Al twee dagen kan ik het verhaal over dit arme kind maar niet uit mijn hoofd zetten. Een meisje wordt veertien keer verkracht. Zeven van de verkrachters worden tot gevangenisstraffen van één tot vijf jaar veroordeeld. Maar een flinke meerderheid van de wereldbevolking acht verkrachte vrouwen schuldig aan het geven van aanleiding. Zo ook in Saoedi-Arabië, waar dit gebeurde. Daar werd het de rechter wel heel makkelijk gemaakt, want dit meisje had zich niet gehouden aan een wet die ongetwijfeld goed bedoeld is, namelijk om te voorkomen dat mannen zich, door het dolle van seksuele nood, aan alleenstaande vrouwen zullen vergrijpen: ze bevond zich op het moment dat ze werd overmeesterd in de auto van een niet-verwante man. Met een pervers gevoel van rechtvaardigheid werd zij veroordeeld tot negentig zweepslagen.
Ik heb de afgelopen twee dagen met andere ogen naar mijn dochtertje van acht gekeken. Ze is veilig natuurlijk, hier, bij ons. Ik ben niet echt bang dat ze ooit zulke erge dingen zal meemaken. Maar normaliter heb je allemaal mechanismen om naar nieuws weg te drukken. Dat is menselijk, het leven gaat door en niemand is erbij gebaat als jij je door het leed van anderen laat deprimeren. Zolang je niet vlak voor het naar bed gaan naar het nieuws kijkt hoef je er geen slapeloze nachten van te hebben. Die mechanismen lijken nu gedeeltelijk uitgeschakeld.
Als ik mijn dochtertje zie denk ik altijd: ik wil dat ze gelukkig is. En dat ze nooit pijn heeft. En dan komen sinds twee dagen steeds die zweepslagen in beeld. Niet eens het feit dat dat meisje in Saoedi-Arabië nog eens gestraft wordt na wat haar is overkomen. Dat kan ik met de nodige moeite nog wegrationaliseren (niet goedpraten, natuurlijk): "Barbaren nu eenmaal, hè? Zo gaat dat daar." Maar juist die zweepslagen. Die blijven.
Mijn dochtertje had pas op school bij het spelen een elastiekje tegen haar wang gekregen. Bloed, klein blutsje. Mijn vrouw en ik in paniek: gaat dit over? Geneest dit echt helemaal?
Ik weet niet wat voor een zweep ze in Saoedi-Arabië gebruiken (in het oude Rusland werd de knoet gebruikt, een zweep waarvan je niet meer dan dertig slagen overleefde), hoe hard ze slaan, waar ze slaan, of het op de blote huid is. Maar negentig. Je blijft littekens hebben, je blijft het je leven lang voelen, dat kan niet anders.
De straf is nog niet uitgevoerd, maar de vooruitzichten zijn weinig hoopvol. De eerste verrassing in het proces is de uitkomst van het hoger beroep, dat blijkbaar in beide zaken tegelijk heeft gediend: de verkrachters zagen hun straffen verdubbeld (uitstekend natuurlijk, al staat het qua signaalwerking nog steeds 1-0 voor Iran), maar het meisje kreeg meer dan dat: een half jaar gevangenis en tweehonderd (200) zweepslagen. De rechter was namelijk boos dat ze de zaak naar buiten had gebracht, en de wijsheid van het Saoedische recht in twijfel had getrokken.
zaterdag 17 november 2007
Zweepslagen
Gepost door
Wouter van den Berg
op
15:13
3
reacties
Labels: Actualiteit, Islam, Kinderen, Recht, Straf
maandag 12 november 2007
Rechten zonder plichten
Het is alweer een hele tijd geleden dat een Amerikaanse president de mensen durfde voor te houden dat ze niet moesten vragen wat Amerika voor hen kon doen, maar wat zij voor Amerika konden doen. You've got to hand it to the man, wat je verder ook op hem tegen kan hebben (en dat is nog veel meer dan ik al dacht, de lectuur van Dallek is fascinerend). Zo'n positieve manier om erop te wijzen dat mensen niet alleen rechten maar ook plichten hebben is daarvoor of daarna niet meer vertoond. En in Nederland zijn we er wel erg ver van afgedwaald. Ondanks de terugkeer van de normen en waarden is het nog steeds normaal dat politici, van welke signatuur ook, de burger op zijn slachtofferschap wijzen, en stemmen hopen te winnen door te beloven aan die misstand een eind te maken.
Terwijl het best uit te leggen is. Als jij ergens recht op hebt, betekent dat dat iemand anders iets voor je moet doen. Opstaan in de tram. Belasting betalen. Stoppen met vieze uitlaatgassen uitstoten. Die mensen die die dingen voor je doen, hebben allemaal plichten. Misschien heb jij dus ook wel een paar plichten, slapjanus! Dus niet gaan jammeren als je eens iets moet. Sterker nog, wees er trots op dat je ook niet altijd maar aan de rechten-kant staat. Wees stoer, betaal belasting. Maar geen politicus zegt dat. (Al denk ik, eerlijk is eerlijk, dat Plasterk het zou kunnen, en Rouvoet ook. Maar hun adviseurs zullen het hun dringend afraden.)
