Posts tonen met het label John F. Kennedy. Alle posts tonen
Posts tonen met het label John F. Kennedy. Alle posts tonen

maandag 7 januari 2008

En meteen nog eens Obama

En meteen nog eens Obama. De man neemt Kennedy-achtige proporties aan, en ik laat me helemaal meeslepen - ik had niet gedacht dat ik daar gevoelig voor zou zijn. Ik ben nu al bang dat hij nog tijdens zijn eerste termijn wordt doodgeschoten.

Wat zo schitterend is aan de Amerikaanse verkiezingen: de historische voorbeelden en parallellen die alle deskundigen erbij halen. Uiterst leerzaam en interessant. Ze draaien er hun hand niet voor om honderd jaar terug te gaan. De nog maar 48 jaar oude parallel met Kennedy die de votemaster aanhaalde had ik zelf moeten bedenken, want ik wist hoe het met Kennedy's verkiezing tot Democratisch presidentskandidaat zat:

Two decisive victories in basically all-white states would pretty much end the discussion about whether white people will vote for a black candidate, just as John F. Kennedy's victory in the West Virginia primary in 1960 ended the discussion about whether Protestants would vote for a Catholic.
Toen ik geschiedenis studeerde, probeerde men dit soort analyses eruit te rammen. De geschiedenis herhaalt zich niet! En je kunt er al helemaal niets van leren. Jede Epoche unmittelbar zu Gott. Nou ja, dat laatste misschien niet, want dat komt van Leopold von Ranke, en die was voornamelijk geïnteresseerd in politieke geschiedenis. Ook dat is, of was in de tijd dat ik studeerde, helemaal FOUT.

zondag 16 december 2007

Harry S. Truman

In zijn radiopraatje 'Reagan en het zwarte naaigaren' (Luisteraars!, p. 165-167, wie alleen de cd's heeft mist deze), dat handelt over de vraag hoe Ronald Reagan erbij kwam dat de Russen geen woord voor 'vrijheid' kennen, zegt Karel van het Reve onder meer:

Maar ja, wie zelf iets wil zeggen vergist zich al gauw. Ik weet dat uit eigen ervaring.
We stelden al vast dat Van het Reve geen grote fouten maakte, maar hier is wel zo'n voorbeeld van een vergissing (cursivering van mij):
Mijn favoriete president is Harry S. Truman. Alleen die S. al. Iedere zichzelf respecterende Amerikaan heeft zo'n letter tussen zijn voor- en achternaam: John D. Rockefeller, Franklin D. Roosevelt, Richard M. Nixon, Dwight D. Eisenhower, Herbert C. Hoover. Truman wilde dat ook, maar hij had helemaal geen 'middle name'. Toen heeft hij die S. ertussen gezet, zonder dat hij de moeite nam die S. iets te laten betekenen: Simon, Samual, Sheldon of Sidney. Waarom weet ik niet, maar die kale S. neemt mij voor hem in. (Achteraf, p. 214).
Toen ik deze column "live" las, op 7 december 1991 (ik kocht begin jaren '90 elke zaterdag het Parool vanwege VhR - zijn column verscheen weliswaar óm de zaterdag, maar ik was altijd bang dat ik hem misschien vorige week vergeten was te kopen; of misschien hoopte ik dat wel), had ik al een vaag gevoel dat het misschien niet klopte. Maar ik kwam er met de boeken die tot mijn beschikking stonden niet uit. Vorige week las ik echter in de Truman-biografie van David McCullough (New York, 1992) op pagina 37 over Trumans ouders:
In a quandary over a middle name, Mattie and John were undecided whether to honor her father or his. In the end they compromised with the letter S. It could be taken to stand for Solomon or Shipp, but actually stood for nothing, a practice not unknown among the Scotch-Irish, even for first names. The baby's first name was Harry, after his Uncle Harrison. Harry S. Truman he would be.
Goed nieuws en slecht nieuws. Om te beginnen met het slechte nieuws (een andere keer: de beste goed-nieuws-slecht-nieuwsmop): het is onduidelijk hoe Van het Reve erbij komt dat Truman die S. er zelf tussen had gezet. Ik heb noch met mijn beperkte middelen van 1991, noch later (een paar jaar geleden, ik had Achteraf net herlezen maar McCullough nog niet in huis, heb ik uitgebreide Internet-research gedaan in onder meer de Truman Library), ooit een bron gevonden die zegt dat Truman zijn middle initial zelf bedacht heeft. Het geval is even raadselachtig als Reagan's "de Russen hebben geen woord voor 'vrijheid'" waarmee dit stukje begon.

