijke "base" van kleingeestige Republikeinen (waarom moest dat? Dat moest omdat de partijleden degenen zijn die als de campagne echt goed losbarst van deur tot deur moeten gaan om mensen over te halen voor jou te stemmen. Je kunt niet zonder ze, en je moet ze redenen geven zich voor je in te zetten). Lees het ontluisterende interviewtje in Time. Met Palin kan hij glorieus ten onder gaan. Iedereen prijst hem nog eens om zijn moed - zo kennen we de oude McCain weer! -, Palin krijgt lekker een poosje alle aandacht en als de bounce ingezakt is maken ze de campagne freewheelend af. Twee mensen die er nooit echt in geloofd hadden - McCain fijn terug naar de Senaat, Palin naar Alaska en haar extended family.

*

Dat gedoe over de huizen van McCain, en dat hij niet zou weten hoeveel hij er heeft - in één klap implicerend dat zijn geestelijke vermogens ontoereikend zijn en dat hij zo puissant rijk is dat hij zich niet voor de gewone man zou kunnen inzetten. Hier is de bron van dat verhaal te beluisteren. Zijn vrouw is inderdaad puissant rijk - heeft een "net worth" van 100 miljoen dollar. Allicht is dat gedeeltelijk belegd in onroerend goed. Hij houdt zich daar niet mee bezig. Extra lastig is dan ook nog eens de vraag "How many houses do you and Mrs. McCain have?" Wat tel je precies mee? Hij weet waarschijnlijk wel in hoeveel huizen hij regelmatig slaapt, maar niet wat zijn vrouw nog in haar portefeuille heeft, en hoe de portefeuillebeheerder een property met meerdere gebouwen of een gebouw met meerdere appartementen meetelt. Het is zorgvuldig om zo'n vraag naar je staf door te verwijzen, zoals McCain doet.

Ik word diep ongelukkig als Obama (van wie ik hoop dat hij wint, en van wie ik begrijp dat hij moet aanvallen omdat de negatieve campagne tegen hem in volle gang is) dan dit goedkope spotje goedkeurt. Er staat een onwaarheid in. "He couldn't remember." Zo is het niet. Hij heeft het nooit geweten en dat geeft niets, hoe vervelend die waarheid ook is als je zelf geen enkel huis hebt.

woensdag 4 juni 2008

Hillary for Justice

Pfffffffff. En wat doen we nu met Hillary. Geen vice-president natuurlijk. Ze is geen dienstbaar type. En als het haar lukt haar eigen ambities in toom te houden, dan zit je nog altijd met Bill, die zich ook al niet op de achtergrond kan houden. (En dan zijn gedrag tijdens deze campagne. Ik ben altijd een fan van hem geweest, maar ik herkende hem domweg niet meer. Het was allemaal buitengewoon onwaardig. Nee, die willen we niet meer.)

En de stemmen van Hillary dan? Dat schijnt wel mee te vallen. Analisten lijken het er over eens te zijn dat de grootste groep Hillary-aanhangers, de echte Democraten, met enige tegenzin toch wel op Obama gaan stemmen. Een nieuwe, kleinere groep Clinton-stemmers bestond uit Reagan Democrats, als Democraat geregistreerde simpele zielen, die voor de duivelse keuze tussen een vrouw en een neger geplaatst voor de vrouw gingen, maar in de algemene verkiezingen naar McCain zullen overlopen, of Hillary nu op het ticket staat of niet.

Hillary is voor Obama dus van geen waarde vice-president, noch als stemmentrekkende running mate. Maar hij kan haar niet negeren, want ze moet het komende half jaar wel loyaal zijn. De Democraten moeten een front vormen. Die-hard Hillary-fans mogen niet stiekem hopen dat Obama verliest, opdat Hillary het in 2012 weer kan proberen, tegen de dan 76-jarige McCain.

Het is geen nieuw idee, maar hoog tijd het weer van stal te halen. Want wat we moeten doen is: Hillary beloven dat ze lid van het Hooggerechtshof mag worden. Zulke deals zijn eerder gemaakt. Het beste voorbeeld is Earl Warren, die door Eisenhower beloond werd voor zijn steun tijdens de presidentscampagne - terwijl Warren als populaire gouverneur van Californië zelf presidentskandidaat had kunnen zijn.

Maar is het wel moreel, past het wel bij Obama? Ja, geen probleem. Al die rechtersbenoemingen zijn politiek, en zo slecht zou Hillary niet zijn. Dat ze nooit rechter is geweest is geen bezwaar, ze is juriste, heeft veel praktische ervaring met constitutioneel recht en niemand heeft haar ooit van luiheid (of domheid) beticht.

En het mooiste is: het is voor haar een prachtige baan. Misschien wel mooier dan het presidentschap. Geen verkiezingscampagnes meer. Geen mensen die je te vriend moet houden. Respect van vriend en vijand (geen Amerikaan heeft ooit een Justice een idioot genoemd). Meer kansen om blijvend iets voor Amerika te doen dan als president.

Ja, als we haar de eerstvolgende openvallende positie aanbieden en de Obama-sceptici binnen de partij weten, voelen dat er zo'n deal is, dan gaan ze ouderwets hard aan het werk en wordt McCain weggevaagd.

Enige gevaar: dat Hillary zich, bevrijd van alle verplichtingen aan haar omgeving in een positie die ze voor het leven bekleedt, in onvoorspelbare richtingen gaat ontwikkelen. Een mooi voorbeeld is weer Warren. Eisenhower loste niet alleen een belofte in door hem te benoemen, maar dacht ook een staunch conservative binnen te hebben gehaald. Maar Warren, bij zijn benoeming 62 jaar oud, ging plotseling aan reflectie doen en was binnen een paar jaar een overtuigde liberal.

zondag 1 juni 2008

Haat

Toen ik op de middelbare school zat, was ik erg links. Ik ben nog steeds vrij links, want al ben ik dan ondernemer en heb ik geen moeite met principes als "loon naar werken", ik vind nog altijd dat het in de wereld oneerlijk verdeeld is. En dat dat misschien wel, misschien niet recht te zetten is, maar dat het zéker niet goed zal komen door alles op z'n beloop te laten. Overheden moeten de zwakken verheffen en de sterken in toom houden. Daartoe mogen ze nette burgers als mij rechten ontnemen en plichten opleggen. Verder vind ik dat je slechts in uiterste nood geweld mag gebruiken. Als je dat allemaal vindt, ben je per definitie links.

