Posts tonen met het label Kort. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Kort. Alle posts tonen

dinsdag 15 maart 2011

Noam Chomsky

Eigenlijk moet ik hem gewoon opzeggen, de nrc next. Ik wilde een ochtendkrant, maar ik ben te oud en, het klinkt hard, te wijs voor nrc next. Maar ik voel me verplicht het uit te leggen, voor de jongere lezers. Die weten niet dat je moet uitkijken naar vluchtwegen als iemand de naam Noam Chomsky laat vallen, of het nu over taal gaat of over politiek. De redacteuren van nrc next wisten dat ook niet. Ik vermoed zelfs dat ze tot voor het afgelopen weekend zijn naam nog nooit gehoord hadden, en dachten dat ze een bijzonder, nieuw geluid hoorden toen hij afgelopen zaterdag een lezing in Amsterdam hield. Snel googelen, moeten ze hebben gedacht, en verdomd, de ene wijze uitspraak na de andere! Meteen presenteerden ze hem op de voorpagina als ‘politiek denker’. Bij de korte vertaling van die lezing reproduceerden ze in de (in die vreemde krant onvermijdelijke) ‘bullets’ braaf de vaste pitch van de Chomsky-bewonderaars. Net als het stuk van Chomsky zelf zijn die bullets voer voor eenieder die graag onzuivere argumenten ontrafelt, buitenissige claims natrekt of valse verdachtmakingen weerlegt. Maar dat kost wel tijd. Ik zou een dag of twee nodig hebben, want ik doe het graag zorgvuldig en wil mijn verslag leesbaar houden. Zoveel tijd heb ik niet. Maar, beste Nurks-lezer*, samen is dit misschien ook veel leuker? U moet dan wel even de nrc next erbij pakken. Maar misschien leest u die helemaal niet. Ik ben bang dat ik u dan gelijk moet geven.

*Dit stukje was bedoeld voor het online tijdschrift Nurks met zijn vaste club reageerders, maar ik wilde het de lezers die de voorkeur blijven geven aan BTBETW niet onthouden.

woensdag 16 februari 2011

Nichtje

Sommige commentatoren maken zich er vrolijk over dat Berlusconi zich had laten wijsmaken dat Ruby het nichtje van zijn vriend Hosni Mubarak was. Maar zo gek is dat niet. Het maakt misschien een rare indruk dat iemand die zo veel bereikt heeft in het leven zo naïef is, maar dat is gelul achteraf.

Allereerst zei iemand het tegen hem. Een naaste medewerker, mogen we aannemen. Die was dan zelf verkeerd voorgelicht, maar de minister-president is niet gewend dat naaste medewerkers hem macaroni aan zijn oren breien.

En toen hij die melding had gekregen viel alles perfect op zijn plaats. Dat hij dat niet meteen had bedacht toen hij met haar zat te babbelen. Ga maar na. (1) Ruby en Mubarak komen allebei uit Afrika. (2) Het is algemeen bekend dat ze daar grote families hebben, met neefjes en nichtjes in alle smaken. (3) Dat Ruby een andere achternaam heeft dan Hosni, pleit juist vóór de conclusie dat ze een nichtje is. Want neven en nichten hebben vaker niet dan wel dezelfde achternaam als de oom. (4) Mubarak is machtig, Ruby is mooi. Zeldzame mensen moeten wel iets met elkaar te maken hebben. Wat wel bewezen wordt door de clincher: (5) Berlusconi kent ze allebei.

Bij zoveel verbanden staat het verstand even stil. Ik begrijp heel goed dat hij meteen dat telefoontje pleegde om haar uit haar kerker te bevrijden.


PS. Niet een nichtje, een kleindochter. Maar dat kan net zo goed. Beter misschien nog zelfs. (6) Dat leeftijdsverschil alleen al!

dinsdag 25 januari 2011

Tine Thing

Ik wilde al een hele tijd een stukje over Tine Thing Helseth schrijven, en dan vooral over haar uitvoering van Haydns trompetconcert, en dan weer in het bijzonder het derde deel, in de opname die hier te bewonderen is. Ik kijk die opname snotterend uit. De muziek is daar altijd goed voor, maar met Tine Thing erbij lijkt de ontroering nog groter.

