Toevallig heb ik nog geen e-reader, maar ik wen al aardig aan de grote omschakeling. Het is een vreemd idee, dat de 55 meter boeken die ik nu in mijn boekenkasten heb misschien nog eens tot 60 meter zullen aangroeien, maar dat dat het dan wel zal blijven. Toon mij uw boekenkast en ik zeg u wie u in 2011 was.
De voordelen van e-boeken zijn ontzaglijk. Licht om mee te nemen, gaan niet stuk in de tas. Je hoeft niet te kiezen welke je mee op vakantie of in de trein of naar de wc of naar bed meeneemt. Doorzoekbaar natuurlijk, heel belangrijk voor iemand die zelden een boek van begin tot eind leest, maar wel wil weten wat een schrijver over dit of dat zegt. En de wereldliteratuur (OK, tot negentienhonderdzoveel i.v.m. de auteursrechten, maar evengoed) gratis downloaden en altijd bij je hebben, dat is toch een droom.
Het belangrijkste argument dat naar mijn mening tegen e-boeken wordt aangevoerd is het zintuiglijke. Neem die gebonden boeken van Van Oorschot. Ja, die vind ik mooi. Ik gaf in mijn studententijd mijn laatste geld uit aan het Verzameld Werk van Toergenjev, vier delen (later, toen ik al geld verdiende, maar nog niet bepaald veel, kwam er nog een deel brieven bij, met de prachtige commentaren van Karel van het Reve, die, scoop, niet in het Verzameld Werk komen, dus koop dat Toergenjev-deel) in de onovertroffen Russische Bibliotheek. Ik word nog steeds blij als ik ernaar kijk. Ook de Multatuli's. En veel boeken met een geschiedenis.
Maar je moet dit argument niet overdrijven. Dat wil zeggen: ik wil best aannemen dat voor veel mensen de ervaring van het lezen van een goed gemaakt boek heel belangrijk is. Maar voor mij telt het niet zwaar. Veel mooie boeken vind ik als ik ze eenmaal in handen heb helemaal niet zo prettig meer, wat ze ook hebben geprobeerd met hun dundruk, leeslintjes etc. Ik leef in permanente angst dat ik ze stukmaak, wat ik ook vrij vaak doe: ruggen breken, vetvlekken erop maken (als je ze op de eettafel legt - fijne actieve zithouding heb je daar, maar bij mij thuis willen er ook wel eens kruimels op blijven liggen), kleine scheurtjes in bladzijden en stofkaft, bij het uit de kast halen, of gewoon uit pure onhandigheid tijdens het lezen, vooral in bed.
Maar zelfs als je een slag handiger bent dan ik of er niet om maalt je boeken stuk te maken, dan blijft het nog maar de vraag of het eigenlijke lezen werkelijk zoveel prettiger is in een boek van papier. De ideale 'leesinstellingen' zijn zo persoonlijk, geen uitgever kan met alle voorkeuren rekening houden. De Gerard Reve-biografie van Nop Maas heeft voor mij een te groot formaat. Ik lees langzaam en laat me graag en veel afleiden, dus moet ik het lezen regelmatig hervatten, maar met grote bladzijden weet ik dan niet meer waar ik was. De delen van het VW van KvhR zijn te dik naar mijn smaak. Met een e-reader kan je (stel ik me althans voor) lettertype en -grootte aanpassen. En als hij stukgaat is hij inwisselbaar.
Een weinig gehoord argument tegen e-books dat ik er wel bij wil noemen om nog de schijn van een balanced view te wekken: wat doe je met de vrijgekomen, of althans niet meer voor boeken gereserveerde ruimte? Gaat dat niet galmen? Een béétje een fijn huis wordt gedomineerd door boekenkasten. Bij sommige leuke mensen komen daar ook nog een of twee kasten vol platen of cd's bij, die wegens de iPod ook al niet meer uitgebreid zullen worden. Maar weinig mensen willen kleiner gaan wonen. Er komen muren vrij die voor planken bedoeld waren.
Voor dit probleem bestaan verschillende oplossingen. Je kunt bijvoorbeeld tapijten aan de muur hangen, zoals ze in Rusland doen. Dat is goed voor de akoestiek en het staat gezellig. Maar... je kunt ook een aquarium nemen. Of een kat, die anders tegen de boeken zou piesen. Tot de echte omwaarders aller waarden zou ik willen zeggen: neem een aquarium van twee meter én een kat. Als u toevallig mijn kinderen een dezer dagen tegenkomt: graag niet laten merken dat dat nu precies is wat ik op het moment overweeg.
donderdag 27 januari 2011
Zintuiglijk genot
Gepost door
Wouter van den Berg
op
01:12
0
reacties
Labels: Boeken, Gerard Reve, Karel van het Reve, Niet op Nurks, Technologie
zondag 9 april 2006
Reves rancuneschakelaar
Behalve de geniale schrijver om wie ik nooit minder dan twee keer per bladzijde ononderdrukbaar moet lachen, is Gerard Reve voor mij de man die niet op de begrafenis van zijn broer kwam.
