donderdag 24 november 2011
Vegetarisch (2)
Gepost door
Wouter van den Berg
op
20:44
0
reacties
Labels: Amerika, Cultuurverschil, Presidenten
woensdag 21 januari 2009
Forty-four Americans have now taken the presidential oath
Als Truman-fan pikte ik gisteren een foutje op in Obama's rede: hij zei dat 44 Amerikanen nu de presidentiële eed hadden afgelegd, en dat klopt niet. Grover Cleveland werd twee keer president, met daartussen Benjamin Harrison. Maar omdat de presidencies gewoon doortellen, was Cleveland zowel de 22e als de 24e president. Volg je de logica van het doortellen, dan is Obama inderdaad de 44e president. Maar je kunt op geen enkele manier rechtpraten dat nu 44 Amerikanen de eed hebben afgelegd - vóór Obama waren dat er 42, nu 43.
Is het een slordigheid, hetzij van de speechwriter, hetzij van Obama zelf? Ik ben bang van niet. Beiden kennen hun geschiedenis goed genoeg. Vooruit, het zóu er in de allerlaatste versie ingekomen kunnen zijn. Last-minute redactie, het moment om de raarste en onnodigste fouten in je tekst te laten sluipen. Maar de kans lijkt me toch klein dat er nog zo'n forse redactie last-minute redactie is geweest in een speech waar ze bijna twee maanden aan bezig zijn geweest. En dat er dan echt niemand was die het zag, want natuurlijk zijn Obama en Favreau er niet exclusief mee bezig geweest, hij is door ettelijke experts binnenstebuiten gekeerd. Zou níemand dit hebben gezien? Als ík het meteen hoorde? Goed, ik ben een Truman-fan, maar dat zijn er wel meer.
Nee, ik wil de mogelijkheid van een slordigheid eigenlijk uitsluiten - althans, van de slordigheid van het laten staan, want ik kan accepteren dat je zo'n zinnetje schrijft (tenzij je dus een Truman-fan bent). Maar ze lieten 'm staan omdat ze de speech niet onnodig "raar" wilden maken. Die zin was te mooi om op te offeren voor zoiets saais als juistheid. De luisteraars willen wel een slimme president, maar geen wijsneus die op school beter heeft opgelet. En dan het rumoer dat je onder de toehoorders had gekregen bij de correcte zin:
Forty-three Americans have now taken the presidential oath."Zei-die nou 43? Telt-ie zichzelf niet mee? Maar hij heeft toch net zelf die eed afgelegd?" "Nee joh, Grover Cleveland, weet je wel..." "Wat?" "Die meneer daar zegt dat hij de 43e president is, niet de 44e!"...
Dat zou een lelijke smet op een verder vlekkeloos optreden zijn geweest. Laat het maar een leuke vangst voor de onvermijdelijke bloggers worden, hebben die ook nog wat, moeten ze hebben gedacht.
Maar waarom is dit allemaal juist zo obvious voor Truman-fans?
Harry S. Truman was een man die een beetje op mijn opa van moederskant leek. Iemand met een paar fijne stokpaardjes. En hij kwam uit Missouri, de Show-me state. Hij kocht het verhaal van Grover Cleveland als zowel 22e als 24e president niet: wat maakt het uit, was zijn redenering, dat er nog een ambtstermijn van een andere president tussen zat? Dan kan je twee opeenvolgende ambtstermijnen toch ook twee presidentschappen noemen, en dan blijf je toch bezig? Nee, hij, Truman, was de 32e, niet de 33e president. Zoiets blijft hangen.
Gepost door
Wouter van den Berg
op
23:54
4
reacties
Labels: Barack Obama, Geschiedenis, Grover Cleveland, Harry S. Truman, Presidenten, Schrijven
woensdag 31 december 2008
95 boeken per jaar
In one of the more unbelievable anecdotes to come out about President Bush as he winds down his presidency, Karl Rove says his former boss has read 95 books in the last three years.Dit klopt niet helemaal: lees hier het stuk van de boef Rove zelf. Het zijn 95 boeken in 2006, en ik vind het geloofwaardig. Ik zie bijvoorbeeld de Mao-biografie van Jung Chang en Jon Halliday terug, waarover ik eerder blogde, en nog een heleboel andere boeken waarvan ik denk: ja, dat kan heel goed.
Maar laten we conservatief zijn - dan nog bevestigt dit leesgedrag Bush' luiheid, die zijn presidentschap volgens veel commentatoren tot een van de zwakste van deze eeuw maakte. Stel:
* Bush las de helft van die boeken helemaal uit, en de andere helft voor de helft - genoeg om tegen Rove, met wie hij de laatste drie jaar een leeswedstrijd hield, te kunnen zeggen: dat heb ik gelezen;
* de boeken in de lijst zijn representatief;
* de gemiddelde lengte, voetnoten en registers niet meegeteld, is 500 bladzijden;
* hij las 40 pagina's per uur - een tempo dat ik met die boeken niet haal, want Amerikaanse boeken hebben meestal forse en goed gevulde pagina's, maar Bush leest in zijn moedertaal en leest over onderwerpen waar hij al behoorlijk in thuis is (er zit veel aan twintigste-eeuwse Amerikaanse geschiedenis en biografie tussen en laten we niet vergeten dat hij aan Yale University geschiedenis studeerde)...
... dan kom ik op een slordige 2,5 uur lezen per dag. Elke dag.
Dat is mooi, jaloersmakend zelfs, maar nu moet ik toch even streng worden. Want terwijl hij boeken las had hij briefings kunnen lezen. Zijn boekenkeus getuigt van een goede smaak, en hij zal er best veel van opgestoken hebben. Maar boeken lezen, vooral dikke, is een weinig efficiënte manier van kennis vergaren. Als president heb je het voorrecht dat je alles wat je weten moet door deskundigen samengevat tot je kunt nemen. En als je iets niet begrijpt kun je het altijd vragen. Maar dat deed Bush allemaal niet. Hij dacht na het avondeten dat hij wel genoeg wist om de volgende dag door te komen, en pakte een boek. Het past helaas heel goed bij het beeld van de president die niet echt geïnteresseerd was in zijn werk.
