Posts tonen met het label Vrouwen. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Vrouwen. Alle posts tonen

dinsdag 25 januari 2011

Tine Thing

Ik wilde al een hele tijd een stukje over Tine Thing Helseth schrijven, en dan vooral over haar uitvoering van Haydns trompetconcert, en dan weer in het bijzonder het derde deel, in de opname die hier te bewonderen is. Ik kijk die opname snotterend uit. De muziek is daar altijd goed voor, maar met Tine Thing erbij lijkt de ontroering nog groter.

Daarom aarzelde ik ook erover te gaan schrijven, want voor seksistische commentaren kunt u gewoon op YouTube blijven. Maar toen ik vanavond weer eens keek, en bovendien naar een ander filmpje met haar doorklikte, bedacht ik dat Tine Thing misschien meer aan de muziek te danken heeft dan de muziek aan haar.

Laten we maar tot de kern van de zaak overgaan: hoe mooi is Tine Thing nu eigenlijk? Goed: lieve lach, slank, lang blond haar, blauwe ogen, twintig. Dat zijn waar ook ter wereld sterke punten, waarmee ze zich van vele andere vrouwen onderscheidt. Maar luister en kijk ook eens naar haar uitvoering van het derde deel van het trompetconcert van Hummel (bij trompetconcerten voldoet het meestal de componist te noemen, de meeste schreven er maar één). Weer mooi zeulend met die rugtas. En ja, zomerjurkje, leuk hoor. Maar zoals ze in dat filmpje telefoneert. (Waarom? Met wie?) En haar gezicht, dat misschien niet toevallig zelden compleet en zonder instrument ervoor in beeld komt - is dat misschien niet een béétje dom?

Ja, deze uit de klei getrokken Noorse ís aantrekkelijk, maar alleen als ze Haydn speelt.

zaterdag 11 december 2010

B. sms’t me

B. sms’t me - de sms is haar belangrijkste communicatiemiddel, ze moet te lang nadenken over toepasselijke Engelse woorden om ze tijdens een gesprek uit te spreken; andere, meer gespecialiseerde, communicatiemiddelen zijn een uitdraai van Google Agenda waarop ik de volgende datum mag invullen waarop ze mag komen, en op tafel geplaatste lege schoonmaakmiddelflessen die de boodschap communiceren dat ik naar het Kruidvat moet voor nieuwe. Maar een meer gecompliceerde boodschap moet per sms: ‘tomorrow i go with friend ok?’

Het is geen afzegging, want daar geeft ze nooit een reden bij. Dus ze neemt iemand mee.

Ik wil niet zeggen dat ik in paniek raak, want het ís mogelijk dat ze een even frêle landgenote meeneemt, die aan tafel gaat zitten sms’en, of die misschien even hard meeboent. Dat zou ik leuk vinden, alles in het nette, maar twee geurige winterjasjes aan de kapstok in plaats van een, dat zal een klein genoegen nog genoeglijker maken, denk ik.

Maar dat woord ‘friend’ laat nog een andere mogelijkheid open. Het kan een man zijn. Dat moet ik niet hebben. Stel dat hij een crimineel is - het enige wat ik van B. weet is haar mobiele nummer. Of nee, daar ben ik ook niet bang voor. Het is gewoon dat het een man is, die in mijn comfortzone komt. Ik heb niets tegen mannen, ik ben zelf een man en mijn beste vrienden zijn mannen, maar in mijn comfortzone wil ik ze niet hebben.

(Naschrift: B. kwam toch alleen.)

zaterdag 29 augustus 2009

Salueren

Met salueren is het zoals met godsdienst: de manier waarop jij het hebt geleerd is echt de enige juiste. Of nee, ik kan daar eigenlijk helemaal de relativiteit niet van inzien. De enige juiste manier van salueren is de volgende:

* Vingers van rechterhand strekken. Duim ernaast. Alle vingers liggen keurig in een vlak. Tussen de vingers en de bovenkant van de hand bestaat geen hoek. De vingers zijn niet licht omlaag gebogen, en je gaat natuurlijk ook niet van de weeromstuit die hand “hol” trekken, zodat de vingers omhoog wijzen. (We zijn geen balletdansers.) De hand gaat, zogezegd, naadloos over in de vingers. Zoals de onderarm ook naadloos overgaat in de hand. De botten van je elleboog tot het topje van je middelvinger liggen in één lijn.

* (Tegelijkertijd:) Rechterelleboog op schouderhoogte brengen. Uiteraard in hetzelfde vlak als het bovenlichaam, dat voelt u inmiddels wel aan. Je kunt weer een lijn trekken, nu van linkerschouder door rechterschouder naar rechterelleboog. Tot zover geen probleem, een kind kan de was doen.