Karel van het Reve was intellectueel en moreel Gerards meerdere - wat onder meer blijkt uit het feit dat hij zich - in ieder geval in geschrift, maar ik vermoed ook in woord - altijd correct over hem heeft uitgelaten. Dat is ook de enige juiste reactie. Het blijft je broer, en die verklaringen die Gerard gaf voor de haat die hij jegens Karel voelde zijn zo krankzinnig dat de werkelijke oorzaak alleen Gerards ergdenkendheid geweest kan zijn. Wie ooit met ergdenkendheid geconfronteerd is geweest (het is ook een symptoom van ouderdomsdepressie) weet dat juist degenen die zich nog het meest om de lijder bekommeren het het zwaarst moeten ontgelden.
Karel was als je het zo ziet een logisch slachtoffer, maar ook bijvoorbeeld Geert van Oorschot - ik las Gerard Reve, Geert van Oorschot, Briefwisseling 1951-1987 (Amsterdam 2005) en was keer op keer getroffen door de argwaan en valsheid waarmee Reve Van Oorschot bejegende. Van Oorschot reageerde even superieur als Karel, al moest hij af en toe zeggen dat de gang van zaken hem wel ongelukkig maakte. Een ander slachtoffer was Rudy Kousbroek. Zie wat Gerard in die briefwisseling met Van Oorschot over Kousbroeks bezoek aan La Grâce schrijft als alles blijkbaar nog goed is:
Het bezoek van Rudy Kousbroek met zijn nieuwe vrouw Sarah en zijn beide punk zoons was een groot succes. Ze logeerden hier vier nachten. We hebben veel gepraat over problemen van literaire vormgeving, en over het leven. Het is jammer, dat zijn levensbeschouwing zo somber is, en dat hij behept is met een erfelijke zwaarmoedigheid. Ik had nog een gehele Jerrie Ken met water uit de bron van Lourdes, uit 1973 of 1974, dat nog steeds prima is. Des avonds dronken we daar allen een klein glaasje van. Matroos en Rudy deden we er een weinig whisky bij. Rudy is, misschien door zijn melancholie, veel en veel gassiger dan ik. Hij is nog goed gezond, behalve dat hij last van stoomfluit in de oren heeft: het bekende signaal van vertrek. (Briefwisseling, p. 491)Maar even de volledige passage geciteerd, niemand zal mij kunnen verwijten dat ik belangrijke zaken heb weggelaten. Wel vreemd is dat hij het over beide zoons heeft: RK heeft maar één zoon, Gabriël. De ander was een vriend. Zou dat helemaal langs Reve heen zijn gegaan? Of vond hij het verslag zo wel nauwkeurig genoeg? Dat geeft te denken over het waarheidsgehalte van de rest.
Maar waar het me nu vooral om gaat is hoe datzelfde bezoek terugkomt in Gerard Reve, Het Boek van Violet en Dood (Amsterdam 1996). Een bladzijdenlange uitwijding (hoofdstuk VIII) over de "letterkundige loopvogel Eddy Kleingeld, die als onaangekondigd viertal opeens in onze nederige woonstede was binnengevallen". Het bezoek was geen succes, onder meer door een incident waarbij Gabriël - "een populistisch stuk ongeluk, maar vader Eddy K. aanbad dat misbaksel en liet zich erdoor terroriseren" - steentjes naar Matroos Vosch zou hebben gegooid. Conclusie:
Hij, die vooruitstrevende Eddy Kleingeld, was en is een verzieker. Ik beweer niet dat hij het incident heeft georganiseerd, maar hij heeft het wel uitgelokt. (Het Boek van Violet en Dood, p. 65-66)Nu weet ik: Het Boek van Violet en Dood is, nog los van de potsenmakerij, een roman, geen poging tot waarheidsvinding. Schrijvers weten vaak met succes hun verantwoordelijkheid voor wat ze schrijven te ontlopen door erop te wijzen dat je hun hoofdpersoon, hoe treffend de gelijkenis ook met de schrijver, niet met de schrijver mag vereenzelvigen. En dat geldt uiteraard ook voor alle andere personages. Allemaal kletskoek natuurlijk. Waarom moet dit zo herkenbaar en waarom zo verschrikkelijk onredelijk? Ik kan niets anders bedenken dan dat er een soort rancuneschakelaar in Reves hoofd heeft gezeten. Was die eenmaal getriggerd, dan was verder elk middel geoorloofd om de ander zwart te maken. Wat er echt gebeurd was speelde geen enkele rol.
Zijn broer en andere slachtoffers moeten dat geweten hebben, en daarom met die op het eerste gezicht verbijsterende lankmoedigheid hebben gereageerd. Maar ik kan de onrechtvaardigheid niet aanzien. Het nieuws van Reves dood heeft me dan ook niet milder gemaakt.
Gepost door
Wouter van den Berg
op
23:00
0
reacties
Labels: Aardappelpsychologie, Boeken, Gerard Reve, Karel van het Reve, Rudy Kousbroek, Van Oorschot