zaterdag 25 maart 2006

Houdt Ken van hinkelen?

Dochter van vijf heeft Barbies vriend Ken een been afgedraaid en zegt: "Ik hoop dat hij van hinkelen houdt".

Ik hou mijn hart vast - is dit een variant op Kurt Tucholsky's: "Ein jüdischer Mann sagte einmal: Ich bin stolz darauf, Jude zu sein. Wenn ich nicht stolz bin, bin ich auch Jude - da bin ich schon lieber gleich stolz!" - of is dit mafiose humor? Ik hoop Tucholsky, ze heeft zichzelf al leren lezen.

Naschrift Mijn vrouw merkt op dat het been van Ken erg los zit. Dus heeft dochter van vijf het waarschijnlijk niet losgedraaid en spreekt ze een oprechte hoop uit.

donderdag 23 maart 2006

Jongens en meisjes

Een late reactie, druk natuurlijk. Maar waarmee eigenlijk helemaal? Het managen van een eigen bedrijf lijkt een zeldzaam egotistische bezigheid als je ziet wat de jongens en meisjes van SP en ChristenUnie, alweer bijna drie weken geleden geportretteerd in M, allemaal doen.

Ik ben van geen van beide partijen. De SP ziet de partij als gedisciplineerde revolutionaire voorhoede en is daarom onacceptabel voor iedereen die de Oktoberrevolutie als een van de rampzaligste gebeurtenissen van de twintigste eeuw beschouwt.

Verder zijn ze naïef op het clichématige af: je krijgt de indruk dat ze echt niet weten hoe geld verdienen in zijn werk gaat. Dat is iets wat anderen doen. Wat wij willen is meer belastingen om het geld aan de mensen te geven die het echt nodig hebben. En zelf kiezen we ervoor van een minimumloon te leven.

En tenslotte is er de humor. Die tomaten. "Meer rood op straat." Gelukkig stonden er weinig staaltjes van in het stuk in M, maar wat er stond was weer genant genoeg. Een club waar ik niet bij zou willen horen.

Bij de ChristenUnie hoor ik ook niet, hoewel ze geen verwerpelijke politieke filosofie aanhangen, niet naïef zijn en geloof ik ook geen verstikkende groepshumor kennen.

Mijn probleem met hen zit 'm in het geloof in God, dat ik niet deel. Een almachtige God kan niet tegelijk bestaan met de ellende in de wereld, tenzij Hij die wil, en dat zullen de meeste Christenen ontkennen. Bovendien kan ik heel goed zonder God - ik bedoel dat ik voor geen enkele verklaring van welk fenomeen dan ook een God nodig heb, en ook niet voor het leiden van een min of meer correct leven. Dit geldt zeker ook voor veel van mijn vrienden, die zeker zo correct leven als ik en ook niet in God geloven. Ik meld daar onmiddellijk bij dat enkele voorbeeldige vrienden juist wel Christen zijn. Die geven God, denk ik dan, de credits die mijn niet-Christelijke vrienden en ik onszelf toeëigenen.

Ik vind het verbazingwekkend in het relaas van een van de ChristenUnie-jongens te lezen dat hij zeer bewust, je zou haast zeggen tegen beter weten in, het bestaan van God als gegeven aanvaardt:

Later volgde ik vakken aan de theologische faculteit, ik las over het ontstaan van de bijbel, ik dacht: ik heb het allemaal wel erg gemakkelijk voor waar aangenomen. Die twijfel heb ik niet aan de kant gezet, maar ik denk er gewoon niet meer aan. Nu is het: ik wéét niet hoe de bijbel is ontstaan, maar het is Gods woord en dat relativeer ik niet.
Deze jongen, 22 jaar oud, lijkt een intelligente, erudiete kerel, die André Rouvoet als gelijke interviewt en samen met een vriendin (blijkbaar niet zijn vaste vriendin?) een pleegkindje heeft in Tanzania: "25 euro per maand".

Ik ben 40. Wij zijn thuis pas een paar maanden geleden overgegaan tot het adopteren van een kindje in Bolivia - in onze portemonnee merken we dat echt helemaal niet, en de tekeningen die we onze dochtertjes in een eerste impuls lieten maken zijn nog niet verstuurd.

zaterdag 18 maart 2006

Bormann (Hitler) en Bohrmann/Boorman (Elsschot)

"Bohrmann" was, zoals liefhebbers van Willem Elsschot weten, in de eerste druk van Lijmen nog de naam van Boorman. Details in het boek wijzen erop dat hij eigenlijk Duitser is. (Wilt u daar meer over weten, dan graag een enthousiaste reactie.)

