Max Molovich schreef dezer dagen een stuk over angst voor clowns in Panzerfaust, mogelijk geïnspireerd door een Engels onderzoek dat een anderhalve maand geleden de Nederlandse kranten haalde - een onderzoek waaruit zou blijken dat kinderen clowns vooral eng vinden. Lees voor de nuance hier en hier de BBC-berichten over dit onderwerp. Ik besef heel goed dat het onderzoek over afbeeldingen van clowns ging, maar ik zou niet weten waarom de angst zich niet zou uitstrekken tot de afgebeelden. Zo werkt het met spinnen en slangen, dus waarom niet met clowns. De Cliniclowns moeten dus niet piepen en zichzelf als de wiedeweerga opheffen als ze écht iets voor kinderen willen doen.
Molovich intussen concentreert zich op de clowns from hell, de echte griezels die zich achter een masker verschuilen om weg te komen met moord, verkrachting en kinderlokkerij. Maar hoewel ook ik mijn kinderen nooit met een clown alleen zou laten, denk ik toch dat het aantal misdadigers onder hen hoogstens iets groter is dan dat onder andere bevolkingsgroepen (behalve dan uiteraard, om Karel van het Reve aan te halen, onder de bevolkingsgroep der misdadigers - ik breng hier graag in herinnering dat VhR een jaar sociografie studeerde).
Als er clowns in het spel zijn, is angst dan ook niet mijn eerste emotie. Wel ontzaglijke droefheid. Omdat achter die opgeschminkte lach een diepe tragiek schuilgaat? Ah welnee. Of eigenlijk misschien wel, maar niet zo direct. De figuren die zich als clown verkleden zijn niet tragischer dan u of ik. Misschien zit het zo: als iemand zich als clown verkleedt en er niet op vooruit gaat, bevestigt diegene voor mij dat ER HELEMAAL NIETS AAN TE DOEN IS.
Waaraan? Er is altijd wel iets. Mijn dochter van bijna negen is een beetje onhandig, en een makkelijk slachtoffer voor plagerijtjes. Niet pesten, plagen, maar toch. Toen ze pas in een harlekijnskostuum de trap af kwam, barstte ik net niet in huilen uit.
woensdag 30 april 2008
Clowns
Gepost door
Wouter van den Berg
op
17:16
0
reacties
Labels: Clowns, Karel van het Reve, Kinderen, Max Molovich, Wetenschap
dinsdag 29 april 2008
Wie woonden daar nou zo'n beetje?
Voordat ik het over Popski en de vrouwen ga hebben nog een nice little score uit die schitterende bibliotheek van Karel van het Reve. U kent de Sanders-boeken uit het stuk 'Dit palaver is geëindigd' in De ondergang van het morgenland. Daar heb ik niets aan toe te voegen. Behalve dan dat er een mooie over Van het Reve's vader in staat die me ook beroepsmatig interesseert:
Ik kende Wallace al omdat mijn vader, omstreeks 1930 ontslagen als redacteur van het dagblad De Tribune, een vertaling had aangenomen van The duke in the suburbs. Mijn vader kende geen Engels, maar dat achtte hij geen bezwaar, want hij dacht dat hij met hulp van een Duitse vertaling wel uit de Engelse tekst wijs zou kunnen worden. Die Duitse vertaling bleek niet te bestaan, en zo leerde hij heel aardig Engels door De hertog in de voorstad te vertalen.Ik heb ongeveer op die manier Duits geleerd: doordat ik Duitse vertalingen aannam en niet uitbesteed kreeg. Ik heb ook altijd een zwak gehad voor vertalers die zeiden: "die taal ken ik niet" (of: "van dat onderwerp weet ik niets"), "dus stuur me die opdracht vooral toe." (Zie hierover ook een stukje in mijn "corporate blog". Ik had nog lang gepiekerd of ik dat stukje zou plaatsen, niet alle klanten waarderen die speelsheid.)
Verder: dat hier een mooi stuk over Edgar Wallace staat dat spot met alle regels van Wikipedia, dus geniet ervan zolang het kan.
