Sommige van mijn beste vrienden zijn vleeseters. De meiden op kantoor ook. President Obama laat het zich goed smaken. Vrienden, meiden, Obama vragen zich allemaal wel eens af of het nou echt zo nodig is. Met name Obama lijkt me een crypto-vegetariër, die vooral vlees blijft eten om niet elitair over te komen. Om welke reden ook, ze hebben niet de stap gezet maar eens te stoppen.
En pas ná het stoppen, is mijn ervaring, begint wat ik maar de "bewustwording" noem. Ik werd vegetariër omdat ik tegen de wreedheid van de bio-industrie was. Een dier doden mag, vond ik, we zijn er op gebouwd, en dieren doden elkaar ook. Maar het zijn hele leven mishandelen, dat hoeft niet. Dan kan je biologisch vlees gaan eten, maar dat is duur en vaag - geen vlees meer eten vond ik makkelijker en effectiever.
Ik had ook om ecologische redenen vegetariër kunnen worden: al die bossen die worden gekapt voor meer weidegrond en meer snijmaïs, terwijl je met een achtste of een tiende van het areaal de hele wereld uitstekend kan voeden als we maar geen vlees eten. En steeds verder de zee op en steeds dieper vissen om nog wat ondermaatse kabeljauwen te bemachtigen. Natuurlijk is zo'n daad maar symbolisch (cf. weer Obama: we can't solve global warming because I f---ing changed light bulbs in my house), maar ik hoef me niet schuldig te voelen - mijn ecologische voetafdruk is slechts 2,5 hectare.
Hoe dan ook, een échte vegetariër ben je met die eerste stap nog niet. Pas later slaat de weerzin tegen vlees eten toe. Dan erken je dat (1) het verschil tussen mensen en dieren gradueel is, niet absoluut en (2) het door anderen laten doden net zo laakbaar is als het zelf doden.
Dochter van acht is overigens een natural. Pas van haar opgetekend: "dieren mogen elkaar doden, mensen mogen geen dieren doden." De uitzondering van Benjamin Franklin (kabeljauw eten mag, dat doen kabeljauwen zelf ook) zou niet aan haar besteed zijn.
Vegetarisch stremsel. Dat is minder zeldzaam dan ik dacht. Je bent zelfs, als je geen zin hebt om naar biologische winkels te gaan, niet uitsluitend aangewezen op de wezenloze biologische jonge kaas van Albert Heijn. De smakelijke Passendale is ook vegetarisch, hebben we pas ontdekt! Bloggen OK, maar de lezer moet er wel wat van leren.
zaterdag 21 februari 2009
Vegetarisch stremsel
Gepost door
Wouter van den Berg
op
23:43
2
reacties
Labels: Eten, Ethiek, Kaas, Vegetarisme
maandag 16 februari 2009
Introducties tot Popski
Ik had gedacht dat ik met zevenmijlslaarzen door de eerste 100 bladzijden van Popski. A life of lt.col. Vladimir Peniakoff, de bij mijn weten enige biografie van Popski, commandant van Popski's Private Army, geschreven door John Willet zou lopen. Dat deel gaat over de jaren vóór de oorlog, waaraan Popski zelf maar een bladzij of tien besteedt. Maar wat Willett boven water heeft gehaald is fascinerend.
Ik schreef al over het respect dat Popski voor de Duitsers had (goede militairen) en het feit dat hij er pas tegen het einde van de oorlog achterkwam dat het nazisme toch echt een verwerpelijke ideologie was. Dit wordt nog gekker als je leest dat hij joods was. Tenmiste, zijn ouders waren joods en je zou dus kunnen zeggen dat hij het ook was. Maar zijn ouders ontvluchtten dan wel het Rusland van de pogroms, verder waren ze wereldburgers en atheïsten, en dus vonden ze het niet nodig om hun joodse achtergrond thuis ter sprake te brengen. Als Popski samen met zijn neef in Antwerpen een schip met joodse immigranten ziet aankomen, maakt hij een laatdunkende opmerking over het uiterlijk van die arme sloebers. Zijn neef zegt dat Popski en hijzelf toch wel iets belangrijks met die mensen gemeen hebben. Popski reageert als door een wesp gestoken en is de rest van zijn leven met zijn neef gebrouilleerd. Misschien kunnen joodse lezers van dit blog uitleggen wat voor een psychologie daar achter zit, ik snap er niets van.
Popski's vader, Dmitri Peniakoff, was een chemisch ingenieur, die had gestudeerd bij de grote Mendelejev (van het Periodiek Systeem) en die eerst in Frankrijk en daarna in België hele fabrieken ontwierp. In Zelzate, aan het kanaal van Gent naar Terneuzen, hielp Popski, inmiddels ook ingenieur, hem bij zo'n opdracht. Tot zijn taak behoorde het ontwikkelen van een "tuindorp". De architect was Huib Hoste, die eerst door Berlage en later door De Stijl beïnvloed was. Een detail dat Karel van het Reve geïnteresseerd zou hebben, is dat er bij de bouw ook nog twee andere Russische émigrés (tsaristische officieren) betrokken waren, die voor de verwarming zorgden - door in die vreemde Hollandse huisjes Russische kachels te plaatsen (vgl. KvhR ...), die er overigens door de bewoners weer uitgesloopt werden. (De wijk bestaat nog, en heet ter ere van de Peniakoffs en de officieren nog altijd Klein Rusland.)
Maar nu we het toch weer over Karel van het Reve hebben. Die stelde ooit een verbetering voor van het gezelschapsspel "hoeveel handdrukken ben ik verwijderd van...". Ik drukte vijf jaar geleden Bill Clinton de hand, en ben daarmee slechts één handdruk verwijderd van zo ongeveer de hele Amerikaanse politiek, te beginnen met John F. Kennedy. Maar een hand drukken is te makkelijk. Je hoeft maar één populaire politicus de hand te hebben gedrukt en je bent in een handdruk of vier met de hele wereld gelinkt.
Nee, je moet echt een introductie hebben, iemand die desgevraagd zou kunnen vertellen wie je bent: "Dit is Karel van het Reve, slavist te Leiden". Of: "Dit is Karel van het Reve, zoon van kameraad Gerard Vanter, logeerde bij mij omstreeks 1937." Zo ongeveer zou André Gide Karel hebben kunnen introduceren bij Popski, die Gide al in 1921 leerde kennen (al is niet duidelijk of ze elkaar ná 1921 nog wel eens hebben ontmoet). Van het Reve was dus maar één introductie van Popski verwijderd.