Bormann dan, die ik in mijn post over Hitler en het vegetarisme bedoelde, was zo onbekend als een nazi-topfiguur maar kon zijn. Pas later werd zijn belang als persoonlijk secretaris van Hitler erkend. Wat hem verder interessant maakte was dat zijn lot aan het einde van de oorlog onbekend was. Hij kon dus nog in leven zijn. Pas in 1998 kon op basis van DNA-onderzoek worden vastgesteld dat een in 1972 gevonden skelet dat van Martin Bormann was, en dat hij op 2 mei 1945 moest zijn gestorven.

Annie M.G. en de Leidse Sleuteltjes: hineininterpretiert

Alwéér een gaffe. Dat krijg je als je geen slap gelul in je blogs wilt, maar door wilt dringen tot de kern der dingen - anders kan je net zo goed televisie gaan kijken en anderen niet lastig vallen, vind ik. Maar je moet dus wel ontzettend veel research doen. In dit geval: nóg een keer heel goed, en voor zover mogelijk blanco, luisteren naar de Leidse Sleuteltjes. Nu deed ik dat pas nadat ik gepost had. Om een lang verhaal kort te maken: ook de LS zingen "Wat mij betreft steek nu maar van wal", en niet "Wat mij betreft steekt u maar van wal", wat ik enkele honderden keren gehoord dacht te hebben.

Hoe kan dat? Ik denk ongeveer zo: ik dacht een keer "steekt u" te horen, en was daar zo gelukkig mee dat ik op dat beperkte gebied mijn onderscheidingsvermogen uitschakelde en het dus vervolgens altijd op die foute manier hoorde. Door het blogstukje werden mijn kritische gevoelens weer aangewakkerd, en hoorde ik "De kraai in de zilveren kooi" vanochtend op weg naar zwemles alsof het voor het eerst was.

Oordeel zelf in hoeverre mijn argument (het lied is beter dan het gedicht) intact blijft.

vrijdag 17 maart 2006

Hij wachtte maar niet op zijn dubbeltje fooi

Heeft iedereen een hekel aan jaartallen? Van 1966 tot 1972 woonde ik in Leiden. Volgens mijn moeder had ik een prachtige stem - zo mooi, dat ik wat haar betreft bij de beroemde Leidse Sleuteltjes zou gaan. Het heeft niet zo mogen zijn, al voordat ik zeven werd verhuisden we naar Hengelo. In veel opzichten een vooruitgang, maar geen zangcarrière voor mij.

Nu luister ik in de auto naar de Leidse Sleuteltjes-versie van de kinderliedjes van Annie Schmidt. Het is een heruitgave van de LP die mijn ouders hebben. Het moet een opname uit mijn tijd zijn, maar het hoestekstje vertelt niets. Het lijkt er nu ook op dat die ook niet op de plaat staat - althans geen enkele website met antiquarische exemplaren vermeldt er een. Ook de website van de Leidse Sleuteltjes (ze bestaan weer!) doet niet aan zulke harde feiten.

Er zijn daar wel een paar antwoorden op sluimerende vragen te vinden. Over het perfectionisme en het geweldige articuleren bijvoorbeeld: de Leidse 'r' werd er uit geramd, en er werd veel waarde gehecht aan het tegelijk eindigen op een slot-'t'. Zoveel, dat bij plaatopnames maar één kind die mocht uitspreken. Zou het echt waar zijn? Volgende keer nog beter luisteren.

Maar de grootste vragen blijven onbeantwoord. Om te beginnen: was het niet een meisjeskoor? Dan had ik weinig kans gemaakt.

Ten tweede: beschikten zij over een oervorm van de teksten die beter was dan wat er uiteindelijk is overgeleverd in Annie M.G. Schmidt, Ziezo (Amsterdam, 1987)? Of werden de teksten aangepast? Als dat zo is, verdient de bewerker (dirigent Henk Franke, componist Paul van Westering?) bijzondere lof. Want de toch al razend goede teksten werden nog beter. Neem "De kraai in de zilveren kooi". Een kraai kan praten, zijn eigenaar verdient daar zijn brood mee, wordt bij graaf ontboden voor privé-optreden, beledigt daar graaf. Het vierde couplet luidt, volgens Ziezo:

