Hoe groot is de kans dat je op een grasveld in Central Park in New York een bekende tegenkomt? Alma stelt zich die vraag (Het Parool, PS van de Week, p. 35), en laat zich door haar vriendin Milena voorrekenen dat er op dat moment op Manhattan wel een acht miljoen mensen zouden kunnen zijn. Van hen kent Alma er twaalf.
Ik denk dat die 8 miljoen een overbodig gegeven is. Het enige wat telt is: hoe groot is de kans dat een van de twaalf mensen die je kent op hetzelfde moment op dat grasveld is (nou ja, binnen gezichtsafstand op dat grasveld, maar dat laat ik verder buiten beschouwing). Dat zou wel eens mee kunnen vallen, want die twaalf mensen zijn niet willekeurig gegrepen uit een vaas vol New Yorkers. Een forse meerderheid zal bestaan uit leeftijdgenoten, die net als zij over enige vrije tijd beschikken (anders had ze geen gelegenheid ze te leren kennen) en ongeveer dezelfde interessen hebben. Misschien heeft ze er zelfs wel een paar in het park leren kennen.
Het is een prachtige dag, er zijn veel mensen op het veld. Is het overdreven om voor elk van Alma's 12 bekenden de kans dat zij er op hetzelfde moment als Alma zijn op 1 op 100 te schatten? Dan zou de kans dat Alma ten minste één van hen tegenkwam - rekenen, rekenen - ongeveer 11% zijn. Dat valt dus weer mee. Maar misschien schat ik die 1 op 100 te hoog in.
Het doet er niet echt toe, want wie komt Alma tegen? Zekere Mick... uit Nederland! Daar had ze in haar (vastgelopen) berekeningen geen rekening mee gehouden: haar bekenden hoeven geen New Yorkers te zijn. En haar Nederlandse vrienden zijn op dit moment zo'n beetje hetzelfde als zij aan het doen. Reizen, steden bezoeken. En wat doe je als je op een mooie dag in een vreemde grote stad bent? Hetzelfde als in Amsterdam. Dus kom je Alma niet zoals gebruikelijk in het Vondelpark tegen, maar in het Central Park.
zaterdag 20 mei 2006
Ik help Alma rekenen
Gepost door
Wouter van den Berg
op
23:42
0
reacties
Labels: Amerika, Fanny en Alma, Rekenen
Fanny en Alma doen Hans Kemna
Vorige week liet ik in mijn stukje Fanny en Alma gaan door nog een kwestie open:
Ze lijken de kunst te verstaan om óf mensen voor gesprekken uit te nodigen die interessantere dingen te zeggen hebben dan je op het eerste gezicht zou denken, óf uit elke geïnterviewde het beste naar boven te halen.Welke van de twee het is, is deze week duidelijk geworden. Ze nodigen geen mensen uit die interessante dingen te vertellen hebben, maar halen wel het beste uit elke geïnterviewde naar boven. En in het geval van Hans Kemna, de vijfde in een reeks geïnterviewde Hanzen, moet dat niet makkelijk geweest zijn. Wat een klier:
Ik heb een heel stoute diensttijd gehad. Ik heb daar heel vieze dingen gedaan. Heel veel seks gehad. Later kwam ik die mannen wel eens tegen met hun vrouw achter de kinderwagen. Dan zei ik ze altijd expres heel enthousiast gedag en dan kreeg ik een heel pissige blik terug!Misschien kunt u daar om lachen. Ik niet. Het is een misselijke streek. Kemna suggereert dat die mannen net als hij homo's waren die, anders dan hij, te slap waren om "uit de kast" te komen. Ten eerste: als het zo is, lijkt dat me hun goed recht. Wat is er grappig aan om het gezinsleven van die ander in gevaar te brengen? Ik zou het nog kunnen begrijpen als het een wraakoefening was, als de jongens elkaar eeuwige trouw hadden beloofd. Maar ik krijg uit het citaat niet de indruk dat er zoiets speelde.
Ten tweede: waren die jongens wel echt homo? Het leger was in ieder geval in Hans Kemna's tijd een mannenmaatschappij met gevangenisachtige trekjes. Kemna kan zich er met zijn wereldwijsheid meer op zijn gemak hebben gevoeld dan veel andere jongens, die misschien nog nooit aan seks hadden gedaan en tobden over hun "identiteit". Een prooi voor de ware verleider. Zulke jongens zo'n trap na geven is ronduit wreed.
Dit behoorde natuurlijk niet tot het beste dat Fanny en Alma naar boven wisten te halen. Daarvoor kan ik beter het volgende fragmentje aanhalen:
Vroeger had ik veel sjans. Toen was ik mooi en jong. Maar mensen zijn nog steeds heel aardig tegen me. Ze weten wie ik ben en dat ik macht heb in de castingwereld. Ik ben ijdel, dus ik vind het niet zo erg.Relativeringsvermogen heeft hij wel. En hij geeft een eigen fout toe. Ik vind het mager, hoor.
Gepost door
Wouter van den Berg
op
23:14
0
reacties
Labels: Fanny en Alma, Hans Kemna, Sex sells
zondag 14 mei 2006
Fanny en Alma gaan door
In mijn stukje Profi's, dat ik schreef naar aanleiding van een interview van Fanny en Alma met Hans Kazàn, deed ik Fanny en Alma misschien niet helemaal recht. Ik dacht dat ik me verkeken had op Hans Kazàn, maar ik had me waarschijnlijk óók verkeken op F&A. Ze lijken de kunst te verstaan om óf mensen voor gesprekken uit te nodigen die interessantere dingen te zeggen hebben dan je op het eerste gezicht zou denken, óf uit elke geïnterviewde het beste naar boven te halen - beide niet geringe verdiensten, dus ze zitten altijd goed.