Maar mijn linksheid is niet meer zo compleet als toen ik op de middelbare school zat. Toen vond ik iedereen die er anders over dacht gevaarlijk, asociaal, een saboteur, een krankzinnige die er met zijn egoïstische gedrag voor zorgde dat alles even erg bleef als het was, nee, dat alles alleen maar erger zou worden. Honger, oorlog en woningnood waren hun schuld. De vijand waren ze. En ze waren nog herkenbaar ook: ze droegen collegesjaals, lamswollen truien en penny-schoenen.

Toen mijn vader me eens hoorde praten over een van die "kakkers", zekere Gert Looijesteijn, die bij maatschappijleer serieus het plaatsen van de kruisraketten had verdedigd, vroeg hij (mijn vader) of ik die jongen Looijesteijn soms haatte. Ik verzekerde hem dat ik dat niet deed, maar moest voor mezelf toegeven dat ik, tja, dat wel deed.

Behalve door dat soort incidentele vragen van mijn vader, ben ik door het lezen van Karel van het Reve afgekomen van zowel van mijn meest linkse ideeën (want, dat vergat ik te zeggen, ik was vóór de dictaturen in Cuba en Nicaragua) als van die haat jegens andersdenkenden.

Lezer, u kent hopelijk de Uren met Henk Broekhuis. Probeer u voor te stellen hoe een ernstige zeventienjarige jongen daarop reageert. Een jongen die, dat vergat ik ook nog te zeggen, op het vwo negens haalde voor de exacte vakken én voor Nederlands. Bij zo iemand komen de redeneringen van Van het Reve stevig aan. De schellen zouden hem van de ogen vallen, denkt u waarschijnlijk.

Bijna. Ik voelde me er zeker ongemakkelijk door, maar het proces dat mijn vader en VhR in gang zetten, werd pas een paar jaar later voltooid. Toen de schellen me uiteindelijk van de ogen vielen, studeerde ik al in Amsterdam, maar wanneer het precies gebeurde zou ik niet durven zeggen. Die haatgevoelens waren al eerder verdwenen; zo tegen het eindexamen mocht ik die Looijensteijn ook wel, al was hij geen haar beter geworden.

zaterdag 17 mei 2008

Jaja, zelfs ík wil iets zeggen over Gregorius Nekschot en de vrijheid van meningsuiting!

Je hebt scares die grote delen van de bevolking in hun greep hebben: momenteel angst voor terrorisme en klimaatverandering, nog niet lang geleden angst voor gekkekoeienziekte en de millenniumbug. Maarten van Rossem schreef er afgelopen zaterdag over in de NRC. Er zijn ook scares die het niet helemaal halen, zoals die voor het scheppen van een zwart gat in de deeltjesversneller van het CERN. Too far-fetched, je moet je er wel iets bij kunnen voorstellen.

Ik zou aan de bekende grote scares een kleine willen toevoegen: namelijk de angst dat het met de vrijheid van meningsuiting nu definitief gedaan is. Nieuwste bewijs: Gregorius Nekschot wordt aangehouden. Ja. Maar zo'n vaart loopt het niet. Om te beginnen: het gaat niet om de tekeningen die in het Parool van gisteren onder de alarmerende kop "Hier word je voor gearresteerd" op de voorpagina stonden.

Ik kan wel een of twee tekeningen bedenken die ik vroeger heb gezien (ik vind ze op zijn inmiddels waarschijnlijk overbelaste website niet meer terug), waarvan ik mij kan voorstellen dat mensen ze beledigend vinden, of zelfs vinden dat ze "aanzetten tot haat". Op die paar tekeningen worden islamieten en negers op uiterst laatdunkende wijze afgebeeld. Overigens moeten meer bevolkingsgroepen het ontgelden: met fundamentalistische christenen heeft Nekschot bijvoorbeeld ook niets op - zie hier.

Nekschot is daarbij een wat uitzonderlijk geval onder de politieke cartoonisten, omdat hij meestal geen individuen te grazen neemt. Als politicus of anderszins bekende Nederlander moet je er in Nederland tegen kunnen af en toe onheus behandeld te worden: hogen bomen vangen veel wind en als je niet tegen de hitte kunt moet je maar uit de keuken blijven. Maar Nekschot pakt hele bevolkingsgroepen, ja, hele rassen aan, en daarmee begeeft hij zich op glad ijs. Daar zijn in Nederland wetsartikelen tegen.

Je kunt aan de wijsheid van die artikelen twijfelen (Karel van het Reve was er zoals bekend tegen), maar ze zijn er al jaren, en al die tijd maken mensen van tijd tot tijd gebruik van hun klachtrecht, en heel soms denkt het Openbaar Ministerie dat er misschien een zaak is. Meestal is die er niet. Ik denk persoonlijk dat het met een sisser afloopt, al geloof ik best dat het voor Nekschot nu al een traumatische ervaring is.

Maar die commotie over de vrijheid van meningsuiting lijkt me overdreven. Nekschot is nu net die ene uitzondering - iemand die jarenlang de grenzen van het betamelijke heeft verkend en dat gedaan heeft op populaire fora waardoor hij ertoe bijgedragen zou kunnen hebben (maar het is aan de rechter om dat uit te zoeken) dat een aantal racistische stereotypen weer salonfähig zijn. Intussen zie je in de krant, op de televisie en op Internet overal de stuitendste meningen. Aan het inperken ervan zou geen beginnen zijn.