Daarom aarzelde ik ook erover te gaan schrijven, want voor seksistische commentaren kunt u gewoon op YouTube blijven. Maar toen ik vanavond weer eens keek, en bovendien naar een ander filmpje met haar doorklikte, bedacht ik dat Tine Thing misschien meer aan de muziek te danken heeft dan de muziek aan haar.

Laten we maar tot de kern van de zaak overgaan: hoe mooi is Tine Thing nu eigenlijk? Goed: lieve lach, slank, lang blond haar, blauwe ogen, twintig. Dat zijn waar ook ter wereld sterke punten, waarmee ze zich van vele andere vrouwen onderscheidt. Maar luister en kijk ook eens naar haar uitvoering van het derde deel van het trompetconcert van Hummel (bij trompetconcerten voldoet het meestal de componist te noemen, de meeste schreven er maar één). Weer mooi zeulend met die rugtas. En ja, zomerjurkje, leuk hoor. Maar zoals ze in dat filmpje telefoneert. (Waarom? Met wie?) En haar gezicht, dat misschien niet toevallig zelden compleet en zonder instrument ervoor in beeld komt - is dat misschien niet een béétje dom?

Ja, deze uit de klei getrokken Noorse ís aantrekkelijk, maar alleen als ze Haydn speelt.

zaterdag 15 januari 2011

FAQ

De Engelstalige kunstenares M. maakt mij een compliment. Ze zegt dat owning a business een worthy cause is. Eigenlijk ben ik een kunstenaar. Ja, dat vind ik leuk te horen, en niet omdat ik M. zo leuk vind. Niet dat ik M. niet leuk vind, integendeel, maar hoe moet ik het zeggen. Ja, ze heeft een partner met een meisjesnaam (ook artist), en vrouwen die op vrouwen vallen, daar val ik niet op, hoe waardig hun oorzaak ook is. Waarom, ik zou het niet weten, maar ik snap niets van die zuipende agent in The Wire die tere gevoelens koestert voor zijn lesbische collega. Kima! De naam van de agent ben ik kwijt. Ik wil het trouwens ook niet weten, de verklaring waarom ik niet op lesbiennes val bedoel ik, zelfs niet als ze er zo uitzien als Kima en het maar acteren. Ik kan trouwens ook goed leven zonder de naam van die agent.

Als ik, enthousiast geworden, een sterk staaltje van ondernemerschap heb gerelateerd, reageert M. met een langgerekt f*ck! Dit speelt allemaal in een etablissement, en aan verschillende tafeltjes kijkt men geamuseerd om. M. krimpt ineen. Ik leg uit dat f*ck weliswaar een keurig Nederlands woord is, maar dat ze het helemaal verkeerd uitspreekt. De klinker is niet een soort a, maar de schwa, de neutraalste klank die je kan voortbrengen, midden in je mond gevormd zonder welke spanning dan ook, maar, en dat is zo f*cking vreemd voor veel niet-Nederlandstaligen, je moet hem soms benadrukt uitspreken.

vrijdag 14 januari 2011

Geriatrische circusapen

Ik heb enige tijd overwogen een Dacia Duster te kopen. Nét een stapje vooruit vanaf mijn muisgrijze Citroën Berlingo - van poor man’s MPV naar poor man’s 4WD. En de kinderen zouden het goed hebben gevonden, ik denk dat ze geen van drieën ooit merkbewust zullen worden. Gelukkig bleek het ‘knokken’ van onder de motorruimte van de Berlingo weliswaar irreparabel, maar ook onschuldig te zijn, zodat ik het vraagstuk uit mijn gedachten kon bannen. Maar door die viral leefde het weer even op. Ik hoef hem definitief niet. In die zin schiet de reclame tekort.

