Posts tonen met het label Vrijheid van meningsuiting. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Vrijheid van meningsuiting. Alle posts tonen

maandag 9 juni 2008

Kennen jullie deze?

Lieneke Frerichs, hoofdredactrice van het Verzameld Werk van Karel van het Reve mailt mij en mede-vrijwilliger Anne Pries een fragment van Karel van het Reve dat u waarschijnlijk nog niet kende (ik hoop dat ik hier geen problemen mee krijg, ga dat Verzameld Werk kopen, dan zal het me vergeven zijn):

Er waren eens twee Russische schrijvers. Het was in de vorige eeuw. De een was een godloochenaar, die een godloochenend artikel geschreven had. De ander was een gelovige, en hij maakte zich op om in zijn krant de godloochenaar aan te vallen. Toen verbood de Russische regering het blad van de godloochenaar. De gelovige schreef toen in zijn eigen blad ongeveer het volgende: ik was van plan de godloochenaar aan te vallen, maar nu de regering zijn blad verboden heeft kan ik dit niet meer doen, want het is ongepast iemand in het openbaar aan te vallen, die zich niet in het openbaar kan verdedigen.
Weten wij wie de gelovige en de godloochenaar zijn, over welk blad het gaat, en wanneer dit plaats vond?

Het geval komt ons bekend voor. Zouden we het niet gewoon in de Geschiedenis van de Russische Literatuur gelezen hebben? Alle "reactionairen" in de index nagaan, reactionairen bovendien die iets met tijdschriften hadden. Dostojevski? Nee, dan zou het te algemeen bekend zijn. Boelgarin? Aantrekkelijk idee, typisch iemand die tussen de schofterigheden door opeens zoiets moois zou doen. Maar: geen enkele aanwijzing. Daarna beginnen de namen wel erg klein te worden. Goede raad is duur. Lieneke vragen of we digitaal in de GRL mogen zoeken. Vooruit, zegt Lieneke. Maar ze waarschuwt dat het enige dat er een beetje in de buurt komt een fragmentje is over Ivan Aksakov in het hoofstuk over de dichter Tjoettsjev:
Toen zijn schoonzoon, de journalist Ivan Aksakov, weigerde met een tegenstander te polemiseren wiens blad verboden was, keurde hij deze weigering goed.
Maar het is raak. En het blijkt dat een goedgevulde bibliotheek alleen maar ballast is, vooral als je iets zoekt dat speelt in een land waar ze (a) verstand van computers hebben en (b) hun culturele erfgoed waarderen. In Rusland hebben ze de Biblioteka Maksima Moškova, vergeleken waarbij het project Gutenberg een lusteloos opgevolgd ideetje is. Vanaf de pagina Klassika in mijn favorieten is het maar twee muisklikken naar de sleutelpassage: naar de pagina van Aksakov, en van daar naar een artikel over Tjoettsjev en Aksakov in hun strijd tegen de censuur. En daar staat het allemaal keurig in, al moet je je door wat taai proza worstelen. U ziet het te zijner tijd hopelijk in een voetnoot.

zondag 25 mei 2008

Wie was Hugo Black?

In een stuk over Theodor Holman (column 'Achteraf' in Het Parool van 14 januari 1995, opgenomen in de gelijknamige bundel, p. 353-355), dat aan actualiteitswaarde wint door de zaak Nekschot, schrijft Karel van het Reve over Justice Hugo Black:

Er is een lid van het Hooggerechtshof van de Verenigde Staten geweest die Hugo Black heette en die ervoor pleitte om alle wetten waarin iets dat iemand zegt of schrijft strafbaar gesteld wordt, ongeldig te verklaren. Ik ben een aanhanger van die Hugo Black.
Merk op dat VhR het verwijzende voornaamwoord "die" gebruikt waar de meeste schrijvers "dat" zouden gebruiken om geen ruzie met hun redacteur te krijgen. Hij schreef ook consequent "een aantal mensen zijn". Maar dit terzijde. Wie was Hugo Black?

