dinsdag 15 maart 2011

Noam Chomsky

Eigenlijk moet ik hem gewoon opzeggen, de nrc next. Ik wilde een ochtendkrant, maar ik ben te oud en, het klinkt hard, te wijs voor nrc next. Maar ik voel me verplicht het uit te leggen, voor de jongere lezers. Die weten niet dat je moet uitkijken naar vluchtwegen als iemand de naam Noam Chomsky laat vallen, of het nu over taal gaat of over politiek. De redacteuren van nrc next wisten dat ook niet. Ik vermoed zelfs dat ze tot voor het afgelopen weekend zijn naam nog nooit gehoord hadden, en dachten dat ze een bijzonder, nieuw geluid hoorden toen hij afgelopen zaterdag een lezing in Amsterdam hield. Snel googelen, moeten ze hebben gedacht, en verdomd, de ene wijze uitspraak na de andere! Meteen presenteerden ze hem op de voorpagina als ‘politiek denker’. Bij de korte vertaling van die lezing reproduceerden ze in de (in die vreemde krant onvermijdelijke) ‘bullets’ braaf de vaste pitch van de Chomsky-bewonderaars. Net als het stuk van Chomsky zelf zijn die bullets voer voor eenieder die graag onzuivere argumenten ontrafelt, buitenissige claims natrekt of valse verdachtmakingen weerlegt. Maar dat kost wel tijd. Ik zou een dag of twee nodig hebben, want ik doe het graag zorgvuldig en wil mijn verslag leesbaar houden. Zoveel tijd heb ik niet. Maar, beste Nurks-lezer*, samen is dit misschien ook veel leuker? U moet dan wel even de nrc next erbij pakken. Maar misschien leest u die helemaal niet. Ik ben bang dat ik u dan gelijk moet geven.

*Dit stukje was bedoeld voor het online tijdschrift Nurks met zijn vaste club reageerders, maar ik wilde het de lezers die de voorkeur blijven geven aan BTBETW niet onthouden.

woensdag 16 februari 2011

Nichtje

Sommige commentatoren maken zich er vrolijk over dat Berlusconi zich had laten wijsmaken dat Ruby het nichtje van zijn vriend Hosni Mubarak was. Maar zo gek is dat niet. Het maakt misschien een rare indruk dat iemand die zo veel bereikt heeft in het leven zo naïef is, maar dat is gelul achteraf.

Allereerst zei iemand het tegen hem. Een naaste medewerker, mogen we aannemen. Die was dan zelf verkeerd voorgelicht, maar de minister-president is niet gewend dat naaste medewerkers hem macaroni aan zijn oren breien.

En toen hij die melding had gekregen viel alles perfect op zijn plaats. Dat hij dat niet meteen had bedacht toen hij met haar zat te babbelen. Ga maar na. (1) Ruby en Mubarak komen allebei uit Afrika. (2) Het is algemeen bekend dat ze daar grote families hebben, met neefjes en nichtjes in alle smaken. (3) Dat Ruby een andere achternaam heeft dan Hosni, pleit juist vóór de conclusie dat ze een nichtje is. Want neven en nichten hebben vaker niet dan wel dezelfde achternaam als de oom. (4) Mubarak is machtig, Ruby is mooi. Zeldzame mensen moeten wel iets met elkaar te maken hebben. Wat wel bewezen wordt door de clincher: (5) Berlusconi kent ze allebei.

Bij zoveel verbanden staat het verstand even stil. Ik begrijp heel goed dat hij meteen dat telefoontje pleegde om haar uit haar kerker te bevrijden.


PS. Niet een nichtje, een kleindochter. Maar dat kan net zo goed. Beter misschien nog zelfs. (6) Dat leeftijdsverschil alleen al!

