Dat viel reuze mee, de Karel van het Reve-avond. Als ik heel eerlijk ben moet ik wel zeggen dat ik me meer op mijn gemak gevoeld zou hebben als ook mijn vrouw erbij was geweest - zij zou ongetwijfeld als enige "Bravo!" hebben geroepen na het optreden van Emmy Verhey en ik vind dat altijd weer gênant, maar zonder haar is het maar alleen. Maar gek genoeg heb ik geen moment overwogen haar mee te vragen en voor de kinderen eens op een doordeweekse dag de oppas te laten komen - Karel van het Reve-feestjes zijn mijn feestjes.
De avond werd plezierig aan elkaar gepraat door Theodor Holman en op Wouter van Oorschot na hielden de sprekers het verder kort en in stijl. Ook Ronald Plasterk, die helaas de fout maakte een oude column van hemzelf voor te lezen waarin hij KvhR op een foutje wilde wijzen, wat niet overtuigde. (Het gaat om een vermeende fout in "Kalf" op bladzijde 394 van Achteraf - níet column 394, meneer Plasterk, dat boek bevat wel 400 bladzijden, maar geen 400 columns, zoiets zie je toch! - ik kom hier graag binnenkort op terug.)
Ik ben er ook nog niet helemaal uit of het nu verstandig was van de minister om die column voor te lezen. Ja, daarmee liet hij merken dat hij écht al jaren liefhebber is, en dat deze avond geen verplicht nummer voor hem was. Maar nee, het was geen goede column, en hij was zelfs extra ongelukkig, omdat hij begon met de mededeling dat Gerrit Komrij wat hem betreft de beste columnist was, gevolgd door Tamar en Karel van het Reve. Daarvoor verontschuldigde hij zich weer meermalen, zeggend dat hij er nu misschien anders over dacht, wat zijn zaak niet beter maakte. De gemiddelde aanwezige in de zaal was ouder dan de minister, en wekte niet de indruk ooit een andere columnist beter dan Karel te hebben gevonden. Stond de minister onverwachts toch nog als windvaan te kijk.
Wat ik weer mooi vond, was wat Plasterk vertelde over het gedicht van Goethe dat hij op de begrafenis van Jan Wolkers voorlas: dat had hij uit de laatste Achteraf van VhR gelicht. Hij had die ene regel erg mooi gevonden en de rest erbij gegoogeld. Zo hebben vele VhR-liefhebbers al jaren hun "corpus" opgebouwd - maar dan zonder Google natuurlijk.
Maar het onbetwiste hoogtepunt van de avond was dus Emmy Verhey, die de chaconne uit de 2e partita van Bach speelde. Daarna ontfutselde Holman haar nog het geheim dat zij degene was die Sacharovs manuscript (in haar vioolkist) had meegesmokkeld. Zonder opscheppen: dat had ik combinerend en deducerend al jaren geleden bedacht, maar het was leuk het van haarzelf te horen.
En het forum dan, waar ik zo tegenop zag? Nou, dat was goed gepland - na de pauze. Ik had het belangrijkste gezien en gehoord en ben tijdens de pauze vertrokken, niet echter dan nadat ik mijn cd's in ontvangst had genomen en me als belangstellende had ingeschreven voor een op handen zijnde veiling van boeken uit KvhR's bibliotheek ten bate van het Verzameld Werk. Ik wil gaan bieden op een boek met opdracht van Andrej Amalrik. "Just how obscene an amount of cash are we talking about here? Profane or really offensive?" "Really offensive."
maandag 26 november 2007
Dat viel reuze mee!
Gepost door
Wouter van den Berg
op
23:28
7
reacties
Labels: Andrej Amalrik, Emmy Verhey, Karel van het Reve
zaterdag 20 oktober 2007
Andrej Amalrik
Het ging ongeveer zo. Ik stond me vanochtend te scheren. Ik vond dat ik een vrij stugge baard had. Dat terwijl ik me op mijn vaste tijd stond te scheren, en dat ik dat gisteren ook had gedaan (een uur verschil merk je). Misschien omdat ik vannacht per ongeluk de verwarming aan had laten staan (warmte lijkt de baardgroei te bevorderen). Of krijg ik op mijn tweeënveertigste een fatsoenlijke baard?
En toen moest ik aan Andrej Amalrik denken. Die schreef ergens over zijn problemen met scheren in de gevangenis, en merkte daarbij op dat hij geen noemenswaardige baard heeft. Hoe oud was hij toen? En... hoe oud was hij eigenlijk geworden?
Nekotorye fakty:
Zapiski dissidenta (in Nederlandse vertaling verkrijgbaar als Dagboek van een provocateur) is het enige Russische boek dat ik niet één, niet twee, niet drie, maar zeker vier keer heb gelezen.
Een Russische vriendin die mijn stukgelezen pocket leende, gaf die de volgende dag alweer terug - hele nacht doorgelezen. "Hij weet wat vrijheid is", was haar enige commentaar. Misschien vindt u haar een melodramatische Russin, maar dat is ze niet.
Bij ons thuis gevleugelde woorden: "Wat is nu een eitje zonder zout!" (Amalrik krijgt in de gevangenis van Magadan na bovenmenselijke inspanningen het hardgekookte ei waar hij op grond van zijn medische toestand al jaren recht op heeft, maar natuurlijk nooit kreeg; maar in plaats van blij te zijn beklaagt hij zich er luidruchtig over dat hij er geen zout bij krijgt).
