Als ik wel eens moeite met Karel van het Reve heb, is het omdat hij de dingen die ik van hem wil weten met zo verschrikkelijk veel moeite prijsgeeft. Zo weet ik dat hij een hekel aan Noam Chomsky had, maar hij geeft naar mijn mening slechts het begin van een uitleg, in maar één fragment:
Wil een gedachte veel mensen geestdriftig maken, dan moet hij a. in een betrekkelijk eenvoudige, althans aanleerbare formulering aan te duiden zijn; b. de indruk maken nieuw te zijn; c. aansluiten op een bekende gemeenplaats en d. onjuist zijn. De mensen zijn het gelukkigst als zij iets ouds, gangbaars en vulgairs kunnen ondergaan als iets nieuws en origineels. Marx en Freud zijn voorbeelden van zulke 'grote combinatoren'. Een aardig modern voorbeeld lijkt mij Chomsky: iedereen kan meedoen, want iedereen heeft op school geleerd dat 'Jan slaat Piet' en 'Piet wordt door Jan geslagen' twee zinnen zijn die hetzelfde betekenen, wat niet waar is.('Grote combinatoren' is een verwijzing naar de oplichter Ostap Bender, hoofdpersoon van de romans van Ilf en Petrov, die zich de veliki kombinator noemt.)
U zult het met me eens zijn dat dit een zeer, zeer goed stukje is. Je kunt bij elke intellectuele "hype" Van het Reve's lijstje afgaan. Maar u zult het ook met me eens zijn dat de voorbeelden summier zijn. Met Marx en Freud geeft dat niet, die komen elders in VhR's werk genoeg aan de orde. Maar Chomsky niet.
Soms geeft VhR toch ergens extra uitleg. Min of meer per ongeluk, alsof hij vergeten was dat hij iets al eens eerder ter sprake had gebracht, en het toen bij de meer cryptische versie had gelaten. Dit gebeurt zelfs verschillende keren in de Apologie, een bibliofiele uitgave (150 exemplaren), waarin hij een voor een de bijdragen in het liber amicorum Uren met Karel van het Reve bespreekt.
Neem 'Oberhausen'. Sjifra Herschberg vertelt nog eens over de student die had beweerd dat Byron daar gewoond had. VhR schreef er al over in Afscheid van Leiden, echter zonder te vertellen hoe het precies zat. Sterker nog: hij maakt er een raadsel voor de lezer van door te zeggen dat het hem dagen heeft gekost te bedenken hoe het dan wél zat. Niets van die mystificaties in de Apologie:
Hier ware enige uitleg op zijn plaats geweest. Die student schreef dat Byron op een bepaald moment 'zich in Oberhausen vestigde'. Na veel nadenken begreep ik, dat die student een Duitse encyclopedie had geraadpleegd en daarin iets gevonden had van 'er nahm seinen Sitz im Oberhaus ein'.Hier voeg ik nog maar even toe dat dat Oberhaus het Britse House of Lords is, waar Byron als lord zitting in mocht nemen.
Heel belangrijk was voor mij de vondst over het 'er tegenop zien om doodgeschoten te worden', de reden die Karel van het Reve op verschillende plaatsen opgeeft om niet bij het verzet te gaan. Ik heb die uitleg altijd erg onbevredigend gevonden. Je zou kunnen denken dat hij zichzelf voor een lafaard hield. Je zou, als je niet beter wist, zelfs kunnen denken dat hij dat ook was. Dit net iets langere stukje over zijn werk voor de verzetsgroep van Robert van Amerongen schept duidelijkheid:
Het kostte hem enige moeite mij te overreden mee te doen. Ik had er een verschrikkelijke hekel aan te worden doodgeschoten. Ik was gaarne bereid iets te doen waarvoor ik de rest van de oorlog in een kamp of een gevangenis zou moeten zitten - iedereen was, vond ik, verplicht zo'n risico te nemen - maar tegen dat doodgeschoten worden zag ik erg op. Elke maand stonden er wel wat namen van doodgeschotenen in de krant. Soms waren dat mensen die ik gekend had. 'Jij wilt mijn naam in de krant hebben,' zei ik tegen Robert. 'Zo gevaarlijk is het niet,' zei hij, en toen deed ik mee.Robert van Amerongen viel de eer te beurt de biografische schets te mogen schrijven die in deel I van het Verzameld Werk is opgenomen. Daar staat in dat Max Pam Van het Reve eens vroeg of hij nu wel of niet voor de CIA had gewerkt, en dat Karel toen antwoordde: 'Dat mogen wij niet zeggen.' Van Amerongen doet Pam daarmee enig onrecht, want elke Karel van het Reve-fan weet dat dat een vaste anekdote is. Ik herinner me dat VhR hem ter sprake bracht in het radioprogramma Met het oog op morgen, toen hij geïnterviewd werd over de Geschiedenis van de Russische literatuur. In mijn herinnering had hij het over een studentenbijeenkomst, waarin hem de vraag op agressieve toon zou zijn gesteld. Pam nu is ook een Karel van het Reve-fan, en zal nooit pretenderen dat VhR juist hem voor het eerst dat mooie antwoord heeft gegeven. Dat doet hij ook niet in het stukje waar Van Amerongen zijn informatie waarschijnlijk vandaan heeft. In de Apologie komt dezelfde anekdote zo ter sprake:
(Laatst ontmoette ik iemand die me in de jaren zeventig geïnterviewd had voor de radio en mij gevraagd had of ik echt een agent van de CIA was. Ik had volgens hem geantwoord: 'Dat mogen wij niet zeggen.')Dit blijft een kwestie die nader onderzoek behoeft.