Daar kwam dus de kraai met kooi en al.
Zo zo, zei de graaf, ahá!
Wat mij betreft, steek nu maar van wal.
Ik ben zo benieuwd, wat ie zeggen zal!
Maar de kraai zei geen boe en geen ba, nee!
De kraai zei geen boe en geen ba.
Dat hoor ik in het liedje zo, varianten door mij gecursiveerd:
Daar kwam dus de kraai met kooi en al.
Zie zo, zei de graaf, ahahaha!
Wat mij betreft, steekt u maar van wal,
Ik ben zo benieuwd, wat hij zeggen zal!
Maar de kraai zei geen boe of geen bahaha!
De kraai zei geen boe of geen ba.
Vooral dat arrogant-verstrooide "u" tegen een kraai zeggen is geniaal, vooral ook als je vervolgens in de derde persoon doorgaat. En dan "hij" natuurlijk - goed gearticuleerd zoals het bij de Leidse sleuteltjes past, maar ook omdat dat bij een graaf toch beter past. Hij viel al een klein beetje uit zijn rol door eerlijk te zeggen dat hij zo benieuwd is.

Het laatste couplet is ook prachtig (ik hou nu maar de plaatversie aan):
Dat was niet zo mooi, dat was niet zo mooi,
Voor zijn baas, de man met de bahahaard.
Hij wachtte maar niet op zijn dubbeltje fooi,
En vluchtte maar gauw met de kraai in zijn kooi,
En de graaf was totaal van de kahahaart,
De graaf was totaal van de kaart.
Je ziet de baas voor je. Waarom moest dit nou zo nodig, hij had de hele middag op de kermis kunnen staan en al een paar gulden hebben verdiend. Nog even blijven? De graaf is natuurlijk al sinds het eind van het vorige couplet van de kaart, dat weet de baas al maar wij nog niet. Een dubbeltje is tenminste iets. Nee, het ziet er toch niet goed uit. Snel wegwezen.

O ja, ten derde. De solistes. Wat is er van ze geworden? Hoe oud zouden ze nu zijn?

dinsdag 14 maart 2006

Russische Bibliotheek bij Kruidvat? Hoedt u voor namaak!

Voor de zekerheid: er is maar één Russische Bibliotheek, en dat is de geweldige, unieke, monumentale uitgave van Van Oorschot, waaraan grote vertalers als Aleida Schot, Charles B. Timmer, Tom Eekman en Karel van het Reve hun bijdrage leverden. Overigens bijna onbezoldigd: Van het Reve schrijft dat hij het bedrag dat hij voor zijn Toergenjev-vertalingen ontving volledig aan een secretaresse zou zijn kwijtgeweest als in plaats van zijn vrouw een secretaresse ze zou hebben uitgetypt. Zo'n project was het. En iedereen die zich wel eens te buiten gaat aan een skivakantie hoeft niet meer te doen dan zo'n skivakantie over te slaan om het resultaat in huis te kunnen krijgen.

Wat durven nu de mensenvrienden van het Kruidvat? Ze durven een serie inferieure vertalingen van klassieke (en minder klassieke, daarover zodadelijk) Russische schrijvers uit te geven onder de naam... Russische Bibliotheek. Daar is over nagedacht. Ongetwijfeld is die naam onbeschermd, en niet te beschermen, want te algemeen. Maar een groot bedrijf zou het toch niet nodig moeten hebben om zo schaamteloos mee te liften op een zorgvuldig opgebouwde naamsbekendheid. Ik mijd deze keten voortaan, en hoop dat iedereen die goede vertalingen én eerlijk ondernemerschap een warm hart toedraagt hetzelfde doet.

Een ding is raadselachtig. In de reeks zijn vertalingen opgenomen van Poesjkin, Gogol, Toergenjev, Dostojevski, Tostoj, Tsjechov, Gorki en... Maximov. Who the hell is Maximov? Wel, Vladimir Jemeljanovitsj Maksimov werd in 1930 geboren, stierf in 1996 en kan bij echte kenners van de Russische geschiedenis van de twintigste eeuw (zo'n kenner ben ik niet) bekend zijn als dissident, is misschien ook wel een goede schrijver, maar hoort absoluut niet in een rijtje van klassieken thuis (Gorki eigenlijk ook niet, maar die is tenminste nog bekend).

Nog merkwaardiger is dat de vertaling van Karantin is gemaakt door Arthur Langeveld, die van een heel ander kaliber is dan een goedwillende amateur als S. van Praag - anders dan Van Praag indertijd kent hij echt Russisch, bijvoorbeeld. Wat doet Langeveld in dit gezelschap? Heeft hij toestemming gegeven voor het gebruik van zijn vertaling (oorspronkelijk gepubliceerd in 1975)? Wist hij dat het om een broddelreeks zou waarmee het Kruidvat een middelvinger op zou steken naar de uitgeverij die net zijn alom geprezen vertaling van de Broers Karamazov van Dostojevski in de winkels heeft gebracht? Of heeft hij een naamgenoot?

