Als je oorlog voert moet je accepteren dat het erom gaat elkaar doden te bezorgen. De weinige militaire episodes waarbij geen doden vielen zijn de operettes van de krijgsgeschiedenis. Geen Rus is lyrisch over het staan aan de Oegra waarmee toch maar mooi het Tataarse juk definitief eindigde.
Dat de Geallieerden de Tweede Wereldoorlog wonnen, heeft onder meer daar mee te maken, dat de bevelhebbers niet op een paar duizend doden aan eigen kant keken bij het uitvoeren van een landing of zelfs maar een oefenlanding.
Dat wij in Afghanistan gaan verliezen, heeft onder meer daar mee te maken, dat de minister van defensie meent dat een generaal die zijn zoon tijdens die oorlog verliest, zich moet "concentreren op zijn persoonlijke situatie". Iedereen jammert maar dat onze regering een slap zooitje is en ik weiger normaliter mee te jammeren (ze doen in ieder geval geen kwaad), maar nu heeft iedereen eens gelijk. Doe je aan een oorlog mee, hou dan een stiff upper lip. Ik denk ook dat Van Uhm helemaal niet op dit soort medeleven zit te wachten.
Wat wél erg is: dat de jonge Van Uhm door een geïmproviseerde mijn om het leven is gekomen. Les van Popski. Je sterft als militair het liefst in direct gevecht. Naast mijnen scoren hoog op de lijst van gevreesde doodsoorzaken: verkeersongelukken, verdrinking, friendly fire. Een dieptepunt beleefde Popski's Private Army toen het drie mannen verloor die op weg waren een brug op te blazen die van weinig strategisch belang was en in het bereik van machinegeweren van de vijand lag. Dat was allemaal tot daar aan toe. Maar die mannen stierven toen ze op mijnen liepen die er door de eigen partij waren neergelegd.
zaterdag 19 april 2008
À la guerre comme à la guerre
Gepost door
Wouter van den Berg
op
18:36
0
reacties
Labels: Actualiteit, Afghanistan, Oorlog, Popski's Private Army
zondag 6 augustus 2006
Niet achter de geraniums
Het interview met Boudewijn van Eenennaam, vertrekkend ambassadeur uit Washington, en zijn vrouw Jellie, afgelopen zaterdag in NRC Handelsblad, roept herinneringen op aan het legendarische interview dat Ischa Meijer in 1984 had met Bram Peper, toen burgemeester van Rotterdam, die ook door zijn vrouw terzijde werd gestaan. Bram en zijn toenmalige echtgenote (kom, hoe heette ze ook alweer? Niet Neelie natuurlijk, die kwam later) lieten zich in dat interview als zulke proleten kennen dat je het met plaatsvervangende schaamte las - of leest, het staat in Ischa Meijer, De interviewer. 50 interviews uit 25 jaar interviewen (Amsterdam 1999), 230-236.
(Mijn vrienden en ik, toen etterbakken van 18, hebben nog enige tijd de eind-i's en -o's in Italiaanse namen verwisseld. Willy Alberto, dat werk.)Hij: "En dat we mensen van Boymans-Van Beuningen geschoffeerd zouden hebben."
Zij: "Daar kopt ook geen reet van. We zijn op zaterdagmiddag in de stad. En er was een Tintorettitentoonstelling. We hadden gezellig gestad. O, zo graag Tintoretti nog even zien. Kwart over vier. Wij ernaar toe. Bij de ingang woven ze al naar ons. Wij gelijk door. Tjee, waar is die Tintoretti? Suppoost zegt: 'Moet u twee trappen op, is daar achteraan.' Staan daar twee mannen: 'Ja, jammer, dan had u beneden een kaartje moeten kopen.' [...]"
Hij: "Wouen we even snel ruiken aan cultuur, weet je wel."
Zij: "En we hebben al weinig tijd." (p. 230-231)
Die "hij" en "zij"-vorm nu heeft interviewer Tom-Jan Meeus bij het uitwerken van zijn gesprek ook gebruikt. Dat is volgens mij al op het randje. Maar hij heeft nog iets uiterst villeins gedaan door, weer net als Ischa, letterlijker te citeren dan in interviews gebruikelijk is - vooral haar denk ik - waardoor de geïnterviewden, tsja, toch wat minder klasse uitstralen dan je van een ambassadeursechtpaar verwacht.