Hugo Black kwam uit Alabama. Over Alabama schrijft Marshall Frady, biograaf van de beroemdste zoon van die staat, George Wallace:
The region is ruled by humid passion, and a fine old-fashioned sense of sin. There is a lingering romance of violence, a congenital love for quick and final physical showdowns.
Kortom, wilde je in de jaren twintig van de vorige eeuw in Alabama iets bereiken, dan werd je lid van de Ku Klux Klan. Zo ook Hugo Black.

Toen Black, inmiddels senator, zich sterk had gemaakt voor de New Deal en ook voor president Roosevelts Court-packing Bill, was hij voor Roosevelt de beste kandidaat voor de eerst vrijkomende slot in het Hooggerechtshof. De goedkeuring verliep niet vlekkeloos, maar in die dagen was er domweg te weinig informatie vlot beschikbaar om zijn vermoede KKK-verleden tegen hem te gebruiken. Een perscampagne kwam pas goed op gang toen de benoeming al bezegeld was.

De "linkse" kritiek op zijn benoeming verstomde toen hij zich in zijn stemgedrag een aanhanger van de burgerrechtenbeweging toonde. Hij ontpopte zich zelfs tot een van de meest "liberal" leden van het Hooggerechtshof. In een televisie-interview in 1968 (zie hier, klik op You have the right to remain silent) verdedigt hij de arresten die het de politie moeilijker maken:
Interviewer: Mr. Justice, do you think that those decisions have made it more difficult for the police to combat crime?
Hugo Black: Certainly! Why shouldn't they? What were they written for? Why did they write the Bill of Rights? [...] What about guaranteeing a man a right to a lawyer? 'Course that makes it more difficult to convict him. What about saying he should not be compelled to be a witness against himself? That makes it more difficult to convict him. What about no unreasonable search or seizure shall be made. That makes it more difficult to convict him. They were written to make it more difficult.
Op dat moment hadden de meeste Amerikanen genoeg van dat halfzachte gedoe. Richard Nixon, de Rita Verdonk van die dagen, won met zijn tough stance on crime het presidentschap en legde met vier nieuwe benoemingen de basis voor een nieuwe conservatieve fase in de geschiedenis van het Hooggerechtshof.

Bij dit alles is het van belang te weten dat Black weinig geduld had met "universele rechten". Karel van het Reves bekende afsluiting van de Sovjet-annexatie der klassieken
Het zijn dan ook naar onze mening geen politieke of wereldbeschouwelijke grenzen, maar moeilijk definieerbare zaken als gevoel voor proporties, smaak, fatsoen, redelijkheid, een zekere persoonlijke halsstarrigheid ook, die de beschaving van de barbarij scheiden.
zou Black misschien woord voor woord onderschreven hebben. Maar hij zou er nooit een leidraad voor zijn conclusies van hebben gemaakt. Als hij onvoldoende argumenten in de Constitutie kon vinden, ging een door hem misschien gewenste conclusie niet door.

Dat leidde soms tot opvallende dissenting opinions, bijvoorbeeld in Griswold v. Connecticut, in 1965. Een wet in de staat Connecticut verbood het gebruik van voorbehoedmiddelen. Het Hooggerechtshof achtte die wet onconstitutioneel, omdat deze het recht op privacy zou schenden. Volgens Black echter garandeerde de Constitutie helemaal geen privacy, en hij weigerde mee te gaan met collega's die zoiets wel lazen in artikelen die daar niet specifiek over gingen:
I like my privacy as well as the next one, but I am nevertheless compelled to admit that government has a right to invade it unless prohibited by some specific constitutional provision.
Wat Black betrof zou deze "uncommonly silly law" (woorden van Blacks enige mede-dissenter, Justice Potter Stewart) dus standgehouden hebben.