In de Sint-Maartenvieringen zit een patroon, de laatste jaren. Zelden werd het wel-rechten-geen-plichtenmotto zo cynisch nageleefd. Grote meutes kinderen doen hun rondes zonder lampion (die moet je kopen of maken, maar dat is voor deze kleine slachtoffers uiteraard te veel gevraagd), zonder liedjes te zingen, zonder ook maar de illusie te geven dat het ze om de gezelligheid te doen is. "Heb je geen snoep?" krijg je te horen als je doosjes rozijnen of mandarijntjes geeft. "M'n zusje moet ook," als je maar één mandarijntje geeft.
Voor de zekerheid, dit zijn niet alleen Marokkaantjes, die misschien toevallig te weinig zijn voorgelicht over hun kant van de vergelijking, Sint-Maarten-wise. Hoewel... Laat ik iets anders vertellen. Dit speelde toen we nog in een buurt woonden waar wij zo ongeveer de enige autochtonen waren. Marokkaans meisje komt aan de deur, vraagt of ik een bijdrage wil geven voor de moslims in Bosnië. Waarom niet, want de moslims in Bosnië hadden het moeilijk toen. Of eigenlijk, waarom wel, want een week geleden was datzelfde meisje ook al aan de deur, en ook toen was ze haar lijstje en envelopje van school vergeten. Met de nodige moeite overtuig ik haar daarvan. Vraagt het meisje: "Kent u misschien meer Nederlanders hier in de buurt?" Want de Marokkaanse geloofsgenoten gaven niet zo gul. Ik kan veel hebben, maar als ik in mijn eigen land als een naïeve sukkel wordt beschouwd, voel ik me ook wel een beetje slachtoffer.
Gepost door
Wouter van den Berg
op
22:52
1 reacties
Labels: Cultuurverschil, Islam, John F. Kennedy, Politiek, Religie
zondag 11 november 2007
JFK en de kanonnen van augustus
Toen ik 18 werd kreeg ik van mijn vader drie boeken cadeau: The Old Man and the Sea van Ernest Hemingway, Opperlandse Taal en Letterkunde van Battus en Barbara Tuchman's The Guns of August. "Een vreemde combinatie," moet de verkoper van boekhandel Michon in Enschede tegen hem gezegd hebben. "Het zijn alledrie klassiekers," antwoordde mijn vader.
(Twee vragen die buiten dit stukje vallen werpen zich onmiddellijk op: (1) zouden er in andere branches dan de boekerij even bemoeizuchtige verkopers zijn? Die vraag kan ik onmogelijk beantwoorden, omdat ik zelden in andere winkels kom. Ja, in de supermarkt, maar daar gedragen de meisjes zich keurig, welke uitzinnige combinaties je ook op de band zet. En (2): wat is er geworden van Boekhandel Michon? Antwoord: dat is nu Yogacentrum Michon. The writing was on the wall, toen al, begin jaren '80, met etalages gewijd aan Fritjof Capra en De Dansende Woe-Li Meesters, maar jammer is het wel.)
Hoe is het met die drie boeken gegaan? The Old Man and the Sea heb ik gelezen, nooit herlezen, maar er zijn fragmenten blijven hangen. De Opperlandse Taal en Letterkunde heb ik criss-cross helemaal uitgelezen, en vele stukken meermaals. Helaas heb ik het ooit uitgeleend aan een Russische vriend met een geweldig gevoel voor de Nederlandse taal - die vriend heb ik voor het laatst gezien toen ik op 9 januari 1997 trouwde en het leek me toen geen goed moment het boek terug te vragen. Maar, Sacha Rousanovski, als je jezelf googelt: mail me! Een kwijtgeraakt boek koop ik niet opnieuw. Wel kocht ik onlangs Opperlans! maar dat heeft voor mij niet de magie die Opperlandse Taal- en Letterkunde had.
Maar dan The Guns of August. Het gaat over de aanloop tot en het begin van de Eerste Wereldoorlog, wanneer een diplomatieke rel door een complex van bondgenootschappelijke verplichtingen, misplaatst eergevoel en, achteraf gezien, onvoorstelbare beoordelingsfouten uitdraait op de massaslachtingen van de loopgraven.