Zij: "Washington is een matriarchaat gewoon. Er zijn zo ontzettend veel vrouwenclubs. En door de vrouwen krijg je de mannen binnen. Het is constant netwerken. Niet alleen lunches, ook boekpresentaties, partijen, lezingen - de vrouwen zijn hier heel erg involved."En over senator John Warner, die de twee met wat stroop smeren verleidden tot het verzachten van een belastingmaatregel waar Nederlandse multinationals slachtoffer van zouden worden:
Bedrijft u ook diplomatie?
Zij: "Denk het wel. Ja. Natuurlijk. Ze vragen mij ook mijn mening over Nederland. Dus ik lees wekelijks het rapport van de directie politieke zaken. Je moet wel voorbereid zijn. Absoluut."
Hij: "Hij was dus vroeger getrouwd met Liz TaylorIs deze genadeloze portrettering verdiend? Ik ben bang van wel. Want als het over zwaardere dingen gaat is het allemaal even simpel, en dan is het opeens niet leuk meer:
Zij: "Was. Wás."
Hij: "Ik geloof dat hij haar vierde was"
Zij: "Hij is nu getrouwd met een vrouw van Nederlandse afkomst."
Hij: "Dat helpt dus, hè."
Zij: "Ja."
Zal de Afghaanse missie houdbaar blijven?
"Het is ons werk om daarvoor te zorgen. Ik ben erg blij dat we meedoen. In Nederland speelt altijd de vraag van de vuile handen. Wij hebben een neutralistische en pacifistische traditie: mensen blijven liever achter de geraniums zitten. Hier is de mentaliteit anders. En daar kunnen wij iets van opsteken. Iedereen om vijf uur naar huis - dat heb ik nooit iets gevonden. Je moet dúrven in het leven."
Tsjonge, het is ons werk om daarvoor te zorgen. Hoe stelt hij zich dat voor? Door zelf luchtsteun te gaan geven? Wat kunnen "we" (ik neem aan dat hij de politici en de diplomaten bedoelt) verder doen? Met vlaggen zwaaien misschien, laten merken dat we achter de jongens staan? Dat doen de Amerikanen niet eens meer voor hun Iraakse missie en de Afghaanse zijn ze al helemaal vergeten. Het is een compleet lege verklaring.
En dan zijn er mensen die niet veel zien in OORLOG VOEREN, ik kapitaliseer dat voor de zekerheid, want daarvoor zijn we in Afghanistan. De mensen die daar niet veel in zien blijven volgens Van Eenennaam liever achter de geraniums zitten.
Mag ik even heel onaardig zijn? Ik denk niet dat Boudewijn van Eenennaam een negen-tot-vijfmentaliteit heeft. Maar ik denk evengoed dat hij geen enkel recht van spreken heeft als het gaat over durven. De persoonlijke risico's die hij neemt zijn minimaal - een sociale afgang is het ergste dat hem kan overkomen. Bah, wat een bal.
Ik had ook nog even willen ingaan op het kokette "There will be new babes, no?" waarmee Jellie reageerde op de vraag wat de societybladen nu moesten nu zij en haar Jordaanse collega-diplobabe weggingen. Zie hier. Hoe zit het met dat woordje "no"? Sprak ze dat nog met een bepaald accent uit? Of is dat juist heel chic? Maar ik heb daar helemaal geen zin meer in.
Gepost door
Wouter van den Berg
op
23:02
0
reacties
Labels: Afghanistan, Boeken, Ischa Meijer, Nederlands, Politiek
zaterdag 5 augustus 2006
Afghanistan en Vietnam
Ergens in Dagboek van een provocateur (ik kan de plaats niet terugvinden) schrijft Andrej Amalrik dat een gevangenisdirecteur (of een rechter, of een KGB-ondervrager) hem verwijt altijd maar weer over kleinigheden te beginnen. "Een gevangene heeft alleen maar kleinigheden om zich mee bezig te houden," antwoordt Amalrik. Dat geldt in zekere zin ook voor militairen. Arnon Grunberg heeft dat haarfijn aangevoeld.
Grunberg schrijft veel, daarom is hij wel eens wat slordig. In het helaas om zeep geholpen blog Watterstaat verhaalde Matthijs Bakker hoe hij door een medewerker van Arnon Grunberg was benaderd om te helpen een citaat van Jean Genet thuis te brengen. Matthijs herkende het niet, gaf een aantal alternatieve mogelijkheden maar uitte zijn twijfels over de herkomst. Het leek hem gewoon geen Genet. En hoewel ook bij verder onderzoek door Matthijs en mijzelf bleek dat alle sporen doodliepen - meest waarschijnlijke weg liep volgens mij via Ian Buruma in de New York Review of Books, die nog een slag om de arm hield, naar een blogger die zich waarschijnlijk helemaal vergiste - kwam het citaat doodleuk als van Jean Genet in een stuk in Vrij Nederland. Dat heeft zo'n jongen toch niet nodig, zouden we Herman Finkers kunnen citeren.