Naschrift Arthur Langeveld meldt per e-mail dat hij niet in de heruitgave van zijn Maximov-vertaling (uit 1975) is gekend en maar hoopt er geld voor te krijgen. En dat het overigens geen slechte vertaling is.

Naschrift 2Gerechtigheid! Van Oorschot wint rechtszaak tegen Kruidvat. Lees hier het nieuwsitem op de website van mijn bedrijf Vertaalbureau.nl.

maandag 13 maart 2006

Gebruik die magnetron

Wie behalve over een computer over een magnetron en dochtertjes van net 5 en bijna 7 beschikt heeft misschien iets aan de volgende tip.

De kans is aanwezig dat de dochtertjes op momenten dat papa of mama er niet aanzit graag computerspelletjes spelen. Bij ons komt daar vroeg of laat ruzie van. Wat te doen? De oplossing bleek bij ons verbluffend eenvoudig: laat ze om de beurt 3 minuten spelen (mag ook meer of minder zijn natuurlijk, enig tweaken is op zijn plaats). Laat ze zelf de tijd instellen op de magnetron. Gebruik de keukenwekkerfunctie, anders slaat hij af of wordt er iets veel te heet. De voordelen zijn bij ons enorm gebleken:

(1) Ze hoeven geen aantallen spelletjes van elkaar bij te houden en geen discussie te voeren over hoe zwaar een ander soort spelletje of een spelletje waarin je per ongeluk snel dood was meeweegt

(2) Ze worden gedwongen samen te werken, want doordat ze geen spelletjes afmaken moeten ze ze van elkaar overnemen

(3) Ze bewegen meer dan bij menige andere (en creatievere) activiteit

(4) Ze leren de keukenwekkerfunctie van de magnetron te bedienen

(5) Ze krijgen een besef van tijd, althans van de geprogrammeerde tijdsduur

(6) En vooral: ze begrijpen zelf dat dit systeem eerlijk is, dus geen ruzie meer

De nadelen zijn dan relatief klein:

(A) Je kan de magnetron niet gebruiken om macaroni op te warmen

(B) Er komt toch nog ruzie omdat ze niet direct willen opstaan

Die laatste zet ik erbij omdat dat ongetwijfeld zal gebeuren. Maar bij ons is het na twee keer proberen (sessies van ongeveer een halfuur) nog niet gebeurd. Het lijkt erop dat die piep uit de keuken, en die irritante herhaling, geweldig motiverend werken. Onze meisjes springen in ieder geval onmiddellijk op, al moet Nolee alleen nog maar haar laarzen aan of staat Kiko op het punt door een cobra te worden gegrepen.

Waarschijnlijk denken ze oprecht dat het voor henzelf het beste is onmiddellijk de drie minuten voor hun zusje te laten ingaan, zodat ze zelf weer zo snel mogelijk aan de beurt gaan. Daarom werkt het misschien alleen met meisjes van 5 en bijna 7. Of zelfs alleen met de onze.

zaterdag 4 maart 2006

Opschrift

Met een dochtertje voor en een dochtertje achter op de fiets sluit ik achteraan in de rij voor de giromaat. Een jongeman in een trainingspak met het grote opschrift "Fuck Off, You Fucking Fuck" komt aanlopen en loopt direct naar de giromaat, die net vrijkomt. Hij had het beter gezien dan ik: de man voor mij wachtte alleen maar op zijn vrouw, er was helemaal geen rij. Tegen mijn gewoonte in zeg ik tegen de jongeman: "Wil jij misschien eerst? Ik zie dat je haast hebt. En het líjkt misschien wel of mijn dochtertjes het koud hebben en naar huis willen, maar dat is helemaal niet zo! Ze vinden het juist prettig om te wachten tot jij klaar bent!" Jongeman: "Oh, bedankt." Ik: "Graag gedaan."