Ik heb van dat boek ondanks herhaalde pogingen maar enkele tientallen bladzijden gelezen. Voor de duidelijkheid, collega-historici: ik heb niets tegen mevrouw Tuchman of haar opvattingen over geschiedschrijving. Ik ben vóór de geschiedenis als verslag van de beslissingen van grote mannen en de desastreuze gevolgen daarvan, ik ben vóór waardeoordelen en ik vind vooral ook dat je lessen uit de geschiedenis mag trekken - al ben ik de eerste om te erkennen dat dat razend moeilijk is. Maar dit boek heeft me nooit bij de les kunnen houden. Te veel details, te veel clichématige beschrijvingen.
Ik heb lang gedacht dat Tuchman door een stroke of luck ooit die Pulitzer Prize had gewonnen, en dat vervolgens velen haar boek hadden gekocht, en het daarom herdruk na herdruk beleefde, maar dat niemand het ook echt las. Maar nu moet ik op gezag van biograaf Robert Dallek aannemen dat niemand minder dan president Kennedy The Guns of August las, en zijn ministers aanraadde hetzelfde te doen. In het boek zouden twee diplomaten na de Eerste Wereldoorlog tegen elkaar zeggen:
- "How did it all happen?"Om te zorgen dat na een eventuele Derde Wereldoorlog de overlevenden wél zouden weten "how this all happened", besloot Kennedy tot het installeren van microfoons en bandrecorders in het Witte Huis.
- "Ah, if only we knew."
Ik heb vandaag enkele uren besteed aan het vinden van dat citaat en ik zal er nog enige tijd insteken - op die manier pik ik toch nog wat mee van het boek. Maar eerlijk gezegd heb ik er een hard hoofd in. Ik vraag me zelfs af of Kennedy die hele Guns of August wel gelezen heeft. Het citaat past niet in het boek, maar zou bijvoorbeeld wel uitstekend passen in bijvoorbeeld een televisie-interview met Tuchman uit die tijd. Waarom heeft u dit boek geschreven, mevrouw Tuchman? "Well, after the Great War was over, two diplomats met..." Ik denk eigenlijk dat het zo zit. Tenzij iemand me het citaat aanwijst.
Gepost door
Wouter van den Berg
op
21:48
0
reacties
Labels: Barbara Tuchman, Boeken, Geschiedenis, John F. Kennedy, Oorlog, Presidenten
zaterdag 10 november 2007
Circle of Lucas Cranach II

Niet meteen denken: het gaat zeker goed in de vertaalbranche! Wij vinden het nu eenmaal leuk om af en toe eens naar de kijkdag van een veiling te gaan, en dan is het extra spannend om te kijken naar dingen die je zou kúnnen kopen, mits je je prioriteiten bijstelde. Deze weirdie valt niet in die categorie, maar ik vond hem fascinerend genoeg om er langer bij stil te staan. Dit staat in de catalogus van Christies:
The subject 'Christ suffering the Children to come unto Him' is mentioned three times in the records of Elector John Frederick the Magnanimous (1503-1554) who was one of the main patrons of Cranach II and his studio. Various compositions exist depicting the figures, three-quarter-length, with Christ in the middle surrounded by the children and their mothers. The present composition appears to be another variation on this popular subject.Het is dus geen topstuk. Allereerst komt dit dus slechts uit het atelier van Lucas Cranach de Jongere, is het niet van hemzelf, laat staan van zijn beroemdere vader. En dit was dus blijkbaar een soort lopende-bandwerk, om de keurvorst tevreden te houden. Het is ook onevenwichtig, met die apostelen links en het voorhoofd rechts. Verder hebben wij thuis niets met Jezus, en je kunt hem, dat is de package-deal die je met echte kunst hebt, ook niet wegshoppen.
Maar die meisjesgezichten zijn zo prachtig ontroerend. Vooral dat ene direct rechts van Jezus. Maar ook dat eronder, met die ogen die op ongelijke hoogte lijken te zitten. Is ze een beetje onnozel, of was de schilder niet handig? En dan die blote borst van het meisje rechts op de voorgrond. Hoe haalt ze die tevoorschijn? Was dit zestiende-eeuwse voedingskleding? Maar het meisje links draagt praktisch dezelfde kleren, en er is geen teken dat dat doorschijnstukje open kan. De expert die wij ernaar vroegen denkt dan ook dat dit een schildersfantasie is.
De richtprijs is 20.000 tot 30.000 euro. Maar als u nu ook gaat kijken, en ervoor staand de mindere elementen benadrukt, maar natuurlijk niet weer zo nadrukkelijk dat het opvalt - dan denken anderen misschien "mwah", en kunt u het op 14 november voor minder meenemen.
vrijdag 2 november 2007
Uw kapelaan
Ben Hoogeboom, bekend van het blog Ben liegt nooit! heeft gisteren vriend en vijand verrast met Uw Kapelaan, een project waaraan hij zelf denkt jaren bezig te zullen blijven.