maandag 31 januari 2011

Een dame uit Suriname

- ‘Dat is mijn zaak... Slet?’
- Slet. Neutraal en grappig.
- Neutraal omdat het geen echte belediging meer is, tegenwoordig. En grappig... Omdat het toch nog helemaal over the top is?
- Mits correct gebruikt. Medewerkster A. zegt tegen medewerkster B. dat freelancer C. een klus geweigerd heeft omdat die morgen al af moet, terwijl er normaliter een week voor zou staan. B. zegt routinematig: ‘De slet.’
- Terwijl ze beiden niets weten over C.’s liefdesleven.
- Of zelfs vermoeden dat C’s liefdesleven helemaal niet spectaculair is.
- Dat is leuk. Dus je dacht?
- Even recapituleren. Ik dacht, dácht he, ik dacht: ‘Dat is mijn zaak, slet.’ Want die juffrouw van de kassa zei dat vijf stuks serviesgoed een vreemd aantal was. Maar daar heeft ze niets mee te maken. Die toevoeging van ‘slet’ gaf mij een binnenpretje. Dat kon ik gebruiken.
- Vijf is een heel raar aantal, dat vind je zelf toch ook?
- Natuurlijk. Idioot. Maar ik heb één vriendin en drie kinderen. Die borden en bordjes en kommen kostten gemiddeld 5 euro per stuk. 4 items maal 5 maal 5. Óf maal 6. Ik vind dat het verschil maakt of je 100 of 120 euro uitgeeft. That’s me. Had ik vijf kinderen gehad...
- Wat niet is kan nog komen!
- ...
- Nee, daar willen we niet aan denken. Dan had je meteen aan twaalf gezeten. Een tussenweg is er niet.
- Waar het om gaat is dat ze er goed afkwam.
- Met in jouw gedachten slet genoemd te worden kwam ze er goed af?
- Zeker omdat het zo’n neutraal en grappig woord is, tegenwoordig dan. En ik was niet racistisch.
- Want ze was ook nog eens zwart?
- Hoe bedoel je ‘ook nog eens’?
- Eh... behalve dat ze een s*** was. Nee nee, ik snap het. Ze was waarschijnlijk beslist géén slet, maar absoluut zeker te weten wél zwart.
- Ja, en daar mag je natuurlijk geen grappen over maken.
- Welke grap had je in gedachten gehad?
- Ja, dat is ingewikkeld, maar er gaat wat door je heen hè, in je gedachten dan. Cherry.
- Cherry.
- Want ik kan die 120 euro óók betalen, als het moet. Maar ik wil dat juist niet. En ik denk dat ik vooral daarom ook meer te besteden heb dan veel Surinamers, omdat ik me keurig inhoud. Rationele afwegingen maak. Vijf koop als de sociale conventie om zes vraagt, maar ik wens zelf te bepalen aan welke sociale conventies ik me houd en aan welke niet. Ik verdien misschien maar iets meer dan de modale Surinamer, maar ik geef veel minder uit.
- Daar doe je goed aan. De kans dat een of andere slet van de serviespolitie thuis je keukenkastjes komt controleren is miniem.
- Dus dan denken we aan Cherry.
- Welke superracistische quote uit haar repertoire had je in gedachten?
- ‘Ik ben dan wel blank maar ik heb zwart geld op de bank.’
- Onsterfelijk. Vernietigend. Onredelijk. Ingewikkeld. Zinloos in deze context.
- Je hoort hem veel te weinig.

donderdag 27 januari 2011

Zintuiglijk genot

Toevallig heb ik nog geen e-reader, maar ik wen al aardig aan de grote omschakeling. Het is een vreemd idee, dat de 55 meter boeken die ik nu in mijn boekenkasten heb misschien nog eens tot 60 meter zullen aangroeien, maar dat dat het dan wel zal blijven. Toon mij uw boekenkast en ik zeg u wie u in 2011 was.

De voordelen van e-boeken zijn ontzaglijk. Licht om mee te nemen, gaan niet stuk in de tas. Je hoeft niet te kiezen welke je mee op vakantie of in de trein of naar de wc of naar bed meeneemt. Doorzoekbaar natuurlijk, heel belangrijk voor iemand die zelden een boek van begin tot eind leest, maar wel wil weten wat een schrijver over dit of dat zegt. En de wereldliteratuur (OK, tot negentienhonderdzoveel i.v.m. de auteursrechten, maar evengoed) gratis downloaden en altijd bij je hebben, dat is toch een droom.