Maar in het eerste verslag dat hij gisteren in NRC Handelsblad publiceerde als "embedded journalist" met de troepen in Afghanistan had hij geen citaten nodig, en was hij helemaal in zijn element. Voor wie in het leger heeft gezeten en vooral voor wie wel eens op een missie is geweest is het uiterst herkenbaar. Je leest dingen die je bij anderen niet leest. Kleinigheidjes.
"Ben je al eens eerder in Afghanistan geweest?" informeerde ik.
"Al twee keer", zei de sergeant, "maar dit keer heb ik een kaasschaaf bij me". En er verscheen een triomfantelijke lach op zijn gezicht. hij zei, alsof hij iets vertrouwelijks vertelde: "Als ze eenmaal in de gaten hebben dat je kaas bij je hebt, wil iedereen een stuk. Maar als ze met een zakmes in de kaas gaan snijden, dan is die zo op. Daarom heb ik dit keer een kaasschaaf meegenomen, zoadat iedereen een dun plakje krijgt, begrijp je? Zodat ze dit keer mijn kaas niet voor mijn neus opvreten."
Verdomd, dit heb ik precies zo meegemaakt in Irak. Je kan het een kleinigheidje vinden, maar als jij de moeite hebt genomen dat blok kaas dat hele eind mee te nemen, of je familie heeft de moeite genomen het op te sturen, dan is het niet leuk als je zelf alleen het laatste stukje uit de korst mag snijden. (En van een mooie dunne plak proef je ook nog eens meer dan van een dikke.)
Verder komen er in dit eerste stuk al twee zaken aan de orde die in verslagen naar mijn mening vaak ondergewaardeerd worden: (1) het wachten, en (2) het gebrek aan privacy. En dat terwijl Grunberg nog niet eens op de plaats van bestemming is - ze zijn gestrand in een luxe hotel in de Sharjah.
Wel kwam Dennis zonder kloppen de badkamer binnen toen ik daar stond te douchen, maar ik begrijp dat oorlog en kloppen niet samengaan. Ik droogde mij haastig af, terwijl Dennis een plasje pleegde. Om de situatie niet onnodig te laten escaleren, informeerde ik: "Wat gaat luchtmobiel eigenlijk in Afghanistan uitspoken?"Grunberg heeft het hier nog niet over, maar hij zal het merken: alleen masturberen word je geacht uit het zicht van je maten te doen. Dus probeert iemand zich uit de groep te verwijderen dan weet de rest wat hij gaat doen.
"Wij gaan de PRT's beschermen", zei hij en hij trok door.
Grunberg kan natuurlijk niet meteen alles doorgronden. Op sommige dingen verkijkt hij zich. Zo denkt hij dat hij een van de zeldzame leden van de Apocalypse Now-sekte heeft ontmoet, waar ook hij toe behoort. Maar die sekte was in ieder geval in mijn tijd in het leger enorm. Naar Tour of Duty keek je voor de velddiensttekens, naar Apocalypse Now om te begrijpen wat oorlog was. En om te zien waarom de Amerikanen verloren hadden in Vietnam: allemaal gemengde tenues.
Gepost door
Wouter van den Berg
op
22:51
0
reacties
Labels: Afghanistan, Andrej Amalrik, Apocalypse Now, Arnon Grunberg, Boeken, Film, Kleding, Oorlog, Politiek
zondag 4 juni 2006
Lullig voor de schapen
Dat vreemde dammetje waar de militair op de foto in mijn vorige post naast staat is zeer herkenbaar. D.w.z. de situatie is herkenbaar: je bent in een vreemd land en hebt geen idee hoe dingen werken of waar ze voor dienen. Maar als militair kun je daar niet lang bij stilstaan. Je moet gearresteerde terroristen bewaken, en als de schapen daardoor vandaag misschien geen water krijgen is dat lullig voor de schapen. Waarschijnlijk denkt de militair trouwens helemaal niet aan die schapen, maar de bevolking wiens harten en geesten je wilt winnen wel.