Ben heeft een personage geschapen dat zich, net als de echte Ben deed in Ben liegt nooit!, voorstelt met een rij boektitels - toon mij uw boekenkast en ik zeg u wie u bent - waarvan sommige in de buurt komen van Reve's klassieke Zelf kamperen. Om het compleet te maken heeft ook Bens Blogger-profiel wat aanpassingen moeten ondergaan: de barokcomponisten die er al waren zijn nu aangevuld met "moderne beatmuziek". De Kapelaan schrijft intussen over van alles en nog wat: heiligen, jongerencultuur en, mijn persoonlijke favoriet, de vraag of we met de ruimtetelescoop ons rentmeesterschap op deze aarde verbeuren (het antwoord is nee).
Wat moeilijk zal worden: blijft de Kapelaan ons aanspreken? Hoeveel pastiche kunnen we aan? Koot en Bie lieten niet voor niets hun typetjes na verloop van tijd weer verdwijnen, en met Bens productiviteit zou de vermoeidheid al snel kunnen intreden. De oplossing zal moeten zijn dat de Kapelaan toch nog zoveel redelijkheid meekrijgt dat we ons oprecht op zijn mening gaan verheugen.
Als het Ben gaat lukken zijn alter ego genoeg echte en interessante ideeën mee te geven, lost hij daar misschien een nog grotere moeilijkheid mee op: kan hij het zélf volhouden een rol te blijven spelen? Het lijkt me zwaar voor iemand die zo eerlijk is. We zullen het zien. Maar het maakt niet uit. Als dit project mislukt, zal het een glorieuze mislukking zijn, en gaat Ben hopelijk weer de stukjes schrijven waar we hem van kenden.
Gepost door
Wouter van den Berg
op
21:56
6
reacties
Labels: Ben Hoogeboom, Uw Kapelaan
maandag 29 oktober 2007
Droom en wetenschap
Afgelopen nacht droomde ik dat ik eindelijk wist waar Jimmy Jazz van The Clash over ging, een liedje dat ik al 27 jaar zeker een keer per week en vaak wekenlang dagelijks in mijn hoofd zing. Het is niet vreemd dat ik het nooit begrepen heb - probeert u er maar eens chocola van te maken. Het is een tekst die het van de muziek moet hebben, en van de voordracht.
Pas toen ik vanochtend om half tien op de fiets naar mijn kantoor zat wist ik zeker dat mijn gedroomde uitleg nergens op sloeg. Daar had ik de research die ik net voor de vorige alinea heb gedaan niet voor nodig.
Waarom zo'n vertrouwen in een droom dat ik hem de eerste uren na het opstaan nog serieus nam?
Allereerst: het gebeurt me wel eens dat ik plotseling een oplossing heb voor een probleem dat me jarenlang heeft beziggehouden. Vaak is dit een probleem op het gebied van songteksten. Dat zingen van mij, al dan niet in mijn hoofd, is eigenlijk op een kinderlijke manier reproduceren, de dichtstbijzijnde bekende woorden nemend, vaak zonder verder dan één couplet te komen. Jimmy Jazz gaat vaak ongemerkt over in de The Guns of Brixton. Als ik me door een toevalligheid eens in zo'n liedje verdiep, begrijp ik het soms ineens wel. En zo'n toevalligheid zóu een droom kunnen zijn.
Verder ben ik niet kinderachtig op het gebied van dromen. Ik heb altijd geloof gehecht aan het verhaal dat August Kekulé, de ontdekker van de ringstructuur van benzeen, die structuur in een droom had gezien. Zolang je maar niet een complete oplossing verwacht, je zou toch tenminste op een idee kunnen komen. Kekulé zal ook niet tijdens zijn droom hebben de bijbehorende berekeningen correct hebben uitgevoerd. Hij zag die ring, en die zette hem op het juiste spoor. (Ik vind nu pas dat het slechts een Halbtraum, een dagdroom was.)
Tenslotte was mijn droom misschien iets meer "lucide" geworden dan mijn dromen normaalgesproken zijn, en dat zou kunnen komen doordat ik gisteravond nog een interessant stuk over slaap had gelezen in de Wetenschapsbijlage van de NRC van afgelopen zaterdag.
Met dat stuk was trouwens iets raars aan de hand. Of eigenlijk met een kadertje in dat stuk over de effecten van slapeloosheid. Daarin werd gerefereerd aan de ervaringen van een martelaar (in de betekenis van: iemand die martelt, in dit geval een bewaker die gevangenen wakker hield door ze verschrikkelijk te schoppen als ze in slaap vielen). Dat roept toch ethische vragen op, lijkt me. Nu ben ik een makkelijke jongen. Je mag van mij alle nuttige informatie gebruiken, zelfs al is de verstrekker er op een weerzinwekkende manier aangekomen. Maar je hebt als onderzoeker toch wat uit te leggen. Ik denk dat de NRC niet zo gauw Josef Mengele zou citeren, als die iets interessants zou hebben ontdekt over erfelijkheid.