* Nu alleen nog de top van de middelvinger van de gestrekte rechterhand naar de rand van het hoofddeksel brengen, ter hoogte van de rechterwenkbrauw. Hoe precies? Ah, en dat is mooi: daar zijn geen regels voor. Dat soort details mag je zelf invullen. Voor mij viel alles op zijn plaats toen ik iemand dat “verend” zag doen: de hand extra spannen en nog een kleine uitslag meegeven op het moment dat je hem op zijn plaats brengt. Daarna trilt hij even na voordat hij helemaal stilstaat.

Groet je zo, dan voelt het goed, kan je zo blijven staan tot de vlag gehesen is, de generaal is langsgekomen etc. Doe je het slap en ongeïnspireerd, dan ben je naar mijn bescheiden mening geen knip voor je neus waard.

Maar het moet gezegd worden: het is kunst om de kunst. Je kunt het op veel terreinen ver schoppen zonder een goede groet in je repertoire. Sterker nog: wie waardeert een goede groet? Zie het plaatje, een klassieker uit de eerste Golfoorlog. De onuitgesproken boodschap die elke militair direct leest: die piloot ligt vannacht weer met de mooiste vrouwelijke korporaal in bed.

zaterdag 30 mei 2009

Het goede leven

Beste moment van de week: zaterdagochtend 8.00 uur, Sportfondsenbad Amsterdam Oost, als dochter van 10 begint met inzwemmen (ze zit op zwemclub Het Y, bekend van de yell Hi Ha Hoelala, Y, Y, Y, H-E-T Y, het... Y! Als ik gisteravond de website had gecheckt had ik het volgende misschien wel, misschien niet zien aankomen) en ik een kop koffie verkeerd bestel, voorgenietend van een uur lezen en zwemmen kijken.

Maar vandaag was dat beste moment me niet gegund. Er waren meer slachtoffers, met name mijn dochter zelf, die niet had doorgekregen dat de training vandaag niet doorging, en onze Amerikaanse vriend John die bij ons te logeren is, en die aansluitend op de training zelf zijn baantjes zou gaan trekken. John is zwemkampioen van zijn staat Maine, in een seniorencategorie, maar toch. Maine is een staat van duursporters, Johns buurvrouw was lange tijd de eerste Olympische marathonkampioene Joan Benoit.

Toch had ik het het meest met mezelf te doen. Dat beste moment van de week missen is al niet leuk, maar die Amerikaanse logés waren hoe dan ook al een probleem, want hoe aardig ik ze ook vind, ik ben eraan gehecht in mijn eigen huis de dingen op mijn eigen manier te doen. Dan willen ze "iets terug doen", gaan ze afwassen, en dat doen ze op een andere manier dan ik. Ze doen het zelfs zo verkeerd, dat ik er niet eens tijd mee win. Dat soort dingen. (Het probleem is ook met deze vrienden het gebruik van niet heet genoeg water. Dan kun je net zo goed niet afwassen.)

Maar vanavond kreeg ik een goedmakertje. Ik mocht thuisblijven terwijl mijn vrouw met onze gasten en de kinderen uit eten ging. Voor mij boterhammen van Hartog met kaas en tomaat, glas wijn. En vooral: een boek erbij lezen. Een dat opengeslagen kan blijven liggen.

Natuurlijk dwalen de gedachten wel eens af. Ik denk dan al gauw aan een aantrekkelijke jonge vrouwen. (Ja, dat is natuurlijk niet eerlijk, mijn vrouw laat me een uur alleen en ik ga aan andere vrouwen denken. Maar ik vertel het zoals het is, in dit blog gaat de waarheid boven alles.) Normaal denk ik als ik aan aantrekkelijke jonge vrouwen denk meteen en vrijwel uitsluitend aan the obvious. Maar nu schoot een ander beeld voorbij: dat zo'n ajv tegenover me zit, ook met boterham en wijn, ook met een boek.

donderdag 5 februari 2009

Popski en de vrouwen

Net ontvangen uit Columbus, Ohio: John Willet, Popski. A life of Lt.Col. Vladimir Peniakoff, de biografie van de commandant van Popski's Private Army, een commando dat tijdens de Tweede Wereldoorlog eerst in Afrika, later in Italië, achter de vijandelijke linies "alarm and despondency" creëerde. Mijn Popski-bibliotheek is daarmee drie banden rijk geworden. Ik hou me aanbevolen voor tips om aan de memoires van Ben Owen te komen (maar laat u niet misleiden door websites die het voor een normale prijs aanbieden - die zeggen anders dan Amazon pas bij de checkout dat het niet meer verkrijgbaar is).

De tweede aanwinst waren de memoires van memoires van Bob "Park" Yunnie, Fighting with Popski's Army, en het is nu echt wel tijd daar aandacht aan te besteden. Yunnie heeft duidelijk de memoires van Popski erbij gehouden terwijl hij het verhaal in eigen woorden vertelde. De chronologie en de beschreven gebeurtenissen lijken te veel op elkaar. Ik heb geen conflicterende interpretaties gevonden. Wel aanvullingen, over de periodes waarin de groep van Yunnie zelfstandig opereert bijvoorbeeld. En veel details.