Zo ging het echt, behalve dan dat gesprek. Ik ben niet ad rem, zal zeker in het bijzijn van mijn dochtertjes conflicten vermijden, en was zelf niet handig genoeg om de situatie goed in te schatten. En ik raakte in gepeins verzonken. O tsjom ty zadoemalsja, "Waar peins je over", vroegen Russische vrienden mij vaak, en gelijk hadden ze, ik doe dat. Wie koopt zo'n trainingspak? Wie bedenkt het? Welke ondernemer durft het op de markt te brengen, ongetwijfeld tegen het advies van zijn vrouw in? Een betere, visionairdere ondernemer dan ik, als ik iets tegen het advies van mijn vrouw in doe zijn de gevolgen niet te overzien.

Verder leek het me een aardige jongen die niet te hard aangepakt moest worden, trainingspak met opschrift of niet.

Lepels buigen

Ouch, mijn opmerking over Einstein en lepelbuiger Uri Geller in mijn stukje over Marianne Timmer zat er goed naast, al is het misverstand wel te verklaren.

Ik had ooit in Martin Gardner, Science. Good, Bad and Bogus (Buffalo 1981) gelezen over een veel geciteerd hoffelijk inleidinkje door Einstein op een boek met parapsychologische verkenningen van Upton Sinclair (op. cit., p. 151). Even verderop (p. 152) citeert Gardner Einstein over zijn twijfels over "extra sensory perception", die, anders dan de hem bekende natuurkrachten, niet afhankelijk zou zijn van de afstand tussen voorwerpen. Dit alles wel naar aanleiding van de claims van Uri Geller. Geller was acht toen Einstein overleed, en was waarschijnlijk al handig met de goocheldoos, maar schreef nog geen boeken.

Geller zou trouwens Einstein op zijn website hebben gezet - die blijkt hij gewoon te hebben: www.urigeller.com. Sorry, ik ga die pagerank van 6 niet nog verder verhogen, typ zelf maar in. Is hij alive and kicking? Merkwaardig is het ontbreken van datums, zelfs bij nieuws-items, althans van na 1974.

Gardner geeft een aanstekelijke beschrijving van de buigsessies waarin kinderen (immers van nature extra behept met telekinetische gaven) pas tot leven kwamen zodra ze met rust gelaten werden - maar wel met verborgen camera's gevolgd bleven worden: een van hen tilde zelfs een tafelpoot op een lepeltje om meer kracht te kunnen uitoefenen. De makers van het programma Superminds, waaruit de fraaie foto bij dit stukje afkomstig is, raakten er niet door uit het veld geslagen.

Nog meer Google-onderzoek wijst uit dat Uri er in ieder geval in 1999 nog jong uitzag. Het dochtertje van spoon bending party-organisatrice Cynthia Larson had zo in Superminds gekund:

[We] suddenly noticed that my daughter was quietly sitting with a fork on top of her right wrist as she gazed off in the distance... and her fork was drooping down as if it was made of soft rubber! It seemed to melt down to mold itself to the shape of her wrist as we watched in amazement. She wasn't even paying any attention to her fork, and didn't believe us at first when we exclaimed, "Your fork is bending!!!"
Yup.

zondag 26 februari 2006

A sewer rat may taste like pumpkin pie

Jamie Whyte behandelt in Bad thoughts. A guide to clear thinking onder meer de brute manieren waarop mensen proberen niet op argumenten te hoeven reageren. Onder het kopje "Shut Up - You Sound Like Hitler" behandelt hij de guilt by association:

Jij eet geen vlees. Hitler at geen vlees. Jij bent een nazi.
Hopelijk heeft u geen Venn-diagrammen nodig om te begrijpen hoe onjuist deze redenering is.

Ik wil het eigenlijk hebben over de inleidende alinea van Whyte over dit thema:
Mass murder is something of a lottery. Lenin hasn't done badly. I recently had a drink in the popular Lenin Bar in Auckland, decorated with red stars and black and white images of the great Communist. Very fetching. Hitler bars, on the other hand, seem to be in short supply. Communism isn't what is was among intellectuals, but you cannot yet dismiss a political of economic view simply by pointing out that it was held by Lenin. Hitler, on the other hand, is like a reverse Einstein. In you can associate someone's opinion with Hitler, or the Nazis more generally, then goodbye to that idea.
[Einstein was eerder genoemd als iemand die je goed kunt aanhalen ter ondersteuning van een argument, ook als het gaat om zaken waar Einstein geen verstand van had.]