Evengoed: we moeten toch maar ophouden met Bush-bashen. Het begint pijnlijk te worden. Hij heeft zijn portie wel gehad. Behandel hem zoals we willen dat de Republikeinen Obama behandelen. Hij is bovendien machteloos (hij kan alleen nog wat politieke criminelen gratie verlenen, zie mijn vorige post en zie vooral hier - ik pretendeer niet ook maar de helft te begrijpen, maar het is een blog met niveau). Dus ik bedoel maar: moeten we natrappen?
En dan las hij ook nog eens minder dan Rove, die zegt dat Bush "lamely insisted he'd lost because he'd been busy as Leader of the Free World." Ik kan er niets aan doen, ik vind dat soort grapjes leuk.
Gepost door
Wouter van den Berg
op
00:28
0
reacties
Labels: Amerika, George W. Bush, Lezen, Presidenten
donderdag 25 december 2008
Problemen zien
Uit de tijd dat Kamagurka nog echt helemaal geweldig was - hij is nog steeds heel goed natuurlijk, maar nu heb ik het over de vroege jaren '80, toen elke cartoon goed was voor een lachkramp -, stamt diens bij ons thuis gevleugelde woord "U ziet geen problemen waar er wel degelijk problemen zijn". (Check de achterpagina van De Rimpelclub.)
Dit zou een motto van Karel van het Reve kunnen zijn. Terwijl iedereen met de fatwā op Rushdie bezig is, vraagt VhR zich af hoe de moordenaar aan zijn geld zal moeten komen. Kort maar krachtig schetst hij (Luisteraars, p. 269-270) de problemen waar niemand zich in zijn verontwaardiging mee bezighoudt, maar die voor iemand die serieus overweegt de gewenste moord te plegen zeer reëel zullen zijn. Het lijkt me heel goed mogelijk dat juist die praktische bezwaren de belangrijkste reden zijn dat Rushdie nog leeft. In het uitgebreide stuk over de controverse op Wikipedia worden alle pogingen tot aanslagen vermeld. Maar niemand lijkt zich af te vragen waarom het er eigenlijk zo weinig zijn geweest. Ook niet in de Nederlandse versie. De wikipedisten kennen hun Van het Reve niet.
Als ik een Karel van het Reve-medaille zou mogen uitreiken aan mensen die reële problemen zien waar anderen ze niet zien, zou die misschien naar de Votemaster gaan, die ook nu de presidentsverkiezingen voorbij zijn nog geen zin heeft om te stoppen met het magistrale politieke blog Electoral Vote Predictor. De laatste weken gaat het vooral over het samenstellen van het Team Obama en over de nog onbesliste senatorverkiezing in Minnesota, maar dan staat er opeens weer zo'n berichtje tussen:
On Dec. 23 President Bush pardoned Isaac Toussie, who had defrauded low-income home buyers, then on Dec. 24 he revoked the pardon. It is a bit early to tell how this will play out, but suppose Toussie goes to federal court to claim "once a pardonee, always a pardonee" and loses. In other words, suppose the courts rule that if Presidents have the power to pardon, they also have the power to revoke a pardon. That could have implications if President Bush pardons members of his administration on his last day in office and then incoming President Barack Obama revokes the pardons. This is definitely uncharted territory.De zaak wordt ook elders besproken, maar niet met dat cruciale extra inzicht erbij dat dit een precedent kan zijn: als een president een gratie mag herroepen, mag hij ook een gratie van een voorganger herroepen, want presidenten verlenen die graties natuurlijk niet op persoonlijke titel.
De kans lijkt me groot dat juristen van Bush het probleem intussen gesignaleerd hebben, en dat de herroeping weer herroepen zal worden (die graties worden immers vaak gebruikt om politieke schurken immuun te maken, en Bush zal er ongetwijfeld de komende weken meer willen verlenen). Misschien hebben ze het dan zelf bedacht, maar het is niet uitgesloten dat ze daarmee geïnspireerd zullen zijn door de Votemaster, want die kreeg, hou je stoel vast, medebloggers, op 3 november (dag voor de presidentsverkiezingen) 1,34 miljoen bezoeken en op deze slapste dag van het jaar nog altijd tienduizenden. Anders dan Karel van het Reve, van wie waarschijnlijk minder dan een miljoen mensen ooit gehoord hebben, is de Votemaster niet miskend.
Gepost door
Wouter van den Berg
op
23:20
0
reacties
Labels: George W. Bush, Kamagurka, Karel van het Reve, miskenning, Presidenten, Salman Rushdie, The Votemaster
zaterdag 18 oktober 2008
Doe dat eens na, Michelle Obama!
Vanaf het moment dat Claudia "Lady Bird" Taylor met Lyndon B. Johnson trouwde, was ze dienstbaar aan zijn ambities. Altijd binnen een halfuur warm eten op tafel, op welk uur haar man ook thuis kwam, en met hoeveel onaangekondigde gasten ook. Als het eten niet goed genoeg was voor de gelegenheid (onaangekondigde gast bleek jarig, bijvoorbeeld) schold Johnson haar ten overstaan van iedereen uit.
Lady Bird was heel verlegen, maar maakte er het beste van als ze toch in gezelschappen moest verkeren. Een van de vele pijnlijke episodes in haar leven was eind jaren dertig, de tijd dat haar man net representative was en Longlea frequenteerde. Longlea was het landgoed van zijn belangrijkste financiële ondersteuner, de oliebaron Charles Marsh. Behalve om politieke redenen kwam Johnson er omdat hij een relatie had met de minnares en latere vrouw van Marsh, de oogverblindend mooie, intelligente en wereldse Alice Glass. Longlea kwam zo dicht bij een "salon" als je in Amerika kon komen: er kwamen politici die uit Marsh' hand aten, maar ook intellectuelen en kunstenaars, velen gevlucht uit Europa.
Als Lady Bird mee naar Longlea was, hoorde ze de conversaties stil aan. Maar terug in Washington ging ze naar de bibliotheek en leende ze de boeken waar ze over had horen spreken - en las ze ook. Mein Kampf las ze, waardoor ze veel beter dan de meeste Amerikanen begreep wat er in Europa gebeurde. En de regelmatige gasten op Longlea, zelf blijkbaar toch niet zulke lezers, hadden het nog lang over de "zomer toen Lady Bird Oorlog en Vrede las". Steeds dat boek bij zich. En toen ze het uit had, "she felt there was something to be gained by a rereading", schrijft Robert Caro. En ze herlas het, helemaal.