En wat heel erg is: mensen die het voor Nekschot opnemen en er dan bij zeggen dat die tekeningen weliswaar niet hun cup of tea zijn, maar dat de vrijheid van meningsuiting blablablabla. Die D66'er. Ik ben bang dat die zich op zo'n moment een soort Voltaire waant, die overigens nooit gezegd schijnt te hebben dat hij tot zijn dood het recht van een ander om abjecte meningen te uiten zou verdedigen.

maandag 21 april 2008

Ha, Nazis Schmazis!

Een van de dingen die Popski's Private Army zo fascinerend maakt, is de eerlijkheid van de schrijver. Als lezer moet je dan zeer alert zijn, want een schrijver kan makkelijk die indruk van eerlijkheid wekken door gênante dingen over zichzelf te vertellen. Daarmee wint hij de lezer voor zich, zodat hij zijn rol verder naar hartelust kan verfraaien.

Zou dat bij Popski het geval zijn? Heeft hij zijn rol op cruciale punten opgeborsteld? Sommige acties zijn zo gedurfd en lopen zo goed af dat je het bijna niet kunt geloven - bijvoorbeeld wanneer hij in een fantasieuniform door een door de Duitsers en Italianen beheerst stadje in Lybië (Derna, nu Darnah) loopt om uit te vinden waar een krijgsgevangenenkamp is, en hoe hij de krijgsgevangenen daaruit zou kunnen bevrijden. Hij kent zijn talen, maar zou natuurlijk door de mand vallen als hij een serieus gesprek aanging met wie dan ook. Daarom praat hij Italiaans tegen de Duitsers en Duits tegen de Italianen. Hij weet met de aldus opgedane inlichtingen 45 gevangen te bevrijden.

Maar die gevangen zijn bevrijd, en van allerlei andere acties bestaan andere getuigenverslagen, die weliswaar een heel ander perspectief aan de zaak geven (zie hier voor een samenvatting van het boek met andere bronnen ter confrontatie), maar de feiten ondersteunen. Er blijven een paar vreemde dingen, waar ik hopelijk nog op terugkom, maar zo in het algemeen durf ik wel te zeggen dat je hem kan vertrouwen.

Dan is er nog iets. Als Popski in een zelfreflectie had geschreven dat hij een egoïstische thrill seeker was, had ik zijn eerlijkheid te goedkoop, te veel uit het boekje gevonden. Maar zijn eerlijkheid is echter. Hij schrijft hoe hij als een kind zo blij is als zijn arm er afgeschoten wordt, en hoe die blijheid maar langzaam overgaat in irritatie. Dat maakt een authentieke indruk.

Ook doet hij geen enkele moeite zijn politieke naïveteit te verhullen. Hij mocht de Duitsers. Goede soldaten. Alla, kun je nog zeggen, dat is de "tunnelvisie" van een militair. Maar dat hij in 1938 Duitsland bezocht en het er erg plezierig toeven vond, en pas in 1945, bij het zien van Franse krijgsgevangenen die een Oostenrijks concentratiekamp hebben overleefd, een besef begint te krijgen van wat er in Duitsland eigenlijk gebeurd was - dat had hij niet hoeven vertellen.

donderdag 17 januari 2008

Bouchra

Om te beginnen: het sop is de kool niet waard. Daar moeten we het over eens zijn, anders bent u op het verkeerde weblog terechtgekomen.

Wat gebeurde er? Een crackpot die zich Jos Parbleu noemt, neemt kennis van een paar radicaal islamitische uitspraken en vindt het een goed idee een mailtje aan diverse islamitische politici te sturen om hen met deze uitspraken te confronteren, onder bijsluiting, bizar detail, van een soort Protocollen van de Wijzen van Zion, maar dan over de vrijmetselarij. Een van de geadresseerden, het Rotterdamse raadslid Bouchra Ismaili, doet wat je in zo'n geval nooit moet doen: ze schrijft terug.

Die mail, die u intussen overal op Internet kunt vinden, kun je op verschillende manieren lezen. Bijvoorbeeld als de reactie van een vrouw die er genoeg van had steeds maar weer aangesproken te worden op elke idiote uitspraak die ergens ter wereld door een islamiet wordt gedaan. Van een vrouw bovendien die oprecht trots is op wat ze heeft bereikt, die wil werken aan het beter maken van dingen en die dat in het openbaar doet, voortdurend op de huid gezeten door mensen die haar graag willen zien struikelen.

Je kunt hem ook lezen als de mail van een vrouw die zichzelf niet onder controle heeft, die een gelovige moslim is en dus een aantal merkwaardige denkbeelden heeft (bijvoorbeeld dat vrijmetselaars duivelsaanbidders zijn), en die heel slecht schrijft.

Bedenk zelf maar welke lezing de beste is, of welke "mix" van beide lezingen u het beste bevalt. Wat mij wel dwars zit is dat ze als raadslid een volksvertegenwoordiger is, en ik heb het misschien wat ouderwetse idee dat die mensen iets beter moeten zijn dan het volk dat ze vertegenwoordigen - waarom anders dat circus van de verkiezingen en zo. Bouchra lijkt me heel gemiddeld en ik ben bang dat dat ook voor de meeste van haar collega's geldt.

dinsdag 11 december 2007

Cowboytje en Palestijntje

"Salonblog" Panzerfaust lijkt recentelijk te hebben ontdekt dat Dries van Agt zich tegenwoordig inzet voor de Palestijnse zaak. U kunt hierover meer lezen op Van Agts website. Ergerniswekkend? Jazeker! Toe, lees maar. Lees bijvoorbeeld op de pagina Vraag en antwoord dat zelfmoordaanslagen verfoeilijk zijn, "rechtens en moreel", maar

De dadelijke aanleiding [tot de zelfmoordaanslagen] was een vreselijk incident in Hebron, in 1994. Een Joodse extremist rende daar een moskee binnen en doodde met een vuurwapen 29 in gebed neergeknielde Palestijnen.
Goed, het taalgebruik is potsierlijk, u ergert zich daaraan, ik erger me daaraan. Maar staan er, los van het feit dat die 29 doden zeker niet allemaal in gebed neergeknield zullen zijn blijven zitten tot de Joodse extremist zijn vuurwapen op hen richtte, nu echt onjuistheden op die pagina? Wordt er verhuld, wordt er uitvergroot, wordt er met twee maten gemeten, worden er appels met peren vergeleken? Wis en waarachtig niet.