Wel vind ik hem erg grappig. Beetje Nederlands in zijn directheid, dat wel, ondanks de Engelse acteurs. Misschien slaat die combinatie van Nederlands idee en Engelse uitvoering niet overal aan. Maar zó groot zijn de verschillen in gevoel voor humor toch ook weer niet, internationaal.

Dat zou je denken – tot je de reacties op Youtube leest. Roemeense reageerders lijken te denken dat de kopers en de verkoper Roemenen moeten voorstellen, en wijzen er onder meer op dat Roemenen geen zigeuners zijn (de verkoper scheldt de kopers daar op zeker moment voor uit), dat zigeuners wel degelijk een probleem in Roemenië zijn en dat de Roemenen hun minderheden nooit hebben uitgeroeid, zich daarbij wel van vele andere volken onderscheidend.

Ik vraag me dan af: bestaan er Roemenen die wél begrijpen hoe het bedoeld was, wat en wie hier uiteindelijk bespot wordt. Als ze er zijn, zullen ze zich heel eenzaam moeten voelen.

maandag 27 december 2010

Plastic Bertrand en de Toverberg

Der Zauberberg helemaal uitge..., OK, -luisterd, in precies tien autoritten, in deze versie - en dan schijnt er nog een betere luisterversie te zijn. Lees ik het boek dan niet? Jawel! Ik ben middenin begonnen, in een van de fraaie discussies die ik luisterend moeilijk te volgen vond en die ook in het boek niet makkelijk waren, maar evengoed las ik zo vijftig bladzijden, nog snel twintig van zulke sessies en der Zauberberg kan boven aan mijn eindejaarslijstje van de boeken die ik pas in 2010 las.

Mynheer Peeperkorn (je zou een flink stuk kunnen schrijven over de Nederlandse namen bij Thomas Mann) doet denken aan... Vooruit, het is ingewikkelder, maar het past wel binnen de 250 woorden. Een vriendin, liefhebster van Thomas Mann, hoort me Plastic Bertrands Ça plane pour moi neuriën, wat eentonig is en vreemd moet klinken voor iemand die niet weet dat ik dat wel eens doe. Ik stel haar gerust, laat haar een van de clips op YouTube kijken. Zíj is degene die opmerkt dat P.B. doet denken aan mynheer Peeperkorn, wiens onsamenhangende exposés over Indische drugs voor velen in het boek op meer "persoonlijkheid" wijzen dan de doorwrochte betogen van Settembrini en Naphta.

Och, dat geldt wel voor alle popmusici en het hele genre van de popmuziek. Take it away Plastic. Maar de beste trampoline was die van onze eigen Toppop (met persoonlijkheid Ad Visser, de Hitvisser).

vrijdag 24 december 2010

Vooruitgang

Het leukste van de klimaatsceptici is de onbekommerdheid waarmee ze argumenten omarmen en weer laten vallen.

De aarde warmt niet op. Als je eerlijk meet, zie je dat hij zelfs koeler wordt. Schaatsen uit het vet. Kijk trouwens maar naar het weer buiten.

De aarde warmt op, alleen een gek zal het ontkennen, maar dat komt door de zonnevlekken. Dáár zouden ze onderzoek naar moeten doen, maar de wetenschappers krijgen alleen maar geld om de effecten van CO2 te onderzoeken.

De aarde warmt op, waardoor maakt niet uit, maar het is juist positief. Kunnen we eindelijk maïs verbouwen tot aan de poolcirkel, zoals Chroesjtsjov al wilde.

De aarde warmt op, dat is vervelend, maar je doet er niets aan. Wen er maar aan, en ga snel dijken bouwen. (Met als impliciete boodschap: dan komen jullie op jullie tropische eilanden ook nog eens van jullie luie reten).

De aarde warmt op, maar dat geeft niet, als we maar snel ijzervijlsel in de oceanen strooien, en van de Caribische zee een algenkwekerij maken.

