Posts tonen met het label Supreme Court. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Supreme Court. Alle posts tonen

woensdag 4 juni 2008

Hillary for Justice

Pfffffffff. En wat doen we nu met Hillary. Geen vice-president natuurlijk. Ze is geen dienstbaar type. En als het haar lukt haar eigen ambities in toom te houden, dan zit je nog altijd met Bill, die zich ook al niet op de achtergrond kan houden. (En dan zijn gedrag tijdens deze campagne. Ik ben altijd een fan van hem geweest, maar ik herkende hem domweg niet meer. Het was allemaal buitengewoon onwaardig. Nee, die willen we niet meer.)

En de stemmen van Hillary dan? Dat schijnt wel mee te vallen. Analisten lijken het er over eens te zijn dat de grootste groep Hillary-aanhangers, de echte Democraten, met enige tegenzin toch wel op Obama gaan stemmen. Een nieuwe, kleinere groep Clinton-stemmers bestond uit Reagan Democrats, als Democraat geregistreerde simpele zielen, die voor de duivelse keuze tussen een vrouw en een neger geplaatst voor de vrouw gingen, maar in de algemene verkiezingen naar McCain zullen overlopen, of Hillary nu op het ticket staat of niet.

Hillary is voor Obama dus van geen waarde vice-president, noch als stemmentrekkende running mate. Maar hij kan haar niet negeren, want ze moet het komende half jaar wel loyaal zijn. De Democraten moeten een front vormen. Die-hard Hillary-fans mogen niet stiekem hopen dat Obama verliest, opdat Hillary het in 2012 weer kan proberen, tegen de dan 76-jarige McCain.

Het is geen nieuw idee, maar hoog tijd het weer van stal te halen. Want wat we moeten doen is: Hillary beloven dat ze lid van het Hooggerechtshof mag worden. Zulke deals zijn eerder gemaakt. Het beste voorbeeld is Earl Warren, die door Eisenhower beloond werd voor zijn steun tijdens de presidentscampagne - terwijl Warren als populaire gouverneur van Californië zelf presidentskandidaat had kunnen zijn.

Maar is het wel moreel, past het wel bij Obama? Ja, geen probleem. Al die rechtersbenoemingen zijn politiek, en zo slecht zou Hillary niet zijn. Dat ze nooit rechter is geweest is geen bezwaar, ze is juriste, heeft veel praktische ervaring met constitutioneel recht en niemand heeft haar ooit van luiheid (of domheid) beticht.

En het mooiste is: het is voor haar een prachtige baan. Misschien wel mooier dan het presidentschap. Geen verkiezingscampagnes meer. Geen mensen die je te vriend moet houden. Respect van vriend en vijand (geen Amerikaan heeft ooit een Justice een idioot genoemd). Meer kansen om blijvend iets voor Amerika te doen dan als president.

Ja, als we haar de eerstvolgende openvallende positie aanbieden en de Obama-sceptici binnen de partij weten, voelen dat er zo'n deal is, dan gaan ze ouderwets hard aan het werk en wordt McCain weggevaagd.

Enige gevaar: dat Hillary zich, bevrijd van alle verplichtingen aan haar omgeving in een positie die ze voor het leven bekleedt, in onvoorspelbare richtingen gaat ontwikkelen. Een mooi voorbeeld is weer Warren. Eisenhower loste niet alleen een belofte in door hem te benoemen, maar dacht ook een staunch conservative binnen te hebben gehaald. Maar Warren, bij zijn benoeming 62 jaar oud, ging plotseling aan reflectie doen en was binnen een paar jaar een overtuigde liberal.

zondag 25 mei 2008

Wie was Hugo Black?

In een stuk over Theodor Holman (column 'Achteraf' in Het Parool van 14 januari 1995, opgenomen in de gelijknamige bundel, p. 353-355), dat aan actualiteitswaarde wint door de zaak Nekschot, schrijft Karel van het Reve over Justice Hugo Black:

Er is een lid van het Hooggerechtshof van de Verenigde Staten geweest die Hugo Black heette en die ervoor pleitte om alle wetten waarin iets dat iemand zegt of schrijft strafbaar gesteld wordt, ongeldig te verklaren. Ik ben een aanhanger van die Hugo Black.
Merk op dat VhR het verwijzende voornaamwoord "die" gebruikt waar de meeste schrijvers "dat" zouden gebruiken om geen ruzie met hun redacteur te krijgen. Hij schreef ook consequent "een aantal mensen zijn". Maar dit terzijde. Wie was Hugo Black?

Hugo Black kwam uit Alabama. Over Alabama schrijft Marshall Frady, biograaf van de beroemdste zoon van die staat, George Wallace:
The region is ruled by humid passion, and a fine old-fashioned sense of sin. There is a lingering romance of violence, a congenital love for quick and final physical showdowns.
Kortom, wilde je in de jaren twintig van de vorige eeuw in Alabama iets bereiken, dan werd je lid van de Ku Klux Klan. Zo ook Hugo Black.

Toen Black, inmiddels senator, zich sterk had gemaakt voor de New Deal en ook voor president Roosevelts Court-packing Bill, was hij voor Roosevelt de beste kandidaat voor de eerst vrijkomende slot in het Hooggerechtshof. De goedkeuring verliep niet vlekkeloos, maar in die dagen was er domweg te weinig informatie vlot beschikbaar om zijn vermoede KKK-verleden tegen hem te gebruiken. Een perscampagne kwam pas goed op gang toen de benoeming al bezegeld was.