En toch kan ik niet warmlopen voor de Palestijnse zaak. Ik ben er niet trots op, ik heb waarschijnlijk ongelijk en ik hoop zelfs ongelijk te hebben, maar ik zie de Palestijnen als een zootje ongeregeld dat nooit een beschaafd land zal kunnen opbouwen. Nee, dan de Joden. Ze waren al jaloersmakend goed in kunst en wetenschap en hebben nu ook nog eens laten zien hoe je in een woestijn een modern land opbouwt. Dat daarvoor af en toe een paar Palestijnen moeten verkassen - ach, leuk is anders, maar dat moet dan maar. En als de overgebleven stukjes Gazastrook en Westelijke Jordaanoever te schraal en te dichtbevolkt worden, dan is er nog genoeg ruimte in de omringende Arabische landen.

Waar het erg op lijkt: op de manier waarop de Amerikaanse Indianen in de 19e eeuw het veld hebben moeten ruimen. Een cynicus kan daar nog altijd over zeggen: "Kijk, dat land was dan wel eeuwen van de Indianen, maar wat hebben ze er nou helemaal mee gedaan? Ze zijn zelf trouwens ook geen heiligen - over welke scalpeerders hebben we het eigenlijk? En ze kunnen hun tenten overal opzetten. Hoe dacht u dat Amerika eruit zou zien als de blanken alle Indiaanse rechten gerespecteerd hadden (en de Chinezen er ook niet ingesprongen waren)? Zou u dan nu met evenveel belangstelling de primaries volgen?"

maandag 12 november 2007

Rechten zonder plichten

Het is alweer een hele tijd geleden dat een Amerikaanse president de mensen durfde voor te houden dat ze niet moesten vragen wat Amerika voor hen kon doen, maar wat zij voor Amerika konden doen. You've got to hand it to the man, wat je verder ook op hem tegen kan hebben (en dat is nog veel meer dan ik al dacht, de lectuur van Dallek is fascinerend). Zo'n positieve manier om erop te wijzen dat mensen niet alleen rechten maar ook plichten hebben is daarvoor of daarna niet meer vertoond. En in Nederland zijn we er wel erg ver van afgedwaald. Ondanks de terugkeer van de normen en waarden is het nog steeds normaal dat politici, van welke signatuur ook, de burger op zijn slachtofferschap wijzen, en stemmen hopen te winnen door te beloven aan die misstand een eind te maken.

Terwijl het best uit te leggen is. Als jij ergens recht op hebt, betekent dat dat iemand anders iets voor je moet doen. Opstaan in de tram. Belasting betalen. Stoppen met vieze uitlaatgassen uitstoten. Die mensen die die dingen voor je doen, hebben allemaal plichten. Misschien heb jij dus ook wel een paar plichten, slapjanus! Dus niet gaan jammeren als je eens iets moet. Sterker nog, wees er trots op dat je ook niet altijd maar aan de rechten-kant staat. Wees stoer, betaal belasting. Maar geen politicus zegt dat. (Al denk ik, eerlijk is eerlijk, dat Plasterk het zou kunnen, en Rouvoet ook. Maar hun adviseurs zullen het hun dringend afraden.)

In de Sint-Maartenvieringen zit een patroon, de laatste jaren. Zelden werd het wel-rechten-geen-plichtenmotto zo cynisch nageleefd. Grote meutes kinderen doen hun rondes zonder lampion (die moet je kopen of maken, maar dat is voor deze kleine slachtoffers uiteraard te veel gevraagd), zonder liedjes te zingen, zonder ook maar de illusie te geven dat het ze om de gezelligheid te doen is. "Heb je geen snoep?" krijg je te horen als je doosjes rozijnen of mandarijntjes geeft. "M'n zusje moet ook," als je maar één mandarijntje geeft.

Voor de zekerheid, dit zijn niet alleen Marokkaantjes, die misschien toevallig te weinig zijn voorgelicht over hun kant van de vergelijking, Sint-Maarten-wise. Hoewel... Laat ik iets anders vertellen. Dit speelde toen we nog in een buurt woonden waar wij zo ongeveer de enige autochtonen waren. Marokkaans meisje komt aan de deur, vraagt of ik een bijdrage wil geven voor de moslims in Bosnië. Waarom niet, want de moslims in Bosnië hadden het moeilijk toen. Of eigenlijk, waarom wel, want een week geleden was datzelfde meisje ook al aan de deur, en ook toen was ze haar lijstje en envelopje van school vergeten. Met de nodige moeite overtuig ik haar daarvan. Vraagt het meisje: "Kent u misschien meer Nederlanders hier in de buurt?" Want de Marokkaanse geloofsgenoten gaven niet zo gul. Ik kan veel hebben, maar als ik in mijn eigen land als een naïeve sukkel wordt beschouwd, voel ik me ook wel een beetje slachtoffer.

woensdag 3 oktober 2007

Oblomov was niet lui

“Zijn eigenschap is interessanter dan luiheid. Hij voelt een grote weerzin als van hem verwacht wordt zich druk te maken over de dingen waar iedereen zich druk over maakt. Hij houdt zich liever bezig met zijn hospita en zijn kinderen en zijn eten en zijn knecht dan dat hij kranten leest en zich afvraagt waarom een bepaalde gezant Wenen verlaten heeft en wat Palmerston nu weer in de zin heeft. Zijn belangstelling voor het leven is te echt dan dat hem de bedoelingen van Palmerston zouden interesseren. Aan de andere kant is het natuurlijk zo, dat het haast niet mogelijk is te leven en je in het geheel niet te interesseren voor de dingen waar je medemensen warm voor lopen.” (Karel van het Reve, ‘Gontsjarov’, in Geschiedenis van de Russische literatuur, p. 261-262, ook in Verzameld Werk 5, p. 622.