De aarde warmt op, maar dat heeft als prettig neveneffect dat de linkse kerk begint te begrijpen dat je beter kerncentrales kunt bouwen dan thee kunt drinken met kutmarokkaantjes.

De aarde warmt op, maar we gaan hoe dan ook naar de kloten en we leven maar één keer, en dat is minder pijnlijk in een auto met airco.

Ik moet hier steeds aan denken als ik al die bezwaren tegen e-books lees. Mijn tegenargumenten zijn trouwens even eclectisch.

donderdag 23 december 2010

Kingdom come

‘We hebben er al genoeg.’ Dat was een argument dat ik liever niet gebruikte toen ik in de vroege jaren tachtig nog niet naar Karel van het Reve luisterde en tegen de atoombommen demonstreerde. (Mijn moeder, die ook meedeed, vroeg eens aan Eva Biesheuvel of zij nog ging demonstreren, maar Eva zei: ‘Dat mogen we niet van Karel’; Maarten hoorde hen vanuit de keuken en reageerde minder diplomatiek: ‘Pacifisten zijn lullen! Liever een raket in mijn keuken of hoe zeg je dat!’) Ik was natuurlijk voor totale ontwapening, totale atoomontwapening was nog maar het begin. Als je gaat zeggen dat het onnodig en duur is om er nog méér van te hebben, ben je als Fundi je naam niet waard.

Maar ik woonde toen ook een tijdje in Amerika, en daar had ik een pragmatischere politieke educatie. Kijk wat er te bereiken is, en werk daar stapje voor stapje naar toe. En als eerste stap is het dan toch best handig erop te wijzen dat de plannen om nog veel méér atoombommen te produceren nutteloos en duur zijn. Dus was dat de boodschap die ik bij het handtekeningen verzamelen moest overbrengen.

En onze inspanningen lijken niet voor niets te zijn geweest! Een kleine 30 jaar later zijn 13 geharnaste Republikeinen in de Amerikaanse Senaat ‘om’. Zij stemden vóór ratificatie van New START. Een van hen combineerde onze boodschap zelfs met de apocalyptische visioenen van Ronald Reagan: ‘It leaves our country with enough nuclear warheads to blow any attacker to kingdom come.’

dinsdag 14 december 2010

Wat doet het er toe?

Eigenlijk is de website van de concurrent lachwekkend: kwaliteitsclaims waarvan ik als professional weet dat ze onmogelijk waar te maken zijn, een quasi-concreet “30% goedkoper!”, een lijst klanten waarvan zelfs niet-professionals wel zullen begrijpen dat die beslist niet exclusief met dit bedrijfje zullen werken. Elsschottiaanse reuzenzaken. Mooi is ook een portrettengalerij van “medewerkers” (freelancers natuurlijk, en misschien zelfs dat niet), die er dan wel niet allemaal even nozel uitzien (maar je moet zelf nozel zijn om dat te zien), maar wel allemaal voor dezelfde achtergrond poseren. Of zou die achtergrond erachter geshopt zijn? Een klein menselijk foutje is dan dat al die medewerkers niet in het kantoorpandje zouden passen dat op een andere foto staat - verzuimd de belendende percelen mee te fotograferen, dat zou Piepers beter hebben gedaan.

Ik kan er alleen helemaal niet om lachen. Ik vind het verschrikkelijk. Ik neem het persoonlijk. Ik krijg er buikpijn van.

Weet ik dan niet dat waar ook ter wereld de leugenaars en de bulshitters, die er maar op los lullen zonder enige belangstelling voor de waarheid, dat die mensen het overal voor het zeggen hebben? Ja, natuurlijk weet ik dat. Maar het gaat om mijn werk. Dat is mijn broodwinning, maar ook de enige sfeer waarin ik mijn bijdrage kan leveren om de wereld íets beter te maken. Dat kan ik alleen als ik mijn werk goed mag doen. En dat lukt niet als ik gedwongen word met de bullshitters te concurreren, want daarvoor moet ik er zelf een worden.

zaterdag 11 december 2010

B. sms’t me

B. sms’t me - de sms is haar belangrijkste communicatiemiddel, ze moet te lang nadenken over toepasselijke Engelse woorden om ze tijdens een gesprek uit te spreken; andere, meer gespecialiseerde, communicatiemiddelen zijn een uitdraai van Google Agenda waarop ik de volgende datum mag invullen waarop ze mag komen, en op tafel geplaatste lege schoonmaakmiddelflessen die de boodschap communiceren dat ik naar het Kruidvat moet voor nieuwe. Maar een meer gecompliceerde boodschap moet per sms: ‘tomorrow i go with friend ok?’