Gepost door
Wouter van den Berg
op
22:53
0
reacties
vrijdag 26 oktober 2007
Doodstraf
Tot mijn verbazing merk ik dat ik niet meer tegen de doodstraf ben. Nou ja, niet echt meer. "Wie zijn wij, dat we een ander zouden mogen doden," vond ik altijd. Dat is een wat wat Bijbelse verwoording van mijn overtuiging dat wraak nemen fout is, en vooral op iemand die weerloos is geworden - wat hij ook gedaan heeft. De kindermoordenaar is misschien de lowest form of life (mijn voorkeur gaat wat dat betreft overigens uit naar de vrouwenhandelaar, die uit berekening levens verwoest), maar ik heb nooit kunnen meevoelen met de massa die hem in handen krijgt.
Mijn afschuw van groepen die lijken te genieten van hun eigen haat ("All right, let's get some food!" zegt in de verbijsterende documentaire over de Little Rascals Day Care Center case de moeder van een van de vermeende slachtoffers (fantasierijk ventje), nadat ouders en kinderen de vermeende dader die tot twaalf keer levenslang is veroordeeld en gevankelijk wordt weggevoerd voor de laatste keer goed hebben uitgejoeld) - dat was de eigenlijke oorzaak van mijn afkeer van de doodstraf. Want de heksenjagers, de lynchmobs, zijn voor, en ik wil niet dat hun bloeddorstigheid bevredigd wordt.
En ik moet zeggen, ik respecteer dat gevoel bij mezelf. Zou er in Nederland een referendum worden gehouden over herinvoeren van de doodstraf, dan zou ik alleen al om dat gevoel beslist tegen stemmen, want ik huil niet met de wolven mee en als ik mijn kinderen één ding wil meegeven, is het dat.
Maar het klopt natuurlijk niet. Als iemand écht te slecht is om vrij rond te lopen, zijn er maar twee mogelijkheden: levenslang opsluiten of doden. Levenslang opsluiten heeft mijn voorkeur, maar lijkt me in wezen niet minder barbaars dan doden. Ik kan de keus voor doden begrijpen, al blijft het enige écht goede argument tegen de doodstraf, namelijk dat je een onterechte veroordeling niet meer kunt goedmaken, geldig.
Dit alles naar aanleiding van de film Capote. Twee mannen waar je geen enkele sympathie mee hoeft te hebben vermoorden een heel gezin. Ze worden ter dood veroordeeld. Truman Capote (een schitterende rol van Philip Seymour Hoffman), die wil schrijven over de moord, zorgt dat de mannen alsnog een goede advocaat krijgen - om tijd te winnen, want hij heeft nog veel met ze te bespreken. De suggestie in de film is dat ze uiteindelijk opgehangen worden als Capote geen zin meer heeft om het nog langer te rekken. In een briefje schrijft hij dat hij ondanks verwoede pogingen geen nieuwe advocaat heeft kunnen vinden die hen voor het Hooggerechtshof kan bijstaan - maar hij heeft niets gedaan (Capote's genante leugens zijn een rode draad in de film). Hun dood is onontkoombaar, en doet de kijker uiteindelijk niets.
Gepost door
Wouter van den Berg
op
00:18
2
reacties
maandag 22 oktober 2007
The Apartment
Als ik behalve naar de Albert Heijn ook even naar de videotheek wil, zeg ik dat meestal tegen mijn vrouw. Dan weet ze dat het drie kwartier kan gaan duren. Als ze me vraagt of ik ook een film mee wil nemen die zij leuk vindt, wordt het langer, want zo'n film moet goed aflopen (en dan écht goed, dat bijvoorbeeld de hoofdpersonen blijven leven is op zich nog niet genoeg) en dan moet ik in de deprimerende afdeling Komedie gaan kijken. Maar daar bleek dus wel mooi de klassieker The Apartment te staan.
Ik had nog even een angstig moment: de film wordt gedragen door Jack Lemmon. En nu weet ik nooit aan wie van de twee uit Some Like it Hot mijn vrouw nu een hekel had: aan Jack Lemmon of aan Tony Curtis. Maar gelukkig bleek dat Tony Curtis te zijn.
The Apartment begint helaas met een schoonheidsfoutje. Lemmon, een verzekeringsdeskundige met een meer dan alleen maar beroepsmatige interesse in statistieken, zegt in de voiceover:
On November 1st, 1959, the population of New York City was 8,042,783. If you laid all these people end to end, figuring an average height of five feet six and a half inches, they would reach from Times Square to the outskirts of Karachi, Pakistan.Waarom doen ze dat? Denken ze dat niemand dat gaat narekenen? Ik geef toe dat ik hier een beetje moeilijk in ben, maar ik wil dat in films details die met de werkelijkheid kúnnen kloppen, en dat zijn er toch al zo weinig, ook gewoon kloppen. Inwoneraantal x lengte geeft 13.585 km, en ook als je "outskirts" ruim definieert kom je eerder in Bangkok dan in Karachi.