Dit is ongetwijfeld een eigen ontdekking van Van het Reve. (Als je het hem ernaar zou hebben gevraagd, zou hij waarschijnlijk iets hebben gezegd als: "Nou ja, of je moet iemand anders vinden die dit eerder heeft beweerd natuurlijk.") Veel scherpzinnige mensen zouden er nooit op komen omdat ze zélf veel te geïnteresseerd zijn in de waan van de dag.

het is ook een zelfbeschrijving van Van het Reve. In mindere mate is het een beschrijving van mij. En het is weer veel meer een beschrijving van mijn ex, en nog meer van mijn vriendin - ik ben constant in mijn voorkeuren.

vrijdag 25 augustus 2006

Alfabetsoep

SFVI, PMOI, MEK, MKO, NRCI - kortom, nog één keer over die merkwaardige, geliefde en verguisde, organisatie van Iraanse verzetsstrijders.

Wat voorafging: vorige week zaterdag kocht ik bij Scheltema Persepolis van Marjane Satrapi, las meteen het eerste deel en werd vervolgens bij het doen van de gewone boodschappen aangesproken door een aardige Iraniër die mij zover kreeg een machtiging te tekenen voor de SFVI. Ik schreef daarover in mijn stukje Vertalen is als een vrouw.

Maar het bleef me niet lekker zitten. Die SFVI was wel erg vaag. Ik informeerde me iets beter, concentreerde me daarbij op wat je redelijkerwijs van een mensenrechtenorganisatie mag vragen, en wijdde er een tweede stukje aan, met een titel die niet mis te verstaan was: SFVI: niet doen. Ik laat het toegezegde bedrag niet afschrijven en geef het aan Amnesty.

Ik dacht dat daarmee de kous af was, maar er kwam een reactie op die me uitgedaagde me nóg eens in de zaak te verdiepen. Ging het oorspronkelijk nog om de vraag of de SFVI met hun opgehaalde geld zouden doen wat ze zeiden ermee te gaan doen, nu ging het over de integriteit van de (vermeende) moederorganisatie. Ik las het artikel over de People's Mujahedin of Iran (PMOI) op Wikipedia, dat er wonderbaarlijk goed en ongehavend uitziet als je bedenkt hoe fel de voor- en tegenstanders van de organisatie zijn, wat ook blijkt uit de zeer lange bijbehorende talk page. Dit is wat er op het moment van schrijven staat over de ideologie van de organisatie en de wijze waarop deze gehandhaafd wordt:

Ideologically, the MKO is difficult to describe. Originally being based on a syncretic amalgamation of Marxist and Islamic ideas, the MKO was subject to a number of rapid ideological shifts (each allegedly accompanied by severe internal purges) and has developed a strong sense of veneration for its leading couple, Masoud Rajavi and Maryam Rajavi, which some have described as a personality cult. It describes itself as a secular organization. There have been allegations that the MKO were running prison camps within Iraq and were committing severe human rights violations [14]. But the MEK claims a European Parliament delegation visited Camp Ashraf and after conducting interviews with many PMOI members in Iraq, published a 93-page document responding to these allegations [citation needed].
Die woorden als "allegedly", "some have described", "there have been allegations" mogen slap lijken, maar zoals het er nu uitziet mogen dit harde feiten in de beste traditie van Wikipedia worden genoemd: niemand kan ontkennen dat er "allegations" zijn geweest. Wel zijn er natuurlijk mensen - en die komen op de talk page uitgebreid aan het woord - die die verdenkingen zó lasterlijk vinden dat ze zelfs niet genoemd mogen worden, omdat onbevooroordeelde lezers zoals ik onder het motto waar rook is, is vuur zouden kunnen denken dat de PMOI toch wel een béétje martelt.

En laat ik dat nu inderdaad denken. Maar ik had dit artikel daar niet voor nodig, noch allerlei interessante, maar "anekdotische" informatie, zoals die te vinden zijn in een uit de hand gelopen reeks commentaren op een blog van Iran-correspondent van de NRC Thomas Erdbrink. Want je komt een heel eind door alleen maar naar de website van de PMOI zelf te kijken - naar wat er op staat, wat er niet op staat en hoe ze het zeggen. Dat doet erg denken aan... Nee, eerst even punt voor punt:

De keuze van de informatie Wat je op de site vindt: verklaringen van prominenten van de PMOI, aanhankelijkheidsbetuigingen van buitenlanders en veel analyses van de misdadige politiek van de regering van Iran. Qua nieuws: de laatste politieke ontwikkelingen in Iran, executies in Iran, en alle feiten die lijken te ondersteunen dat de val van de regering van Iran op handen is. Niets daarentegen over de wijze van organisatie van de PMOI, het leven in Ashraf (wat bijzonder jammer is, want daar is nu juist erg weinig over bekend en als iemand er iets zinnigs over zou kunnen zeggen zouden het de PMOI-mensen zijn), over de politieke discussies die er toch zouden moeten zijn binnen de PMOI of anders wel binnen de NCRI (het parlement in ballingschap dat gedomineerd wordt door de PMOI, maar waarvan volstrekt onduidelijk blijft wie er nu verder in zitten) - kortom, alle informatie waarvoor je als argeloze buitenstaander juist deze website zou bezoeken.