En... dat je in Van het Reve's leesaantekeningen in Sanders of the river weliswaar helemaal kunt volgen hoe hij het land waarover Sanders het bestuur voert heeft narrowed down tot de Goudkust, maar dat zijn mededeling dat je niet te weten komt "hoe groot dat gebied is, hoeveel mensen er wonen en hoe het heet" niet helemaal klopt. In de allereerste alinea lezen we:
Long before he was called upon to keep a watchful eye on some quarter of a million cannibal folk, who ten years before had regarded white men as we regard the unicorn...Maar verder kan ik alleen maar beamen dat het prachtige boeken zijn.
Gepost door
Wouter van den Berg
op
00:43
0
reacties
Labels: Edgar Wallace, Karel van het Reve, Karel van het Reve (uit de bibliotheek van ~), Vertalen, Wikipedia
maandag 21 april 2008
Ha, Nazis Schmazis!
Een van de dingen die Popski's Private Army zo fascinerend maakt, is de eerlijkheid van de schrijver. Als lezer moet je dan zeer alert zijn, want een schrijver kan makkelijk die indruk van eerlijkheid wekken door gênante dingen over zichzelf te vertellen. Daarmee wint hij de lezer voor zich, zodat hij zijn rol verder naar hartelust kan verfraaien.
Zou dat bij Popski het geval zijn? Heeft hij zijn rol op cruciale punten opgeborsteld? Sommige acties zijn zo gedurfd en lopen zo goed af dat je het bijna niet kunt geloven - bijvoorbeeld wanneer hij in een fantasieuniform door een door de Duitsers en Italianen beheerst stadje in Lybië (Derna, nu Darnah) loopt om uit te vinden waar een krijgsgevangenenkamp is, en hoe hij de krijgsgevangenen daaruit zou kunnen bevrijden. Hij kent zijn talen, maar zou natuurlijk door de mand vallen als hij een serieus gesprek aanging met wie dan ook. Daarom praat hij Italiaans tegen de Duitsers en Duits tegen de Italianen. Hij weet met de aldus opgedane inlichtingen 45 gevangen te bevrijden.
Maar die gevangen zijn bevrijd, en van allerlei andere acties bestaan andere getuigenverslagen, die weliswaar een heel ander perspectief aan de zaak geven (zie hier voor een samenvatting van het boek met andere bronnen ter confrontatie), maar de feiten ondersteunen. Er blijven een paar vreemde dingen, waar ik hopelijk nog op terugkom, maar zo in het algemeen durf ik wel te zeggen dat je hem kan vertrouwen.
Dan is er nog iets. Als Popski in een zelfreflectie had geschreven dat hij een egoïstische thrill seeker was, had ik zijn eerlijkheid te goedkoop, te veel uit het boekje gevonden. Maar zijn eerlijkheid is echter. Hij schrijft hoe hij als een kind zo blij is als zijn arm er afgeschoten wordt, en hoe die blijheid maar langzaam overgaat in irritatie. Dat maakt een authentieke indruk.
Ook doet hij geen enkele moeite zijn politieke naïveteit te verhullen. Hij mocht de Duitsers. Goede soldaten. Alla, kun je nog zeggen, dat is de "tunnelvisie" van een militair. Maar dat hij in 1938 Duitsland bezocht en het er erg plezierig toeven vond, en pas in 1945, bij het zien van Franse krijgsgevangenen die een Oostenrijks concentratiekamp hebben overleefd, een besef begint te krijgen van wat er in Duitsland eigenlijk gebeurd was - dat had hij niet hoeven vertellen.
Gepost door
Wouter van den Berg
op
14:39
0
reacties
Labels: Aardappelpsychologie, Boeken, Duitsland, Geschiedenis, Oorlog, Politiek, Popski's Private Army
zaterdag 19 april 2008
À la guerre comme à la guerre
Als je oorlog voert moet je accepteren dat het erom gaat elkaar doden te bezorgen. De weinige militaire episodes waarbij geen doden vielen zijn de operettes van de krijgsgeschiedenis. Geen Rus is lyrisch over het staan aan de Oegra waarmee toch maar mooi het Tataarse juk definitief eindigde.