Het is geen afzegging, want daar geeft ze nooit een reden bij. Dus ze neemt iemand mee.

Ik wil niet zeggen dat ik in paniek raak, want het ís mogelijk dat ze een even frêle landgenote meeneemt, die aan tafel gaat zitten sms’en, of die misschien even hard meeboent. Dat zou ik leuk vinden, alles in het nette, maar twee geurige winterjasjes aan de kapstok in plaats van een, dat zal een klein genoegen nog genoeglijker maken, denk ik.

Maar dat woord ‘friend’ laat nog een andere mogelijkheid open. Het kan een man zijn. Dat moet ik niet hebben. Stel dat hij een crimineel is - het enige wat ik van B. weet is haar mobiele nummer. Of nee, daar ben ik ook niet bang voor. Het is gewoon dat het een man is, die in mijn comfortzone komt. Ik heb niets tegen mannen, ik ben zelf een man en mijn beste vrienden zijn mannen, maar in mijn comfortzone wil ik ze niet hebben.

(Naschrift: B. kwam toch alleen.)

vrijdag 10 december 2010

Een mannetje of vijf... zes?

Lezend in deel 4 van het Verzameld Werk van Karel van het Reve (voor de liefhebber interessanter dan deel 5, omdat er meer ongepubliceerde stukken in staan) stuit ik op een passage waarover, ten behoeve van het notenapparaat, mijn advies was gevraagd. Door een plotselinge zenuwachtigheid bevangen blader ik door naar de noot. En inderdaad, daarin blijkt een compromis te zijn gezocht, tussen mijn advies en dat van de slaviste A. Jammer, want ik heb gelijk, maar om de mening van A. kom je niet makkelijk heen, want ze is een van de slechts drie promovendi van Van het Reve.

Ik stel me voor hoe ik dat iemand zou uitleggen, iemand die mij zou vragen: “Die A., wat is dat voor iemand?” (Een weinig realistisch scenario, daarom schrijf ik het in dit blog.) Dan zou ik zeggen: “Zij is een van de drie promovendi van Karel van het Reve, en daarom geniet ze een zeker aanzien in de kleine kring van absolute Karel van het Reve-bewonderaars.” Mijn gesprekspartner zou dan vragen hoe groot die kring is. Dan zou ik zeggen: “Een mannetje of vijf... zes?”

Want na de Verzameld Werken van Karel van het Reve en Willem Elsschot blijven de eerste en tweede langspeelplaat van het Simplisties Verbond ongetwijfeld de rijkste bron van citeerbaarbare Nederlandse zinnen.

dinsdag 7 december 2010

Verkrachting in Zweden

Heel langzaam begint er klaarheid te komen in een vraag waar ik al sinds de eerste beschuldigingen over tob: wat had Assange nou precies in Zweden gedaan? Ik geloofde het niet zo erg, van die verkrachting. Want Zweden is, dat weet iedereen, ver gevorderd in de vrouwenemancipatie en daarom moet je er rekening mee houden dat er ook sneller aangifte wordt gedaan van seksuele delicten, en dat er zelfs wel eens meer seksuele delicten zouden kunnen bestáán.

En verdomd, het lijkt nog pijnlijker te zijn dan ik al dacht. Want ik begrijp nu uit de Engelstalige Wikipedia dat de ‘verkrachting’ waar Assange zich aan schuldig gemaakt zou hebben, om seks met instemming van de andere partij gaat, maar zonder condoom. Dat valt in Zweden blijkbaar onder de definitie van verkrachting, zij het dat het een lichtere vorm is.