Het belangrijkste argument dat naar mijn mening tegen e-boeken wordt aangevoerd is het zintuiglijke. Neem die gebonden boeken van Van Oorschot. Ja, die vind ik mooi. Ik gaf in mijn studententijd mijn laatste geld uit aan het Verzameld Werk van Toergenjev, vier delen (later, toen ik al geld verdiende, maar nog niet bepaald veel, kwam er nog een deel brieven bij, met de prachtige commentaren van Karel van het Reve, die, scoop, niet in het Verzameld Werk komen, dus koop dat Toergenjev-deel) in de onovertroffen Russische Bibliotheek. Ik word nog steeds blij als ik ernaar kijk. Ook de Multatuli's. En veel boeken met een geschiedenis.

Maar je moet dit argument niet overdrijven. Dat wil zeggen: ik wil best aannemen dat voor veel mensen de ervaring van het lezen van een goed gemaakt boek heel belangrijk is. Maar voor mij telt het niet zwaar. Veel mooie boeken vind ik als ik ze eenmaal in handen heb helemaal niet zo prettig meer, wat ze ook hebben geprobeerd met hun dundruk, leeslintjes etc. Ik leef in permanente angst dat ik ze stukmaak, wat ik ook vrij vaak doe: ruggen breken, vetvlekken erop maken (als je ze op de eettafel legt - fijne actieve zithouding heb je daar, maar bij mij thuis willen er ook wel eens kruimels op blijven liggen), kleine scheurtjes in bladzijden en stofkaft, bij het uit de kast halen, of gewoon uit pure onhandigheid tijdens het lezen, vooral in bed.

Maar zelfs als je een slag handiger bent dan ik of er niet om maalt je boeken stuk te maken, dan blijft het nog maar de vraag of het eigenlijke lezen werkelijk zoveel prettiger is in een boek van papier. De ideale 'leesinstellingen' zijn zo persoonlijk, geen uitgever kan met alle voorkeuren rekening houden. De Gerard Reve-biografie van Nop Maas heeft voor mij een te groot formaat. Ik lees langzaam en laat me graag en veel afleiden, dus moet ik het lezen regelmatig hervatten, maar met grote bladzijden weet ik dan niet meer waar ik was. De delen van het VW van KvhR zijn te dik naar mijn smaak. Met een e-reader kan je (stel ik me althans voor) lettertype en -grootte aanpassen. En als hij stukgaat is hij inwisselbaar.

Een weinig gehoord argument tegen e-books dat ik er wel bij wil noemen om nog de schijn van een balanced view te wekken: wat doe je met de vrijgekomen, of althans niet meer voor boeken gereserveerde ruimte? Gaat dat niet galmen? Een béétje een fijn huis wordt gedomineerd door boekenkasten. Bij sommige leuke mensen komen daar ook nog een of twee kasten vol platen of cd's bij, die wegens de iPod ook al niet meer uitgebreid zullen worden. Maar weinig mensen willen kleiner gaan wonen. Er komen muren vrij die voor planken bedoeld waren.

Voor dit probleem bestaan verschillende oplossingen. Je kunt bijvoorbeeld tapijten aan de muur hangen, zoals ze in Rusland doen. Dat is goed voor de akoestiek en het staat gezellig. Maar... je kunt ook een aquarium nemen. Of een kat, die anders tegen de boeken zou piesen. Tot de echte omwaarders aller waarden zou ik willen zeggen: neem een aquarium van twee meter én een kat. Als u toevallig mijn kinderen een dezer dagen tegenkomt: graag niet laten merken dat dat nu precies is wat ik op het moment overweeg.

dinsdag 25 januari 2011

Tine Thing

Ik wilde al een hele tijd een stukje over Tine Thing Helseth schrijven, en dan vooral over haar uitvoering van Haydns trompetconcert, en dan weer in het bijzonder het derde deel, in de opname die hier te bewonderen is. Ik kijk die opname snotterend uit. De muziek is daar altijd goed voor, maar met Tine Thing erbij lijkt de ontroering nog groter.

Daarom aarzelde ik ook erover te gaan schrijven, want voor seksistische commentaren kunt u gewoon op YouTube blijven. Maar toen ik vanavond weer eens keek, en bovendien naar een ander filmpje met haar doorklikte, bedacht ik dat Tine Thing misschien meer aan de muziek te danken heeft dan de muziek aan haar.