Dat de Geallieerden de Tweede Wereldoorlog wonnen, heeft onder meer daar mee te maken, dat de bevelhebbers niet op een paar duizend doden aan eigen kant keken bij het uitvoeren van een landing of zelfs maar een oefenlanding.
Dat wij in Afghanistan gaan verliezen, heeft onder meer daar mee te maken, dat de minister van defensie meent dat een generaal die zijn zoon tijdens die oorlog verliest, zich moet "concentreren op zijn persoonlijke situatie". Iedereen jammert maar dat onze regering een slap zooitje is en ik weiger normaliter mee te jammeren (ze doen in ieder geval geen kwaad), maar nu heeft iedereen eens gelijk. Doe je aan een oorlog mee, hou dan een stiff upper lip. Ik denk ook dat Van Uhm helemaal niet op dit soort medeleven zit te wachten.
Wat wél erg is: dat de jonge Van Uhm door een geïmproviseerde mijn om het leven is gekomen. Les van Popski. Je sterft als militair het liefst in direct gevecht. Naast mijnen scoren hoog op de lijst van gevreesde doodsoorzaken: verkeersongelukken, verdrinking, friendly fire. Een dieptepunt beleefde Popski's Private Army toen het drie mannen verloor die op weg waren een brug op te blazen die van weinig strategisch belang was en in het bereik van machinegeweren van de vijand lag. Dat was allemaal tot daar aan toe. Maar die mannen stierven toen ze op mijnen liepen die er door de eigen partij waren neergelegd.
Gepost door
Wouter van den Berg
op
18:36
0
reacties
Labels: Actualiteit, Afghanistan, Oorlog, Popski's Private Army
vrijdag 18 april 2008
Popski's Private Army
Tijdens een spreekbeurt op de middelbare school zei een klasgenoot, Marc Immink, in het kader van het vaste onderdeel "Eigen mening" (die woorden spreek ik nog altijd op zijn Twents uit) over Soldaat van Oranje dat het een "uniek oorlogsboek" was. Ik heb dat nooit gecontroleerd, maar Erik Hazelhoff Roelfzema is, met alle respect, toch maar een kleine scharrelaar vergeleken met Vladimir Peniakoff, alias Popski. Ik vermoed ook dat Popski's oorlogsboek nog veel unieker is.
Karel van het Reve-liefhebber, waar kent u die naam van? Juist, uit de Geschiedenis van de Russische literatuur. De GRL, zoals we bij de Verzameld Werk-club voor het gemak zeggen. Daar staat hij, op pagina 81, in het stuk over Denis Davydov:
Hij was een groot liefhebber van oorlog, en beoefende ook wel de meest aantrekkelijke vorm ervan: met een kleine groep dapperen achter de linies van een machtige vijand opereren. Zijn verslag doet denken aan dat van zijn latere collega Penjakov, een Brits onderdaan van Russische afkomst, die tijdens de tweede wereldoorlog in Noord-Afrika en Italië achter de Duitse en Italiaanse linies opereerde met een kleine gemotoriseerde strijdkracht, die officieel Popski's Private Army heette.Ja, en dan vind ik het leuk om in de bibliotheek van Karel van het Reve, waaruit nog steeds boeken te koop zijn bij Aioloz, een stukgelezen exemplaar van Peniakoffs verslag Popski's Private Army aan te treffen. Zou u het, nu ik u aan deze passage heb herinnerd, voor die drie euro hebben laten liggen? Ik denk het niet.
Wie de tweede wereldoorlog associeert met concentratiekampen, onderduik, gebombardeerde steden en de gruwelen van het Oostfront moet even wennen. Wat de jonge Brad Pitt in Thelma en Louise nog voorzichtig uitdrukt - "if done properly, armed robbery doesn't have to be an unpleasant experience" - gold voor Popski en zijn mannen zonder voorbehoud voor een nog veel ernstiger tijdverdrijf: als je je collega's zorgvuldig kiest en je jezelf niet ten doel stelt er levend uit te komen, dan is oorlog fun.
Ik wil mijn posts leesbaar houden, dus zal ik de komende weken proberen in korte stukjes Popski's vele interessante waarnemingen te bespreken.