Hoe zat het nu met de vrijheid van meningsuiting? Ook hierbij moet je beseffen hoe absoluut Black de Constitutie, in dit geval het Eerste Amendement interpreteerde. Black achtte staats- en Federale wetten tegen obsceniteit en laster onconstitutioneel. Dit is waarschijnlijk waar Van het Reve op doelde in het citaat waarmee ik dit stuk opende. Daar staat echter tegenover dat hij het verbranden van vlaggen niet als een uiting van free speech beschouwde. Een staat die daar een wet tegen uitvaardigde, had daartoe het constitutionele recht, vond hij. Ook een jongeman (zekere Paul Robert Cohen) die een jasje droeg met daarop de tekst "Fuck the Draft" kon niet op clementie van Black rekenen. Een jasje met een uitdagende tekst was geen speech, maar conduct.

zaterdag 17 mei 2008

Jaja, zelfs ík wil iets zeggen over Gregorius Nekschot en de vrijheid van meningsuiting!

Je hebt scares die grote delen van de bevolking in hun greep hebben: momenteel angst voor terrorisme en klimaatverandering, nog niet lang geleden angst voor gekkekoeienziekte en de millenniumbug. Maarten van Rossem schreef er afgelopen zaterdag over in de NRC. Er zijn ook scares die het niet helemaal halen, zoals die voor het scheppen van een zwart gat in de deeltjesversneller van het CERN. Too far-fetched, je moet je er wel iets bij kunnen voorstellen.

Ik zou aan de bekende grote scares een kleine willen toevoegen: namelijk de angst dat het met de vrijheid van meningsuiting nu definitief gedaan is. Nieuwste bewijs: Gregorius Nekschot wordt aangehouden. Ja. Maar zo'n vaart loopt het niet. Om te beginnen: het gaat niet om de tekeningen die in het Parool van gisteren onder de alarmerende kop "Hier word je voor gearresteerd" op de voorpagina stonden.

Ik kan wel een of twee tekeningen bedenken die ik vroeger heb gezien (ik vind ze op zijn inmiddels waarschijnlijk overbelaste website niet meer terug), waarvan ik mij kan voorstellen dat mensen ze beledigend vinden, of zelfs vinden dat ze "aanzetten tot haat". Op die paar tekeningen worden islamieten en negers op uiterst laatdunkende wijze afgebeeld. Overigens moeten meer bevolkingsgroepen het ontgelden: met fundamentalistische christenen heeft Nekschot bijvoorbeeld ook niets op - zie hier.

Nekschot is daarbij een wat uitzonderlijk geval onder de politieke cartoonisten, omdat hij meestal geen individuen te grazen neemt. Als politicus of anderszins bekende Nederlander moet je er in Nederland tegen kunnen af en toe onheus behandeld te worden: hogen bomen vangen veel wind en als je niet tegen de hitte kunt moet je maar uit de keuken blijven. Maar Nekschot pakt hele bevolkingsgroepen, ja, hele rassen aan, en daarmee begeeft hij zich op glad ijs. Daar zijn in Nederland wetsartikelen tegen.

Je kunt aan de wijsheid van die artikelen twijfelen (Karel van het Reve was er zoals bekend tegen), maar ze zijn er al jaren, en al die tijd maken mensen van tijd tot tijd gebruik van hun klachtrecht, en heel soms denkt het Openbaar Ministerie dat er misschien een zaak is. Meestal is die er niet. Ik denk persoonlijk dat het met een sisser afloopt, al geloof ik best dat het voor Nekschot nu al een traumatische ervaring is.

Maar die commotie over de vrijheid van meningsuiting lijkt me overdreven. Nekschot is nu net die ene uitzondering - iemand die jarenlang de grenzen van het betamelijke heeft verkend en dat gedaan heeft op populaire fora waardoor hij ertoe bijgedragen zou kunnen hebben (maar het is aan de rechter om dat uit te zoeken) dat een aantal racistische stereotypen weer salonfähig zijn. Intussen zie je in de krant, op de televisie en op Internet overal de stuitendste meningen. Aan het inperken ervan zou geen beginnen zijn.

En wat heel erg is: mensen die het voor Nekschot opnemen en er dan bij zeggen dat die tekeningen weliswaar niet hun cup of tea zijn, maar dat de vrijheid van meningsuiting blablablabla. Die D66'er. Ik ben bang dat die zich op zo'n moment een soort Voltaire waant, die overigens nooit gezegd schijnt te hebben dat hij tot zijn dood het recht van een ander om abjecte meningen te uiten zou verdedigen.