Ik kan natuurlijk ook zeggen dat ik maar één introductie van Karel van het Reve verwijderd ben (stuk of zes mensen die mij kennen en die VhR goed kenden), en daarmee maar drie introducties van Popski, maar ik kan het misschien nog mooier. Mijn oma was van 1930 tot 1932 secretaresse van Nicolae Titulescu, president van de Volkenbond. Vertegenwoordiger van de Volkenbond voor België was in die tijd Eugenia Kersten, née Peniakoff. De oudere zus van Popski. Zou zij wel eens met mijn grootmoeder gesproken hebben? Ik vind het een te mooi idee om te verifiëren.
Gepost door
Wouter van den Berg
op
00:59
4
reacties
Labels: Karel van het Reve, Popski's Private Army, Vladimir Peniakoff
dinsdag 10 februari 2009
Find jobs in Holland Munich Rome
Af en toe worden we op kantoor gebeld door iemand die hulp wil bij een vertaling. Gewoon, even één woord weten, jullie zijn toch het vertaalbureau? Ik begrijp best dat dat jullie daar je brood mee moeten verdienen, maar etc. Soms hebben ze aan de andere kant van de lijn weddenschappen gesloten, dan voelen we ons erg belangrijk. Maar vaker zijn het eenlingen, want vertalen is eenzaam werk. Vooral, denk ik, het vertalen van religieuze poëzie. Daarom was ik erg blij toen ik een vertaler van religieuze poëzie kon helpen aan een vertaling van het begrip junction in time. "Ja," aarzelde ik om het spannend te houden, maar ik wist het antwoord al: "Wat dacht u van tijdsgewricht"? Dat (zei ik er niet bij) komt uit Woutertje Pieterse, uit wat ik altijd maar de gedichtennakijkscène noem, hoewel ik heel goed weet dat het een genummerd idee is (385):
Grootmachtig Opperheer, verbazing, hoog verheven,Het huidige tijdsgewricht heeft als bijzonderheid dat alle muziek van het vorige tijdsgewricht, de jaren '80, net ontsloten is. En laat ik nu, anders dan sommige van mijn trouwe lezers, erg van die muziek houden.
Met stof en stergewoel van 't aards bazuingeschal!
Verbeelding, tijdsgewricht, verzoening, juichend beven,
Wie zegt ons waar 't gewoel een einde nemen zal?
Want wat gebeurt er nu. Ik heb een grote verhuisdoos vol cassettebandjes vol opgenomen elpees en betere radioprogramma's uit de eerste helft van de jaren '80 in de opslag staan. Meest BASF, later TDK. De goedkoopste soort, maar soms deed ik eens gek en kocht ik dure bandjes (CrO2 of zelfs Metal, nog beter!), voor bijzonder mooie platen.
De meeste zijn al 25 jaar of langer niet meer gedraaid, en dat schijnt niet goed te zijn voor cassettebandjes, van welk type dan ook. Ik durf ze dan ook niet af te luisteren. Maar nu... hebben we YouTube! Er gaat een wereld voor me open. Niet alleen de muziek in stereo en zonder ruis, maar ook de beelden, die je er indertijd nooit bij kreeg. Platenhoezen, foto's in Oor en Vinyl (de concurrent, motto: "Laat je geen Oor aannaaien"), dat was het wel.
Soms kloppen de beelden precies, zijn ze more than I bargained for. Neem de B-52's. Ik vond de samenzangen van die meisjes mooi, spannend, sexy. De clip van Private Idaho is niet precies wat ik ervan verwachtte... maar ik had dan ook geen idee wat ik moest verwachten. Na een keer of zes kijken denk ik dat het klopt.
Een band die met de beelden erbij niet beter wordt, is The Fall. Echt een luisterband, wát een nummer is bijvoorbeeld English Scheme. Koude rillingen bij de overgang op 1:29. Zo maken ze ze niet meer. Crisis!
Gepost door
Wouter van den Berg
op
00:47
0
reacties
Labels: Crisis, Muziek, Niet op Nurks, Nostalgie, Private Idaho, The B-52's, The Fall, Tijdsgewricht, Verzameld Werk Karel van het Reve
donderdag 5 februari 2009
Popski en de vrouwen
Net ontvangen uit Columbus, Ohio: John Willet, Popski. A life of Lt.Col. Vladimir Peniakoff, de biografie van de commandant van Popski's Private Army, een commando dat tijdens de Tweede Wereldoorlog eerst in Afrika, later in Italië, achter de vijandelijke linies "alarm and despondency" creëerde. Mijn Popski-bibliotheek is daarmee drie banden rijk geworden. Ik hou me aanbevolen voor tips om aan de memoires van Ben Owen te komen (maar laat u niet misleiden door websites die het voor een normale prijs aanbieden - die zeggen anders dan Amazon pas bij de checkout dat het niet meer verkrijgbaar is).
De tweede aanwinst waren de memoires van memoires van Bob "Park" Yunnie, Fighting with Popski's Army, en het is nu echt wel tijd daar aandacht aan te besteden. Yunnie heeft duidelijk de memoires van Popski erbij gehouden terwijl hij het verhaal in eigen woorden vertelde. De chronologie en de beschreven gebeurtenissen lijken te veel op elkaar. Ik heb geen conflicterende interpretaties gevonden. Wel aanvullingen, over de periodes waarin de groep van Yunnie zelfstandig opereert bijvoorbeeld. En veel details.
Sommige mensen, bijvoorbeeld bezoekers van deze PPA-fansite vinden Yunnie onderhoudender (a "cracking yarn") dan Popski. Een verklaring daarvoor zou kunnen zijn dat die lezers literair gevormd zijn door de boys' weeklies, die Orwell analyseerde in zijn gelijknamige essay. Eindeloze dialogen, beschrijvingen van hoe warm of hoe koud ze het hebben of hoe doorweekt ze zijn, onderbroken door brullende motoren en mitrailleurs die brrrrrt doen. En de humor van mannen onder elkaar.
Proef op de som? Vertrouw me, ik sla een willekeurige bladzijde open:
Rounding a bend, a German sniper took a pot-shot -- and missed. I felt the wind of the bullet, ducked an braked violently.Of hier, 50 bladzijden eerder, om een idee te geven van de repetitiviteit:
'Look out! Sniper!' I yelled to the jeeps piling up behind me.
Ben Owen's quick eye saw a uniformed figure running up the hillside.
'There he is, Skipper!'
Brrrrrt . . . Brrrrrrrrt. We raked the green hillside with machine-gun fire. The running figure vanished.
'The bastard!' exclaimed George Sonley indignantly, as if no German sniper had the right to fire at us.
Brrrrrrt . . . brrrrrrrrt. Streams of tracer raked the dyke, flashing over in searching red points, smacking into it and leaping high into the air in scarlet richochet . . . engines revved . . . headlamps flashed . . . bullets whined . . . hoarse cries filled the nieght. Brrrrt . . . brrrrrrt . . . one after the other the jeeps tore through the opening, spraying a searing curtain of death on either side . . . hobnailed boots scraped against stones and sparks flew as the German infantry scattered and fled.(Tracer is lichtspoormunitie, kogels die je in het donker kunt "volgen" doordat de punten gloeien. En mucking is natuurlijk Yunnie's manier om netjes f---ing te zeggen.)