Gepost door
Wouter van den Berg
op
00:37
1 reacties
Labels: Film, Karel van het Reve, Karel van het Reve (uit de bibliotheek van ~), Oorlog, Popski's Private Army, Thelma en Louise, Vladimir Peniakoff
vrijdag 28 maart 2008
Sint-Petersburg geen lid van Global Village
H.J.A. Hofland in de NRC van vandaag:
"Hoe lang geleden is de uitdrukking global village verzonnen? Nog door Michael Gorbatsjov, geloof ik, in het laatste jaar van de Koude Oorlog, toen de muren van de oude machtsblokken begonnen te scheuren en internet, de electronic highway genoemd, in zijn vroegste fase was."Au au au au au, zoiets zoek je toch snel even op, of schrijft Hofland op een computer zonder internetverbinding? Maar misschien zou ik dit niet gemerkt hebben als ik niet net een week geleden, bijna even gefascineerd als twintig jaar eerder, in Less Than One had zitten lezen. Ah, Joseph Brodsky! Maar was je dat boek niet kwijt?
Niet helemaal. Na het schrijven van dat eerdere stukje bedacht ik dat ik het had uitgeleend aan de mooiste Russin die ik ken. Ik wil hier tactvol in het midden laten of ze daarmee ook meteen de mooiste vrouw is die ik ken, maar ze was op mijn bruiloft en toen een tante die mijn vrouw nog niet eerder had gezien vroeg "En wie is nou eigenlijk je vrouw, Wouter... Oh, laat me raden, zij natuurlijk!", op voornoemde Russin wijzend, toen voelde ik dat onwillekeurig als een compliment.
Evengoed wil ik dat boek wel graag terug, al was het maar omdat Brodsky zelf er een opdracht in geschreven heeft. Maar ik heb intussen nog iets beters: een eerste druk uit de bibliotheek van Karel van het Reve. En bij het lezen trof me die uitdrukking "global village":
"If anything, Comrade Lenin deserves his monuments here for sparing St. Petersburg both ignoble membership in the global village and the shame of becoming the seat of his government: in 1918 he moved the capital of Russia back to Moscow."Van het Reve zette naast deze passage, op bladzijde 85, een streepje. Op het schutblad staat als een van de meer dan dertig leesaantekeningen: "85 Lenin redder v Спб". Dat laatste zou je in latijnse letters als Spb kunnen schrijven, maar dat gaat minder lekker.
Gepost door
Wouter van den Berg
op
23:22
0
reacties
Labels: Joseph Brodsky, Karel van het Reve (uit de bibliotheek van ~), NRC, Rusland, Russisch, Vrouwen
vrijdag 21 maart 2008
Basketballers
Hadewych Minis zegt in het Parool van afgelopen zaterdag dat ze van basketballers houdt:
"Als ik iets aantrekkelijk vind, zijn het wel lange donkere mannen die met een basketbal in de weer gaan. Ik heb ook een grote liefde voor jarentachtigfilms. Ik weet niet wat het is, maar er waren heel veel films met basketballers."Dat zet mij wel even aan het denken. Ik begrijp precies wat ze bedoelt, maar welke films kunnen dat geweest zijn? Een IMDB PowerSearch biedt raad: zoek op trefwoord 'basketball' en kies het juiste decennium.
De meeste van de 63 gevonden titels zijn zo obscuur dat ook Hadewych, die ongetwijfeld meer films gezien heeft dan ik, ze waarschijnlijk niet kent. Airplane staat erbij - natuurlijk, met de echte Kareem Abdul-Jabbar. Erg leuk, maar niet wat Hadewych en ik bedoelen, al was het maar omdat er niet in gebasketbald wordt. Blijven over tienerfilms als Porky's en The Breakfast Club. Episodes van tv-series ook, waaraan ik overigens nog Happy Days zou willen toevoegen - begon in 1974, maar liep door tot 1984. Maar die bedoelen we niet, geen donkere mannen en niet de juiste sfeer.
Maar... Hadewych is nog jong, en kan allicht de jaren tachtig en de jaren zeventig verwarren. Misschien bedoelt ze deze, en als ze hem niet kent wil ze hem vast zien: The Gambler uit 1974. Klopt gewoon. Toch een beter decennium, de jaren zeventig.