Ik neem me vaak nog tijdens het lezen voor om een boek meteen, zodra ik het uit heb, te herlezen, om alles wat ik gemist heb op een rijtje te krijgen. Het enige boek waarmee ik dat ooit gedaan heb is Oorlog en Vrede. Wel heb ik de tweede keer de hoofdstukken overgeslagen waarin Tolstoj zijn gedachten over de geschiedenis uitwerkte.
Gepost door
Wouter van den Berg
op
17:41
0
reacties
Labels: Boeken, Lady Bird Johnson, Lev Tolstoj, Lyndon B. Johnson, Oorlog en Vrede, Presidenten
zaterdag 2 augustus 2008
Geldingsdrang
Een van de vele hoogtepunten in deel 1 van The Years of Lyndon Johnson is de beschrijving van de vierjarige Lyndon, een jongetje met een ontzaglijke geldingsdrang. Als hij op school (hij hoefde nog niet naar school, mocht eigenlijk zelfs nog niet naar school, maar ging gewoon, niemand kon hem tegenhouden) buiten naar de wc moest, schreef hij niet, zoals dat hoorde, zijn naam klein op het linker schoolbord, maar heel groot: LYNDON B. op het linker, JOHNSON op het rechter bord.
Dit speelde in de toen straatarme Texas Hill Country. Zijn nichtje Ava, al zeven jaar oud, ging op een ezeltje naar diezelfde school. Lyndon mocht meerijden. Door de schrijver geïnterviewd imiteert Ava jaren later hoe hij binnen twee dagen eiste het ezeltje te mogen mennen:
'Ah wanta ride in front!'Een jaar of vijf later, het gezin was inmiddels verhuisd naar Johnson City (genoemd naar een oudoom, de Johnsons behoorden tot de pioniers die de Hill Country introkken; Caro noemt het de "set of a Grade-B Western"), zou Lyndon elke middag recht van school naar de kapper rennen om de krant te gaan lezen. In Johnson City kwam in die jaren één krant, dat wil zeggen: een twee of drie dagen oud exemplaar van de streekkrant. Tijdens het lezen gaf hij uitgebreid commentaar. Iedereen moest hem horen, en het met hem eens zijn.
'No, ah'm older, Lyndon, and it's mah donkey.'
'No, ah'm bigger! Ah wanta ride in front! Ah wanta ride in front!' And in the front he got.
Gepost door
Wouter van den Berg
op
22:50
0
reacties
Labels: Kort, Lyndon B. Johnson, Niet op Nurks, Presidenten
vrijdag 1 augustus 2008
Jongens! Niet al te principieel!
De Founding Fathers John Adams en Benjamin Franklin ondernamen beiden verschillende keren de levensgevaarlijke reis over de Atlantische Oceaan. Beiden waren op het schip zeer aanwezig. Franklin doet zijn metingen aan de Golfstroom (het aantonen van het bestaan daarvan lijkt me nog genialer dan zijn pionierswerk op het gebied van elektriciteit, waar iedereen tenminste nog van gehoord heeft) en voert een reeks praktische verbeteringen van nautische aard door. Adams doet ook zoiets, maar meer op het morele vlak: hij weet de kapitein er van te overtuigen dat hij het vloeken aan banden moet leggen, en enige hygiëne moet betrachten. Toch krijg je uiteindelijk wel sympathie voor Adams.
Franklin is ook bekend als vegetariër. Hij zag het doden van dieren als unprovoked murder, maar maakte op zeker moment toch een uitzondering voor een kabeljauw, toen hij zag dat bij het opensnijden van de maag kleinere vissen te voorschijn kwamen. Ja, dacht Franklin, als zij het mogen, mag ik het ook, en liet zich de kabeljauw sindsdien goed smaken. Zijn commentaar op zijn zwakheid: "So convenient a thing it is to be a reasonable creature, since it enables one to find or make a reason for everything one has a mind to do."
In die tijd kon de kabeljauw niet op. Nu is dat wel anders. Je kunt niet als een stel wilden blijven jagen terwijl je al met z'n zes miljarden bent. Of zijn we al aan de zeven? Wat zou Franklin trouwens in de 21e eeuw geweest zijn?
Gepost door
Wouter van den Berg
op
23:01
0
reacties
Labels: Benjamin Franklin, Ethiek, John Adams, Kort, Niet op Nurks, Presidenten, Vegetarisme, Wetenschap
zondag 25 mei 2008
Wie was Hugo Black?
In een stuk over Theodor Holman (column 'Achteraf' in Het Parool van 14 januari 1995, opgenomen in de gelijknamige bundel, p. 353-355), dat aan actualiteitswaarde wint door de zaak Nekschot, schrijft Karel van het Reve over Justice Hugo Black:
Er is een lid van het Hooggerechtshof van de Verenigde Staten geweest die Hugo Black heette en die ervoor pleitte om alle wetten waarin iets dat iemand zegt of schrijft strafbaar gesteld wordt, ongeldig te verklaren. Ik ben een aanhanger van die Hugo Black.Merk op dat VhR het verwijzende voornaamwoord "die" gebruikt waar de meeste schrijvers "dat" zouden gebruiken om geen ruzie met hun redacteur te krijgen. Hij schreef ook consequent "een aantal mensen zijn". Maar dit terzijde. Wie was Hugo Black?
Hugo Black kwam uit Alabama. Over Alabama schrijft Marshall Frady, biograaf van de beroemdste zoon van die staat, George Wallace:
The region is ruled by humid passion, and a fine old-fashioned sense of sin. There is a lingering romance of violence, a congenital love for quick and final physical showdowns.Kortom, wilde je in de jaren twintig van de vorige eeuw in Alabama iets bereiken, dan werd je lid van de Ku Klux Klan. Zo ook Hugo Black.