De "linkse" kritiek op zijn benoeming verstomde toen hij zich in zijn stemgedrag een aanhanger van de burgerrechtenbeweging toonde. Hij ontpopte zich zelfs tot een van de meest "liberal" leden van het Hooggerechtshof. In een televisie-interview in 1968 (zie hier, klik op You have the right to remain silent) verdedigt hij de arresten die het de politie moeilijker maken:
Interviewer: Mr. Justice, do you think that those decisions have made it more difficult for the police to combat crime?
Hugo Black: Certainly! Why shouldn't they? What were they written for? Why did they write the Bill of Rights? [...] What about guaranteeing a man a right to a lawyer? 'Course that makes it more difficult to convict him. What about saying he should not be compelled to be a witness against himself? That makes it more difficult to convict him. What about no unreasonable search or seizure shall be made. That makes it more difficult to convict him. They were written to make it more difficult.
Op dat moment hadden de meeste Amerikanen genoeg van dat halfzachte gedoe. Richard Nixon, de Rita Verdonk van die dagen, won met zijn tough stance on crime het presidentschap en legde met vier nieuwe benoemingen de basis voor een nieuwe conservatieve fase in de geschiedenis van het Hooggerechtshof.

Bij dit alles is het van belang te weten dat Black weinig geduld had met "universele rechten". Karel van het Reves bekende afsluiting van de Sovjet-annexatie der klassieken
Het zijn dan ook naar onze mening geen politieke of wereldbeschouwelijke grenzen, maar moeilijk definieerbare zaken als gevoel voor proporties, smaak, fatsoen, redelijkheid, een zekere persoonlijke halsstarrigheid ook, die de beschaving van de barbarij scheiden.
zou Black misschien woord voor woord onderschreven hebben. Maar hij zou er nooit een leidraad voor zijn conclusies van hebben gemaakt. Als hij onvoldoende argumenten in de Constitutie kon vinden, ging een door hem misschien gewenste conclusie niet door.

Dat leidde soms tot opvallende dissenting opinions, bijvoorbeeld in Griswold v. Connecticut, in 1965. Een wet in de staat Connecticut verbood het gebruik van voorbehoedmiddelen. Het Hooggerechtshof achtte die wet onconstitutioneel, omdat deze het recht op privacy zou schenden. Volgens Black echter garandeerde de Constitutie helemaal geen privacy, en hij weigerde mee te gaan met collega's die zoiets wel lazen in artikelen die daar niet specifiek over gingen:
I like my privacy as well as the next one, but I am nevertheless compelled to admit that government has a right to invade it unless prohibited by some specific constitutional provision.
Wat Black betrof zou deze "uncommonly silly law" (woorden van Blacks enige mede-dissenter, Justice Potter Stewart) dus standgehouden hebben.

Hoe zat het nu met de vrijheid van meningsuiting? Ook hierbij moet je beseffen hoe absoluut Black de Constitutie, in dit geval het Eerste Amendement interpreteerde. Black achtte staats- en Federale wetten tegen obsceniteit en laster onconstitutioneel. Dit is waarschijnlijk waar Van het Reve op doelde in het citaat waarmee ik dit stuk opende. Daar staat echter tegenover dat hij het verbranden van vlaggen niet als een uiting van free speech beschouwde. Een staat die daar een wet tegen uitvaardigde, had daartoe het constitutionele recht, vond hij. Ook een jongeman (zekere Paul Robert Cohen) die een jasje droeg met daarop de tekst "Fuck the Draft" kon niet op clementie van Black rekenen. Een jasje met een uitdagende tekst was geen speech, maar conduct.

maandag 30 januari 2006

Filibuster

Wat - althans voor mij - opvallend is aan het nieuws dat Alito het waarschijnlijk wel gaat halen omdat de Democraten geen filibuster aandurven, is dat de filibuster blijkbaar een technische kwestie is geworden, een manier om met 40 zetels de meerderheid te frustreren. Vroeger (maar tot wanneer dus?) gingen speculaties over stemmingen in de senaat steeds over hoeveel van de 51 benodigde zetels er al zeker waren. Hoeveel Democraten deden met de Republikeinen mee, en hoeveel andersom? Nu is het aantal 61 geworden. De filibuster hoeft niet meer uitgevoerd te worden - als 40 senatoren aangeven de intentie te hebben zijn ze klaar.

Commentaar: de Republikeinen hebben gelijk, zo kan het nooit bedoeld zijn geweest. Los van de vraag of het niet benoemen van Alito (voor hem tien anderen) het waard is.

Vraag: wie kan er uitleggen wat er is gebeurd met de filibuster van een senator die écht voor een zaak staat en als Mr. Smith praat tot hij erbij neervalt (Will the Senator yield? - No, sir, I'm afraid not, no sir). Kan dat niet meer, of durven ze dat niet meer? Er is toch wat voor te zeggen, lijkt me. Anders dan de berekenende Democraten die zich nu toch maar tegen een filibuster uitspreken omdat ze als de stemmen geteld worden niet bij 30 of 35 losers willen horen, zou zo iemand misschien wel respect krijgen. Strijdend - maar dan écht strijdend - ten onder? Of is er geen enkele senator die nog gevoelens van respect zou weten op te roepen?