Laten we maar tot de kern van de zaak overgaan: hoe mooi is Tine Thing nu eigenlijk? Goed: lieve lach, slank, lang blond haar, blauwe ogen, twintig. Dat zijn waar ook ter wereld sterke punten, waarmee ze zich van vele andere vrouwen onderscheidt. Maar luister en kijk ook eens naar haar uitvoering van het derde deel van het trompetconcert van Hummel (bij trompetconcerten voldoet het meestal de componist te noemen, de meeste schreven er maar één). Weer mooi zeulend met die rugtas. En ja, zomerjurkje, leuk hoor. Maar zoals ze in dat filmpje telefoneert. (Waarom? Met wie?) En haar gezicht, dat misschien niet toevallig zelden compleet en zonder instrument ervoor in beeld komt - is dat misschien niet een béétje dom?

Ja, deze uit de klei getrokken Noorse ís aantrekkelijk, maar alleen als ze Haydn speelt.

zaterdag 15 januari 2011

FAQ

De Engelstalige kunstenares M. maakt mij een compliment. Ze zegt dat owning a business een worthy cause is. Eigenlijk ben ik een kunstenaar. Ja, dat vind ik leuk te horen, en niet omdat ik M. zo leuk vind. Niet dat ik M. niet leuk vind, integendeel, maar hoe moet ik het zeggen. Ja, ze heeft een partner met een meisjesnaam (ook artist), en vrouwen die op vrouwen vallen, daar val ik niet op, hoe waardig hun oorzaak ook is. Waarom, ik zou het niet weten, maar ik snap niets van die zuipende agent in The Wire die tere gevoelens koestert voor zijn lesbische collega. Kima! De naam van de agent ben ik kwijt. Ik wil het trouwens ook niet weten, de verklaring waarom ik niet op lesbiennes val bedoel ik, zelfs niet als ze er zo uitzien als Kima en het maar acteren. Ik kan trouwens ook goed leven zonder de naam van die agent.

Als ik, enthousiast geworden, een sterk staaltje van ondernemerschap heb gerelateerd, reageert M. met een langgerekt f*ck! Dit speelt allemaal in een etablissement, en aan verschillende tafeltjes kijkt men geamuseerd om. M. krimpt ineen. Ik leg uit dat f*ck weliswaar een keurig Nederlands woord is, maar dat ze het helemaal verkeerd uitspreekt. De klinker is niet een soort a, maar de schwa, de neutraalste klank die je kan voortbrengen, midden in je mond gevormd zonder welke spanning dan ook, maar, en dat is zo f*cking vreemd voor veel niet-Nederlandstaligen, je moet hem soms benadrukt uitspreken.

vrijdag 14 januari 2011

Geriatrische circusapen

Ik heb enige tijd overwogen een Dacia Duster te kopen. Nét een stapje vooruit vanaf mijn muisgrijze Citroën Berlingo - van poor man’s MPV naar poor man’s 4WD. En de kinderen zouden het goed hebben gevonden, ik denk dat ze geen van drieën ooit merkbewust zullen worden. Gelukkig bleek het ‘knokken’ van onder de motorruimte van de Berlingo weliswaar irreparabel, maar ook onschuldig te zijn, zodat ik het vraagstuk uit mijn gedachten kon bannen. Maar door die viral leefde het weer even op. Ik hoef hem definitief niet. In die zin schiet de reclame tekort.

Wel vind ik hem erg grappig. Beetje Nederlands in zijn directheid, dat wel, ondanks de Engelse acteurs. Misschien slaat die combinatie van Nederlands idee en Engelse uitvoering niet overal aan. Maar zó groot zijn de verschillen in gevoel voor humor toch ook weer niet, internationaal.

Dat zou je denken – tot je de reacties op Youtube leest. Roemeense reageerders lijken te denken dat de kopers en de verkoper Roemenen moeten voorstellen, en wijzen er onder meer op dat Roemenen geen zigeuners zijn (de verkoper scheldt de kopers daar op zeker moment voor uit), dat zigeuners wel degelijk een probleem in Roemenië zijn en dat de Roemenen hun minderheden nooit hebben uitgeroeid, zich daarbij wel van vele andere volken onderscheidend.