Toen Black, inmiddels senator, zich sterk had gemaakt voor de New Deal en ook voor president Roosevelts Court-packing Bill, was hij voor Roosevelt de beste kandidaat voor de eerst vrijkomende slot in het Hooggerechtshof. De goedkeuring verliep niet vlekkeloos, maar in die dagen was er domweg te weinig informatie vlot beschikbaar om zijn vermoede KKK-verleden tegen hem te gebruiken. Een perscampagne kwam pas goed op gang toen de benoeming al bezegeld was.
De "linkse" kritiek op zijn benoeming verstomde toen hij zich in zijn stemgedrag een aanhanger van de burgerrechtenbeweging toonde. Hij ontpopte zich zelfs tot een van de meest "liberal" leden van het Hooggerechtshof. In een televisie-interview in 1968 (zie hier, klik op You have the right to remain silent) verdedigt hij de arresten die het de politie moeilijker maken:
Interviewer: Mr. Justice, do you think that those decisions have made it more difficult for the police to combat crime?Op dat moment hadden de meeste Amerikanen genoeg van dat halfzachte gedoe. Richard Nixon, de Rita Verdonk van die dagen, won met zijn tough stance on crime het presidentschap en legde met vier nieuwe benoemingen de basis voor een nieuwe conservatieve fase in de geschiedenis van het Hooggerechtshof.
Hugo Black: Certainly! Why shouldn't they? What were they written for? Why did they write the Bill of Rights? [...] What about guaranteeing a man a right to a lawyer? 'Course that makes it more difficult to convict him. What about saying he should not be compelled to be a witness against himself? That makes it more difficult to convict him. What about no unreasonable search or seizure shall be made. That makes it more difficult to convict him. They were written to make it more difficult.
Bij dit alles is het van belang te weten dat Black weinig geduld had met "universele rechten". Karel van het Reves bekende afsluiting van de Sovjet-annexatie der klassieken
Het zijn dan ook naar onze mening geen politieke of wereldbeschouwelijke grenzen, maar moeilijk definieerbare zaken als gevoel voor proporties, smaak, fatsoen, redelijkheid, een zekere persoonlijke halsstarrigheid ook, die de beschaving van de barbarij scheiden.zou Black misschien woord voor woord onderschreven hebben. Maar hij zou er nooit een leidraad voor zijn conclusies van hebben gemaakt. Als hij onvoldoende argumenten in de Constitutie kon vinden, ging een door hem misschien gewenste conclusie niet door.
Dat leidde soms tot opvallende dissenting opinions, bijvoorbeeld in Griswold v. Connecticut, in 1965. Een wet in de staat Connecticut verbood het gebruik van voorbehoedmiddelen. Het Hooggerechtshof achtte die wet onconstitutioneel, omdat deze het recht op privacy zou schenden. Volgens Black echter garandeerde de Constitutie helemaal geen privacy, en hij weigerde mee te gaan met collega's die zoiets wel lazen in artikelen die daar niet specifiek over gingen:
I like my privacy as well as the next one, but I am nevertheless compelled to admit that government has a right to invade it unless prohibited by some specific constitutional provision.Wat Black betrof zou deze "uncommonly silly law" (woorden van Blacks enige mede-dissenter, Justice Potter Stewart) dus standgehouden hebben.
Hoe zat het nu met de vrijheid van meningsuiting? Ook hierbij moet je beseffen hoe absoluut Black de Constitutie, in dit geval het Eerste Amendement interpreteerde. Black achtte staats- en Federale wetten tegen obsceniteit en laster onconstitutioneel. Dit is waarschijnlijk waar Van het Reve op doelde in het citaat waarmee ik dit stuk opende. Daar staat echter tegenover dat hij het verbranden van vlaggen niet als een uiting van free speech beschouwde. Een staat die daar een wet tegen uitvaardigde, had daartoe het constitutionele recht, vond hij. Ook een jongeman (zekere Paul Robert Cohen) die een jasje droeg met daarop de tekst "Fuck the Draft" kon niet op clementie van Black rekenen. Een jasje met een uitdagende tekst was geen speech, maar conduct.
Gepost door
Wouter van den Berg
op
18:19
0
reacties
Labels: Alabama, Amerika, George Wallace, Hugo Black, Karel van het Reve, Presidenten, Supreme Court, Theodor Holman, Vrijheid van meningsuiting
zaterdag 24 mei 2008
Roger Scruton en het onderwijs
Ik lees al 26 jaar de NRC, en heb in mijn perceptie toch al gauw 26 interviews met of uitgebreide besprekingen van een boek van Roger Scruton gelezen. Dat er veel minder stukken op de pagina "Scruton, Roger" staan, is voor mij een bewijs dat NRC Boeken nog niet lekker draait.
Het mooiste vond ik deze keer een citaat over het belang van leraren in het overdragen van kennis:
Echte leraren brengen geen kennis over om hun leerlingen te begunstigen; ze onderwijzen hun leerlingen om de kennis te begunstigen.Nu zou je kunnen zeggen, alle gepraat over het belang van de leerlingen ten spijt, dat ons onderwijssysteem daar al op ingericht is: leerlingen slagen voor hun eindexamen als ze hun "leerdoelen" hebben gehaald. Daarmee wordt, uiterst moeizaam en in een verwaterde vorm natuurlijk, maar toch, een corpus van kennis instandgehouden. De nieuwe generatie valt niet terug in een staat van barbarij, zodat de westerse maatschappij nog even voort kan, krakend en met achterlating van een spoor aan onderdelen waarvan het belang niet meer wordt begrepen.