Een journalist die iets over de verdenking tegen Assange schrijft, heeft mijns inziens de plicht zich af te vragen wat verkrachting precies inhoudt in het betreffende rechtssysteem. Want wat ik in de eerste alinea beschrijf is algemeen bekend, zoals bijvoorbeeld ook algemeen bekend is dat in Amerika seks met een minderjarige ‘statutory rape’ heet. Dat noem je in het Nederlands ook geen verkrachting. Maar nee, gaat het over Assange en Zweden, dan is het verkrachting, verkrachting, verkrachting. De WikiLeaks-discussie wordt vertroebeld door domme napraterij.

zaterdag 20 november 2010

Schreeuw

Ik heb al jaren niet meer op GeenStijl durven kijken. (Aan de redacteur: u mág natuurlijk dat GeenStijl in de vorige zin naar het gelijknamige blog linken, maar ik hecht er aan te vermelden dat ik het evengoed niet bezocht heb, zelfs niet in het kader van de research waar ik normaliter zo aan hecht, en dat ik er ook beslist niet op zal klikken als ik dit stukje gepubliceerd zie.) De jongens schreven vaak erg geestig en ik was het soms helemaal met ze eens als het over de uitwassen van de linkse kerk ging. Maar de haat die tussen alle grappen en grollen zo onmiskenbaar uit hun stukjes bleek (en dan heb ik het nog niet eens over die lower form of life, de onder vrijheidslievende pseudoniemen opererende ‘reaguurder’), daar kon ik niet tegen. En nu is het erger: ze hebben gewonnen. Nu kan er afgerekend worden.

En dat is geloof ik iets wat de brave mensen die om cultuur gaan schreeuwen niet begrijpen. Dat hun paniek leuk gevonden wordt. Ze genieten ervan, de mensen die op de rechtse partijen gestemd hebben. Het was hun eerste programmapunt, bij wijze van spreken: “Halina Reijn moet ervoor boeten dat ze bloot op het toneel stond, onbegrijpelijke teksten uitsprak en achteraf champagne ging drinken met Harry Mulisch, terwijl oma in het bejaardentehuis haar eten te laat kreeg en geen airco had.” En verdomd, een weinig opleverende maar goed geplaatste bezuiniging op cultuur did the trick. Ze schreeuwt.

zaterdag 6 november 2010

Doorhalen

Ik dacht dat het een Amerikaans verschijnsel was, en dan nog een dat pas recentelijk is ontdekt: kiezers die moeite hebben met stembiljetten. De komende weken gaan we er weer meer van horen, prachtig: hoe spel je Murkowski? Maar de Nederlandse stemmenteller J. vertelde me vandaag dat ook Nederlanders er wat van kunnen. Die zetten vaak een vette streep door de kandidaten waar ze niets van moeten hebben. Dat mag niet, zulke stemmen zijn ongeldig. Hoewel dit gedrag bij de laatste verkiezingen bij kiezers van diverse signatuur voorkwam (het waren geen alleen-maar-tegenstemmers, ze hadden bijna altijd óók een vakje vet rood gekleurd, dus je kreeg een indruk van hun voorkeuren), was Geert Wilders uiteindelijk de grootste gedupeerde.

Je vraagt je af wat de boze stemmers ertoe bewoog namen door te halen. Meer zekerheid dat de kaartdragende leden van de linkse kerk die ongetwijfeld ook in de stembureaus zitting hadden niet alsnog het vakje voor Marianne Thieme gingen inkleuren – zoals je vroeger, toen je nog giro-overschrijvingskaarten invulde, een streep zette door de vakjes voor de honderd- en duizendtallen? Of gewoon, de wens het tegen IEMAND te zeggen, omdat het kon? Want ze zeiden duidelijk wel iets, zegt J., dus als dat het was, zijn ze in hun opzet geslaagd.