Het goede nieuws is dat Van het Reve's gut feeling over de Amerikaanse presidenten (een onderwerp waar hij voor zover ik weet nooit speciaal studie van heeft gemaakt) helemaal wordt bevestigd door Amerikaanse historici. Truman had bij zijn vertrek in 1953 de laagste approval rating ooit. Hij is nooit een president geweest die tot de verbeelding sprak. Maar hij staat bij mensen die er verstand van hebben wél alweer jaren zevende in de historical rankings. Kennedy daarentegen, door Van het Reve voor een windbuil gehouden ("Voor mij deugen de Kennedy's trouwens geen van allen"), zakt op die lijst gestaag.

maandag 12 november 2007

Rechten zonder plichten

Het is alweer een hele tijd geleden dat een Amerikaanse president de mensen durfde voor te houden dat ze niet moesten vragen wat Amerika voor hen kon doen, maar wat zij voor Amerika konden doen. You've got to hand it to the man, wat je verder ook op hem tegen kan hebben (en dat is nog veel meer dan ik al dacht, de lectuur van Dallek is fascinerend). Zo'n positieve manier om erop te wijzen dat mensen niet alleen rechten maar ook plichten hebben is daarvoor of daarna niet meer vertoond. En in Nederland zijn we er wel erg ver van afgedwaald. Ondanks de terugkeer van de normen en waarden is het nog steeds normaal dat politici, van welke signatuur ook, de burger op zijn slachtofferschap wijzen, en stemmen hopen te winnen door te beloven aan die misstand een eind te maken.

Terwijl het best uit te leggen is. Als jij ergens recht op hebt, betekent dat dat iemand anders iets voor je moet doen. Opstaan in de tram. Belasting betalen. Stoppen met vieze uitlaatgassen uitstoten. Die mensen die die dingen voor je doen, hebben allemaal plichten. Misschien heb jij dus ook wel een paar plichten, slapjanus! Dus niet gaan jammeren als je eens iets moet. Sterker nog, wees er trots op dat je ook niet altijd maar aan de rechten-kant staat. Wees stoer, betaal belasting. Maar geen politicus zegt dat. (Al denk ik, eerlijk is eerlijk, dat Plasterk het zou kunnen, en Rouvoet ook. Maar hun adviseurs zullen het hun dringend afraden.)

In de Sint-Maartenvieringen zit een patroon, de laatste jaren. Zelden werd het wel-rechten-geen-plichtenmotto zo cynisch nageleefd. Grote meutes kinderen doen hun rondes zonder lampion (die moet je kopen of maken, maar dat is voor deze kleine slachtoffers uiteraard te veel gevraagd), zonder liedjes te zingen, zonder ook maar de illusie te geven dat het ze om de gezelligheid te doen is. "Heb je geen snoep?" krijg je te horen als je doosjes rozijnen of mandarijntjes geeft. "M'n zusje moet ook," als je maar één mandarijntje geeft.

Voor de zekerheid, dit zijn niet alleen Marokkaantjes, die misschien toevallig te weinig zijn voorgelicht over hun kant van de vergelijking, Sint-Maarten-wise. Hoewel... Laat ik iets anders vertellen. Dit speelde toen we nog in een buurt woonden waar wij zo ongeveer de enige autochtonen waren. Marokkaans meisje komt aan de deur, vraagt of ik een bijdrage wil geven voor de moslims in Bosnië. Waarom niet, want de moslims in Bosnië hadden het moeilijk toen. Of eigenlijk, waarom wel, want een week geleden was datzelfde meisje ook al aan de deur, en ook toen was ze haar lijstje en envelopje van school vergeten. Met de nodige moeite overtuig ik haar daarvan. Vraagt het meisje: "Kent u misschien meer Nederlanders hier in de buurt?" Want de Marokkaanse geloofsgenoten gaven niet zo gul. Ik kan veel hebben, maar als ik in mijn eigen land als een naïeve sukkel wordt beschouwd, voel ik me ook wel een beetje slachtoffer.

zondag 11 november 2007

JFK en de kanonnen van augustus

Toen ik 18 werd kreeg ik van mijn vader drie boeken cadeau: The Old Man and the Sea van Ernest Hemingway, Opperlandse Taal en Letterkunde van Battus en Barbara Tuchman's The Guns of August. "Een vreemde combinatie," moet de verkoper van boekhandel Michon in Enschede tegen hem gezegd hebben. "Het zijn alledrie klassiekers," antwoordde mijn vader.