Dat is ongeveer de praktijk, maar we verkopen dit tegenwoordig allemaal als zijnde in het belang van de leerlingen. Scruton is daar niet in geïnteresseerd. Minder goede leerlingen mogen wel meedoen, maar je moet er niet te veel energie in gaan steken, want zij kunnen geen rol spelen in het begunstigen van de kennis. (Wat zou dat "begunstigen" in het Engels geweest zijn? Kunnen ze op die website niet meteen gebruikmaken van de geweldige mogelijkheden van de computer en het Internet en voor de geïnteresseerde de geluidsband er als referentiemateriaal aan hangen?). Mijn interpretatie? Welnee, hier, lees:
Een leraar moet de kinderen met het meeste talent eruit pikken en zich op hen richten, anders gaat kennis verloren. Als hij dat niet doet, is hij ongeschikt voor zijn vak. Natuurlijk moet hij zich ook bekommeren om die andere, gewone kinderen, maar het belangrijkste is de kennis. De leerlingen komen op de tweede plaats.Begrijp me goed, ik vind dit prima. Ik zou zelf als leraar redelijk aan Scrutons ideaalbeeld voldoen: het overdragen van kennis (welke kennis dan ook) stond in de korte tijd dat ik voor de klas heb gestaan voor mij centraal. Goede leerlingen luisterden graag naar me, terwijl minder goede geloof ik wel waardeerden hoe ontspannen ik reageerde op hun gebrek aan belangstelling: "Je hoeft niet te luisteren, maar doe liever wel of je luistert. Dan ben je anderen niet tot last en wie weet steek je er nog wat van op." Meestal waren ze stil (problemen had ik pas tijdens het "zelfstandig werken").
Ik kan me ook redelijk vinden in het onderwijzen van de dingen die Scruton belangrijk vindt. Wel is het zo dat ik (om maar eens iets te noemen) The Years of Lyndon Johnson elke dag van de week boven Plato verkies. Behalve over de grot en de ideale staat wil ik dus óók vertellen hoe een arme boerenzoon president van de Verenigde Staten kon worden. Daar zit geen letter theorie bij.
Dat zou Scruton toch wel goedvinden, hoop ik. Niemand heeft een consequente verzameling voorkeuren. Sterker nog, de denkers die voor Scruton (en voor mij) de beschaving vertegenwoordigen zijn het onderling over cruciale zaken oneens - terwijl er toch maar één gelijk kan hebben. We zouden eigenlijk moeten kiezen tussen Plato en Aristoteles, we zijn verdorie geen relativisten.
Nog sterker: Scruton is zo inconsequent als iemand maar zijn kan. Geen visserij, wel vossenjacht. Anders dan ik kan hij echter wel op al zijn voorkeuren een stempeltje met "Tradioneel!" drukken.
Gepost door
Wouter van den Berg
op
21:23
0
reacties
Labels: Boeken, Filosofie, Lyndon B. Johnson, NRC, Onderwijs, Presidenten, Roger Scruton
zaterdag 12 januari 2008
Die meneer komt uit Missouri, laat die meneer het even zien
Gisteren beloofde ik het even niet meer over de Amerikaanse primaries te hebben. Zal ik ook even niet meer doen. Alleen nog dit. Lees ik dat Edwards een steun voor Obama kan zijn in de Palmetto State (zie hier, dit is echt hogere punditry, zelfs mij gaan dit soort bespiegelingen een beetje ver). Dat zal wel South Carolina zijn, denk ik dan, want die primary staat voor de deur en Edwards komt ervandaan. Maar het woord "palmetto" vind ik zo vreemd - het lijkt op de "iglette" van Koot en Bie - dat het toch ook bij Florida kan horen, land van fun en oplichters, waar nog meer palmen zijn, en waar de primaries ook vroeg worden gehouden.
De vraag is bijna net zo snel beantwoord als gesteld: binnen een seconde of vijf. South Carolina is het, en de Sabal palmetto is wel degelijk een bestaande boom, en het zal geen verbazing wekken dat het de state tree van die staat is. Toevallig is het óók de state tree van Florida, maar de officiële bijnaam van die staat is "The Sunshine State" - alleen daarom al wil je daar niet dood aangetroffen worden.
De mooiste bijnaam van alle Amerikaanse staten heeft Missouri: de "Show-Me State". Die past prachtig bij de beroemdste zoon van die staat, president Harry S. Truman. In het populairste verhaal over de herkomst van de bijnaam staat "show me" uiteraard voor gezonde scepsis: een Congressman, zekere Willard Duncan Vandiver, zou in 1899 hebben gezegd:
I come from a state that raises corn and cotton and cockleburs and Democrats, and frothy eloquence neither convinces nor satisfies me. I am from Missouri. You have got to show me.Maar er is ook een "revisionistische" versie. Enkele jaren vóór de bovenstaande uitspraak zouden voormannen in de loodmijnen van Colorado ("The Centennial State") over mijnwerkers die als stakingsbreker uit Missouri waren gekomen, maar de exacte werkmethoden in Colorado niet kenden, hebben gezegd:
That man is from Missouri. You'll have to show him.Ongehinderd door kennis van zaken zou ik een derde hypothese willen voorstellen. Het "show me" met positieve connotatie maakte nóg iets eerder opgang, en had Colorado net bereikt. Als een Missourian dan met zijn kruiwagen de verkeerde kant oploopt, kunnen voormannen al gauw op hetzelfde idee komen. Oh, uit Missouri zeker, nou, zoals jullie zelf al zeggen... Onderschat de menselijke neiging tot ironie niet.
Gepost door
Wouter van den Berg
op
16:23
0
reacties
Labels: Amerika, Harry S. Truman, Presidenten, Presidentsverkiezingen
Ah nee, niet weer racisme!
Nu heb ik opeens weer sympathie voor Hillary. En voor Bill natuurlijk. Zie ze zitten, zeer blank, alsof Bill niet ooit de eerste zwarte president van de Verenigde Staten was. Hoogmoed komt voor de val, en zo gewonnen, zo geronnen.
Wat hebben ze misdaan? Hillary zou de rol van Martin Luther King in de burgerrechtenbeweging gebagatelliseerd hebben. Hier legt ze uit dat het president Lyndon B. Johnson was die de Civil Rights Act mogelijk maakte, niet Martin Luther King - wat geen enkele serieuze historicus zal ontkennen. MLK hield redevoeringen, LBJ kreeg als politicus dingen gedaan.
En Bill? Nou, die had die schorre en gefrustreerde uitval naar Obama, die weliswaar over de technische kwestie van diens stemgedrag gaat, maar waarin hij ook het woord fairy tale gebruikte.
Leuke stukjes schrijf je, Wouter, maar een béétje te lang, en ze gaan nu opeens allemaal over racisme. Graag korter, en vanaf morgen weer een ander onderwerp, OK?