Sommige mensen, bijvoorbeeld bezoekers van deze PPA-fansite vinden Yunnie onderhoudender (a "cracking yarn") dan Popski. Een verklaring daarvoor zou kunnen zijn dat die lezers literair gevormd zijn door de boys' weeklies, die Orwell analyseerde in zijn gelijknamige essay. Eindeloze dialogen, beschrijvingen van hoe warm of hoe koud ze het hebben of hoe doorweekt ze zijn, onderbroken door brullende motoren en mitrailleurs die brrrrrt doen. En de humor van mannen onder elkaar.

Proef op de som? Vertrouw me, ik sla een willekeurige bladzijde open:

Rounding a bend, a German sniper took a pot-shot -- and missed. I felt the wind of the bullet, ducked an braked violently.
'Look out! Sniper!' I yelled to the jeeps piling up behind me.
Ben Owen's quick eye saw a uniformed figure running up the hillside.
'There he is, Skipper!'
Brrrrrt . . . Brrrrrrrrt. We raked the green hillside with machine-gun fire. The running figure vanished.
'The bastard!' exclaimed George Sonley indignantly, as if no German sniper had the right to fire at us.
Of hier, 50 bladzijden eerder, om een idee te geven van de repetitiviteit:
Brrrrrrt . . . brrrrrrrrt. Streams of tracer raked the dyke, flashing over in searching red points, smacking into it and leaping high into the air in scarlet richochet . . . engines revved . . . headlamps flashed . . . bullets whined . . . hoarse cries filled the nieght. Brrrrt . . . brrrrrrt . . . one after the other the jeeps tore through the opening, spraying a searing curtain of death on either side . . . hobnailed boots scraped against stones and sparks flew as the German infantry scattered and fled.
'Mucking hell,' grinned Curtis when we were through the German front line and jogging happily down the lower slopes of the Murge, 'you never know your luck.'
(Tracer is lichtspoormunitie, kogels die je in het donker kunt "volgen" doordat de punten gloeien. En mucking is natuurlijk Yunnie's manier om netjes f---ing te zeggen.)

Wat de lezers die Yunnie de voorkeur geven boven Popski misschien ook in Popski dwarszit, is diens intellectuele arrogantie. Hoe volmaakt ook als militair (en Yunnie verafgoodt Popski als militair), hij is óók iemand die altijd met zijn neus in de landkaarten zit terwijl de rest zin heeft in een lolletje, en iemand die bijvoorbeeld iedereen die na drie weken in Italië nog geen Italiaans spreekt onsterfelijk dom vindt. Nee, dan Yunnie, die zo twee bladzijden wijdt aan de misverstanden die je oproept als je een Italiaanse boerderij binnenkomt en Come sta zegt. Dan denken al die Italianen dat je Italiaans spreekt, en gaan ze Italiaans tegen je spreken. Dan duurt het wel even voordat ze doorhebben dat je verder helemaal geen Italiaans spreekt! Yunnie heeft door het beschrijven van zulke belevenissen waarschijnlijk meer rapport met de gemiddelde Britse lezer, die geen talenkenner is.

Maar bij één thema vond ook ik dat de minder intellectuele Yunnie zijn voordelen had, en dat is de liefde. Hij is getrouwd, maar erg lang van huis en komt in Italië veel mooie en willige meisjes tegen. Dat is interessant. Van Popski weet je alleen dat hij gescheiden is, en in zijn boek heb ik maar één reflectie gevonden over vrouwen en de gevoelens die mannen voor hen koesteren. Over Popski en de vrouwen een andere keer.

donderdag 11 december 2008

Mooie meisjes (2)

Deze kende u misschien niet:

Zowel leuke als vervelende dingen behoren geïsoleerd in je agenda te staan, zodat je je er op kunt concentreren en als je bezig bent met 't ene geen zorgen hoeft te maken over het andere. Ik wil best naar de verjaardag van Scheepmaker, maar dan wil ik niet eerst naar Drakesteyn.
Hij komt uit een stuk dat Fascistoïde drek heet en dat Karel van het Reve in 1973 schreef voor Propria Cures. U zult het - hoop ik voor u - te zijner tijd lezen in het Verzameld Werk. En het is er weer een waarvan je denkt, ik tenminste: "O ja. Zo is het." Soms denk je van die wijze woorden van VhR dat je ze al eens zelf hebt bedacht, meen je zelfs wel eens iets van die strekking tegen je vrouw gezegd te hebben. Maar nooit zo duidelijk en met zo'n doodeenvoudige maar complete verklaring en een leuk voorbeeld als bonus.

En zo was het gisteravond. Ik was één keer eerder in mijn leven naar een boekpresentatie geweest. Maar door een ongelukkig toeval moest ik op 10 december 2008 naar twee. De eerste was van het Verzameld Werk van KvhR en dus mijn feestje, de tweede een feestje van mijn vrouw, maar wij steunen elkaar nu eenmaal door dik en dun.