Hadewych vervolgt trouwens:
"Sowieso heb ik iets met groepen mannen. Zodra mannen in een groep voorbij lopen, doet me dat toch meer dan wanneer een man alleen voorbij loopt. Dat straalt een soort seksuele kracht uit."Dat lijkt me een truism, al heb ik het natuurlijk met groepen meisjes, en zou ik het dan eerder hongerigheid noemen dan seksuele kracht. Hockeyen is niet waar het ons echt om te doen is. Of zoals het in die typische jarentachtigfilm Up the creek nog directer werd verwoord: "We're here to get laid".
Gepost door
Wouter van den Berg
op
23:17
0
reacties
Labels: Film, Kort, Niet op Nurks, Nostalgie, Sex sells, Sport, Vrouwen
dinsdag 4 maart 2008
Ga er maar aan staan
Vooruit, een stukje van 350 woorden over het werk van mijn vrouw. De opdrachtgever vraagt voorzichtig of er iets over het pictorialisme in kan - blijkbaar vinden ze dat mijn vrouws werk in die traditie past. Maar na enig beraad besluiten we dat dat ten onrechte is. Want mijn vrouw doet iets heel anders dan die gasten die schilderijen imiteerden. Ze schildert zélf, niet met penseel en verf, maar met camera en afdrukmachine. Ze kiest haar modellen zoals Botticelli ze gekozen zou hebben. En ze fotografeert ze zoals hij ze geschilderd zou hebben: de houding bedenkend, maar het model niet mooier makend dan ze is. Wel haalt ze alle schoonheid eruit die erin zit.
Maar ja, 350 woorden hè? En wat ik vergat er bij te zeggen: voor Fransen, want Fransen houden van haar. Ze hebben alleen sinds een paar honderd jaar hun waardering voor duidelijk schrijven verloren.
zondag 2 maart 2008
We act like they don't, but they do
In katern Wetenschap en Onderwijs van de zaterdag-NRC gingen de vreemdste stukken ook deze week weer over het onderwijs. Bijvoorbeeld over de cursussen "academisch leren" die op universiteiten worden gegeven, een uitkomst voor studenten die maar niet begrijpen waarom ze geen voldoendes halen: "ze hebben net een overstap gemaakt en lopen aan tegen een andere manier van leren." Good going, alle kneuzen aan boord houden.
En er is een stuk over lagereschoolkinderen in Haarlem die elkaar in de klas masseren, waar ze heel rustig van zouden worden. In Zweden wordt het al veel meer gedaan dan hier, meldt het stuk. Al? Dus dit is alweer beklonken, als volgende stap naar de totale feminisering van het onderwijs?
Ik heb het huiverend gelezen. Massage is mijns inziens even werkzaam als homeopathie en acupunctuur, en ik hou niet van aanraking door medemensen. Ja, door sommige vrouwen. Maar daar wordt ik dan weer niet rustig van.
De Haarlemse juf Colinda beseft denk ik dat er iets seksueels in massages zit. Ik denk tenminste dat dat de reden is waarom ze een opt-out biedt: je hóeft het niet, en hoeft je ook niet elke massagepartner te laten welgevallen. Maar vooral bij kinderen zal de sociale druk om gewoon mee te doen groot zijn.
Of denkt ze serieus, met de Zweedse professor die in het stuk wordt aangehaald (altijd oppassen als de enige geciteerde deskundige een buitenlander is), dat het effect van massage heel anders is?
Or, yet another possibility: ze kent haar filmklassiekers wél, maar ze neemt ze, de academische vaardigheid van het generaliseren uiteraard niet machtig, veel te letterlijk, en denkt dat rug- en nekmassages wezenlijk anders zijn dan voetmassages?