'Mucking hell,' grinned Curtis when we were through the German front line and jogging happily down the lower slopes of the Murge, 'you never know your luck.'
Wat de lezers die Yunnie de voorkeur geven boven Popski misschien ook in Popski dwarszit, is diens intellectuele arrogantie. Hoe volmaakt ook als militair (en Yunnie verafgoodt Popski als militair), hij is óók iemand die altijd met zijn neus in de landkaarten zit terwijl de rest zin heeft in een lolletje, en iemand die bijvoorbeeld iedereen die na drie weken in Italië nog geen Italiaans spreekt onsterfelijk dom vindt. Nee, dan Yunnie, die zo twee bladzijden wijdt aan de misverstanden die je oproept als je een Italiaanse boerderij binnenkomt en Come sta zegt. Dan denken al die Italianen dat je Italiaans spreekt, en gaan ze Italiaans tegen je spreken. Dan duurt het wel even voordat ze doorhebben dat je verder helemaal geen Italiaans spreekt! Yunnie heeft door het beschrijven van zulke belevenissen waarschijnlijk meer rapport met de gemiddelde Britse lezer, die geen talenkenner is.
Maar bij één thema vond ook ik dat de minder intellectuele Yunnie zijn voordelen had, en dat is de liefde. Hij is getrouwd, maar erg lang van huis en komt in Italië veel mooie en willige meisjes tegen. Dat is interessant. Van Popski weet je alleen dat hij gescheiden is, en in zijn boek heb ik maar één reflectie gevonden over vrouwen en de gevoelens die mannen voor hen koesteren. Over Popski en de vrouwen een andere keer.
Gepost door
Wouter van den Berg
op
23:50
8
reacties
Labels: Oorlog, Popski's Private Army, Vrouwen
donderdag 29 januari 2009
Dokter Reuling gaat naar Réunion
Een van de vreemde dingen van je huisarts is dat hij maar een dossier hoeft open te slaan om feiten na te trekken die ik zelf niet meer kan plaatsen. Zo weet ik niet precies wanneer mijn dochter van nu bijna acht dat litteken in haar wenkbrauw heeft opgelopen. Heel lang geleden was het niet, maar ik weet het niet meer op een jaar nauwkeurig. Wel hoe het gebeurde: uit het klimrek bij school gevallen, terwijl we op haar oudere zus wachtten. Deze dochter is altijd aan het vallen, zojuist gevallen of holt op een manier waarvan je denkt o jee, ze gaat zo vallen, en doorgaans valt ze dan ook; en ze valt ook vaak uit klimrekken, maar deze keer was ze ongelukkiger neergekomen dan gewoonlijk: ze bloedde hevig uit haar wenkbrauw. Snel de school in gedragen, samen met de mensen daar vastgesteld dat die wenkbrauw gehecht zou moeten worden - en dat ik daarvoor niet naar het OLVG moest, want er zat immers een huisarts vlak naast de school? "Die is heel aardig, hij helpt altijd!" zeiden ze.
Ik liep er al een paar jaar dagelijks langs, maar was er nooit binnen geweest. De luxaflex zagen er niet uitnodigend uit, en we hadden al een huisarts. Of eigenlijk: we hadden geen huisarts meer op het moment dat mijn dochter uit dat klimrek viel. Die was er net mee gestopt, zoals we per brief hadden vernomen, ongeveer net als dokter Reuling nu - maar ik loop op de zaken vooruit. Nu ging ik er dus naar binnen, met in mijn armen een dochter die we (denk ik) op school een zwaluwtje over haar wenkbrauw hadden geplakt maar er toch nog altijd als een noodgeval uitzag. Vond ik.
Het duurde uiteindelijk toch nog even voordat we geholpen werden, maar tijdens het wachten viel me iets op wat ik niet eerder in wachtkamers had gezien: een stemming van respectvolle gelatenheid. Ja, het liep uit. Het liep altijd uit. Maar deze dokter was het wachten waard. En zodadelijk, als jij aan de beurt was geweest, zou hij doordat hij jou zo serieus had genomen nog verder uitgelopen zijn, dus het kon altijd erger.
Nee, dat maak ik er achteraf van, "with the benefit of hindsight". Het viel me toen ongetwijfeld nog niet op, want ik wilde vooral snel geholpen worden. Ik vond dat dochters met bloedende wenkbrauwen voorgingen. De dokter had dan wel gezegd dat we zodadelijk konden binnenkomen, maar het duurde een eeuwigheid voordat de vorige patiënt naar buiten kwam. En bovendien, het moet gezegd worden, de dokter maakte een enigszins verstrooide indruk. Was hij misschien alweer vergeten dat ik daar met een bloedend kind zat, dat NU gehecht moest worden, omdat ze anders LEVENSLANG een litteken zou hebben? Wist hij dat zulke dingen belangrijk zijn voor meisjes?
Maar vanaf het moment dat hij mijn dochter dan toch onder handen nam, begreep ik dat het allemaal klopte. De aandacht die hij aan zijn andere patiënten gaf, kreeg mijn dochter ook. Hij ging hechten, dus echt, met hechtingen - niet plakken, want dan kon het weer van elkaar gaan. Het zou dan evengoed wel genezen, zoals ook een ander wondje op het voorhoofd van mijn dochter (gevolg van een andere valpartij) genezen was, maar dat was indertijd geplakt en een dag later weer van elkaar gegaan. Geen mooi litteken daarom, en zulke dingen zijn belangrijk voor meisjes.
Gelukkig was dokter Reuling ook nog aardig genoeg om ons gezin aan zijn praktijk toe te voegen, hoewel die toch uit zijn voegen leek te barsten. Voortaan zouden ook wij langdurig in de wachtkamer zitten, of kort voor de tijd van de afspraak bellen hoeveel later we het nog eens zouden proberen. Kwam je dan uiteindelijk, dan viel het toch nog even tegen. Maar net als de andere wachtenden wisten we dat het het waard was. Intussen wel. Geen onvertogen woord heb ik in de wachtkamer ooit gehoord.
Deze gelukkige situatie heeft veel te kort geduurd. Dokter Reuling gaat naar Réunion. Het lijkt me er wild mooi, en je kunt er gewoon GR's lopen, want het is een overzees departement van Frankrijk. (Ik heb nooit ook maar een meter over een GR gelopen omdat mijn vrouw niet van wandelen houdt, maar het idee alleen al is geweldig.) Misschien zou ik dan de spectaculaire panterkameleon zien. De meest gesproken taal is het créole réunionnais, een taal die me het leren waard lijkt. Vous = zôt, van vous autres. Voor artsen is de chikungunya belangwekkend. De armoede schijnt niet zo groot te zijn als in Afrika, maar wel groter dan in Frankrijk. Je betaalt gewoon met euro's.