Over de presentatie, gisteren, van het Verzameld Werk en over het Verzameld Werk zelf is al veel gezegd, en zal nog nog veel meer gezegd worden. Hoogtepunten waren voor mij natuurlijk het ontmoeten van Ben, Alice, Ileen en Koen en het herontmoeten van vele anderen. De sprekers waren zoals je ze op een Karel van het Reve-avond mag verwachten. Iedereen weet hoe de meester sprak, weet ook dat dat niveau voor geen sterveling te halen is, maar weet gelukkig ook wat je níet moet doen. Geen vaagheden, niet langer spreken dan nodig, en vertel alsjeblieft niet alleen dingen die iedereen al weet. Dus had Lieneke Frerichs de hand weten te slaan op een geluidsfragment waarin Pavel Litvinov vertelde waarom Karel in tegenstelling tot andere journalisten zo'n steun was voor de dissidentenbeweging ("hij was buitengewoon moedig") en zich exact Karels rol herinnerde in het publiceren van het beroemde memorandum van Andrej Sacharov. En Ton van Brussel vertelde het prachtige verhaal over hoe Karel wel voor Elseviers Magazine wilde schrijven, als hij tenminste meer zou verdienen dan W.F. Hermans. Of nee: als hij evenveel géld zou krijgen als Hermans, maar daarbovenop ook het uitgeknipte kruiswoordraadsel uit de International Herald Tribune. Een verbijsterend handig idee. Laat Hermans maar onderhandelen, en wie zou Karel niet hetzelfde honorarium gunnen - en wie zou hem niet het plezier willen doen het kruiswoordraadsel uit te knippen?

Maar evengoed was het al snel half zeven en moesten we verder. Verder naar het Foam, waar een boek werd gepresenteerd dat Beyond Photography (nog geen link) heet en waar een heel ander soort gezelschap bijeen was. Ik schatte al snel dat elke aanwezige fotograaf goed was voor anderhalf keer zoveel subsidies als het hele Verzameld Werk van Van het Reve had gekregen - en nu ik daar nog eens over nadenk, denk ik dat ik daar zeer conservatief in ben geweest. De sprekers waren lang van stof en onbegrijpelijk. Ik wachtte het moment af dat ik desnoods op de wc zou kunnen gaan lezen, genoeg boeken in mijn tas - niet alleen het VW delen I en II, maar Jaap Blansjaer had me ook nog een exemplaar van Karel van het Reves zeldzame Apologie gegeven, waarvoor ik hem hierbij nog eens wil bedanken.

Maar één ding was op de tweede boekpresentatie beter dan op de eerste, en dat was de mooiemeisjessituatie. Of eigenlijk: er was een meisje dat ik zo mooi vond, dat ik me afvroeg: "Wat doet CARICE VAN HOUTEN hier?" Ik kon alleen niet op die naam komen. Wat ik werkelijk dacht was: "Wat doet die actrice, hoe heet ze, van, kom, hoe heet die film... Minoes hier?" En meteen daarna: "Maar dat getapte fotografenvolk doet net of het heel gewoon is dat ze daar staat, laat ik dat ook maar doen."

Wie schetst mijn verbazing toen ik een poosje later, de bar was intussen geopend en het was mij gelukt wijn te scoren, mijn vrouw met Minoes zag staan praten. Ik er toch maar bij komen. "Je herkent haar zeker wel hè," zegt mijn vrouw hulpvaardig. Ik schud Minoes de hand, ik denk "Nee, toch niet," en zeg "Ja, sorry, ik dacht dat je die actrice van Minoes was, vandaar dat ik..." maar toen bedacht ik dat ik niets compromitterends had gedaan.

Goed, ik heb dus een uur met Carice van Houten gepraat, so the evening wasn't a complete waste? Nee, het was haar niet. Het was het in fotografiekringen bekende model Paula, maar ze lijkt niet op haar foto's - en dat komt niet alleen omdat ze op die foto's nogal vreemd uitgedost is. In het echt lijkt ze dus op Carice, en als u het mij vraagt is ze zelfs mooier. De enige foto die wat mij betreft recht doet aan haar schoonheid plaats ik bij dit stuk. Ze is daarop 20 jaar. Haar vader, fotograaf Hendrik Kerstens, was opgevallen dat meisjes van die leeftijd erbij gaan staan of ze zwanger zijn, ook al zijn ze het niet. Paula heeft er ook het buikje naar. Is dit nu wat ze noemen een pot belly?