(Twee vragen die buiten dit stukje vallen werpen zich onmiddellijk op: (1) zouden er in andere branches dan de boekerij even bemoeizuchtige verkopers zijn? Die vraag kan ik onmogelijk beantwoorden, omdat ik zelden in andere winkels kom. Ja, in de supermarkt, maar daar gedragen de meisjes zich keurig, welke uitzinnige combinaties je ook op de band zet. En (2): wat is er geworden van Boekhandel Michon? Antwoord: dat is nu Yogacentrum Michon. The writing was on the wall, toen al, begin jaren '80, met etalages gewijd aan Fritjof Capra en De Dansende Woe-Li Meesters, maar jammer is het wel.)

Hoe is het met die drie boeken gegaan? The Old Man and the Sea heb ik gelezen, nooit herlezen, maar er zijn fragmenten blijven hangen. De Opperlandse Taal en Letterkunde heb ik criss-cross helemaal uitgelezen, en vele stukken meermaals. Helaas heb ik het ooit uitgeleend aan een Russische vriend met een geweldig gevoel voor de Nederlandse taal - die vriend heb ik voor het laatst gezien toen ik op 9 januari 1997 trouwde en het leek me toen geen goed moment het boek terug te vragen. Maar, Sacha Rousanovski, als je jezelf googelt: mail me! Een kwijtgeraakt boek koop ik niet opnieuw. Wel kocht ik onlangs Opperlans! maar dat heeft voor mij niet de magie die Opperlandse Taal- en Letterkunde had.

Maar dan The Guns of August. Het gaat over de aanloop tot en het begin van de Eerste Wereldoorlog, wanneer een diplomatieke rel door een complex van bondgenootschappelijke verplichtingen, misplaatst eergevoel en, achteraf gezien, onvoorstelbare beoordelingsfouten uitdraait op de massaslachtingen van de loopgraven.

Ik heb van dat boek ondanks herhaalde pogingen maar enkele tientallen bladzijden gelezen. Voor de duidelijkheid, collega-historici: ik heb niets tegen mevrouw Tuchman of haar opvattingen over geschiedschrijving. Ik ben vóór de geschiedenis als verslag van de beslissingen van grote mannen en de desastreuze gevolgen daarvan, ik ben vóór waardeoordelen en ik vind vooral ook dat je lessen uit de geschiedenis mag trekken - al ben ik de eerste om te erkennen dat dat razend moeilijk is. Maar dit boek heeft me nooit bij de les kunnen houden. Te veel details, te veel clichématige beschrijvingen.

Ik heb lang gedacht dat Tuchman door een stroke of luck ooit die Pulitzer Prize had gewonnen, en dat vervolgens velen haar boek hadden gekocht, en het daarom herdruk na herdruk beleefde, maar dat niemand het ook echt las. Maar nu moet ik op gezag van biograaf Robert Dallek aannemen dat niemand minder dan president Kennedy The Guns of August las, en zijn ministers aanraadde hetzelfde te doen. In het boek zouden twee diplomaten na de Eerste Wereldoorlog tegen elkaar zeggen:

- "How did it all happen?"
- "Ah, if only we knew."
Om te zorgen dat na een eventuele Derde Wereldoorlog de overlevenden wél zouden weten "how this all happened", besloot Kennedy tot het installeren van microfoons en bandrecorders in het Witte Huis.

Ik heb vandaag enkele uren besteed aan het vinden van dat citaat en ik zal er nog enige tijd insteken - op die manier pik ik toch nog wat mee van het boek. Maar eerlijk gezegd heb ik er een hard hoofd in. Ik vraag me zelfs af of Kennedy die hele Guns of August wel gelezen heeft. Het citaat past niet in het boek, maar zou bijvoorbeeld wel uitstekend passen in bijvoorbeeld een televisie-interview met Tuchman uit die tijd. Waarom heeft u dit boek geschreven, mevrouw Tuchman? "Well, after the Great War was over, two diplomats met..." Ik denk eigenlijk dat het zo zit. Tenzij iemand me het citaat aanwijst.