Het blijft een vreemd idee. Iemand die je met de grote stad associeert hoort niet het grootste deel van het jaar op een tropisch eiland door te brengen. Maar gelukkig ligt het op het Zuidelijk Halfrond, dus van maart tot november is het er relatief koel. De twee maanden per jaar die dokter Reuling plant in Nederland door te brengen, kunnen dan hopelijk in onze griepigste tijd vallen. Dan zullen we met plezier naar de dokter gaan. We zullen dan proberen niet bij te praten, om de uitloop binnen de perken te houden.
Gepost door
Wouter van den Berg
op
23:27
1 reacties
Labels: Aardrijkskunde, Dokter, Kinderen
woensdag 21 januari 2009
Forty-four Americans have now taken the presidential oath
Als Truman-fan pikte ik gisteren een foutje op in Obama's rede: hij zei dat 44 Amerikanen nu de presidentiële eed hadden afgelegd, en dat klopt niet. Grover Cleveland werd twee keer president, met daartussen Benjamin Harrison. Maar omdat de presidencies gewoon doortellen, was Cleveland zowel de 22e als de 24e president. Volg je de logica van het doortellen, dan is Obama inderdaad de 44e president. Maar je kunt op geen enkele manier rechtpraten dat nu 44 Amerikanen de eed hebben afgelegd - vóór Obama waren dat er 42, nu 43.
Is het een slordigheid, hetzij van de speechwriter, hetzij van Obama zelf? Ik ben bang van niet. Beiden kennen hun geschiedenis goed genoeg. Vooruit, het zóu er in de allerlaatste versie ingekomen kunnen zijn. Last-minute redactie, het moment om de raarste en onnodigste fouten in je tekst te laten sluipen. Maar de kans lijkt me toch klein dat er nog zo'n forse redactie last-minute redactie is geweest in een speech waar ze bijna twee maanden aan bezig zijn geweest. En dat er dan echt niemand was die het zag, want natuurlijk zijn Obama en Favreau er niet exclusief mee bezig geweest, hij is door ettelijke experts binnenstebuiten gekeerd. Zou níemand dit hebben gezien? Als ík het meteen hoorde? Goed, ik ben een Truman-fan, maar dat zijn er wel meer.
Nee, ik wil de mogelijkheid van een slordigheid eigenlijk uitsluiten - althans, van de slordigheid van het laten staan, want ik kan accepteren dat je zo'n zinnetje schrijft (tenzij je dus een Truman-fan bent). Maar ze lieten 'm staan omdat ze de speech niet onnodig "raar" wilden maken. Die zin was te mooi om op te offeren voor zoiets saais als juistheid. De luisteraars willen wel een slimme president, maar geen wijsneus die op school beter heeft opgelet. En dan het rumoer dat je onder de toehoorders had gekregen bij de correcte zin:
Forty-three Americans have now taken the presidential oath."Zei-die nou 43? Telt-ie zichzelf niet mee? Maar hij heeft toch net zelf die eed afgelegd?" "Nee joh, Grover Cleveland, weet je wel..." "Wat?" "Die meneer daar zegt dat hij de 43e president is, niet de 44e!"...
Dat zou een lelijke smet op een verder vlekkeloos optreden zijn geweest. Laat het maar een leuke vangst voor de onvermijdelijke bloggers worden, hebben die ook nog wat, moeten ze hebben gedacht.
Maar waarom is dit allemaal juist zo obvious voor Truman-fans?
Harry S. Truman was een man die een beetje op mijn opa van moederskant leek. Iemand met een paar fijne stokpaardjes. En hij kwam uit Missouri, de Show-me state. Hij kocht het verhaal van Grover Cleveland als zowel 22e als 24e president niet: wat maakt het uit, was zijn redenering, dat er nog een ambtstermijn van een andere president tussen zat? Dan kan je twee opeenvolgende ambtstermijnen toch ook twee presidentschappen noemen, en dan blijf je toch bezig? Nee, hij, Truman, was de 32e, niet de 33e president. Zoiets blijft hangen.
Gepost door
Wouter van den Berg
op
23:54
4
reacties
Labels: Barack Obama, Geschiedenis, Grover Cleveland, Harry S. Truman, Presidenten, Schrijven
zondag 18 januari 2009
Anti-Alice-in-Wonderlandclub
Ik vroeg me af of er een anti-Lewis Carrollclub zou zijn, zoals we in Karel van het Reveland de anti-Dostojevskiclub kennen. Of eigenlijk: een anti-Alice-in-Wonderlandclub, want Alice in Wonderland is het boek waarmee hij door iedereen geassocieerd wordt. Verder dan Terry Pratchett ben ik niet gekomen, en één zwaluw maakt nog geen zomer.
Ik heb Alice's Adventures in Wonderland en Through the Looking Glass in de door Martin Gardner geannoteerde editie. Ik hou van geannoteerde edities, zeker als de annoteerder net zo talentvol is als de schrijver (Nabokovs Eugene Onegin, Karel van het Reves De literator en de holbewoner), maar deze hielp me niet het werk te gaan waarderen. Ik blijf het eng vinden, en niet grappig. Ontzettend gedateerd. En hoeveel écht briljante vondsten staan er nou helemaal in? Gardner weet ze mij niet aan te wijzen.
Sympathiek van Gardner is wel dat hij Carroll "neemt zoals hij is", namelijk als liefhebber van kleine meisjes. Er blijkt een tien jaar geleden een biografe te zijn geweest die het traditionele beeld van Carroll - wereldvreemde wiskundige, liefhebber van kleine meisjes - verwierp als de Carroll myth. Carroll was volgens haar juist een sociaal vaardige man die op volwassen vrouwen viel. Gardner maakt vrolijk gehakt van deze "revisionistische" zienswijze. Een uitgebreider stuk over deze kwestie van een - krijg ik de indruk - nog veel grotere kenner leest u hier. Bottom line: hij hield exclusief van kleine meisjes, en ging dus veel verder dan het Victoriaanse gelul over puurheid van kinderen en werd vanwege zijn te grote interesse in Alice en haar zusjes uit huize Liddell gegooid. Maar hij raakte ze met geen vinger aan. ("Dat had er nog eens bij moeten komen!" denk je als vader dan.)
Er bestaat, niet alleen bij Carroll, een soort afspraak dat je de kunstenaar los moet denken van het kunstwerk. Dat komt de Carroll-kunde erg goed uit, want behalve die mensen die het over de Carroll myth hebben, vindt iedereen hem op zijn minst een rare snijboon. Maar zijn boeken beschouwen de meeste lezers als meesterwerken. Ik ben op zoek naar mensen die met mij zeggen: Carroll deugde niet, maar zijn boeken ook niet.