vrijdag 5 december 2008

Mooie meisjes

- Maar wat zei die recensent eigenlijk?
- "De foto’s blijven steken in een alledaagse esthetiek die maar niet wil betoveren."
- O.
- Ja. Anders dan haar eerdere werk, met zijn uitgesproken uitsnedes. Die leverden "boeiende beelden" op.
- You can't please them all. Anderen vonden die uitsnedes juist wat koel, esoterisch. Ik voor mij vind het juist wel leuk dat je nu af en toe een lichaam bij een gezicht ziet, en omgekeerd.
- Maar de recensent niet. Foto's van mooie meisjes maken is triviaal, dat kan iedereen, zegt hij zo ongeveer.
- (a) Dat is niet waar, want krijg ze maar eens voor de camera, en (b) Carla máákt ze mooi.
- Ze haalt al het mooie naar voren. Dat wel. Maar het zijn zeker geen dogs hoor, in het echt. En de recensent zegt dus dat een foto van een mooi meisje nog geen mooie foto hoeft te zijn.
- Nee, natuurlijk niet. Maar wil je een mooi portret maken, dan leg je jezelf een geweldige handicap op door een lelijk model te kiezen.
- Ah! Maar Carla zegt vaak dat ze dingen die in het algemeen niet mooi worden gevonden, en die tegenwoordig routinematig weggeretoucheerd worden, juist wél mooi vindt, en juist naar voren wil halen.
- O, ik snap het. De recensent maakt daarvan dat Carla lelijk mooi vindt, en vindt dat ze zich aan haar eigen regel (of althans, aan zijn vereenvoudigde voorstelling van die regel) had moeten houden door lelijke modellen te kiezen?
- Die indruk krijg ik. Dat had boeiende beelden opgeleverd.
- En nu is Carla ongelukkig?
- Eh... Ja.
- En jij bent, om met Koot en Bie te spreken, een verdomd belangrijke steun voor haar in deze pokketijden?
- En de koters natuurlijk? Dat hoop ik maar.
- Hebben we nog een dichtregeltje om haar op te beuren?
- Ik dacht aan Chvalu i klevetu priemli ravnodušno / I ne osparivaj glupca.
- Poesjkin! Eenvoudig maar waar. Als ik een poging tot vertaling mag wagen: Blijf onder lof en laster onbewogen / En discussieer niet met een dwaas.
- Sorry, maar daar klopt niet veel van. 'Lof' en 'laster' zitten erin, maar dat kan iedereen. En het metrum, tja, dat klopt wel, maar de eerste regel heeft een voet te weinig. En dat 'discussieer' klinkt wel erg lam. Niet een woord dat Poesjkin ooit zou gebruiken.
- Weet je, op die kritiek ga ik niet in. Hij glijdt van me af als water van een gans.

zaterdag 22 november 2008

Kunst, mooie vrouwen en... respect!

Vandaag voor het eerst in jaren weer naar de PAN geweest. Mijn vrouw gaat elk jaar, soms twee of drie keer, omdat ze veel van kunst weet, een goede smaak heeft en zich grondig wil informeren. Ik kon nooit goed tegen de sfeer en paste met plezier op de kinderen. Maar opeens had ik weer zin om mee te gaan en er was een oppas te vinden. Het viel niet tegen. Wat mij op is gevallen:

(1) Een gemêleerder publiek - terwijl het de openingsdag was, alleen voor genodigden. 60+'ers uit het Gooi waren er natuurlijk volop, maar ze domineerden niet. Opvallend veel gewone mensen, opvallend veel jonge mensen. Ik voelde me niet sjofel in mijn overhemd + jasje (maar geen stropdas) op nette spijkerbroek. (Zonet pas merkten we dat we dat er wel degelijk een gestreken nette broek in de kast lag, maar het gaf dus echt niet.)

(1b) Aantrekkelijke jonge vrouwen, op de stands en in het publiek. Het verschil tussen een aantrekkelijke jonge vrouw en een mooi schilderij is dat dat schilderij (tot op zekere hoogte natuurlijk) nog een haalbare optie is voor een "vieze oude man van boven de dertig". Maar dat neemt niet weg dat het erg plezierig is als je op zo'n beurs behalve mooie schilderijen ook aantrekkelijke jonge vrouwen ziet. Je bent je zaterdagmiddag niet op de verkeerde plaats aan het doorbrengen.

(2) Waar blijven ze die oude meesters toch vandaan halen? Ik was verbaasd over het aantal grote namen dat ik zag - Albert Cuyp, Jan Steen, Wouwerman, Aart van der Neer. Wel is het zo (gratis tip!) dat onder de "minor masters" veel moois te vinden is voor een fractie van de prijs. Soms zijn die stukken zelfs gewoon mooier. En in de toekomst zouden ze ook wel eens duurder kunnen worden, er zijn in de kunstgeschiedenis wel meer herwaarderingen geweest. Ga op uw smaak af, niet op de naam.