Eerst hadden we alleen Solzjenitsyn en een harde kern van Ruslandkenners, onder wie Karel van het Reve, die geen moeite hadden de Russische gruwelen met die van nazi-Duitsland te vergelijken. Toen kregen we, jaren tachtig, de "Historikerstreit", die de discussie over de uniciteit van de Holocaust opengooide. Maar met weinig resultaat, of in ieder geval: niet met het ondubbelzinnige resultaat dat de systemen voortaan als vergelijkbaar werden beschouwd - want anders had Martin Amis er niet 15 jaar later nog zo uitvoerig over hoeven schrijven (zie mijn post van 17 februari, Grappen maken over massamoordenaars). Nu is er iemand die niets met Rusland heeft en zomaar Lenin (niet eens Stalin) er even bij haalt. Het gaat de goede kant op.

Maar nu ik toch zelf over dat vleeseten begon (Whyte heeft het er niet over), nog dit. Je blijft je als niet-vleeseter onwillekeurig verdedigen tegen het guilt by association-argument. De onzinnigste "tegenargumenten" zijn welkom. Hitler at om andere redenen dan ik geen vlees (hij dacht dat hij er winderig van werd). Hitler dronk niet, ik wel. Andere nazis aten wel vlees. Alleen Bohrmann was even ascetisch als Hitler, tenzij hij niet bij hem in de buurt was, dan at hij graag biefstuk. Ongeveer zoals Jules in Pulp Fiction: "Me, I can't usually eat 'em 'cause my girlfriend's a vegetarian, which more or less makes me a vegetarian, but I sure love the taste of a good burger."

donderdag 23 februari 2006

Cheer you up in the P-n up-Club

[Excuses voor de verminking van titel en bodytekst, ik kreeg tabak van het aantal bezoekers dat op zoekwoorden zocht waarmee ik nooit op pagina 1 in Google had willen staan.]

Ik had het net weer. Ik vertaalde het schijnbaar onschuldige "various" als "diverse" en dacht onmiddellijk aan M. In mijn tijd als gerechtstolk heb ik zielige en nare figuren meegemaakt. De zielige waren in de meerderheid. M. behoorde tot de nare - ik was blij dat hij in de gevangenis zat, en niet bijvoorbeeld mijn buurman was.

(Tussen twee haakjes: Karel van het Reve zegt ergens dat hij één moordenaar kent en dat hij niet graag alleen met hem in een kamer zou willen verblijven - niet omdat hij bang is vermoord te worden, maar omdat hij bang is met hem te moeten praten. Waar schrijft hij dat? Geschiedenis van de Russische Literatuur, in zijn stuk over Dostojevski? Ander stuk over Dostojevski?)

M. produceerde s-distische p0rnofilms met titels als Betrapt door de meester (titels maken kunnen die gasten) en gaf een aardig inzicht in dat wereldje. Wat me ondanks zijn verachtelijke business imponeerde is dat hij na het aanhoren van de beschuldiging op de vraag om zijn reactie ("Wat zegt u daarvan, meneer M.") er eens goed voor ging zitten om de nodige achtergrondinformatie over zichzelf te geven. Daarbij meldde hij onder meer dat zijn productiebedrijf inderdaad volgens het principe "u vraagt, wij draaien" werkte, en dus alles maakte in het spectrum van licht-ondeugend tot gewaagd-er0tisch ("Tot die laatste categorie behoort ook s-ks met dieren?" - "Uiteraard."). Hij erkende zijn meester in Jef Rademakers, met wie hij aan de wieg had gestaan van het programma P-n up Club.

De rechtbank liet hem zijn gang gaan. Hadden ze hem maar gestopt, dan had ik niet nu al een jaar of acht die associatie bij het horen van "diverse" - want op een moment zei hij: "Ik wil daar nog graag aan toevoegen dat ik relaties heb gehad met diverse P-n up Club-modellen." Wat een leven.

zondag 19 februari 2006

Marianne en de vlinder boven Peking

[4 maart:] Deze begon ik tijdens de Olympische Winterspelen, een sportevenement dat zich vooral mag verheugen op belangstelling uit kleine landen die ergens onevenredig goed in zijn. Ik wilde het eerst niet plaatsen, omdat een cruciaal element in mijn redenering, namelijk dat de verschillen erg klein waren, bij nader inzien wel meeviel. Een halve meter op duizend is een keurig, statistisch redelijk verschil. Was het meer dan zou Marianne (of wie er ook won) afgetekend de beste zijn, en dat is niet realistisch als een sport door een voldoende aantal mensen beoefend wordt (de verdeling is een Gaussiaanse curve, geen piramide of zo). Vooruit dan maar.

[19 februari:] Alweer geen schaatsen gekeken, blijken we weer eens gewonnen te hebben! Nu zijn er leukere meisjes dan Marianne maar ook minder leuke. Hoe de andere deelneemsters eruitzien en praten weet ik niet, dus ik vind het wel best zo. En het is leuk voor mijn schoonmoeder, die de medaillespiegel bijhoudt. Ze kon wel een opkikker gebruiken.