Ik vraag me dan af: bestaan er Roemenen die wél begrijpen hoe het bedoeld was, wat en wie hier uiteindelijk bespot wordt. Als ze er zijn, zullen ze zich heel eenzaam moeten voelen.

maandag 27 december 2010

Plastic Bertrand en de Toverberg

Der Zauberberg helemaal uitge..., OK, -luisterd, in precies tien autoritten, in deze versie - en dan schijnt er nog een betere luisterversie te zijn. Lees ik het boek dan niet? Jawel! Ik ben middenin begonnen, in een van de fraaie discussies die ik luisterend moeilijk te volgen vond en die ook in het boek niet makkelijk waren, maar evengoed las ik zo vijftig bladzijden, nog snel twintig van zulke sessies en der Zauberberg kan boven aan mijn eindejaarslijstje van de boeken die ik pas in 2010 las.

Mynheer Peeperkorn (je zou een flink stuk kunnen schrijven over de Nederlandse namen bij Thomas Mann) doet denken aan... Vooruit, het is ingewikkelder, maar het past wel binnen de 250 woorden. Een vriendin, liefhebster van Thomas Mann, hoort me Plastic Bertrands Ça plane pour moi neuriën, wat eentonig is en vreemd moet klinken voor iemand die niet weet dat ik dat wel eens doe. Ik stel haar gerust, laat haar een van de clips op YouTube kijken. Zíj is degene die opmerkt dat P.B. doet denken aan mynheer Peeperkorn, wiens onsamenhangende exposés over Indische drugs voor velen in het boek op meer "persoonlijkheid" wijzen dan de doorwrochte betogen van Settembrini en Naphta.

Och, dat geldt wel voor alle popmusici en het hele genre van de popmuziek. Take it away Plastic. Maar de beste trampoline was die van onze eigen Toppop (met persoonlijkheid Ad Visser, de Hitvisser).

vrijdag 24 december 2010

Vooruitgang

Het leukste van de klimaatsceptici is de onbekommerdheid waarmee ze argumenten omarmen en weer laten vallen.

De aarde warmt niet op. Als je eerlijk meet, zie je dat hij zelfs koeler wordt. Schaatsen uit het vet. Kijk trouwens maar naar het weer buiten.

De aarde warmt op, alleen een gek zal het ontkennen, maar dat komt door de zonnevlekken. Dáár zouden ze onderzoek naar moeten doen, maar de wetenschappers krijgen alleen maar geld om de effecten van CO2 te onderzoeken.

De aarde warmt op, waardoor maakt niet uit, maar het is juist positief. Kunnen we eindelijk maïs verbouwen tot aan de poolcirkel, zoals Chroesjtsjov al wilde.

De aarde warmt op, dat is vervelend, maar je doet er niets aan. Wen er maar aan, en ga snel dijken bouwen. (Met als impliciete boodschap: dan komen jullie op jullie tropische eilanden ook nog eens van jullie luie reten).

De aarde warmt op, maar dat geeft niet, als we maar snel ijzervijlsel in de oceanen strooien, en van de Caribische zee een algenkwekerij maken.

De aarde warmt op, maar dat heeft als prettig neveneffect dat de linkse kerk begint te begrijpen dat je beter kerncentrales kunt bouwen dan thee kunt drinken met kutmarokkaantjes.

De aarde warmt op, maar we gaan hoe dan ook naar de kloten en we leven maar één keer, en dat is minder pijnlijk in een auto met airco.

Ik moet hier steeds aan denken als ik al die bezwaren tegen e-books lees. Mijn tegenargumenten zijn trouwens even eclectisch.

donderdag 23 december 2010

Kingdom come

‘We hebben er al genoeg.’ Dat was een argument dat ik liever niet gebruikte toen ik in de vroege jaren tachtig nog niet naar Karel van het Reve luisterde en tegen de atoombommen demonstreerde. (Mijn moeder, die ook meedeed, vroeg eens aan Eva Biesheuvel of zij nog ging demonstreren, maar Eva zei: ‘Dat mogen we niet van Karel’; Maarten hoorde hen vanuit de keuken en reageerde minder diplomatiek: ‘Pacifisten zijn lullen! Liever een raket in mijn keuken of hoe zeg je dat!’) Ik was natuurlijk voor totale ontwapening, totale atoomontwapening was nog maar het begin. Als je gaat zeggen dat het onnodig en duur is om er nog méér van te hebben, ben je als Fundi je naam niet waard.