Gepost door
Wouter van den Berg
op
01:37
6
reacties
Labels: Alice in Wonderland, Karel van het Reve, Lewis Carroll, Niet op Nurks
dinsdag 13 januari 2009
Schaatsen
Ja, schrijversblokje, werk, en... schaatsen! Voor het laatst had ik dat gedaan - niet in 1997, toen kwam het er niet van. Wel trouwde ik die winter. We lieten ons fotograferen op het ijs in het Vondelpark, waar gek genoeg niemand schaatste. Misschien omdat het een doordeweekse dag was. Onze taekwondoleraar kon niet op de bruiloft komen omdat hij probeerde vier dagen na de Elfstedentocht de Elfstedentochtroute te schaatsen. Dat lukte niet, om uiteenlopende maar voorspelbare en geldige redenen (kluunplaatsen opgedoekt, verdwalen, geen bevoorrading onderweg, geen mensen die je erdoor schreeuwen etc.).
*
Voor de meisjes kocht ik kunstschaatsen, die nog te krijgen bleken. Voor mijzelf kocht ik van die Zandstra-onderbinders, waar je nu generaties kinderen op ziet rijden die voor deze winter nog nooit op ijs hadden gestaan. Ik durfde mijn noren niet op te zoeken. Ik had ze in 1980 of 1981 gekocht, in enige haast, de middag voor de dag dat we met gym op de ijsbaan in Lonneker zouden gaan schaatsen. Ze hebben nooit lekker gezeten, en ze zijn in al die tijd nooit geslepen. Dat is niet goed te praten.
Tip (nu de regen neerklettert kan ik het wel zeggen) voor mensen met kinderen in Amsterdam-Oost en omgeving: de vijver in het Oosterpark!
*
Waar het mee moet ophouden is het dissen van schaatsliefhebbers. Vanmiddag las ik in de trein een stuk in de Pers waarin een verslaggeefster steunend op haar eigen waarneming betoogde dat zelfs de Friezen geen Elfstedentocht willen. In alle kranten ingezonden brieven van mensen die zich ergeren aan de schaatsgekte. Martin Bril die verklaart niet te kunnen en niet te willen schaatsen. Dat geeft niet, Martin en anderen, je hoeft het niet te willen en je hoeft het al helemaal niet te kunnen. Maar twijfel er niet aan dat mensen die zeggen van schaatsen te houden dat ook echt doen. Het zit 'm in de verbluffende snelheid.
Gepost door
Wouter van den Berg
op
00:46
6
reacties
woensdag 31 december 2008
95 boeken per jaar
In one of the more unbelievable anecdotes to come out about President Bush as he winds down his presidency, Karl Rove says his former boss has read 95 books in the last three years.Dit klopt niet helemaal: lees hier het stuk van de boef Rove zelf. Het zijn 95 boeken in 2006, en ik vind het geloofwaardig. Ik zie bijvoorbeeld de Mao-biografie van Jung Chang en Jon Halliday terug, waarover ik eerder blogde, en nog een heleboel andere boeken waarvan ik denk: ja, dat kan heel goed.
Maar laten we conservatief zijn - dan nog bevestigt dit leesgedrag Bush' luiheid, die zijn presidentschap volgens veel commentatoren tot een van de zwakste van deze eeuw maakte. Stel:
* Bush las de helft van die boeken helemaal uit, en de andere helft voor de helft - genoeg om tegen Rove, met wie hij de laatste drie jaar een leeswedstrijd hield, te kunnen zeggen: dat heb ik gelezen;
* de boeken in de lijst zijn representatief;
* de gemiddelde lengte, voetnoten en registers niet meegeteld, is 500 bladzijden;
* hij las 40 pagina's per uur - een tempo dat ik met die boeken niet haal, want Amerikaanse boeken hebben meestal forse en goed gevulde pagina's, maar Bush leest in zijn moedertaal en leest over onderwerpen waar hij al behoorlijk in thuis is (er zit veel aan twintigste-eeuwse Amerikaanse geschiedenis en biografie tussen en laten we niet vergeten dat hij aan Yale University geschiedenis studeerde)...
... dan kom ik op een slordige 2,5 uur lezen per dag. Elke dag.
Dat is mooi, jaloersmakend zelfs, maar nu moet ik toch even streng worden. Want terwijl hij boeken las had hij briefings kunnen lezen. Zijn boekenkeus getuigt van een goede smaak, en hij zal er best veel van opgestoken hebben. Maar boeken lezen, vooral dikke, is een weinig efficiënte manier van kennis vergaren. Als president heb je het voorrecht dat je alles wat je weten moet door deskundigen samengevat tot je kunt nemen. En als je iets niet begrijpt kun je het altijd vragen. Maar dat deed Bush allemaal niet. Hij dacht na het avondeten dat hij wel genoeg wist om de volgende dag door te komen, en pakte een boek. Het past helaas heel goed bij het beeld van de president die niet echt geïnteresseerd was in zijn werk.
Evengoed: we moeten toch maar ophouden met Bush-bashen. Het begint pijnlijk te worden. Hij heeft zijn portie wel gehad. Behandel hem zoals we willen dat de Republikeinen Obama behandelen. Hij is bovendien machteloos (hij kan alleen nog wat politieke criminelen gratie verlenen, zie mijn vorige post en zie vooral hier - ik pretendeer niet ook maar de helft te begrijpen, maar het is een blog met niveau). Dus ik bedoel maar: moeten we natrappen?
En dan las hij ook nog eens minder dan Rove, die zegt dat Bush "lamely insisted he'd lost because he'd been busy as Leader of the Free World." Ik kan er niets aan doen, ik vind dat soort grapjes leuk.
Gepost door
Wouter van den Berg
op
00:28
0
reacties
Labels: Amerika, George W. Bush, Lezen, Presidenten
donderdag 25 december 2008
Problemen zien
Uit de tijd dat Kamagurka nog echt helemaal geweldig was - hij is nog steeds heel goed natuurlijk, maar nu heb ik het over de vroege jaren '80, toen elke cartoon goed was voor een lachkramp -, stamt diens bij ons thuis gevleugelde woord "U ziet geen problemen waar er wel degelijk problemen zijn". (Check de achterpagina van De Rimpelclub.)