Daar staat tegenover dat de average height nogal hoog gefigured lijkt. De gemiddelde lengte waarmee je in Karachi komt is niet 1,69 maar 1,46 m, en dat is helemaal niet gek als je rekening houdt met kinderen, ouden van dagen en etnische groepen. Het zou me niets verbazen als de juiste lengte inderdaad four feet and seven and a quarter inches was, dat de scenarioschrijver die oorspronkelijk ook had gebruikt, maar iemand (wie?) besliste dat het het robuustere 5'6½" moest worden, omdat dat beter past bij de mensen die op dat moment in beeld zijn, en de kijker ook niet de indruk mag krijgen dat de gemiddelde New Yorker groeigestoord is.
Verder is het een uitstekend gemaakte en zeer onderhoudende film: geestig (Jack Lemmon ís gewoon geweldig, en ik zal hem nu hopelijk ook niet meer met de clown Tony Curtis verwisselen), ontroerend en tot in de verrassende plotwendingen toe prettig voorspelbaar. Een film uit één stuk.
Gepost door
Wouter van den Berg
op
00:46
1 reacties
Labels: Film, Jack Lemmon, Rekenen
zaterdag 20 oktober 2007
George Orwell en Anthony Powell over kleding
Nog eens Bernard Crick, nu over de ontmoeting van Orwell met Anthony Powell (die we kennen van de romancyclus A Dance to the Music of Time, of in ieder geval van de BBC-serie die daarvan is gemaakt). Het was in de oorlog, en Powell voelde zich overdressed in de blues van zijn regiment (in het Nederlands heet dit enigszins misleidend het "dagelijks tenue"), en ook Orwell was niet op zijn gemak:
'Orwell's first words, spoken with considerable tenseness', Powell recalled 'were "Do your trousers strap under the foot?" ... "Yes." Orwell nodded. "That's the important thing." "Of course." "You agree?" "Naturally." "I used to wear ones that strapped under the boot myself," he said, not without nostalgia. "In Burma. You knew I was in the police there? These straps under the foot give you a feeling like nothing else in life."'Zeg nu zelf, beste lezer die in de jaren '70 trainingsbroeken droeg - is dit waar of niet? Jazeker is het waar. Helemaal onder de schoen, of onder de voet in de schoen. Beide onweerstaanbaar.
Even warme gevoelens heb ik over mijn uniformbroeken in militaire dienst - niet die van het dagelijks tenue (die prikkelden, en zagen er bovendien goedkoop uit), maar die van het gevechtstenue, dat je gelukkig dagelijks droeg. Geen voetbandjes hadden die, maar elastiekjes om de enkels. Ook ongelooflijk fijn waren de gevechtsjasjes, weer zo'n vreemde benaming, want eigenlijk waren het zwaar katoenen overhemden. Luxeprobleem: trok je het direct aan, of met zo'n lekker legerhemd eronder? Geen burgertenue haalt het erbij.
Gepost door
Wouter van den Berg
op
17:15
0
reacties
Labels: Boeken, George Orwell, Kleding, Nostalgie, Oorlog
Andrej Amalrik
Het ging ongeveer zo. Ik stond me vanochtend te scheren. Ik vond dat ik een vrij stugge baard had. Dat terwijl ik me op mijn vaste tijd stond te scheren, en dat ik dat gisteren ook had gedaan (een uur verschil merk je). Misschien omdat ik vannacht per ongeluk de verwarming aan had laten staan (warmte lijkt de baardgroei te bevorderen). Of krijg ik op mijn tweeënveertigste een fatsoenlijke baard?
En toen moest ik aan Andrej Amalrik denken. Die schreef ergens over zijn problemen met scheren in de gevangenis, en merkte daarbij op dat hij geen noemenswaardige baard heeft. Hoe oud was hij toen? En... hoe oud was hij eigenlijk geworden?
Nekotorye fakty:
Zapiski dissidenta (in Nederlandse vertaling verkrijgbaar als Dagboek van een provocateur) is het enige Russische boek dat ik niet één, niet twee, niet drie, maar zeker vier keer heb gelezen.
Een Russische vriendin die mijn stukgelezen pocket leende, gaf die de volgende dag alweer terug - hele nacht doorgelezen. "Hij weet wat vrijheid is", was haar enige commentaar. Misschien vindt u haar een melodramatische Russin, maar dat is ze niet.
Bij ons thuis gevleugelde woorden: "Wat is nu een eitje zonder zout!" (Amalrik krijgt in de gevangenis van Magadan na bovenmenselijke inspanningen het hardgekookte ei waar hij op grond van zijn medische toestand al jaren recht op heeft, maar natuurlijk nooit kreeg; maar in plaats van blij te zijn beklaagt hij zich er luidruchtig over dat hij er geen zout bij krijgt).