Gepost door
Wouter van den Berg
op
22:53
2
reacties
Labels: Film, Kinderen, Onderwijs, Pulp Fiction, Sex sells, Wetenschap
zondag 24 februari 2008
Wietkoker
In 1983 interviewde Martin van Amerongen Karel van het Reve tijdens een van de beruchte marathoninterviews. Van Amerongen leed aan de bij veel publicisten waar te nemen drang om VhR op fouten te betrappen: hij kon toch zeker niet altíjd gelijk hebben? Maar dat kon hij wel. VhR had één heel bijzonder talent: hij kon uit informatie die iedereen ter beschikking stond volkomen nieuwe conclusies trekken. Verder vereiste het altijd gelijk hebben slechts discipline: hij controleerde de eigen redeneringen streng en sprak zich niet uit over zaken waar hij te weinig van af wist.
In plaats echter van dat recept na te volgen (wat, toegegeven, voor vele publicisten niet realistisch zou zijn omdat ze dan nog maar weinig zouden kunnen schrijven), meenden commentatoren en interviewers dat ze de "trucs" van VhR moesten doorzien (zijn heldere schrijfstijl werd nogal eens als "retorisch" afgedaan). Nog liever wilden ze fouten ontdekken. Een gênant schouwspel, enigszins te vergelijken met het in de melkemmers van de buren piesen als hun koeien steeds maar weer meer melk geven zoals in het Rusland ten tijde van de perestrojka veel scheen te gebeuren.
Bijna vergeten hoe ik hier op kwam. O ja. In de bibliotheek van Karel van het Reve, waarin ook u bij Aioloz nog wel iets van uw gading zult kunnen vinden, vond ik een boekje uit 1978 dat De doctorandussenplaag heet. Het is geschreven door zekere I. van der Sluis, alias J. Delecluze (en niet andersom, hier vindt u dat gevoeglijk aangetoond), die in Hollands Maandblad 405-406 (1981) een meeslepend stuk schreef met de titel 'Over de totalitaire pest', waarin onder meer verslag wordt gedaan van een bijeenkomst van Albaniëreizigers. Karel van het Reve reageert op dat stuk met 'Reacties van een PvdA-stemmer'.
Van Amerongen nu noemt Van der Sluis een "wietkoker", en haalt in dat interview enkele van de meest aanvechtbare citaten van hem aan, en daarna de openingszin van VhR's reactie: "Er is veel waars in wat Van der Sluis schrijft." Dat meen je toch niet, Karel? VhR houdt Van Amerongen voor dat die wel erg selectief citeert, en dat er, wietkoker of niet, veel waars zit in wat de man schrijft.
U kunt de hele zaak volgen. Dat marathoninterview bestelt u bij de klantenservice van de VPRO - daar branden ze het keurig voor u op vijf cd's, voor ik meen maar 20 of 25 euro (maar probeer dit niet allemaal tegelijk graag, ik weet niet zeker of ze er logistiek op berekend zijn). Het betreffende nummer van het Hollands Maandblad is antiquarisch wel te vinden. En dat merkwaardige boekje: ja, dat heb ik nu natuurlijk - maar kijk: het is gewoon te krijgen: probeer het hier.
Laat ik tot slot toch proberen op basis van de weinige feiten die ik tot mijn beschikking heb een reconstructie te maken. Van der Sluis noemt in een noot op pagina 49 van De doctorandussenplaag K. van het Reve als een van de weinige publicisten die géén stukken schrijven waarin "steeds opnieuw dezelfde mythes worden doorgeprikt, dezelfde taboes worden doorbroken en de werkelijke machtsstructuren genadeloos worden blootgelegd." Mijn vermoeden is dat hij Van het Reve zijn boekje heeft toegestuurd, en dat daar een welwillende maar moeizame correspondentie op volgde, want VhR antwoordde naar het woord van Peter Reddaway zijn brieven "with the predictability of a fish deciding whether or not to swallow one's bait." Een twee jaar later stuurde Van der Sluis Van het Reve een nieuw stuk, waarin hij meer rekening had gehouden met Van het Reve's voorkeuren. Mogelijk deed hij dat met het verzoek het geplaatst te doen krijgen. In ieder geval stuurde Van het Reve het naar het Hollands Maandblad, inclusief die reactie, waaruit we tevens leren dat hij sommige linkse studenten slimmer vond dan sommige rechtse.