(3) We werden volstrekt serieus genomen. Mijn vrouw hoefde een stand met sieraden maar een kik te geven of ze kreeg een collier van amethisten omgehangen. Het stond haar prachtig, dat wel, maar we zouden geen moment overwegen het te kopen ("17.000, mevrouw"). Van een stilleven dat ik werkelijk mooi vond, zei de verkoper ongevraagd dat er wel iets van de vraagprijs (125.000) af zou kunnen. Misschien is het gewoon de crisis, zijn ze bang dat ze ermee blijven zitten en verbreden ze hun blik.

zaterdag 7 juni 2008

Artis en de meisjes

Dochter van negen wilde absoluut niet mee naar Artis. In het "nawoord" van haar werkstuk had ze nog geschreven: "Ik vind het ook leuk om vaker naar het vlinderpaviljoen in Artis te gaan om vlinders te bekijken." Maar ze wilde niet mee. Ook niet als we patat zouden gaan eten. Ook niet als de consequentie zou zijn dat haar zusje en broertje wel patat zouden eten en zij niet. En geen compensatie, of ze zou toevallig patat moeten krijgen bij het vriendinnetje waar ik haar uiteindelijk dumpte (wat niet gebeurde).

Met dochter van zeven en zoon van vijf dan maar. En het moet gezegd worden: die dieren, ik kan er best even naar kijken, maar met een jaarkaart worden ze niet interessanter. En wat ik als "vieze oude man van boven de dertig" ook vervelend aan Artis vind: er komen geen mooie meisjes. He did not mean to say that there were no pretty women, but the number of the plain was out of all proportion. (Lees hier het boek of koop de film.) Dik, en de Nederlandse getatoeëerd, de allochtoonse vermoeid en de toeristes in tenues die ze thuis niet zouden dragen.

Evengoed, het was niet helemaal verloren tijd. In het restaurant was het rustig (iedereen wilde buiten zitten, maar hoeveel licht en warmte kun je op een middag hebben?) en ik leerde (dat is weer het voordeel van die jaarkaart, je leert toch elke keer weer iets), dat je het kleinste zeeleeuwtje achter de ruit echt eindeloos kunt bezighouden met een twee-eurostuk, wat je status als vader verhoogt - het nijlpaard haar bek open laten doen en de gibbons een hand geven kon ik al.

Maar het gebrek aan mooie meisjes bracht me wel tot een inzicht. Mooie meisjes weten waar ze moeten zijn, en vooral waar ze niet moeten zijn. Daarom gaat mijn vrouw al nooit met plezier naar Artis. Daarom gaat mijn dochter van negen nu liever niet.

vrijdag 28 maart 2008

Sint-Petersburg geen lid van Global Village

H.J.A. Hofland in de NRC van vandaag:

"Hoe lang geleden is de uitdrukking global village verzonnen? Nog door Michael Gorbatsjov, geloof ik, in het laatste jaar van de Koude Oorlog, toen de muren van de oude machtsblokken begonnen te scheuren en internet, de electronic highway genoemd, in zijn vroegste fase was."
Au au au au au, zoiets zoek je toch snel even op, of schrijft Hofland op een computer zonder internetverbinding? Maar misschien zou ik dit niet gemerkt hebben als ik niet net een week geleden, bijna even gefascineerd als twintig jaar eerder, in Less Than One had zitten lezen. Ah, Joseph Brodsky! Maar was je dat boek niet kwijt?

Niet helemaal. Na het schrijven van dat eerdere stukje bedacht ik dat ik het had uitgeleend aan de mooiste Russin die ik ken. Ik wil hier tactvol in het midden laten of ze daarmee ook meteen de mooiste vrouw is die ik ken, maar ze was op mijn bruiloft en toen een tante die mijn vrouw nog niet eerder had gezien vroeg "En wie is nou eigenlijk je vrouw, Wouter... Oh, laat me raden, zij natuurlijk!", op voornoemde Russin wijzend, toen voelde ik dat onwillekeurig als een compliment.

Evengoed wil ik dat boek wel graag terug, al was het maar omdat Brodsky zelf er een opdracht in geschreven heeft. Maar ik heb intussen nog iets beters: een eerste druk uit de bibliotheek van Karel van het Reve. En bij het lezen trof me die uitdrukking "global village":
"If anything, Comrade Lenin deserves his monuments here for sparing St. Petersburg both ignoble membership in the global village and the shame of becoming the seat of his government: in 1918 he moved the capital of Russia back to Moscow."
Van het Reve zette naast deze passage, op bladzijde 85, een streepje. Op het schutblad staat als een van de meer dan dertig leesaantekeningen: "85 Lenin redder v Спб". Dat laatste zou je in latijnse letters als Spb kunnen schrijven, maar dat gaat minder lekker.

vrijdag 21 maart 2008

Basketballers

Hadewych Minis zegt in het Parool van afgelopen zaterdag dat ze van basketballers houdt:

"Als ik iets aantrekkelijk vind, zijn het wel lange donkere mannen die met een basketbal in de weer gaan. Ik heb ook een grote liefde voor jarentachtigfilms. Ik weet niet wat het is, maar er waren heel veel films met basketballers."
Dat zet mij wel even aan het denken. Ik begrijp precies wat ze bedoelt, maar welke films kunnen dat geweest zijn? Een IMDB PowerSearch biedt raad: zoek op trefwoord 'basketball' en kies het juiste decennium.