En verder: "En ja hoor, de ene wijze uitspraak na de andere!" (Amalrik heeft een kampgenoot, die in de verzamelde werken van Lenin een wijze uitspraak moet vinden - "maar er natuurlijk geen enkele vindt" -, aangeraden de verzamelde werken van Brezjnev te proberen. En ja hoor...).
En dus, net nagezocht: Amalrik werd 42.
Bon, eigenlijk heb ik helemaal geen tijd om te bloggen, we zijn namelijk bezig met onze financiële planning, moet onder meer uitzoeken wat een lijfrentepolis is!
Gepost door
Wouter van den Berg
op
00:21
5
reacties
Labels: Andrej Amalrik, Boeken, Gevleugelde woorden, Rusland
dinsdag 16 oktober 2007
Vijftien minuten
Dat allerlei interessante ideeën alleen in verwaterde, onbegrepen, dom nageprate vorm voortleven, dat weten we, en dat is al erg genoeg. Maar er zijn ook ideeën die door de bedenker niet eens uitgewerkt waren voordat ze als diepe wijsheid gepopulariseerd werden. Een goed voorbeeld zijn de vijftien minuten van Andy Warhol. De uitspraak komt uit een tentoonstellingscatalogus uit 1968 en luidt volledig:
In the future everybody will be world famous for fifteen minutes.Waarom een kwartier? Wie is "iedereen"? Wanneer ben je wereldberoemd? Hoeveel mensen tegelijk kunnen er wereldberoemd zijn? Hoe werkt het vergeten? Warhol zei maar wat, en dat mag natuurlijk. Maar de napraters zouden beter moeten weten. Ik vind zijn kunst trouwens helemaal niet lelijk.
Gepost door
Wouter van den Berg
op
01:02
0
reacties
Labels: Citaten, Kort, Kunst, Niet op Nurks
maandag 15 oktober 2007
The deadliest women in the world with a knife

Op 6 augustus 1985 houdt Karel van het Reve op de Wereldomroep zijn causerie over een Japanse uitvoering van MacBeth, waarin hij over het vechten op het toneel onder meer zegt:
Als Makubesu zijn talrijke krijgslieden zou hebben bevolen om de hele parterre over de kling te jagen zouden ze dat zonder enige aarzeling hebben gedaan. De manier waarop zo'n Japanse acteur een sabel in zijn gordel draagt wekt de indruk dat hij thuis altijd met een sabel rondloopt. Als er gevochten wordt gebeurt dat zeer overtuigend. De doden storten links en rechts ter aarde. (Karel van het Reve, Luisteraars (Amsterdam, 1995) p. 158)Zo gaat het bij Ran, de King Lear van Kurosawa, toevallig ook in 1985 uitgekomen, ook. Het grootste probleem dat ik altijd met Lear heb gehad, namelijk dat de koning en zijn dochters zo weinig entourage hebben en daardoor wel heel erg toneelfiguren blijven, wordt in Ran volstrekt overtuigend opgelost door de vader en zijn zoons elk een klein leger te geven.
De meeste indruk maakt actrice Mieko Harada, die natuurlijk niet met een sabel rondloopt (die sabels van VhR zou ik zelf trouwens liever zwaarden noemen), maar wel zeer handig haar zwager zijn mes afhandig maakt en het tot bloedens toe tegen zijn keel zet om duidelijk te maken dat er van nu af naar haar geluisterd gaat worden. Er zijn op dat moment al veel doden gevallen, maar vanaf nu is veilig thuis blijven er zeker niet meer bij.
Gepost door
Wouter van den Berg
op
23:45
1 reacties
Labels: Film, Karel van het Reve, Kort, Kurosawa, Niet op Nurks, Pulp Fiction
zondag 7 oktober 2007
Vote early and vote often
Dat krijg je als je in het geweldige boek van Robert Caro aan het lezen bent: Johnson is opeens overal.
Een lezer reageert op Hans Ree's stukje Een nieuw schaakpaleis (klikken geeft denk ik alleen het gewenste resultaat als u NRC-abonnee bent en u op de NRC-website hebt aangemeld). Ree laat in dat stukje de uitspraak "Vote early and vote often" vallen, en zegt erbij "om met president Lyndon B. Johnson te spreken". De lezer, Hugo Kijne, merkt op dat dat nu net niet klopt: de uitspraak zou afkomstig zijn van Frank Hague, de corrupte "boss" en burgemeester van Jersey City.
Zoveel precisie ga je meestal niet meer dubbelchecken, je bent geneigd zo'n reageerder op zijn woord te geloven. Maar deze keer zit het me niet lekker: het zou makkelijk nog ouder kunnen zijn, en op zeker moment zowel door Hague als door Johnson half in scherts geciteerd zijn geworden, zoals dit in Amerika nog steeds op elke verkiezingsdag schijnt te gebeuren.