Maar ik woonde toen ook een tijdje in Amerika, en daar had ik een pragmatischere politieke educatie. Kijk wat er te bereiken is, en werk daar stapje voor stapje naar toe. En als eerste stap is het dan toch best handig erop te wijzen dat de plannen om nog veel méér atoombommen te produceren nutteloos en duur zijn. Dus was dat de boodschap die ik bij het handtekeningen verzamelen moest overbrengen.

En onze inspanningen lijken niet voor niets te zijn geweest! Een kleine 30 jaar later zijn 13 geharnaste Republikeinen in de Amerikaanse Senaat ‘om’. Zij stemden vóór ratificatie van New START. Een van hen combineerde onze boodschap zelfs met de apocalyptische visioenen van Ronald Reagan: ‘It leaves our country with enough nuclear warheads to blow any attacker to kingdom come.’

dinsdag 14 december 2010

Wat doet het er toe?

Eigenlijk is de website van de concurrent lachwekkend: kwaliteitsclaims waarvan ik als professional weet dat ze onmogelijk waar te maken zijn, een quasi-concreet “30% goedkoper!”, een lijst klanten waarvan zelfs niet-professionals wel zullen begrijpen dat die beslist niet exclusief met dit bedrijfje zullen werken. Elsschottiaanse reuzenzaken. Mooi is ook een portrettengalerij van “medewerkers” (freelancers natuurlijk, en misschien zelfs dat niet), die er dan wel niet allemaal even nozel uitzien (maar je moet zelf nozel zijn om dat te zien), maar wel allemaal voor dezelfde achtergrond poseren. Of zou die achtergrond erachter geshopt zijn? Een klein menselijk foutje is dan dat al die medewerkers niet in het kantoorpandje zouden passen dat op een andere foto staat - verzuimd de belendende percelen mee te fotograferen, dat zou Piepers beter hebben gedaan.

Ik kan er alleen helemaal niet om lachen. Ik vind het verschrikkelijk. Ik neem het persoonlijk. Ik krijg er buikpijn van.

Weet ik dan niet dat waar ook ter wereld de leugenaars en de bulshitters, die er maar op los lullen zonder enige belangstelling voor de waarheid, dat die mensen het overal voor het zeggen hebben? Ja, natuurlijk weet ik dat. Maar het gaat om mijn werk. Dat is mijn broodwinning, maar ook de enige sfeer waarin ik mijn bijdrage kan leveren om de wereld íets beter te maken. Dat kan ik alleen als ik mijn werk goed mag doen. En dat lukt niet als ik gedwongen word met de bullshitters te concurreren, want daarvoor moet ik er zelf een worden.

zaterdag 11 december 2010

B. sms’t me

B. sms’t me - de sms is haar belangrijkste communicatiemiddel, ze moet te lang nadenken over toepasselijke Engelse woorden om ze tijdens een gesprek uit te spreken; andere, meer gespecialiseerde, communicatiemiddelen zijn een uitdraai van Google Agenda waarop ik de volgende datum mag invullen waarop ze mag komen, en op tafel geplaatste lege schoonmaakmiddelflessen die de boodschap communiceren dat ik naar het Kruidvat moet voor nieuwe. Maar een meer gecompliceerde boodschap moet per sms: ‘tomorrow i go with friend ok?’

Het is geen afzegging, want daar geeft ze nooit een reden bij. Dus ze neemt iemand mee.

Ik wil niet zeggen dat ik in paniek raak, want het ís mogelijk dat ze een even frêle landgenote meeneemt, die aan tafel gaat zitten sms’en, of die misschien even hard meeboent. Dat zou ik leuk vinden, alles in het nette, maar twee geurige winterjasjes aan de kapstok in plaats van een, dat zal een klein genoegen nog genoeglijker maken, denk ik.

Maar dat woord ‘friend’ laat nog een andere mogelijkheid open. Het kan een man zijn. Dat moet ik niet hebben. Stel dat hij een crimineel is - het enige wat ik van B. weet is haar mobiele nummer. Of nee, daar ben ik ook niet bang voor. Het is gewoon dat het een man is, die in mijn comfortzone komt. Ik heb niets tegen mannen, ik ben zelf een man en mijn beste vrienden zijn mannen, maar in mijn comfortzone wil ik ze niet hebben.