De meeste van de 63 gevonden titels zijn zo obscuur dat ook Hadewych, die ongetwijfeld meer films gezien heeft dan ik, ze waarschijnlijk niet kent. Airplane staat erbij - natuurlijk, met de echte Kareem Abdul-Jabbar. Erg leuk, maar niet wat Hadewych en ik bedoelen, al was het maar omdat er niet in gebasketbald wordt. Blijven over tienerfilms als Porky's en The Breakfast Club. Episodes van tv-series ook, waaraan ik overigens nog Happy Days zou willen toevoegen - begon in 1974, maar liep door tot 1984. Maar die bedoelen we niet, geen donkere mannen en niet de juiste sfeer.

Maar... Hadewych is nog jong, en kan allicht de jaren tachtig en de jaren zeventig verwarren. Misschien bedoelt ze deze, en als ze hem niet kent wil ze hem vast zien: The Gambler uit 1974. Klopt gewoon. Toch een beter decennium, de jaren zeventig.

Hadewych vervolgt trouwens:
"Sowieso heb ik iets met groepen mannen. Zodra mannen in een groep voorbij lopen, doet me dat toch meer dan wanneer een man alleen voorbij loopt. Dat straalt een soort seksuele kracht uit."
Dat lijkt me een truism, al heb ik het natuurlijk met groepen meisjes, en zou ik het dan eerder hongerigheid noemen dan seksuele kracht. Hockeyen is niet waar het ons echt om te doen is. Of zoals het in die typische jarentachtigfilm Up the creek nog directer werd verwoord: "We're here to get laid".

dinsdag 4 maart 2008

Ga er maar aan staan

Vooruit, een stukje van 350 woorden over het werk van mijn vrouw. De opdrachtgever vraagt voorzichtig of er iets over het pictorialisme in kan - blijkbaar vinden ze dat mijn vrouws werk in die traditie past. Maar na enig beraad besluiten we dat dat ten onrechte is. Want mijn vrouw doet iets heel anders dan die gasten die schilderijen imiteerden. Ze schildert zélf, niet met penseel en verf, maar met camera en afdrukmachine. Ze kiest haar modellen zoals Botticelli ze gekozen zou hebben. En ze fotografeert ze zoals hij ze geschilderd zou hebben: de houding bedenkend, maar het model niet mooier makend dan ze is. Wel haalt ze alle schoonheid eruit die erin zit.

Maar ja, 350 woorden hè? En wat ik vergat er bij te zeggen: voor Fransen, want Fransen houden van haar. Ze hebben alleen sinds een paar honderd jaar hun waardering voor duidelijk schrijven verloren.

zaterdag 15 december 2007

Cherchez la femme

Stel: u heeft gelezen (in Vrij Nederland, enkele maanden geleden) dat kinderen bij het leren fietsen geen "hulpwieltjes" moeten hebben. Want met hulpwieltjes heb je geen noodzaak om te leren evenwicht houden. En om het evenwicht houden draait het. Kan je eenmaal evenwicht houden, dan komt de rest (het je trappend voortbewegen) vanzelf. De ontdekker, een Delftse "professor in de fiets" om Koot en Bie te parafraseren, had zijn oudste twee kinderen nog leren fietsen op een fiets met hulpwieltjes, maar haalde toen hij dit inzicht kreeg niet alleen de hulpwieltjes, maar ook de trappers van de fiets van zijn jongste. Zo had die een soort loopfietsje. Nadat hij in een mum van tijd doorhad hoe hij met beide voetjes van de grond kon uitrijden, zette de professor en trappers er weer op, en het jongetje fietste.

Stel verder: u heeft een zoontje van vier dat een fietsje met hulpwieltjes heeft, en wat hij erop doet lijkt nog absoluut niet op fietsen. Hij gebruikt zijn fietsje als driewieler. Dat schiet niet op.

Wat doet u nu?

(1) U ziet in dat deze ontdekking geniaal is haalt de hulpwieltjes en de trappers van het fietsje van uw kind.

(2) U zegt: wat een flauwekul. Iedereen gebruikt hulpwieltjes. Ja, grappig idee hoor, van die trappers eraf halen, maar als dat echt voor iedereen werkte hadden we allang allemaal op die manier leren fietsen.

(3) Als (1), maar u weet dat de trappers van een fiets halen nog best een lastige operatie is. Vooral van kinderfietsjes, die door hun vreemde proporties nog veel lastiger uit elkaar te halen zijn dan grotemensenfietsen. En mocht er eens een onderdeeltje stukgaan, dan is dat natuurlijk niet te vervangen, want die fietsjes worden ongetwijfeld in China vervaardigd uit speciaal gemaakte onderdelen die nooit bij uw fietsenhandel te vinden zullen zijn. Er is dus een kans dat u de trappers niet meer gemonteerd krijgt. Dus u voelt zich verplicht het aan uw vrouw voor te leggen. U brengt het zo enthousiast als u kunt. Maar u weet het antwoord al.