Mijn Oxford Dictionary of Quotations (1999) dateert het advies inderdaad vroeger, en noemt de Zuidelijke politius en vlagontwerper William Porcher Miles als bron, maar dan wel "by proxy": hij zou in 1858 in het House of Representatives hebben gezegd dat hij in een Noordelijke stad spandoeken met de leuze "Vote early and vote often" had gezien. Dat lijkt me gemene laster. En als het dat is, is de uitspraak waarschijnlijk al eerder bekend geweest. Internet-research wijst naar John Van Buren, zoon van president Martin Van Buren. Ergens in de jaren 1840.
Maar nu de vraag: heeft Johnson dit dan tenminste wel eens gezegd? Ik heb maar enkele honderden van de 2700 bladzijden in de drie delen van Caro gelezen. Maar ik denk het eerlijk gezegd niet. Scherts, en halve scherts, pasten niet bij hem.
Gepost door
Wouter van den Berg
op
23:08
0
reacties
Labels: Amerika, Geschiedenis, Hans Ree, Presidenten, Robert Caro
woensdag 3 oktober 2007
Oblomov was niet lui
“Zijn eigenschap is interessanter dan luiheid. Hij voelt een grote weerzin als van hem verwacht wordt zich druk te maken over de dingen waar iedereen zich druk over maakt. Hij houdt zich liever bezig met zijn hospita en zijn kinderen en zijn eten en zijn knecht dan dat hij kranten leest en zich afvraagt waarom een bepaalde gezant Wenen verlaten heeft en wat Palmerston nu weer in de zin heeft. Zijn belangstelling voor het leven is te echt dan dat hem de bedoelingen van Palmerston zouden interesseren. Aan de andere kant is het natuurlijk zo, dat het haast niet mogelijk is te leven en je in het geheel niet te interesseren voor de dingen waar je medemensen warm voor lopen.” (Karel van het Reve, ‘Gontsjarov’, in Geschiedenis van de Russische literatuur, p. 261-262, ook in Verzameld Werk 5, p. 622.
Dit is ongetwijfeld een eigen ontdekking van Van het Reve. (Als je het hem ernaar zou hebben gevraagd, zou hij waarschijnlijk iets hebben gezegd als: "Nou ja, of je moet iemand anders vinden die dit eerder heeft beweerd natuurlijk.") Veel scherpzinnige mensen zouden er nooit op komen omdat ze zélf veel te geïnteresseerd zijn in de waan van de dag.
het is ook een zelfbeschrijving van Van het Reve. In mindere mate is het een beschrijving van mij. En het is weer veel meer een beschrijving van mijn ex, en nog meer van mijn vriendin - ik ben constant in mijn voorkeuren.
Gepost door
Wouter van den Berg
op
21:40
3
reacties
Labels: Karel van het Reve, Kort, Niet op Nurks, Oblomov, Politiek
maandag 1 oktober 2007
George Orwell en bommen
George Orwell had iets met bommen. In zijn jeugd maakte hij bommen met een vriendje (Prosper Buddicom, hij ging ook met hem uit schieten).
Hij zegt - en niemand ontkent - dat hij in de Spaanse Burgeroorlog waarschijnlijk een tegenstander heeft gedood met een handgranaat.
Tijdens de Tweede Wereldoorlog schrijft hij memoranda om de Home Guard effectiever te maken. Daarin benadrukte hij het belang van zelfgemaakte bommen. Hij zette zich ook aan het maken ervan:
[He] found an empty garage and put his section to work making their own petrol bombs out of milk bottles, by methods no longer safe to describe.Eenmaal klaar waren ze blijkbaar veilig genoeg - zijn vrouw Eileen merkte later op:
I didn't mind the bombs on the mantelpiece, but I didn't like the machine-gun under the bed.In Orwell's schrijven ging het er nog harder aan toe - al voor de oorlog, zelfs voordat hij naar Spanje gaat. Biograaf Bernard Crick geeft een reeks citaten uit Keep the Aspidistra Flying (1936). De held van het verhaal, Gordon Comstock, mijmert over de aanstaande oorlogen en ziet de hele beschaving weggebombardeerd worden - wat hij goed vindt.
Crick maakt echter ook aannemelijk dat Orwell niet uniek was; sterker nog, dat het in de extreem-linkse kringen waarin hij in de jaren '30 verkeerde gemeengoed was te denken dat de revolutie zou volgen op een forse luchtoorlog, waarin de kapitalistische structuren naar het Stenen Tijdperk teruggebombardeerd zouden worden. Hun 'geloof' in bombarderen werd weer gedeeld door de haviken van die tijd (die tijdens de Tweede Wereldoorlog hun theorieën in de praktijk mochten brengen) en van alle tijden sindsdien.
Gepost door
Wouter van den Berg
op
23:48
0
reacties
Labels: Boeken, George Orwell, Geschiedenis, Niet op Nurks, Oorlog