Dit zou een motto van Karel van het Reve kunnen zijn. Terwijl iedereen met de fatwā op Rushdie bezig is, vraagt VhR zich af hoe de moordenaar aan zijn geld zal moeten komen. Kort maar krachtig schetst hij (Luisteraars, p. 269-270) de problemen waar niemand zich in zijn verontwaardiging mee bezighoudt, maar die voor iemand die serieus overweegt de gewenste moord te plegen zeer reëel zullen zijn. Het lijkt me heel goed mogelijk dat juist die praktische bezwaren de belangrijkste reden zijn dat Rushdie nog leeft. In het uitgebreide stuk over de controverse op Wikipedia worden alle pogingen tot aanslagen vermeld. Maar niemand lijkt zich af te vragen waarom het er eigenlijk zo weinig zijn geweest. Ook niet in de Nederlandse versie. De wikipedisten kennen hun Van het Reve niet.
Als ik een Karel van het Reve-medaille zou mogen uitreiken aan mensen die reële problemen zien waar anderen ze niet zien, zou die misschien naar de Votemaster gaan, die ook nu de presidentsverkiezingen voorbij zijn nog geen zin heeft om te stoppen met het magistrale politieke blog Electoral Vote Predictor. De laatste weken gaat het vooral over het samenstellen van het Team Obama en over de nog onbesliste senatorverkiezing in Minnesota, maar dan staat er opeens weer zo'n berichtje tussen:
On Dec. 23 President Bush pardoned Isaac Toussie, who had defrauded low-income home buyers, then on Dec. 24 he revoked the pardon. It is a bit early to tell how this will play out, but suppose Toussie goes to federal court to claim "once a pardonee, always a pardonee" and loses. In other words, suppose the courts rule that if Presidents have the power to pardon, they also have the power to revoke a pardon. That could have implications if President Bush pardons members of his administration on his last day in office and then incoming President Barack Obama revokes the pardons. This is definitely uncharted territory.De zaak wordt ook elders besproken, maar niet met dat cruciale extra inzicht erbij dat dit een precedent kan zijn: als een president een gratie mag herroepen, mag hij ook een gratie van een voorganger herroepen, want presidenten verlenen die graties natuurlijk niet op persoonlijke titel.
De kans lijkt me groot dat juristen van Bush het probleem intussen gesignaleerd hebben, en dat de herroeping weer herroepen zal worden (die graties worden immers vaak gebruikt om politieke schurken immuun te maken, en Bush zal er ongetwijfeld de komende weken meer willen verlenen). Misschien hebben ze het dan zelf bedacht, maar het is niet uitgesloten dat ze daarmee geïnspireerd zullen zijn door de Votemaster, want die kreeg, hou je stoel vast, medebloggers, op 3 november (dag voor de presidentsverkiezingen) 1,34 miljoen bezoeken en op deze slapste dag van het jaar nog altijd tienduizenden. Anders dan Karel van het Reve, van wie waarschijnlijk minder dan een miljoen mensen ooit gehoord hebben, is de Votemaster niet miskend.
Gepost door
Wouter van den Berg
op
23:20
0
reacties
Labels: George W. Bush, Kamagurka, Karel van het Reve, miskenning, Presidenten, Salman Rushdie, The Votemaster
woensdag 24 december 2008
Karel van het Reve geeft antwoord
Als ik wel eens moeite met Karel van het Reve heb, is het omdat hij de dingen die ik van hem wil weten met zo verschrikkelijk veel moeite prijsgeeft. Zo weet ik dat hij een hekel aan Noam Chomsky had, maar hij geeft naar mijn mening slechts het begin van een uitleg, in maar één fragment:
Wil een gedachte veel mensen geestdriftig maken, dan moet hij a. in een betrekkelijk eenvoudige, althans aanleerbare formulering aan te duiden zijn; b. de indruk maken nieuw te zijn; c. aansluiten op een bekende gemeenplaats en d. onjuist zijn. De mensen zijn het gelukkigst als zij iets ouds, gangbaars en vulgairs kunnen ondergaan als iets nieuws en origineels. Marx en Freud zijn voorbeelden van zulke 'grote combinatoren'. Een aardig modern voorbeeld lijkt mij Chomsky: iedereen kan meedoen, want iedereen heeft op school geleerd dat 'Jan slaat Piet' en 'Piet wordt door Jan geslagen' twee zinnen zijn die hetzelfde betekenen, wat niet waar is.('Grote combinatoren' is een verwijzing naar de oplichter Ostap Bender, hoofdpersoon van de romans van Ilf en Petrov, die zich de veliki kombinator noemt.)
U zult het met me eens zijn dat dit een zeer, zeer goed stukje is. Je kunt bij elke intellectuele "hype" Van het Reve's lijstje afgaan. Maar u zult het ook met me eens zijn dat de voorbeelden summier zijn. Met Marx en Freud geeft dat niet, die komen elders in VhR's werk genoeg aan de orde. Maar Chomsky niet.
Soms geeft VhR toch ergens extra uitleg. Min of meer per ongeluk, alsof hij vergeten was dat hij iets al eens eerder ter sprake had gebracht, en het toen bij de meer cryptische versie had gelaten. Dit gebeurt zelfs verschillende keren in de Apologie, een bibliofiele uitgave (150 exemplaren), waarin hij een voor een de bijdragen in het liber amicorum Uren met Karel van het Reve bespreekt.
Neem 'Oberhausen'. Sjifra Herschberg vertelt nog eens over de student die had beweerd dat Byron daar gewoond had. VhR schreef er al over in Afscheid van Leiden, echter zonder te vertellen hoe het precies zat. Sterker nog: hij maakt er een raadsel voor de lezer van door te zeggen dat het hem dagen heeft gekost te bedenken hoe het dan wél zat. Niets van die mystificaties in de Apologie:
Hier ware enige uitleg op zijn plaats geweest. Die student schreef dat Byron op een bepaald moment 'zich in Oberhausen vestigde'. Na veel nadenken begreep ik, dat die student een Duitse encyclopedie had geraadpleegd en daarin iets gevonden had van 'er nahm seinen Sitz im Oberhaus ein'.Hier voeg ik nog maar even toe dat dat Oberhaus het Britse House of Lords is, waar Byron als lord zitting in mocht nemen.