Het ontzag voor gezagsdragers Je ziet het al aan de manier waarop hun namen worden genoemd. Wordt leidster Maryam Rajavi geciteerd (en dat gebeurt vaak), dan wordt ze binnen drie zinnen afwisselend Mrs. Maryam Rajavi, The Iranian Resistance's President-elect, Mrs. Rajavi en The President-elect of the Iranian Resistance genoemd. Hetzelfde gebeurt met alle enigszins prominente niet-Iraniërs. Politici en militairen die zich uitspreken ten gunste van de PMOI, of ten minste voor het laten vallen van de status van "terroristische organisatie" of voor het handhaven van de vluchtelingenstatus van de in Ashraf vastzittende strijders - ze zullen hun namen zelden zo volledig genoemd hebben zien worden.

De repetitiviteit Over zulke politici worden geen samenvattende artikelen geschreven. Alle brieven en verklaringen, met slechts marginaal verschillende inhoud, worden uitgebreid geciteerd. De kwantiteit moet indruk maken, maar werkt in feite geestdodend.

Nieuws en commentaar ineen Nieuwsberichten worden steeds omkleed met verklaringen. Vaak raakt het eigenlijke nieuws daardoor in de verdrukking. Als hoopvol een bericht met de titel Disruption of Water Supply to Camp Ashraf in Iraq opent, blijkt het een brief te betreffen waarin een Canadees parlementslid zijn zorg over deze kwestie uitspreekt tegenover de Canadese minister van Buitenlandse Zaken (wel staat er een foto bij van wat een kapotte waterleiding zou kunnen zijn).

De epitheta Nooit wordt gesproken van de Iraanse regering of de Iraanse autoriteiten. Wel over het regime, of het clerical regime, of de mullahs, die bovendien wreed, middeleeuws en repressief zijn. In de talrijke berichten over executies wordt gesproken van de "mullah henchmen". Het Iraanse volk daarentegen is onderdrukt, en vaak heroïsch. Het is niet dat zulke epitheta de betroffenen onrecht doen. Het is alleen zo verschrikkelijk afgezaagd.

Kortom, het is een ander land en een ander medium, maar verder lijkt het of de tijd heeft stilgestaan en we een jaargang Izvestija of Pravda lezen. Of de publicaties van de revolutionaire bewegingen in Europa die zich door Rusland of China lieten inspireren.

Mag je uit het feit dat de PMOI niets echts over zichzelf vertelt concluderen dat het een gesloten, dictatoriale, sektarische organisatie is die ongetwijfeld dissidenten in eigen gelederen onderdrukt? Veel mensen vinden van niet. Ik vind van wel.

't Is een lang verhaal geworden. Wat ik toch nog moet melden, al is het maar omdat het allemaal begon met de multomap met gruwelfoto's van de SFVI: de obsessie met martelen. Martelen door de tegenpartij natuurlijk, maar toch. Zouden mensen die graag over martelen praten zelf makkelijker tot martelen overgaan - of het althans eerder gerechtvaardigd vinden dan mensen die er liever niet mee geconfronteerd worden? Gedachte-experiment: wat zou er met een folteraar van de Iraanse geheime dienst gebeuren als hij in handen van de Mujahedin viel? Ik denk... En vandaar is het nog maar een kleine stap naar het aanpakken van "verraders" in eigen gelederen. Bewijzen zijn mooi meegenomen, maar ik heb ze niet echt nodig.

woensdag 16 augustus 2006

SFVI: niet doen

Zelden zoveel traffic gekregen als de afgelopen dagen op mijn stukje Vertalen is als een vrouw, waarin de SFVI (Stichting van de Familieleden van Iran) ter sprake komt. Blijkbaar zijn er veel mensen die in het winkelcentrum zijn aangesproken en thuis snel gaan kijken hoe het nu zit.

Wat mij op hun eigen website treft is het gebrek aan accountability. Van een club die duidelijk voor de hogere bedragen gaat verwacht je toch dat ze uitleggen wat ze precies met dat geld doen, en niet wat ze ermee kunnen doen. Ik kan op de hele site geen jaarverslag of welke andere financiële verantwoording dan ook vinden. Ik herinner me uit die multomap bedragen als 950 EUR voor een tv-uitzending, 300 EUR voor een advocaat, 50 EUR voor een folderactie - hoeveel tv-uizendingen zijn er het afgelopen boekjaar geweest, hoeveel advocatenkosten betaald? En hoeveel onkosten heeft de stichting gemaakt voor zijn eigen voortbestaan? Het geeft niet als daar wat aan op gaat, maar ik wil het wel weten.

Ik zei in mijn vorige stukje half grappend dat het net zo goed een communistische mantelorganisatie kon zijn. Dat idee had ik omdat de man die mij aansprak niet reageerde op mijn vriendelijke poging zelf aan het gesprek deel te nemen, waarbij ik Marjane Satrapi's meesterwerk Persepolis noemde. Ik zag dat als een bewust negeren van alles wat niet in zijn verhaal past, wat volgens mij duidde op een politieke agenda.

Nu heb ik dan eindelijk gedaan wat ik natuurlijk meteen had moeten doen: R., mijn enige Iraanse kennis, gebeld. Ze is de moeder van een klasgenootje van een van mijn dochters en ik spreek haar vaak bij het uit school halen. Ik weet dat ze over veel dingen hetzelfde denkt als ik.

"Ik heb je landgenoten bij de Albert Heijn 25 EUR gegeven," zeg ik. "Heb ik daar goed aan gedaan?" "Néé, zonde van je geld," zegt ze. "Dat zijn de mujahedin, ze veranderen hier in Nederland steeds van naam. Het is een verzetsbeweging." "Ah." zeg ik "Wat is hun signatuur, ongeveer?" "Tsja, Islamitisch-socialistisch-communistisch, zoiets. Beetje vreemde mengeling. Wat mij betreft zijn ze in ieder geval te politiek, ze zijn in hun eigen partij geïnteresseerd, niet puur in de mensenrechten zoals Amnesty International. Je kan je geld beter aan Amnesty geven." Ik: "Zouden ze wapens van mijn geld kunnen kopen?" R.: "Haha, zoveel koop je ook weer niet voor 25 EUR. Maar het is waar, ze voeren ook gewapende acties uit."