Vooruit. Wat is het toch ongelooflijk vervelend dat je niet gewoon mag zeggen wat je denkt. Als Hill en Bill echt denken dat Martin Luther King en Obama overschat zijn - en in het geval van King zouden ze daar gelijk in hebben - dan maakt dat ze geen racisten, OK?
Gepost door
Wouter van den Berg
op
00:40
0
reacties
Labels: Amerika, Barack Obama, Bill Clinton, Hillary Clinton, Lyndon B. Johnson, Presidenten, Presidentsverkiezingen, Racisme
woensdag 9 januari 2008
Zwarte zwaan
Is het verkeerd om Obama's huidskleur ter sprake te brengen? Het gebeurt inderdaad veel, omdat in het verleden is gebleken dat zwarte kandidaten geen rol van betekenis speelden bij de Amerikaanse presidentsverkiezingen. De heersende verklaring was dat Amerikanen daar vooralsnog te racistisch voor waren. Zoals ze ook geen vrouw zouden kiezen. En nog wat langer geleden geen katholiek.
Het lijkt me geen probleem de huidskleur, het geslacht of het geloof van een presidentskandidaat te vermelden - je hoeft daar zelf niet racistisch, seksistisch of anti-paaps voor te zijn.
Wel is het zo dat degenen die met zulke verklaringen kwamen er misschien al die tijd helemaal naast hebben gezeten. Van Kennedy dachten velen dat het hem als katholiek nooit zou lukken, maar welke katholiek had het voor hem nu serieus geprobeerd? En laten we ons dan afvragen: welke zwarten hadden het vóór Obama geprobeerd? Volgens mij alleen deze drie: Al Sharpton, Jesse Jackson, Angela Davis. Zou het misschien kunnen dat de kiezers in de primaries (of in Davis' geval zelfs tijdens de presidentsverkiezingen) dachten: "Kijk, van mij mag een neger best president worden, maar déze kandidaat lijkt me nu juist niet zo geschikt"?
Tegen Obama zijn nu eens een keer nauwelijks bezwaren te bedenken - in ieder geval veel minder dan tegen de andere kandidaten, inclusief Clinton. En laat dan sommige mensen, waaronder ik, denken dat het voor Amerika en Amerika's aanzien in de wereld heel mooi zou zijn, puur symbolisch natuurlijk, maar toch heel mooi, als een zoon van een Afrikaanse immigrant president wordt - maakt dát ze racistisch? Ook dan moet je dat begrip toch flink oprekken.
Het lijkt me passend de zwarte zwaan erbij te halen. Philosophy buffs kennen hem van het inductieprobleem, dat wel is geformuleerd als: mag je uit het waarnemen van uitsluitend witte zwanen concluderen dat alle zwanen wit zijn? Nee natuurlijk, al was het maar omdat er ook zwarte zwanen bestaan - het is een Australische soort (vroeger zag je ze in Nederland vaker dan tegenwoordig, volgens mij). Nadat 42 blanke mannen president van de Verenigde Staten zijn geweest, is iedereen gaan denken dat er blijkbaar geen andere mogelijkheid is. In onze naïviteit zijn we daar ook nog eens verklaringen voor gaan bedenken. En wat een verschrikkelijk simpele, botte, niets verklarende verklaringen: "Amerikanen willen geen neger als president." "Amerikanen willen geen vrouw als president." Barack en Hillary zetten ons allemaal in ons hemd, zelfs als geen van beide het uiteindelijk zal halen.
Gepost door
Wouter van den Berg
op
23:26
0
reacties
Labels: Al Sharpton, Angela Davis, Barack Obama, Filosofie, Hillary Clinton, Inductieprobleem, Jesse Jackson, Presidenten, Presidentsverkiezingen, Racisme
zondag 16 december 2007
Harry S. Truman
In zijn radiopraatje 'Reagan en het zwarte naaigaren' (Luisteraars!, p. 165-167, wie alleen de cd's heeft mist deze), dat handelt over de vraag hoe Ronald Reagan erbij kwam dat de Russen geen woord voor 'vrijheid' kennen, zegt Karel van het Reve onder meer:
Maar ja, wie zelf iets wil zeggen vergist zich al gauw. Ik weet dat uit eigen ervaring.We stelden al vast dat Van het Reve geen grote fouten maakte, maar hier is wel zo'n voorbeeld van een vergissing (cursivering van mij):
Mijn favoriete president is Harry S. Truman. Alleen die S. al. Iedere zichzelf respecterende Amerikaan heeft zo'n letter tussen zijn voor- en achternaam: John D. Rockefeller, Franklin D. Roosevelt, Richard M. Nixon, Dwight D. Eisenhower, Herbert C. Hoover. Truman wilde dat ook, maar hij had helemaal geen 'middle name'. Toen heeft hij die S. ertussen gezet, zonder dat hij de moeite nam die S. iets te laten betekenen: Simon, Samual, Sheldon of Sidney. Waarom weet ik niet, maar die kale S. neemt mij voor hem in. (Achteraf, p. 214).Toen ik deze column "live" las, op 7 december 1991 (ik kocht begin jaren '90 elke zaterdag het Parool vanwege VhR - zijn column verscheen weliswaar óm de zaterdag, maar ik was altijd bang dat ik hem misschien vorige week vergeten was te kopen; of misschien hoopte ik dat wel), had ik al een vaag gevoel dat het misschien niet klopte. Maar ik kwam er met de boeken die tot mijn beschikking stonden niet uit. Vorige week las ik echter in de Truman-biografie van David McCullough (New York, 1992) op pagina 37 over Trumans ouders:
In a quandary over a middle name, Mattie and John were undecided whether to honor her father or his. In the end they compromised with the letter S. It could be taken to stand for Solomon or Shipp, but actually stood for nothing, a practice not unknown among the Scotch-Irish, even for first names. The baby's first name was Harry, after his Uncle Harrison. Harry S. Truman he would be.Goed nieuws en slecht nieuws. Om te beginnen met het slechte nieuws (een andere keer: de beste goed-nieuws-slecht-nieuwsmop): het is onduidelijk hoe Van het Reve erbij komt dat Truman die S. er zelf tussen had gezet. Ik heb noch met mijn beperkte middelen van 1991, noch later (een paar jaar geleden, ik had Achteraf net herlezen maar McCullough nog niet in huis, heb ik uitgebreide Internet-research gedaan in onder meer de Truman Library), ooit een bron gevonden die zegt dat Truman zijn middle initial zelf bedacht heeft. Het geval is even raadselachtig als Reagan's "de Russen hebben geen woord voor 'vrijheid'" waarmee dit stukje begon.