(Naschrift: B. kwam toch alleen.)

vrijdag 10 december 2010

Een mannetje of vijf... zes?

Lezend in deel 4 van het Verzameld Werk van Karel van het Reve (voor de liefhebber interessanter dan deel 5, omdat er meer ongepubliceerde stukken in staan) stuit ik op een passage waarover, ten behoeve van het notenapparaat, mijn advies was gevraagd. Door een plotselinge zenuwachtigheid bevangen blader ik door naar de noot. En inderdaad, daarin blijkt een compromis te zijn gezocht, tussen mijn advies en dat van de slaviste A. Jammer, want ik heb gelijk, maar om de mening van A. kom je niet makkelijk heen, want ze is een van de slechts drie promovendi van Van het Reve.

Ik stel me voor hoe ik dat iemand zou uitleggen, iemand die mij zou vragen: “Die A., wat is dat voor iemand?” (Een weinig realistisch scenario, daarom schrijf ik het in dit blog.) Dan zou ik zeggen: “Zij is een van de drie promovendi van Karel van het Reve, en daarom geniet ze een zeker aanzien in de kleine kring van absolute Karel van het Reve-bewonderaars.” Mijn gesprekspartner zou dan vragen hoe groot die kring is. Dan zou ik zeggen: “Een mannetje of vijf... zes?”

Want na de Verzameld Werken van Karel van het Reve en Willem Elsschot blijven de eerste en tweede langspeelplaat van het Simplisties Verbond ongetwijfeld de rijkste bron van citeerbaarbare Nederlandse zinnen.

donderdag 9 december 2010

Zweden: naïef én fout

Over één ding schijnen alle Zweden het eens te zijn: de vervolging van Assange is niet politiek gemotiveerd. Ze willen hem ter verantwoording roepen vanwege de seks, een zeer serieuze zaak in Zweden. Advocaten grappen dat je als man beter niet zonder schriftelijke toestemming met een vrouw naar bed kunt gaan. Assange moet, zeggen de Zweden, begrijpen dat hij bij al het prachtige werk dat hij doet niet boven de wet staat.

Dat Amerikanen of andere belanghebbenden de dames A. en W. ertoe zouden hebben aangezet om met Assange naar bed te gaan, op hem daarna op zijn gebrekkige wetskennis te kunnen pakken, daar willen ze in Zweden al helemaal niet aan. De Zweden behoren, net als de Nederlanders, tot de naïeve Noordwest-Europese volken die de dingen at face value nemen en erop vertrouwen dat de andere partij even redelijk is en ongeveer dezelfde dingen belangrijk vindt als zijzelf. Dat heeft die volken rijk en gelukkig gemaakt, want meestal is die houding terecht en dan is het fijn, snel en veel zaken doen.

Maar complotten bestaan wel degelijk, en soms lijken ze zelfs op de complotten uit politieke thrillers. Ik wil niet zeggen dat Assange dus wel slachtoffer van zo’n complot zal zijn. Maar je moet juist in een geval als dat van Assange, die iedereen in de wereld uitdaagt die vóór geheim en stiekem is, niet uitsluiten dat hem op geheime en stiekeme wijze een hak wordt gezet.

Maar laat het nu eens géén complot zijn. Die seks heeft plaatsgevonden, de vrouwen waren geen instrumenten van de CIA of een andere geheimzinnige organisatie (je mag het hopen voor ze, want, zo verkneukelt menig commentator zich, dan zouden ze zich geprostitueerd hebben en dat is in Zweden ook al strafbaar), en Assange moet ter verantwoording worden geroepen.

Dan nog heb ik nog een bedenking, gebaseerd op twee min of meer terloopse opmerkingen die ik in dit nuttige stuk van de BBClas. De bedenking is van juridische aard, ik denk dat ze op rechtenfaculteiten uitgebreid ter sprake is gekomen, maar ik zie er erg weinig van terug in de media waar ik het mee moet doen. Als Assange uiteindelijk van het EHRM gelijk krijgt: you read it first op Nurks.

Mijn bedenking is dat het er alle schijn van heeft dat Assange niet wordt behandeld zoals een verdachte behandeld dient te worden.