Heel belangrijk was voor mij de vondst over het 'er tegenop zien om doodgeschoten te worden', de reden die Karel van het Reve op verschillende plaatsen opgeeft om niet bij het verzet te gaan. Ik heb die uitleg altijd erg onbevredigend gevonden. Je zou kunnen denken dat hij zichzelf voor een lafaard hield. Je zou, als je niet beter wist, zelfs kunnen denken dat hij dat ook was. Dit net iets langere stukje over zijn werk voor de verzetsgroep van Robert van Amerongen schept duidelijkheid:
Het kostte hem enige moeite mij te overreden mee te doen. Ik had er een verschrikkelijke hekel aan te worden doodgeschoten. Ik was gaarne bereid iets te doen waarvoor ik de rest van de oorlog in een kamp of een gevangenis zou moeten zitten - iedereen was, vond ik, verplicht zo'n risico te nemen - maar tegen dat doodgeschoten worden zag ik erg op. Elke maand stonden er wel wat namen van doodgeschotenen in de krant. Soms waren dat mensen die ik gekend had. 'Jij wilt mijn naam in de krant hebben,' zei ik tegen Robert. 'Zo gevaarlijk is het niet,' zei hij, en toen deed ik mee.Robert van Amerongen viel de eer te beurt de biografische schets te mogen schrijven die in deel I van het Verzameld Werk is opgenomen. Daar staat in dat Max Pam Van het Reve eens vroeg of hij nu wel of niet voor de CIA had gewerkt, en dat Karel toen antwoordde: 'Dat mogen wij niet zeggen.' Van Amerongen doet Pam daarmee enig onrecht, want elke Karel van het Reve-fan weet dat dat een vaste anekdote is. Ik herinner me dat VhR hem ter sprake bracht in het radioprogramma Met het oog op morgen, toen hij geïnterviewd werd over de Geschiedenis van de Russische literatuur. In mijn herinnering had hij het over een studentenbijeenkomst, waarin hem de vraag op agressieve toon zou zijn gesteld. Pam nu is ook een Karel van het Reve-fan, en zal nooit pretenderen dat VhR juist hem voor het eerst dat mooie antwoord heeft gegeven. Dat doet hij ook niet in het stukje waar Van Amerongen zijn informatie waarschijnlijk vandaan heeft. In de Apologie komt dezelfde anekdote zo ter sprake:
(Laatst ontmoette ik iemand die me in de jaren zeventig geïnterviewd had voor de radio en mij gevraagd had of ik echt een agent van de CIA was. Ik had volgens hem geantwoord: 'Dat mogen wij niet zeggen.')Dit blijft een kwestie die nader onderzoek behoeft.
Gepost door
Wouter van den Berg
op
01:09
11
reacties
Labels: CIA, Dat mogen wij niet zeggen, Karel van het Reve, Max Pam, Niet op Nurks, Verzameld Werk Karel van het Reve
zondag 21 december 2008
Your Own Private Idaho
Een mooie van president Johnson, een variant op "never bite the hand that feeds you" en tevens op het altijd leuke (als je moeite met de politie hebt) "next time you're in trouble call a hippie", die ook nog eens actueel is in het kader van de Bridge to Nowhere-discussies.
James Reston was een zeer gerespecteerd journalist, die zich had uitgesproken tegen verdere inmenging in Vietnam. Frank Church was een senator van de staat Idaho, die bij zijn aantreden in 1957 niet meteen begreep wie er de baas was in de senaat, namelijk Lyndon B. Johnson, toen majority leader. Johnson zei hem bij zijn aantreden dat hij geacht werd voor het wetsvoorstel te stemmen dat zodadelijk aan de orde zou komen. Church stemde tegen, en werd een half jaar genegeerd door iedereen die ertoe deed.
Daarna schatte hij de situatie jarenlang beter in, en eigenlijk deed hij dat nog steeds toen hij in 1965 Johnsons Vietnam-beleid aanviel en daarbij verwees naar een stuk van James Reston. Johnson:
Frank, next time you want a bridge or a highway in Idaho, go ask James Reston.Ik heb dit... niet uit Robert Caro's onvolprezen meesterwerk The Years of Lyndon Johnson, waar ik, zoals trouwe lezers van dit blog weten, nu al een maand of zes in bezig ben. Dat is nog niet bij het presidentschap. Het komt (met wat bij elkaar gesprokkelde extra informatie) uit een boek van Jan Donkers, De tweede Amerikaanse eeuw. Gisteren voor 7,90 EUR gekocht bij de Linnaeus Boekhandel. Dat is een van de beste boekhandels van Amsterdam. Stapels van de delen I en II van het Verzameld Werk van Karel van het Reve, maar ook koekboeken, kunstboeken, buitenlandse boeken, ramsj, en een uitstekende afdeling kinderboeken. Voor elk wat wils.
Gepost door
Wouter van den Berg
op
11:03
0
reacties
Labels: Boeken, Lyndon B. Johnson, Politiek
zaterdag 20 december 2008
Helden op sokken
Sorry voor de corny titel, maar hij dekt zo perfect de lading dat ik niet anders kan. Muntader al-Zaidi gooide zijn schoenen naar de man die van Irak het enige Arabische land heeft gemaakt waar je schoenen naar een bevriend staatshoofd kunt gooien en eraf komt met een spontaan pak slaag en (misschien) twee jaar gevangenis. "That's the price of freedom", was een van Bush' hoffelijke verklaringen na het incident. Aardig is ook hoe gemengd de reacties in Irak lijken te zijn. De reacties in de rest van de Arabische wereld daarentegen vervullen je met plaatsvervangende schaamte:
* Een Libische liefdadige instelling looft Muntader een prijs voor dapperheid uit. (Voor zo'n actie is in Libië een bijzonder soort doodsverachting nodig.)
* Een Saoedi-Arabiër biedt 10 miljoen dollar voor de schoenen, vanwege de morele waarde die ze vertegenwoordigen.
* Een zakenman in Bahrein schenkt een Mercedes-limousine. Hij piekert nog hoe hij de overdracht gaat regelen, want het is zijn eigen auto (bouwjaar 1990).
* Een Egyptenaar biedt zijn huwbare dochter aan. Dochter Amal vindt het geen slecht idee, zou ook best in Irak willen wonen.
Ik begrijp dat tegen de stroom inzwemmen in die landen dodelijk is, en ik verlang dat van niemand. Tandenknarsend afwachten tot het over is met die weerzinwekkende regimes, en proberen te leven, lijkt me het devies. (Is het u wel eens opgevallen dat de Arabische landen zo ongeveer de laatste echte dictaturen ter wereld zijn? Dat was 20, 30 jaar geleden wel even anders. We've come a long way, en verandering ís dus mogelijk.) Zo met de stroom méé zwemmen is verachtelijk. Stelletje hielenlikkers!
Gepost door
Wouter van den Berg
op
23:52
0
reacties
Labels: Cultuurverschil, George W. Bush, Politiek
woensdag 17 december 2008
Waar is dat geld gebleven?
Ik was voorzichtig begonnen aan een serie over MMM (hier deel 1), een van de grootste Ponzi schemes ooit - dacht ik. Maar nu blijkt Mavrodi een kleine jongen vergeleken bij Madoff. Of niet?