Het goede nieuws is dat Van het Reve's gut feeling over de Amerikaanse presidenten (een onderwerp waar hij voor zover ik weet nooit speciaal studie van heeft gemaakt) helemaal wordt bevestigd door Amerikaanse historici. Truman had bij zijn vertrek in 1953 de laagste approval rating ooit. Hij is nooit een president geweest die tot de verbeelding sprak. Maar hij staat bij mensen die er verstand van hebben wél alweer jaren zevende in de historical rankings. Kennedy daarentegen, door Van het Reve voor een windbuil gehouden ("Voor mij deugen de Kennedy's trouwens geen van allen"), zakt op die lijst gestaag.
Gepost door
Wouter van den Berg
op
23:09
2
reacties
Labels: Harry S. Truman, John F. Kennedy, Karel van het Reve, Presidenten, Ronald Reagan, Truman
zondag 11 november 2007
JFK en de kanonnen van augustus
Toen ik 18 werd kreeg ik van mijn vader drie boeken cadeau: The Old Man and the Sea van Ernest Hemingway, Opperlandse Taal en Letterkunde van Battus en Barbara Tuchman's The Guns of August. "Een vreemde combinatie," moet de verkoper van boekhandel Michon in Enschede tegen hem gezegd hebben. "Het zijn alledrie klassiekers," antwoordde mijn vader.
(Twee vragen die buiten dit stukje vallen werpen zich onmiddellijk op: (1) zouden er in andere branches dan de boekerij even bemoeizuchtige verkopers zijn? Die vraag kan ik onmogelijk beantwoorden, omdat ik zelden in andere winkels kom. Ja, in de supermarkt, maar daar gedragen de meisjes zich keurig, welke uitzinnige combinaties je ook op de band zet. En (2): wat is er geworden van Boekhandel Michon? Antwoord: dat is nu Yogacentrum Michon. The writing was on the wall, toen al, begin jaren '80, met etalages gewijd aan Fritjof Capra en De Dansende Woe-Li Meesters, maar jammer is het wel.)
Hoe is het met die drie boeken gegaan? The Old Man and the Sea heb ik gelezen, nooit herlezen, maar er zijn fragmenten blijven hangen. De Opperlandse Taal en Letterkunde heb ik criss-cross helemaal uitgelezen, en vele stukken meermaals. Helaas heb ik het ooit uitgeleend aan een Russische vriend met een geweldig gevoel voor de Nederlandse taal - die vriend heb ik voor het laatst gezien toen ik op 9 januari 1997 trouwde en het leek me toen geen goed moment het boek terug te vragen. Maar, Sacha Rousanovski, als je jezelf googelt: mail me! Een kwijtgeraakt boek koop ik niet opnieuw. Wel kocht ik onlangs Opperlans! maar dat heeft voor mij niet de magie die Opperlandse Taal- en Letterkunde had.
Maar dan The Guns of August. Het gaat over de aanloop tot en het begin van de Eerste Wereldoorlog, wanneer een diplomatieke rel door een complex van bondgenootschappelijke verplichtingen, misplaatst eergevoel en, achteraf gezien, onvoorstelbare beoordelingsfouten uitdraait op de massaslachtingen van de loopgraven.
Ik heb van dat boek ondanks herhaalde pogingen maar enkele tientallen bladzijden gelezen. Voor de duidelijkheid, collega-historici: ik heb niets tegen mevrouw Tuchman of haar opvattingen over geschiedschrijving. Ik ben vóór de geschiedenis als verslag van de beslissingen van grote mannen en de desastreuze gevolgen daarvan, ik ben vóór waardeoordelen en ik vind vooral ook dat je lessen uit de geschiedenis mag trekken - al ben ik de eerste om te erkennen dat dat razend moeilijk is. Maar dit boek heeft me nooit bij de les kunnen houden. Te veel details, te veel clichématige beschrijvingen.
Ik heb lang gedacht dat Tuchman door een stroke of luck ooit die Pulitzer Prize had gewonnen, en dat vervolgens velen haar boek hadden gekocht, en het daarom herdruk na herdruk beleefde, maar dat niemand het ook echt las. Maar nu moet ik op gezag van biograaf Robert Dallek aannemen dat niemand minder dan president Kennedy The Guns of August las, en zijn ministers aanraadde hetzelfde te doen. In het boek zouden twee diplomaten na de Eerste Wereldoorlog tegen elkaar zeggen:
- "How did it all happen?"Om te zorgen dat na een eventuele Derde Wereldoorlog de overlevenden wél zouden weten "how this all happened", besloot Kennedy tot het installeren van microfoons en bandrecorders in het Witte Huis.
- "Ah, if only we knew."
Ik heb vandaag enkele uren besteed aan het vinden van dat citaat en ik zal er nog enige tijd insteken - op die manier pik ik toch nog wat mee van het boek. Maar eerlijk gezegd heb ik er een hard hoofd in. Ik vraag me zelfs af of Kennedy die hele Guns of August wel gelezen heeft. Het citaat past niet in het boek, maar zou bijvoorbeeld wel uitstekend passen in bijvoorbeeld een televisie-interview met Tuchman uit die tijd. Waarom heeft u dit boek geschreven, mevrouw Tuchman? "Well, after the Great War was over, two diplomats met..." Ik denk eigenlijk dat het zo zit. Tenzij iemand me het citaat aanwijst.
Gepost door
Wouter van den Berg
op
21:48
0
reacties
Labels: Barbara Tuchman, Boeken, Geschiedenis, John F. Kennedy, Oorlog, Presidenten
zondag 7 oktober 2007
Vote early and vote often
Dat krijg je als je in het geweldige boek van Robert Caro aan het lezen bent: Johnson is opeens overal.