Wat alleen interessant is: wat zijn die verschillen weer klein! Misschien denkt u dat vier honderste van een seconde veel is, en wilt u erop wijzen dat er ook wel eens een 20 km langlaufen met twee duizendste is beslist. Dat is inderdaad nog erger. Maar vier honderste is nog steeds weinig. Marianne was 0,05% sneller dan Cindy Klassen. Ik vind dat geen percentage voor een kampioen.

Die kleine verschillen werpen echter wel de vraag op: wat scheelt het allemaal? Ik bedoel: de coach die langs de kant stond te roepen - hoeveel honderdste heeft die erbij geroepen (of eraf geroepen)? En het publiek? Evenveel als de coach, omhoog of omlaag? Gaf het geluid haar de nodige extra motivatie? Of leidde de agitatie op de tribunes tot een warmteontwikkeling die net dat luchtdrukverschil veroorzaakten om Marianne die beslissende rugwind te geven? En zijn er ook factoren buiten het stadion die van invloed, én beïnvloedbaar, waren?

Waar ik naar toe wil is: maakte het uit dat ik geen tv keek? Heb je door niet te kijken alleen maar iets gemist of zou het allemaal anders gelopen zijn als je wel had gekeken?

Enerzijds heb je Albert Einstein. Jamie Whyte beargumenteert terecht dat je die niet overal bij mag halen, maar wie het volgende nog niet wist is me misschien dankbaar. Einstein liet zich ooit strikken voor het schrijven van een inleiding op een boek van de goochelaar Uri Geller, die zichzelf als telekinetisch begaafd uitgaf. Lepeltjes op afstand buigen, en tijdens zijn televisieoptredens op de televisie gelegde kapotte horloges repareren. In die inleiding gaf Einstein hoffelijk aan dat het om buitengewoon interessante verschijnselen ging, maar dat hij verder onderzoek geboden achtte omdat de ervaring tot nu toe had uitgewezen dat krachten tussen voorwerpen afnamen met het kwadraat van de afstand tussen de voorwerpen. (Deze verpletterende kritiek had natuurlijk geen enkele invloed op de gelovigen.)

Anderzijds is er de "vlinder boven Peking", een begrip uit de chaostheorie. Je kan hele weersvoorspellingen doorrekenen, maar als het systeem op een bepaald punt voldoende gevoelig is voor instabiliteit, kan - bij wijze van spreken - een vlindertje dat boven Peking met zijn vleugels klappert een wervelstorm boven Nebraska veroorzaken. De onvoorspelbaarheid van het weer over 10 dagen, hoeveel rekenkracht je ook tot je beschikking hebt, lijkt deze mogelijkheid te bevestigen.

Zou nu het loutere aanzetten van de televisie in Amsterdam een atmosferische storing kunnen veroorzaken die in Turijn Marianne dat beslissende zetje geeft? Ik denk het toch niet, maar het knaagt. Als die race nu eens twee dagen in plaats van twee minuten duurde?

Ik wil er graag op wijzen dat met dit idee tob sinds de WK-finale van 1978 - was het nu Rensenbrink of René van de Kerkhoff die tegen de paal kopte? Dus wie het een typisch idee voor een 12- of 13-jarige vindt zit helemaal goed. Ik heb er sindsdien alleen wat interessante woorden bij geleerd.

zaterdag 18 februari 2006

Grappen maken over massamoordenaars, 2


Karel van het Reve brengt met Geert van Oorschot de Rood Front-groet. Grappig?

Een foto van Ewoud de Kat, 1982, overgenomen uit de digitale bibliotheek voor de Nederlandse letteren.

Grappen maken over massamoordenaars

Bijna uit: Koba the Dread van Martin Amis, een paar maanden geleden in de ramsj gekocht bij het Martyrium in Amsterdam.

Het boek bestaat uit drie delen: een verzameling fragmenten onder de titel "The collapse of the value of human life", vervolgens een springerige, persoonlijke, biografie van Stalin en tenslotte een verzameling brieven over de verwerking van de geschiedenis van het communisme - wat, dat besef ik, geen al te duidelijke samenvatting is, maar Amis' werk laat zich dan ook niet makkelijk samenvatten.