Ik spreek uit ervaring, want in 1991 nam ik als militair in Irak deel aan de operatie Provide Comfort. Provide Comfort was de poging iets goed te maken na het "verraad" van de coalitietroepen, die de bevolking van Irak bij aanvang van de bevrijding van Koeweit hadden opgeroepen tegen Saddam Hoessein in opstand te komen, maar het na een opmars van een paar honderd kilometer in Irak wel genoeg vonden - zodat Saddam nauwelijks verzwakt aan de macht bleef en wraak kon nemen op de Koerden en de Sji'ieten. De Sji'ieten zaten op een voor de Amerikanen strategisch onhandige plaats - het werd voor Irak wel een no-fly zone, maar de Sji'ieten konden makkelijk vanaf de grond worden vermoord. De Koerden daarentegen hadden een goed verdedigbaar gebied en konden worden geholpen met het vestigen van een de facto onafhankelijke staat.
We bivakkeerden op een terrein waarvan wij geen flauw idee hadden waar het ooit voor gediend had. Wat we gelukkig wel zagen, want af en toe moet er toch iets overeenkomen met je verwachtingen, was een portret van Saddam Hoessein met kogelgaten. Bekend van de televisie! Helaas, op een dag sprak ik met een van de kwartiermakers. Wat wisten zij van deze plaats? (Niets.) En hadden ze de Koerden nog ontmoet die die gaten in dat portret hadden geschoten? Nee, dat hadden ze zelf gedaan. "Zelf gedaan???" (Wij moesten elke avond onze kogels tellen en het kamp stond op zijn kop als één ontbrekende niet verantwoord kon worden.) "Ja, met een hamer." Later bedacht ik dat ze het ook zelf geschilderd konden hebben, je wist dat het Saddam moest voorstellen, maar de gelijkenis was klein.
Ik moet er nog ergens een foto van hebben. Help me herinneren.
Gepost door
Wouter van den Berg
op
00:30
0
reacties
Labels: Afghanistan, Irak, Oorlog
zaterdag 3 juni 2006
Niets te zoeken in Afghanistan
Je hoeft maar even naar deze mooie foto (AFP, uit NRC van 2 juni 2006 - excuses voor de scankwaliteit, het schijnt dat je dat raster er wel een beetje uit kan krijgen, maar ik weet niet hoe) te kijken en je weet wie de oorlog in Afghanistan in ieder geval níet gaat winnen. Natuurlijk, de mannen in hun burgerkloffie zijn machtelozer dan de man met de helm, het kogelvrije vest en de handschoenen. Maar die boeien gaan er echt wel weer af. Dit is een momentopname.
De man met de helm is de zekere verliezer. Hij moet elke dag en vaak 's nachts die warme, zware uitrusting dragen. Hij is moe. Hij vraagt zich af of zijn vriendin hem echt wel mist. Hij kan nooit even alleen zijn. Als hij een Nederlander is (dit is toevallig een Canadees) is hij bang dat Amerikanen, Engels en Canadezen hem een homo noemen. Hij wil naar huis.
En dan zijn er op één man met helm niet zes, maar naar schatting honderd mannen in burgerklof en gemengd tenue, van wie de handen niet geboeid zijn, die voor 50 euro een kalasjnikov kunnen kopen en die de man met de helm liever vandaag dan morgen zien verdwijnen. Waarom? Niet omdat ze het fout vinden dat er klinieken worden gebouwd of dat meisjes nu naar school mogen (hoewel ik ook niet de indruk krijg dat ze dat goed vinden). Maar omdat die westerlingen, om de mantra van Rudy Kousbroek uit Het Oostindisch kampsyndroom te herhalen, er niets te zoeken hebben.
Wat is dat trouwens links van de militair? Het lijkt me in ieder geval een constructie die nutteloos is geworden doordat een ruimte een bestemming heeft gekregen waar die niet voor bedoeld was.
Historiserende commentatoren wijzen er graag op dat de beschavingen in Afghanistan (en Centraal-Azië in het algemeen) zich nooit hebben kunnen herstellen van de invallen van de Mongolen: die vonden, om het in moderne termen te zeggen, irrigatiewerken iets voor homo's, vernielden de installaties en lieten de gedurende honderden jaren gegraven tunnelstelsels in een paar jaar verzanden. De Taliban deden net zoiets met de rudimentaire moderne infrastructuur. Ik ben bang dat het Westen, ondanks de goede bedoelingen, dezelfde fouten maakt door boerderijen als gevangenis gebruiken.
Gepost door
Wouter van den Berg
op
23:28
0
reacties
Labels: Afghanistan, NRC, Oorlog, Rudy Kousbroek