Fanny en Alma zijn intussen het beste wat het Parool te bieden heeft, nu die krant een groot deel van zijn pagina's vult met de weinig belangwekkende vastgoed- en penozesoap van Holleeder en Endstra (Holleeder had belangen in Yab Yum! Potjandoppie. Denken ze nu echt dat er gewone mensen zijn die denken dat dat soort zaken niet door dit soort figuren gerund worden?). En andere stukken in de categorie van Fanny & Alma, het lichtere genre zullen we maar zeggen, zoals deze week het interview met Maarten Spanjer in PS, willen gewoon niet beklijven.
Ligt het aan hun uiterlijk? Mooie meisjes lees je als "vieze oude man van boven de dertig" (Gerard Reve) misschien met een zekere welwillendheid. Maar met andere mooie meisjes als Renske de Greef en Ayaan Hirsi Ali had ik het al vrij snel gehad. Hun trucje is duidelijk, eigenlijk kunnen ze niet schrijven, en dan slaat die welwillendheid om in ergernis: krijgen ze alleen om hun uiterlijk die ruimte? Bij Fanny en Alma heb ik dat gevoel nooit gekregen.
Alma (de wulpsere van de twee) is naar mijn mening de beste. Het stukje dat begon met "Ik ben geil," waarin ze haar best doet zich te laten versieren door een onvoorstelbaar ordinaire jongen ("O, je schrijft? Net als Anne Frank! Kan je rijk mee worden!"), wat natuurlijk op een teleurstelling uitdraait, was direct herkenbaar, al heb ik nooit iets soortgelijks meegemaakt. Fanny blijft wat meer hangen in poëtische clichés, wat voor een meisje van 19(?) geen schande is. En het leuke is dat ze zelf het probleem inziet, als ze terugblikt op haar producties als vijftienjarige. Het is geen garantie dat ze het afleert, maar er is wel hoop.
Deze week Hans van der Togt. Wéér weten ze het klaar te spelen mijn sympathie op te roepen met iemand die vroeger bij ons thuis goed was voor de ruwste grappen ("Hehehe. Dag. Avro-hoofd.").
Ik had 23 jaar een vriend; die is in 1999 overleden aan aids. Nu ben ik single, zielig hè? De laatste zes jaar ben ik niemand tegengekomen. Volgend jaar ben ik zestig en alleen. Maar ik ga niet op zoek hoor! Al dat gedoe. En ik ga zeker niet naar van die nichtencafés.Ik geloof het woord voor woord. Tegen Fanny en Alma jok je niet.
Gepost door
Wouter van den Berg
op
23:35
0
reacties
Labels: Fanny en Alma, Hans van der Togt, Sex sells
zaterdag 29 april 2006
Profi's
Interviews met prominenten uit de showbizz lezen, terwijl je niets met die showbizz hebt. Katja Schuurman zag ik pas voor het eerst op de televisie toen ze vorig jaar Zomergast was. Ik dacht dat dat een mooie gelegenheid zou zijn het positieve beeld dat ik na jaren interviews lezen had opgebouwd bevestigd te zien. Dat viel dat een klein beetje tegen, maar het had erger gekund.
Meestal is de discrepantie veel groter. Wat Bassie en Adriaan op de televisie doen is verschrikkelijk. Maar enkele jaren geleden las ik met veel plezier een interview met hen in De Zaak. Het zal door het professionalisme komen dat ze tonen door hun zaken zo goed voor elkaar te hebben terwijl ze voor hun publiek die deprimerende rollen blijven spelen.
Ook een goede: René van Vooren, wijlen de "aangever" van de Mounties. Piet Bambergen mocht voortdurend grappen ten koste van hem maken, maar Van Vooren was eigenlijk de baas. Het maakte een interview dat ik ooit met hem las (ik weet niet meer waar) tot "dynamite stuff".
Aanleiding voor deze bespiegeling zijn Fanny en Alma in het Parool van vandaag. Ze ontfutselen Hans Kazàn de volgende uitspraak:
Mijn zoons krijgen wel eens mailtjes met: hé lekker stuk. Ik heb toch een beetje het imago van een nietszeggende gladjanus. Ik heb er nooit onder geleden maar ik vraag me wel eens af hoe het zou zijn om zulke fans te hebben.Bij mij kan hij niet meer stuk, maar ik zou nog steeds geen show van hem willen zien.
Er zijn natuurlijk grenzen. Zo'n prominent moet ook een beetje respect tonen voor mensen die weinig met zijn werk hebben. Wie het als een persoonlijke belediging opvat als iemand niet van zijn werk houdt valt door de mand. Daarom is bijvoorbeeld André Rieu ook in interviews niet te genieten, hoe graag je hem ook zou willen bewonderen om zijn zakelijke en muzikale talent.
Heel erg is Joop Braakhekke. In interviews doet hij oliedomme politieke uitspraken en probeert hij rekeningen te vereffenen met iedereen die hem ooit heeft dwarsgezeten. Dat is al niet leuk. Maar onacceptabel is dat hij met enige regelmaat dronken op de televisie verschijnt. Dan toon je niet eens respect voor het publiek dat je gemaakt heeft.
Gepost door
Wouter van den Berg
op
14:19
0
reacties
Labels: Bassie en Adriaan, Fanny en Alma, Hans Kazàn, Katja Schuurman, Ondernemerschap