Ik denk niet dat je de huidige machthebbers in Iran zonder geweld weg krijgt. Maar met geweld ook niet. Je kan alleen maar hopen dat ze op een goed moment genoeg krijgen van hun fanatisme en beseffen dat je een land beter bestuurt zonder mensen met andere ideeën dan jij gevangen te zetten (en te martelen, te stenigen, op te hangen - afijn, als u dit leest heeft u waarschijnlijk de multomap gezien). Tot die tijd zit er niets anders op dan mensen die dat afschuwelijke regime ontvluchten in Nederland te verwelkomen. Dat hoeft niet veel te kosten, de meesten kunnen zelf geld verdienen. Maar als u toch iets in die richting wilt doen: overweeg eens om de UAF te steunen, een heel Nederlandse organisatie in de beste zin van het woord - je weet waar je voor betaalt.

Zo'n incasso is trouwens terug te draaien. Misschien doe ik dat.

Naschrift Meer, méér van hetzelfde, naar aanleiding van de vele, helaas anonieme, reacties (sorry, die functie is voor dit bericht en het volgende UITGESCHAKELD nu, heb geen hoop meer dat er nog iets interessants komt): Alfabetsoep, over de "moederorganisatie".

zondag 6 augustus 2006

Niet achter de geraniums

Het interview met Boudewijn van Eenennaam, vertrekkend ambassadeur uit Washington, en zijn vrouw Jellie, afgelopen zaterdag in NRC Handelsblad, roept herinneringen op aan het legendarische interview dat Ischa Meijer in 1984 had met Bram Peper, toen burgemeester van Rotterdam, die ook door zijn vrouw terzijde werd gestaan. Bram en zijn toenmalige echtgenote (kom, hoe heette ze ook alweer? Niet Neelie natuurlijk, die kwam later) lieten zich in dat interview als zulke proleten kennen dat je het met plaatsvervangende schaamte las - of leest, het staat in Ischa Meijer, De interviewer. 50 interviews uit 25 jaar interviewen (Amsterdam 1999), 230-236.

Hij: "En dat we mensen van Boymans-Van Beuningen geschoffeerd zouden hebben."
Zij: "Daar kopt ook geen reet van. We zijn op zaterdagmiddag in de stad. En er was een Tintorettitentoonstelling. We hadden gezellig gestad. O, zo graag Tintoretti nog even zien. Kwart over vier. Wij ernaar toe. Bij de ingang woven ze al naar ons. Wij gelijk door. Tjee, waar is die Tintoretti? Suppoost zegt: 'Moet u twee trappen op, is daar achteraan.' Staan daar twee mannen: 'Ja, jammer, dan had u beneden een kaartje moeten kopen.' [...]"
Hij: "Wouen we even snel ruiken aan cultuur, weet je wel."
Zij: "En we hebben al weinig tijd." (p. 230-231)

(Mijn vrienden en ik, toen etterbakken van 18, hebben nog enige tijd de eind-i's en -o's in Italiaanse namen verwisseld. Willy Alberto, dat werk.)

Die "hij" en "zij"-vorm nu heeft interviewer Tom-Jan Meeus bij het uitwerken van zijn gesprek ook gebruikt. Dat is volgens mij al op het randje. Maar hij heeft nog iets uiterst villeins gedaan door, weer net als Ischa, letterlijker te citeren dan in interviews gebruikelijk is - vooral haar denk ik - waardoor de geïnterviewden, tsja, toch wat minder klasse uitstralen dan je van een ambassadeursechtpaar verwacht.
Zij: "Washington is een matriarchaat gewoon. Er zijn zo ontzettend veel vrouwenclubs. En door de vrouwen krijg je de mannen binnen. Het is constant netwerken. Niet alleen lunches, ook boekpresentaties, partijen, lezingen - de vrouwen zijn hier heel erg involved."
Bedrijft u ook diplomatie?
Zij: "Denk het wel. Ja. Natuurlijk. Ze vragen mij ook mijn mening over Nederland. Dus ik lees wekelijks het rapport van de directie politieke zaken. Je moet wel voorbereid zijn. Absoluut."
En over senator John Warner, die de twee met wat stroop smeren verleidden tot het verzachten van een belastingmaatregel waar Nederlandse multinationals slachtoffer van zouden worden:

Hij: "Hij was dus vroeger getrouwd met Liz Taylor
Zij: "Was. Wás."
Hij: "Ik geloof dat hij haar vierde was"
Zij: "Hij is nu getrouwd met een vrouw van Nederlandse afkomst."
Hij: "Dat helpt dus, hè."
Zij: "Ja."
Is deze genadeloze portrettering verdiend? Ik ben bang van wel. Want als het over zwaardere dingen gaat is het allemaal even simpel, en dan is het opeens niet leuk meer:
Zal de Afghaanse missie houdbaar blijven?
"Het is ons werk om daarvoor te zorgen. Ik ben erg blij dat we meedoen. In Nederland speelt altijd de vraag van de vuile handen. Wij hebben een neutralistische en pacifistische traditie: mensen blijven liever achter de geraniums zitten. Hier is de mentaliteit anders. En daar kunnen wij iets van opsteken. Iedereen om vijf uur naar huis - dat heb ik nooit iets gevonden. Je moet dúrven in het leven."

Tsjonge, het is ons werk om daarvoor te zorgen. Hoe stelt hij zich dat voor? Door zelf luchtsteun te gaan geven? Wat kunnen "we" (ik neem aan dat hij de politici en de diplomaten bedoelt) verder doen? Met vlaggen zwaaien misschien, laten merken dat we achter de jongens staan? Dat doen de Amerikanen niet eens meer voor hun Iraakse missie en de Afghaanse zijn ze al helemaal vergeten. Het is een compleet lege verklaring.