Uit de eerste opmerking die me trof, blijkt dat Assange volgens het Zweedse recht nog geen verdachte is: “He has merely been accused and told he has questions to answer.”

Die beschuldiging van de twee vrouwen geeft hem dus nog niet de status van verdachte.

Dat vind ik vreemd. Je kunt het definiëren zoals je wilt natuurlijk (zoals je ook verkrachting kunt definiëren zoals je wilt), maar in de meeste rechtssystemen is het uiteindelijk zo dat je ‘verdachte’ bent op het moment dat je, nou ja, ergens van verdacht wordt. Er worden je dan bepaalde rechten ontnomen (om te beginnen heb je plotseling veel minder bewegingsvrijheid), maar daar staan bepaalde andere rechten tegenover. Het recht om te zwijgen bijvoorbeeld. Denk aan de Amerikaanse polities, waarin de cops terwijl ze vervaarlijke types pacificeren de Miranda warning uitspreken: “You have the right to remain silent. Anything you say can and will be used against you in a court of law etc.”

Als de aanklacht tegen Assange zo serieus wordt genomen dat hij al verhoord is en dat hij nu vast zit hangende een uitleveringsverzoek, mag hij toch echt als een verdachte worden beschouwd. Maar als hij dan echt vragen moet beantwoorden, lijkt me al in tegenspraak met de in beschaafde landen algemeen geaccepteerde bescherming van verdachten.

Of lees ik er te veel in? Kreeg Assange bij die verhoren wel netjes een cautie? Dan zou dat “he has questions to answer” een beetje bluf zijn. Het kan. Ook in de Nederland, en ook in de VS, zoals je weer in de politieseries kunt zien, ontstaat meteen na de cautie een kat-en-muisspel waarin de politie probeert de verdachte tóch aan het praten te krijgen, en de verdachte door economisch met de waarheid te zijn (dat mag hij) de politie op een dwaalspoor probeert te brengen. Dat hoort er allemaal bij.

Maar dan heb ik nog een veelzeggend citaat:

“The lawyer for the two women who have complained against Mr Assange will not spell out the details because he says that would give too much away to the accused man.”
Meer nog dan dat “he has questions to answer” lijkt dit me een schending van een recht dat wel bij Assanges feitelijke status van verdachte zou passen. Je moet toch precies geïnformeerd worden waar je van beschuldigd wordt om je te kunnen verdedigen.

Maar blijkbaar vinden ze in Zweden de belangen van de slachtoffers zoveel zwaarder wegen, dat de verdachte wel op een flinke achterstand mag worden gezet. Ik denk en hoop dat ze daar problemen mee gaan krijgen.

dinsdag 7 december 2010

Verkrachting in Zweden

Heel langzaam begint er klaarheid te komen in een vraag waar ik al sinds de eerste beschuldigingen over tob: wat had Assange nou precies in Zweden gedaan? Ik geloofde het niet zo erg, van die verkrachting. Want Zweden is, dat weet iedereen, ver gevorderd in de vrouwenemancipatie en daarom moet je er rekening mee houden dat er ook sneller aangifte wordt gedaan van seksuele delicten, en dat er zelfs wel eens meer seksuele delicten zouden kunnen bestáán.

En verdomd, het lijkt nog pijnlijker te zijn dan ik al dacht. Want ik begrijp nu uit de Engelstalige Wikipedia dat de ‘verkrachting’ waar Assange zich aan schuldig gemaakt zou hebben, om seks met instemming van de andere partij gaat, maar zonder condoom. Dat valt in Zweden blijkbaar onder de definitie van verkrachting, zij het dat het een lichtere vorm is.

Een journalist die iets over de verdenking tegen Assange schrijft, heeft mijns inziens de plicht zich af te vragen wat verkrachting precies inhoudt in het betreffende rechtssysteem. Want wat ik in de eerste alinea beschrijf is algemeen bekend, zoals bijvoorbeeld ook algemeen bekend is dat in Amerika seks met een minderjarige ‘statutory rape’ heet. Dat noem je in het Nederlands ook geen verkrachting. Maar nee, gaat het over Assange en Zweden, dan is het verkrachting, verkrachting, verkrachting. De WikiLeaks-discussie wordt vertroebeld door domme napraterij.