zaterdag 25 september 2010

Magische feiten


Tot zover geen probleem: als je gul het Dungan-stickervel en de Dungan-verzamelmap hebt aangeschaft, bij de kassa negen Dungans hebt gekregen waar je boodschappen slechts recht op zes gaven, en als klap op de vuurpijl op de juiste aanbiedingen blijkt te zijn ingegaan om de felbegeerde Dungan-veldgids de jouwe te mogen noemen, zullen de kinderen je vragen waarom je geen Super-Dungan hebt meegenomen. Daar kan ik tegen. En dat echte dieren veel interessanter zijn dan Dungans, och, laat maar. Zelfs dat het om zo’n vechtkaartspel gaat waar ik nooit iets van begrepen heb brengt me niet uit mijn humeur. Maar dat dat spel weer eens is gebaseerd op aarde, water, lucht en vuur, dat maakt me boos.

(Ik zie nu op de website dat het slechts om aarde, water en vuur gaat. Nog gekker! Ze hebben hun magische feiten niet eens op een rijtje.)

donderdag 23 september 2010

Lene

Ik heb het haar in 1979 echt horen zeggen, in Toppop ongetwijfeld: ‘Uit Roemenië.’ En toen nog eens, op de radio, vraag aan de luisteraars: waar komt ze vandaan? ‘Sommige luisteraars kunnen het weten,’ zei ze nog, ‘want ik heb het in een ander programma al eens gezegd.’ Dus ik heb dat 31 jaar gedacht. Lene Lovich-Roemenië-vlechten-Oe-Oe-Óe-Oe! Misschien gaat er wel eens een dag om dat ik niet aan haar denk, maar die kans is klein. (A. zegt dat ze wel begrijpt dat ik drukke gezelschappen mijd — in mijn hoofd is het al vol genoeg met mensen die er maar niet uit willen.) Maar dan typ je toch eens, wel op een teleurstelling voorbereid, maar toch, haar naam in op Youtube. Waarom staat nergens dat ze Roemeense is? Wel, omdat ze een Amerikaanse blijkt, die in de Londense art scene rondhing en met één kut-new-wavehitje haar naam vestigde. Met nepaccent. What a fraud!

woensdag 6 januari 2010

Scheet

Mijn opa vertelde graag over de lucratiefste scheet die hij ooit had gelaten. Dat was in Monte Carlo, een plaats waar de groten der aarde elkaar de hand schudden. Hij was daar ober, en had eens, tijdens een diner waar die groten der aarde aanzaten, een geweldig stinkende wind gelaten. Achteraf hadden bijna alle aanzittenden willen weten wie voor die stank verantwoordelijk was geweest. Hij had vaag suggererende antwoorden gegeven, en intussen enorme fooien opgestreken.

Mijn opa was ook een groot aanhanger van complottheorieën, vooral op het gebied van de Tour de France (“Ongelooflijk hè, zoals ze doen of ze sprinten”) en de Tweede Wereldoorlog, en verfijnde die naar beste weten. Zo wist hij dat de Holocaust een één-tweetje tussen Hitler en de Geallieerden was: “Wij willen ook van de Joden af. Wachten we even met de invasie, maar daarna moet je het ons niet te moeilijk maken.” Hij wist die dingen omdat hij persoonlijk met Goering had gesproken.

Jezus, als dit waar is (en sommige dingen die mijn opa vertelde waren wel degelijk waar), ben ik maar één introductie van Goering verwijderd, en dus maar twee van al die andere duistere figuren. Wie doet mij dat na?

vrijdag 12 december 2008

Bedumbedum

Jonge vriend F. forwardt me zonder commentaar een concertaankondiging van de Buzzcocks. Hij beweegt zich in popmuziekkringen, het fijne weet ik er niet van. Maar enkele jaren geleden stond ik bij hem thuis in een encyclopedisch werk over de punk te bladeren en merkte op dat de Buzzcocks naar mijn mening de beste band aller tijden waren, bar none. Zijn reactie was naar een aangrenzende kamer te lopen en vijfentwintig seconden later terug te komen met de mededeling dat hij het gehele oeuvre aan het downloaden was. Andere generatie!