Wel zijn er veel interessante dingen te noemen. Zo geeft Amis in de tekst precies aan in welke boeken hij iets heeft gelezen (veel Conquest, Solzjenitsyn) en welke hij veracht en dus nauwelijks heeft ingekeken (Deutscher, Fitzpatrick, Hobsbawn). Als je smaak met de zijne overeenkomt is dat erg plezierig. En - daar wil ik natuurlijk naar toe - het doet erg aan Karel van het Reve denken.

Er doet meer aan Karel van het Reve denken, al blijf je je bewust van de verschillen. Beiden zijn briljante schrijvers, maar bij Amis straalt het er van af. Veel lezers beseffen nauwelijks hoe goed VhR is omdat hij zo gewoon lijkt. Bij Amis is dat uitgesloten. Hij is bij uitstek literair, al is hij net zo leesbaar als VhR. Die leesbaarheid lijkt bij Amis op de tweede plaats te komen, het is een bijproduct van zijn briljantheid. (Ook is hij af en toe onleesbaar, maar dat zal aan mijn Engels liggen.)

Maar de belangrijkste overeenkomst is inhoudelijk. Een van Amis' grote vragen is waarom we het communisme toch maar niet als even verschrikkelijk willen zien als het nazisme. Waarom weet de gemiddelde westerse intellectueel wel van Dachau, maar niet van Kolyma? VhR maakte deze zelfde vergelijking in de Ondergang van het Morgenland, en ik geloof zelfs al in Twee potten pindakaas - met precies dezelfde namen. Typerend is dat Amis uitlegt waarom hij juist deze twee kiest.

Bijzonder is dat Amis diep ingaat op de vraag waarom je ook als je weet dat het even erg was als het nazisme kan lachen om grappen over het communisme, terwijl soortgelijke grappen over het nazisme door nette mensen als weerzinwekkend zouden worden ervaren. Conquest, Amis' vriend en rolmodel, lacht mee. Ja, allicht, zegt Amis, anders dan het nazisme had het communisme oorspronkelijk de beste bedoelingen met de mensheid. Maar door te lachen als we elkaar met "Kameraad!" begroeten dringen we toch die miljoenen doden naar de achtergrond. En een miljoen doden is niet, zoals Stalin zei, een statistiek. Het zijn evenzoveel tragedies.

Er is ten slotte een heel belangrijk verschil met VhR: Amis is ondanks zijn belezenheid en zijn omgang met Russen en grote Ruslandkenners zelf geen Ruslandkenner geworden. Zo maakt hij op een moment de (leuke) opmerking dat het hem verdriet zou doen als de aanhef-met-uitroepteken in brieven ("Kameraad Amis!") niet specifiek voor de communistische omgangsvormen was, maar teruggaat op een Russisch gebruik. En inderdaad, laat dat nu net het geval zijn. Hij schrijft dat hij "recently learned" dat Lenin de r niet kon uitspreken. Die eerlijkheid is innemend (en typerend voor zijn stijl). Een andere schrijver zou gedaan hebben of hij dat gewoon wist. Maar toevallig hoor je dit ook gewoon te weten omdat het deel uitmaakt van de Russische folklore. Heel veel Russen hebben een hilarische Lenin-imitatie in huis (en daarnaast een Brezjnev-imitatie, en in mijn tijd een Gorbatsjov-imitatie en nu misschien een Poetin-imitatie). Een student Russisch of Ruslandkunde moet wel heel weinig interesse voor zijn vak hebben wil hij daar nooit mee zijn geconfronteerd.

zaterdag 11 februari 2006

Waar komen die Deense vlaggen vandaan?

Kijk, dat is een vraag. En Slate is niet te beroerd die tot de bodem uit te zoeken. Allereerst is er veel huisvlijt die vaak heel behoorlijke resultaten geeft - gewend als ze in die regio's zijn aan het verbranden van Amerikaanse en Israëlische vlaggen, die een stuk lastiger zijn dan de Deense. Er gaat natuurlijk wel eens wat mis, wat Slate adstrueert met voorbeelden. Dat de lokale overheden er als de kippen bij zouden zijn en de professionele oproerkraaiers van voorraden voorziet is in de regel niet waar. Er is een ander alternatief voor zelf maken:

Doing it yourself may save you some money, but you can also try to grab a Danish flag at your local flag store. Reuters interviewed a shopkeeper in Gaza who stocked his PLO Flag Shop with 100 Danish and Norwegian flags when he heard about the cartoons. He gets his flags from Taiwan and charges $11 for each. Flag manufacturers in China and Thailand might also be able to provide Danish flags on short order.
Vlaggen online kopen blijkt aanzienlijk duurder.