En dan zijn er mensen die niet veel zien in OORLOG VOEREN, ik kapitaliseer dat voor de zekerheid, want daarvoor zijn we in Afghanistan. De mensen die daar niet veel in zien blijven volgens Van Eenennaam liever achter de geraniums zitten.

Mag ik even heel onaardig zijn? Ik denk niet dat Boudewijn van Eenennaam een negen-tot-vijfmentaliteit heeft. Maar ik denk evengoed dat hij geen enkel recht van spreken heeft als het gaat over durven. De persoonlijke risico's die hij neemt zijn minimaal - een sociale afgang is het ergste dat hem kan overkomen. Bah, wat een bal.

Ik had ook nog even willen ingaan op het kokette "There will be new babes, no?" waarmee Jellie reageerde op de vraag wat de societybladen nu moesten nu zij en haar Jordaanse collega-diplobabe weggingen. Zie hier. Hoe zit het met dat woordje "no"? Sprak ze dat nog met een bepaald accent uit? Of is dat juist heel chic? Maar ik heb daar helemaal geen zin meer in.

zaterdag 5 augustus 2006

Afghanistan en Vietnam

Ergens in Dagboek van een provocateur (ik kan de plaats niet terugvinden) schrijft Andrej Amalrik dat een gevangenisdirecteur (of een rechter, of een KGB-ondervrager) hem verwijt altijd maar weer over kleinigheden te beginnen. "Een gevangene heeft alleen maar kleinigheden om zich mee bezig te houden," antwoordt Amalrik. Dat geldt in zekere zin ook voor militairen. Arnon Grunberg heeft dat haarfijn aangevoeld.

Grunberg schrijft veel, daarom is hij wel eens wat slordig. In het helaas om zeep geholpen blog Watterstaat verhaalde Matthijs Bakker hoe hij door een medewerker van Arnon Grunberg was benaderd om te helpen een citaat van Jean Genet thuis te brengen. Matthijs herkende het niet, gaf een aantal alternatieve mogelijkheden maar uitte zijn twijfels over de herkomst. Het leek hem gewoon geen Genet. En hoewel ook bij verder onderzoek door Matthijs en mijzelf bleek dat alle sporen doodliepen - meest waarschijnlijke weg liep volgens mij via Ian Buruma in de New York Review of Books, die nog een slag om de arm hield, naar een blogger die zich waarschijnlijk helemaal vergiste - kwam het citaat doodleuk als van Jean Genet in een stuk in Vrij Nederland. Dat heeft zo'n jongen toch niet nodig, zouden we Herman Finkers kunnen citeren.

Maar in het eerste verslag dat hij gisteren in NRC Handelsblad publiceerde als "embedded journalist" met de troepen in Afghanistan had hij geen citaten nodig, en was hij helemaal in zijn element. Voor wie in het leger heeft gezeten en vooral voor wie wel eens op een missie is geweest is het uiterst herkenbaar. Je leest dingen die je bij anderen niet leest. Kleinigheidjes.

"Ben je al eens eerder in Afghanistan geweest?" informeerde ik.
"Al twee keer", zei de sergeant, "maar dit keer heb ik een kaasschaaf bij me". En er verscheen een triomfantelijke lach op zijn gezicht. hij zei, alsof hij iets vertrouwelijks vertelde: "Als ze eenmaal in de gaten hebben dat je kaas bij je hebt, wil iedereen een stuk. Maar als ze met een zakmes in de kaas gaan snijden, dan is die zo op. Daarom heb ik dit keer een kaasschaaf meegenomen, zoadat iedereen een dun plakje krijgt, begrijp je? Zodat ze dit keer mijn kaas niet voor mijn neus opvreten."

Verdomd, dit heb ik precies zo meegemaakt in Irak. Je kan het een kleinigheidje vinden, maar als jij de moeite hebt genomen dat blok kaas dat hele eind mee te nemen, of je familie heeft de moeite genomen het op te sturen, dan is het niet leuk als je zelf alleen het laatste stukje uit de korst mag snijden. (En van een mooie dunne plak proef je ook nog eens meer dan van een dikke.)

Verder komen er in dit eerste stuk al twee zaken aan de orde die in verslagen naar mijn mening vaak ondergewaardeerd worden: (1) het wachten, en (2) het gebrek aan privacy. En dat terwijl Grunberg nog niet eens op de plaats van bestemming is - ze zijn gestrand in een luxe hotel in de Sharjah.
Wel kwam Dennis zonder kloppen de badkamer binnen toen ik daar stond te douchen, maar ik begrijp dat oorlog en kloppen niet samengaan. Ik droogde mij haastig af, terwijl Dennis een plasje pleegde. Om de situatie niet onnodig te laten escaleren, informeerde ik: "Wat gaat luchtmobiel eigenlijk in Afghanistan uitspoken?"
"Wij gaan de PRT's beschermen", zei hij en hij trok door.
Grunberg heeft het hier nog niet over, maar hij zal het merken: alleen masturberen word je geacht uit het zicht van je maten te doen. Dus probeert iemand zich uit de groep te verwijderen dan weet de rest wat hij gaat doen.

Grunberg kan natuurlijk niet meteen alles doorgronden. Op sommige dingen verkijkt hij zich. Zo denkt hij dat hij een van de zeldzame leden van de Apocalypse Now-sekte heeft ontmoet, waar ook hij toe behoort. Maar die sekte was in ieder geval in mijn tijd in het leger enorm. Naar Tour of Duty keek je voor de velddiensttekens, naar Apocalypse Now om te begrijpen wat oorlog was. En om te zien waarom de Amerikanen verloren hadden in Vietnam: allemaal gemengde tenues.