Een vraag waar ik geen antwoord op heb gevonden is: waar is al dat geld nu? Als ik het goed begrijp heeft Madoff op dit moment voor 50 miljard aan schulden. Maar hij heeft dat geld niet zelf opgemaakt - daar is het te veel voor. Stel dat hij zich de laatste dertig jaar een salaris toekende van... 10 miljoen dollar per jaar? En zijn zoons en zakenvrienden de laatste jaren ook. Zouden ze misschien 1 miljard dollar van dat geld voor zichzelf hebben kunnen houden? Vooruit, laten we dat aannemen. Normaliter zou dat geld hun als fondsbeheerders toekomen, maar nu zou het frauduleus verkregen zijn, dus ja, dat is gestolen, verduisterd, hoe je het noemen wilt. Een heel bedrag natuurlijk, en het zal niet makkelijk terug te vorderen zijn.
Maar dan blijft er nog een slordige 49 miljard over die niet wederrechtelijk door Madoff en zijn kornuiten is toegeëigend. Die staat niet op enige rekening van Madoff, noch als geld, noch als beleggingsproduct. Waar is dat deel van het geld dan? Me dunkt dat het als winst is uitgekeerd. En omdat de begunstigden bona fide beleggers waren, zullen ze die winst weer goed hebben gebruikt - voor een zorgeloze oude dag, voor mooie liefdadige projecten, maar vooral weer voor andere investeringen. Het geld is dus op een gezonde manier in omloop gebleven, zij het wat anders verdeeld dan de bedoeling was: met veel winnaars (degenen die er door geluk of wijsheid tijdig uitstapten) en met een aantal forse netto verliezers (degenen die er de afgelopen weken te laat bij waren - en de sukkelige banken die leningen verstrekten opdat beleggers nog meer bij Madoff konden beleggen; die banken wil ik hier verder buiten beschouwing laten, maar ook voor hen zal gelden dat ze ook aan Madoff verdiend zullen hebben).
Hoe erg zijn die netto verliezers er aan toe? Ik vraag me af of bij die 50 miljard "verlies" die steeds weer wordt genoemd, rekening is gehouden met het feit dat de meeste verliezers jarenlang hun winsten zullen hebben meegepikt. Dat werpt, lijkt me, toch een ander licht op de zaak. Als het verlies "oneerlijk" is, zijn de winsten uit het verleden dat ook.
En een verliezer die nooit zijn winst nam, iemand die 10 jaar geleden een miljoen stortte en nu niets meer heeft? Hoe tellen we zijn verlies? Hij zag zijn vermogen 10 jaar lang op papier met 10% per jaar aanwassen, rente op rente. Wat zegt hij nu? Ik ben een miljoen kwijt, of ik ben 2,5 miljoen kwijt? Ik vermoed het laatste, maar wat mij betreft zou alleen de inleg mogen tellen.
Al met al een heel verschil met Sergej Mavrodi van MMM, die weliswaar in 1994 slechts (volgens de hoogste schatting) 1,5 miljard dollar kwijt maakte. Maar Mavrodi maakte dat geld dan ook goed kwijt. Hij werd daarbij geholpen door de hyperinflatie van het Rusland in die jaren. Het geld werd in korte tijd verzameld bij miljoenen mensen, die dachten dat hun overtollige roebels zo meer zouden opbrengen dan als ze ze voor dollars zouden wisselen. Winsten werden nauwelijks uitgekeerd - dat kon ook haast niet, want ze moesten de geldontwaarding overtreffen - en bij de eerste de beste belastingcontrole stortte het kaartenhuis ineen. Er werden meer dan 50 zelfmoorden gerapporteerd, maar uiteraard moet je alle nieuws uit Rusland met de nodige scepsis beschouwen.
Gepost door
Wouter van den Berg
op
00:53
0
reacties
Labels: Business, Geld, MMM, Oplichterij, Ponzi scheme
zondag 14 december 2008
Allewiejo, allewajo
Chartreuse gaat boven kummel, in al de landen van de wereld, weten we sinds Lijmen. En Ben legde onlangs uit (in een commentaar op mijn stuk over Boris Ryzhy) dat het wereldwijd de gewoonte is meerdere zelfmoordpogingen te doen voordat er een lukt. In het algemeen moet je oppassen op grond van enkele waarnemingen een wereldwijde geldigheid van een bepaald verschijnsel te vermoeden. Ik wilde iets over theater en wereldwijde karaktertrekken van acteurs zeggen, maar aarzel nu. Ik weet alleen hoe het in Amsterdam is, en dan alleen nog in het stuk dat ik gisteravond zag, op uitnodiging van de Rabobank, die behalve onze bank ook sponsor is van de Stadsschouwburg.
Ik hoorde Paul Haenen zich ooit eens op de radio boosmaken over een recensent die de makers van een toneelstuk van vlerkerigheid betichtte. Het is een mooi woord, dat ook past bij de voorstelling Het temmen van de feeks door Toneelgroep Amsterdam. Veel ruwe seksgrappen, onfunctioneel bloot (of beter: bloot dat niet zo door Shakespeare was voorgesteld en dat het verhaal wel heel ongeloofwaardig maakt; het heeft wel degelijk een belangrijke functie, namelijk de aandacht van het publiek terugkrijgen op punten dat het zou kunnen beginnen te morren over het verhaal dat maar niet opschoot), stevig knijpen in blote borsten (helemaal echt), kotsen, neuken, scheten laten, plassen en heel veel dingen vies maken en stuk gooien. Vooral dat laatste kunnen mijn vrouw en ik slecht tegen. De stomerij- en reparatiekosten doen pijn, als ze zo makkelijk te voorkomen waren.
Maar het ergst was de zelfvoldaanheid waarmee ze hun grappen maakten. De perfect ingestudeerde liederen en yells. Iedereen in voetbalsupportersoutfit op het huwelijk, behalve Petruchio, die in keurig pak komt en daarom gekapitteld wordt om zijn respectloosheid. Omkering, woeha! Tevens lijkt de regisseur hiermee de meer geschoolde toeschouwers te willen laten zien dat hij over een goede cultuurhistorische bagage beschikt: carnaval, de wereld wordt even op zijn kop gezet. Meester wordt ook knecht, en knecht meester. Ja hoor, ík snap het, ík heb ook een alfa-vak gestudeerd. Ik kan het daarom wat beter "plaatsen" dan de melkboeren en aannemers van ons Rabobank-gezelschap. Maar verder dacht ik er hetzelfde over.
Of nee. Die melkboeren en aannemers waren veel positiever dan ik. Ja, wel wat veel bloot en wat ruwe taal, zeiden ze achteraf. Maar de teneur was: we gaan naar modern toneel, dit hoort erbij. "Wat een geweldige aanklacht tegen vrouwenmishandeling", zei een dame zelfs. Dat zo'n welwillend publiek voor de gek wordt gehouden door arrogante toneelkwasten, dat vind ik misschien nog het ergste.
Gepost door
Wouter van den Berg
op
21:54
5
reacties
Labels: Bank, Cultuurverschil, Shakespeare, Toneel