En verder: "En ja hoor, de ene wijze uitspraak na de andere!" (Amalrik heeft een kampgenoot, die in de verzamelde werken van Lenin een wijze uitspraak moet vinden - "maar er natuurlijk geen enkele vindt" -, aangeraden de verzamelde werken van Brezjnev te proberen. En ja hoor...).
En dus, net nagezocht: Amalrik werd 42.
Bon, eigenlijk heb ik helemaal geen tijd om te bloggen, we zijn namelijk bezig met onze financiële planning, moet onder meer uitzoeken wat een lijfrentepolis is!
Gepost door
Wouter van den Berg
op
00:21
5
reacties
Labels: Andrej Amalrik, Boeken, Gevleugelde woorden, Rusland
zaterdag 5 augustus 2006
Afghanistan en Vietnam
Ergens in Dagboek van een provocateur (ik kan de plaats niet terugvinden) schrijft Andrej Amalrik dat een gevangenisdirecteur (of een rechter, of een KGB-ondervrager) hem verwijt altijd maar weer over kleinigheden te beginnen. "Een gevangene heeft alleen maar kleinigheden om zich mee bezig te houden," antwoordt Amalrik. Dat geldt in zekere zin ook voor militairen. Arnon Grunberg heeft dat haarfijn aangevoeld.
Grunberg schrijft veel, daarom is hij wel eens wat slordig. In het helaas om zeep geholpen blog Watterstaat verhaalde Matthijs Bakker hoe hij door een medewerker van Arnon Grunberg was benaderd om te helpen een citaat van Jean Genet thuis te brengen. Matthijs herkende het niet, gaf een aantal alternatieve mogelijkheden maar uitte zijn twijfels over de herkomst. Het leek hem gewoon geen Genet. En hoewel ook bij verder onderzoek door Matthijs en mijzelf bleek dat alle sporen doodliepen - meest waarschijnlijke weg liep volgens mij via Ian Buruma in de New York Review of Books, die nog een slag om de arm hield, naar een blogger die zich waarschijnlijk helemaal vergiste - kwam het citaat doodleuk als van Jean Genet in een stuk in Vrij Nederland. Dat heeft zo'n jongen toch niet nodig, zouden we Herman Finkers kunnen citeren.
Maar in het eerste verslag dat hij gisteren in NRC Handelsblad publiceerde als "embedded journalist" met de troepen in Afghanistan had hij geen citaten nodig, en was hij helemaal in zijn element. Voor wie in het leger heeft gezeten en vooral voor wie wel eens op een missie is geweest is het uiterst herkenbaar. Je leest dingen die je bij anderen niet leest. Kleinigheidjes.
"Ben je al eens eerder in Afghanistan geweest?" informeerde ik.
"Al twee keer", zei de sergeant, "maar dit keer heb ik een kaasschaaf bij me". En er verscheen een triomfantelijke lach op zijn gezicht. hij zei, alsof hij iets vertrouwelijks vertelde: "Als ze eenmaal in de gaten hebben dat je kaas bij je hebt, wil iedereen een stuk. Maar als ze met een zakmes in de kaas gaan snijden, dan is die zo op. Daarom heb ik dit keer een kaasschaaf meegenomen, zoadat iedereen een dun plakje krijgt, begrijp je? Zodat ze dit keer mijn kaas niet voor mijn neus opvreten."
Verdomd, dit heb ik precies zo meegemaakt in Irak. Je kan het een kleinigheidje vinden, maar als jij de moeite hebt genomen dat blok kaas dat hele eind mee te nemen, of je familie heeft de moeite genomen het op te sturen, dan is het niet leuk als je zelf alleen het laatste stukje uit de korst mag snijden. (En van een mooie dunne plak proef je ook nog eens meer dan van een dikke.)
Verder komen er in dit eerste stuk al twee zaken aan de orde die in verslagen naar mijn mening vaak ondergewaardeerd worden: (1) het wachten, en (2) het gebrek aan privacy. En dat terwijl Grunberg nog niet eens op de plaats van bestemming is - ze zijn gestrand in een luxe hotel in de Sharjah.
Wel kwam Dennis zonder kloppen de badkamer binnen toen ik daar stond te douchen, maar ik begrijp dat oorlog en kloppen niet samengaan. Ik droogde mij haastig af, terwijl Dennis een plasje pleegde. Om de situatie niet onnodig te laten escaleren, informeerde ik: "Wat gaat luchtmobiel eigenlijk in Afghanistan uitspoken?"Grunberg heeft het hier nog niet over, maar hij zal het merken: alleen masturberen word je geacht uit het zicht van je maten te doen. Dus probeert iemand zich uit de groep te verwijderen dan weet de rest wat hij gaat doen.
"Wij gaan de PRT's beschermen", zei hij en hij trok door.
Grunberg kan natuurlijk niet meteen alles doorgronden. Op sommige dingen verkijkt hij zich. Zo denkt hij dat hij een van de zeldzame leden van de Apocalypse Now-sekte heeft ontmoet, waar ook hij toe behoort. Maar die sekte was in ieder geval in mijn tijd in het leger enorm. Naar Tour of Duty keek je voor de velddiensttekens, naar Apocalypse Now om te begrijpen wat oorlog was. En om te zien waarom de Amerikanen verloren hadden in Vietnam: allemaal gemengde tenues.
Gepost door
Wouter van den Berg
op
22:51
0
reacties
Labels: Afghanistan, Andrej Amalrik, Apocalypse Now, Arnon Grunberg, Boeken, Film, Kleding, Oorlog, Politiek