Een lezer reageert op Hans Ree's stukje Een nieuw schaakpaleis (klikken geeft denk ik alleen het gewenste resultaat als u NRC-abonnee bent en u op de NRC-website hebt aangemeld). Ree laat in dat stukje de uitspraak "Vote early and vote often" vallen, en zegt erbij "om met president Lyndon B. Johnson te spreken". De lezer, Hugo Kijne, merkt op dat dat nu net niet klopt: de uitspraak zou afkomstig zijn van Frank Hague, de corrupte "boss" en burgemeester van Jersey City.
Zoveel precisie ga je meestal niet meer dubbelchecken, je bent geneigd zo'n reageerder op zijn woord te geloven. Maar deze keer zit het me niet lekker: het zou makkelijk nog ouder kunnen zijn, en op zeker moment zowel door Hague als door Johnson half in scherts geciteerd zijn geworden, zoals dit in Amerika nog steeds op elke verkiezingsdag schijnt te gebeuren.
Mijn Oxford Dictionary of Quotations (1999) dateert het advies inderdaad vroeger, en noemt de Zuidelijke politius en vlagontwerper William Porcher Miles als bron, maar dan wel "by proxy": hij zou in 1858 in het House of Representatives hebben gezegd dat hij in een Noordelijke stad spandoeken met de leuze "Vote early and vote often" had gezien. Dat lijkt me gemene laster. En als het dat is, is de uitspraak waarschijnlijk al eerder bekend geweest. Internet-research wijst naar John Van Buren, zoon van president Martin Van Buren. Ergens in de jaren 1840.
Maar nu de vraag: heeft Johnson dit dan tenminste wel eens gezegd? Ik heb maar enkele honderden van de 2700 bladzijden in de drie delen van Caro gelezen. Maar ik denk het eerlijk gezegd niet. Scherts, en halve scherts, pasten niet bij hem.
Gepost door
Wouter van den Berg
op
23:08
0
reacties
Labels: Amerika, Geschiedenis, Hans Ree, Presidenten, Robert Caro
zondag 16 juli 2006
Mr. President!
Desinteresse in Amerikaanse etiquette is helaas een algemeen Nederlands en waarschijnlijk ook Europees verschijnsel. Toen ik enkele jaren geleden het genoegen had een lezing van Bill Clinton bij te wonen (bij welke gelegenheid ik, sorry, ik vertel dit graag, zijn hand wist te schudden) had ik met enige angst de introductie van Bram Peper tegemoet gezien. Zou hij wel weten dat je Clinton, die op dat moment al bijna drie jaar geen president meer was, wel degelijk als Mr. President moest aanspreken?
Gelukkig, dat wist Peper. Maar in een fractie van een seconde nadat ik "Mr. Pre..." hoorde, maakte de opluchting plaats voor een nieuwe angst: zou de zaal dit wel begrijpen? Helaas, de zaal begreep dit niet. De verbazing was voelbaar. Aan mijn tafel van twaalf personen fluisterden twee mensen "Hij is toch geen president meer?" en anderen keken elkaar vreemd aan - en zo moet het aan alle tafels gegaan zijn, er is geen reden te veronderstellen dat onze tafel slechter dan de rest was.
Ik legde de captain of industry die naast mij zat (als ik ooit onder de grote mensen kom zult u het weten ook) uit dat in Amerika oud-presidenten, zelfs controversiële, bij alle partijen met zeer veel respect worden bejegend, wat zich onder meer uit in het blijven gebruiken van de aanspreekvorm "Mr. President". De captain of industry fluisterde aan zijn buurman dat de meneer naast hem net zei dat het tot de Amerikaanse etiquette behoorde etc., waarna de zaak in ieder geval aan onze tafel vlot was opgehelderd. Omdat er nogal veel Amerika-liefhebbers in de zaal zullen zijn geweest hoop ik dat er ook aan elke tafel een type als ik zat.
De les hieruit is relevant voor vertalers. In de FAQ van de website van Vertaalbureau.nl leg ik uit welke eigenschappen wij in een vertaler zoeken. Een van die eigenschappen is dat hij of zij problemen moet onderkennen waar anderen geen problemen zien. Niet denken "Oh, dat zit zo en zo," en een voor de hand liggende vertaling gebruiken, als er omstandigheden zijn die je zouden moeten doen vermoeden dat het misschien niet zo eenvoudig is.
Maar het omgekeerde doet zich ook voor. Soms moet je geen probleem zien waar je op het eerste gezicht wel een probleem vermoedt. De omstandigheden moeten er dan toe leiden dat je je schikt in de situatie en er zelfs wel aardigheid in hebt. In dit geval was de probleemsituatie dus dat Bram Peper een ex-president met "Mr. President" aansprak. Dat zet je even op het verkeerde been. Maar dan moet je toch, vóórdat je je twijfels eruit flapt, even aan het denken gaan:
* Na drie jaar zal het toch wel tot iedereen zijn doorgedrongen dat Clinton geen president meer is. Ook, ja juist ook, tot de inleider van de avond.
* Zelfs een beroeps-inleider als Bram Peper zal zich wel hebben voorbereid op dit gesprek. Een van de vragen die je bij zo'n voorbereiding beantwoord probeert te krijgen is: hoe spreek je de gast aan?
* Een slip of the tongue is uitgesloten, daarvoor is "Mr. President" te specifiek - een verspreking was hoogstens een verklaring geweest als Peper bijvoorbeeld "president Clinton" zou hebben gezegd in plaats van "Mr. Clinton".
* Er zit eigenlijk wel wat in, Clinton mag dan niet meer de machtigste man ter wereld zijn, maar een gewone man is hij nog steeds niet, anders hadden we hier niet gezeten.
Ergo, Bram Peper mag dan een tenenkrommend gesprekje in miserabel Engels voeren, op dat punt zal hij het wel bij het rechte eind hebben. Dit is dus waarschijnlijk een Amerikaans gebruik. Weer wat geleerd.
Gepost door
Wouter van den Berg
op
23:53
0
reacties
Labels: Amerika, Bill Clinton, Engels, Etiquette, Ondernemerschap, Politiek, Presidenten