dinsdag 1 augustus 2006

Russisch ophalen

We hebben een Russin te logeren. Dat betekent dat ik voor het eerst in jaren weer meer dan drie zinnen achter elkaar Russisch spreek. Over het algemeen ben ik blij met wat ik heb onthouden. Naamvalsuitgangen, blijkt maar weer eens, kan je op een moment niet meer vergeten. (Het moeten natuurlijk wel vormen zijn die je ooit beheerst hebt; sorok, veertig, verbuigen is wat mij betreft altijd een circusnummer geweest. Gelukkig moet je wel heel veel Russisch spreken om dat ooit te hoeven doen). Het vinden van de juiste woorden is een stuk moeilijker. Ik merk dat ik voor simpelere werkwoorden kies dan ik vroeger gedaan zou hebben. Woorden voor gewone dingen weet ik soms wel, soms niet. Het onmogelijke prostynja (laken, klemtoon op de laatste lettergreep) komt er zo uit. Maar katsjel' (schommel) was ik compleet vergeten.

Omdat het een leuke Russin is, moet ik helaas grapjes maken. Zoontje van drie grist terwijl ik de tassen nog uit de auto wil halen de sleutels uit mijn hand om te proberen de deur te openen. "Sam i srazu, eto ego filosofija v dvuch slovach," zeg ik: "zelf en meteen, dat is in twee woorden zijn filosofie." Het is geen grapje dat ik in het Nederlands zou maken. Te bot, en bovendien is het duidelijk dat ik het noodgedwongen kort moet houden.

Maar het is ook een poging tot Russische humor. Dat altijd maar ter sprake brengen van filosofie (of desnoods alleen het woord "filosofie"), het combineren van diepzinnigheid en platheid: "Is zo'n restaurant niks voor jou?" vroeg G. tijdens het eten aan een Russische zakenpartner. "Nje-a," antwoordde deze. "Voordat je zo'n bord oecha op tafel hebt... En dan verdien je daar maar vijf cent op. Ieder mens heeft zijn roeping." En vervolgens, met een Poetin-lachje: "Mijn roeping is snel en veel."

(Poetin zelf kan trouwens zeer ad rem zijn: tijdens het eerste bezoek van George Bush aan Rusland werd hun beiden op een persconferentie gevraagd wat ze van de brain drain, het verschijnsel dat hoogopgeleide Russen zodra ze de kans krijgen naar het buitenland - meestal Amerika - vertrekken, vonden. Bush keek uiteraard of hij het in Keulen hoorde donderen. Poetin reageerde intussen elegant met "Als ik voor ons samen mag antwoorden: ik ben ertegen, George is ervoor.")

Ik vertel onze logée dat ik tijdens de afgelopen hittegolf maar weer eens Een dag van Ivan Denisovitsj heb opgenomen, in lijn met het halfzachte advies dat je, omdat temperatuur tussen de oren zit, gewoon aan de winter moet denken. Ik heb dat verhaal nooit uitgekregen zeg ik, want ik wil graag alles begrijpen. Maar af en toe begrijp ik zelfs hele zinnen niet. Dat schiet niet op. "Kosjmar," zegt ze, "Solzjenitsyn schrijft expres zo moeilijk, daar lezen wij overheen." Ik laat me niet kennen. Als ik het uit heb kom ik er uitgebreid op terug.

zaterdag 4 maart 2006

Opschrift

Met een dochtertje voor en een dochtertje achter op de fiets sluit ik achteraan in de rij voor de giromaat. Een jongeman in een trainingspak met het grote opschrift "Fuck Off, You Fucking Fuck" komt aanlopen en loopt direct naar de giromaat, die net vrijkomt. Hij had het beter gezien dan ik: de man voor mij wachtte alleen maar op zijn vrouw, er was helemaal geen rij. Tegen mijn gewoonte in zeg ik tegen de jongeman: "Wil jij misschien eerst? Ik zie dat je haast hebt. En het líjkt misschien wel of mijn dochtertjes het koud hebben en naar huis willen, maar dat is helemaal niet zo! Ze vinden het juist prettig om te wachten tot jij klaar bent!" Jongeman: "Oh, bedankt." Ik: "Graag gedaan."

Zo ging het echt, behalve dan dat gesprek. Ik ben niet ad rem, zal zeker in het bijzijn van mijn dochtertjes conflicten vermijden, en was zelf niet handig genoeg om de situatie goed in te schatten. En ik raakte in gepeins verzonken. O tsjom ty zadoemalsja, "Waar peins je over", vroegen Russische vrienden mij vaak, en gelijk hadden ze, ik doe dat. Wie koopt zo'n trainingspak? Wie bedenkt het? Welke ondernemer durft het op de markt te brengen, ongetwijfeld tegen het advies van zijn vrouw in? Een betere, visionairdere ondernemer dan ik, als ik iets tegen het advies van mijn vrouw in doe zijn de gevolgen niet te overzien.

Verder leek het me een aardige jongen die niet te hard aangepakt moest worden, trainingspak met opschrift of niet.