Posts tonen met het label Hans Ree. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Hans Ree. Alle posts tonen

zondag 7 oktober 2007

Vote early and vote often

Dat krijg je als je in het geweldige boek van Robert Caro aan het lezen bent: Johnson is opeens overal.

Een lezer reageert op Hans Ree's stukje Een nieuw schaakpaleis (klikken geeft denk ik alleen het gewenste resultaat als u NRC-abonnee bent en u op de NRC-website hebt aangemeld). Ree laat in dat stukje de uitspraak "Vote early and vote often" vallen, en zegt erbij "om met president Lyndon B. Johnson te spreken". De lezer, Hugo Kijne, merkt op dat dat nu net niet klopt: de uitspraak zou afkomstig zijn van Frank Hague, de corrupte "boss" en burgemeester van Jersey City.

Zoveel precisie ga je meestal niet meer dubbelchecken, je bent geneigd zo'n reageerder op zijn woord te geloven. Maar deze keer zit het me niet lekker: het zou makkelijk nog ouder kunnen zijn, en op zeker moment zowel door Hague als door Johnson half in scherts geciteerd zijn geworden, zoals dit in Amerika nog steeds op elke verkiezingsdag schijnt te gebeuren.

Mijn Oxford Dictionary of Quotations (1999) dateert het advies inderdaad vroeger, en noemt de Zuidelijke politius en vlagontwerper William Porcher Miles als bron, maar dan wel "by proxy": hij zou in 1858 in het House of Representatives hebben gezegd dat hij in een Noordelijke stad spandoeken met de leuze "Vote early and vote often" had gezien. Dat lijkt me gemene laster. En als het dat is, is de uitspraak waarschijnlijk al eerder bekend geweest. Internet-research wijst naar John Van Buren, zoon van president Martin Van Buren. Ergens in de jaren 1840.

Maar nu de vraag: heeft Johnson dit dan tenminste wel eens gezegd? Ik heb maar enkele honderden van de 2700 bladzijden in de drie delen van Caro gelezen. Maar ik denk het eerlijk gezegd niet. Scherts, en halve scherts, pasten niet bij hem.

zondag 21 mei 2006

Hans Ree helpt Harry Mulisch rekenen

De moeder van alle kansberekenings-narekenstukjes (zie mijn poging) is de column Rekenen van Hans Ree, voor het eerst gepubliceerd in de NRC van 14 november 1989 en opgenomen in de briljante verzameling Rode dagen en zwarte dagen (Amsterdam 1993), p. 16-18.

Het slachtoffer van Rees narekening is Harry Mulisch. Die heeft op een onbewaakt moment geschreven over de kans dat precies dezelfde mensen die hij in een tram op het Leidseplein ziet zitten op een andere dag precies hetzelfde traject zouden afleggen. Die kans lijkt hem klein, heel klein, astronomisch klein. Kleiner nog, indien mogelijk:

Ik denk dat het heelal te klein is om het papier te bevatten waarop het aantal nullen achter de komma staat, dat nodig is om die kans te beschrijven.
Hans Ree is keurig rekenend tot een heel andere conclusie gekomen. Als je het aantal passagiers op vijftig schat en de kans voor elke reiziger dat hij morgen in precies dezelfde tram zal plaatsnemen op één op de miljard schat, wat echt heel voorzichtig is (er zitten tenslotte niet alleen incidentele passagiers in, onder wie Amerikaanse en Japanse toeristen, maar ook heel wat Amsterdammers op weg naar hun werk), dan is de kans (10E-9)E-50, oftewel tien tot de macht min 9 tot de macht min 50, dus 10E-450 - een nul, een komma, dan nog eens 449 nullen en dan een 1. Imposant! Maar het is wel van een geheel andere orde dan waar Mulisch op uitkwam. Rees commentaar op het bovenstaande citaat van Mulisch:
Goeie genade. Er zou geen recht aan dit antwoord gedaan worden als ik het eenvoudig fout zou noemen. Het is fout op een fantastische, adembenemende manier. De fout is zo groot als het verschil tussen een blocnoteblaadje en het heelal. Het antwoord kan alleen gegeven worden door iemand die niet het minste benul heeft van kansberekening en, het klinkt hard maar het is niet anders, evenmin van de werking van het tientallig stelsel.
Hoe ze Ree bij de NRC ooit van de Achterpagina hebben kunnen verbannen om ruimte te maken voor een stel suffe bloggers is mij een raadsel. Lezer, als u toevallig over zulke dingen gaat: het is geen schande een fout goed te maken.