Kijk, ik ga natuurlijk niet naar dat concert. Geen tijd, te veel lawaai en vooral: ik ga niet dansen en springen. Dat past niet bij me en dat heeft nooit bij me gepast. Ook in de punktijd, of eigenlijk daarna, toen ik de muziek van een aantal bands begon te waarderen, heb ik nooit meegedaan.

Maar dat is nou het leuke van de Buzzcocks (en in mindere mate van de Clash, de Jam en nog een paar andere bands waar de namen me niet meer van te binnen schieten): ze zijn er ook voor mensen die de punkbeweging, wat zeg ik, de hele popmuziek en alle subculturen die daarbij horen een beetje lachwekkend vinden. De jongens van de Buzzcocks maakten briljante liedjes en hun "idioom" was toevallig dat van de punk. Ze wáren geen punk. Ze waren bijvoorbeeld niet echt verschrikkelijk verveeld. Hou op. Dan hadden ze Boredom nooit geschreven.

dinsdag 18 november 2008

All guys named Rodriguez

Jaaah, ga gewoon even naar 60 Minutes met Barack Obama kijken! (Hier lezen kan ook.) Ik heb het net gedaan terwijl ik ondanks mijn reserves van gisteren nog een vaag idee voor een blogje had, dat nu een beetje in het water valt. Country first. Vragen voor wie actief wil kijken:

* Welke presidenten noemt hij, en hoe vaak? Kunt u zeggen waarom?
* Wat behelst zijn plan voor het college football?
* Is Michelle echt blij? Zonee, gaat het goed komen, en hoe?
* Is hij slim of wat? Noteer de verstandige uitspraken.

Omdat ik voor het eerst in 26 jaar 60 Minutes keek, was het interessant te zien wat er nieuw was, en wat onveranderd was. Nieuw: de Viagra-advertenties (die hebben we in Nederland toch niet? OF WEL?? Heilige koe, wat zouden die acteurs verdienen?).

Onveranderd: Andy Rooney. Toen ik hem in 1982 zag, leek hij al deel van het meubilair, maar toen was hij er nog maar vier jaar. Nu dertig. Hij was een tijdje een running gag in de Doonesbury-strips: een tekstballonnetje dat uit de televisie komt waar dingen in staan als "Don't you just hate paperclips? I know I do."

zaterdag 15 november 2008

Proef-proef-proefzwemmen

Het is een publiek geheim dat wie zijn proefzwemmen haalt, ook zijn diploma haalt. Dat is een plezierige wetenschap voor de ouders, maar het gevolg is wel dat het proefzwemmen veel aan betekenis heeft gewonnen, wat soms tot pijnlijke situaties leidt. Je wilt toch het beste voor je kind. Daar is het volgende op gevonden: een week voor het proefzwemmen moet een groep kinderen waar men het wel in ziet het hele diplomaprogramma afwerken. Proef-proefzwemmen. Maar daarmee is het repertoire aan stressverminderende maatregelen nog niet uitgeput! Om zeker te weten dat alleen echte kanshebbertjes proef-proefzwemmen, dienen alle kinderen elke eerste zwemlesdag van de maand in volledig diplomatenue verschijnen.

What's next, denkt u? Niets, want je kunt niet eindeloos doorgaan, zo blijkt. Die eerste les van de maand wordt door de meeste ouders vergeten, dus daar bloedt dit prachtsysteem dood. Alleen: de ouders van kinderen die de Montessorischolen van onze hoofdstad bezoeken, vergeten het minder vaak dan de ouders van kinderen op oekumenische basisscholen zonder wachtlijst. Zo wordt ook op zwemgebied de scheiding tussen "ons soort mensen" en "niet ons soort mensen" in stand gehouden. Kinderen van de laatste halen gemiddeld een half jaar later hun diploma, schat ik.