Gepost door
Wouter van den Berg
op
23:57
0
reacties
Labels: I. van der Sluis, Karel van het Reve, Karel van het Reve (uit de bibliotheek van ~), Martin van Amerongen
maandag 18 februari 2008
Bril
Het ene pootje van mijn bril begaf het pas. Metaalmoeheid. Te vaak verbogen door mijn zoontje van vier, die er aardigheid in heeft mijn bril tijdens het voorlezen van mijn hoofd te trekken. Echt erg is het niet, want meestal draag ik lenzen, en grappig genoeg blijkt zo'n bril met één pootje ook nog wel te dragen. Dan pakt mijn dochter van acht de bril van de wastafel en breekt dromerig het tweede pootje eraf. Ik, tegen beter weten in: "O jee, is nou het tweede pootje gebroken?" Dochter, al even hoopvol: "Ik weet niet hoeveel pootjes hij had?"
Zou je inderdaad beter niet over je eigen bril kunnen schrijven? Dat is wat Ben denkt, en hij noemt de niet-brildragende Georges Perec, die de beste verhandeling over de bril zou hebben geschreven. Dat laatste geloof ik graag, maar ik wil toch een lans breken voor Umberto "De naam van de roos" Eco en Maarten "Oculare Biesheuvel" Biesheuvel. Allebei brildragers, zodat de aantrekkelijke hypothese verworpen moet worden.
(Als ik het woord 'bril' hoor moet ik vaak aan Ad "De hitvisser" Visser denken.)
Gepost door
Wouter van den Berg
op
23:59
1 reacties
Labels: Ben Hoogeboom, Bril, Kinderen, Maarten Biesheuvel, Nostalgie, Umberto Eco
vrijdag 18 januari 2008
Karel van het Reve-stilte
Ik er even tussenuit. Als vrijwilliger van het grote Verzameld Werk van Karel van het Reve-project heb ik een grote bruine envelop gekregen: een opdracht, die niet zomaar aan de eerste de beste wordt toevertrouwd. Ik zou u er niet mee lastig vallen, als het niet ten koste zou gaan van het bloggen. Maakt u zich over mij geen zorgen. Ik hoef er de deur niet voor uit. Maar mijn laptop gaat naar de keuken, want ik heb geen internet nodig en wil er niet door afgeleid worden. Tot over een paar weken.
(Toch benieuwd wat de opdracht behelst? Die vraag wil ik graag in Karel van het Reve-stijl beantwoorden: "Dat mogen wij niet zeggen".)
Gepost door
Wouter van den Berg
op
00:16
3
reacties
Labels: Dat mogen wij niet zeggen, Grote bruine envelop, Karel van het Reve
donderdag 17 januari 2008
Bouchra
Om te beginnen: het sop is de kool niet waard. Daar moeten we het over eens zijn, anders bent u op het verkeerde weblog terechtgekomen.
Wat gebeurde er? Een crackpot die zich Jos Parbleu noemt, neemt kennis van een paar radicaal islamitische uitspraken en vindt het een goed idee een mailtje aan diverse islamitische politici te sturen om hen met deze uitspraken te confronteren, onder bijsluiting, bizar detail, van een soort Protocollen van de Wijzen van Zion, maar dan over de vrijmetselarij. Een van de geadresseerden, het Rotterdamse raadslid Bouchra Ismaili, doet wat je in zo'n geval nooit moet doen: ze schrijft terug.
Die mail, die u intussen overal op Internet kunt vinden, kun je op verschillende manieren lezen. Bijvoorbeeld als de reactie van een vrouw die er genoeg van had steeds maar weer aangesproken te worden op elke idiote uitspraak die ergens ter wereld door een islamiet wordt gedaan. Van een vrouw bovendien die oprecht trots is op wat ze heeft bereikt, die wil werken aan het beter maken van dingen en die dat in het openbaar doet, voortdurend op de huid gezeten door mensen die haar graag willen zien struikelen.
Je kunt hem ook lezen als de mail van een vrouw die zichzelf niet onder controle heeft, die een gelovige moslim is en dus een aantal merkwaardige denkbeelden heeft (bijvoorbeeld dat vrijmetselaars duivelsaanbidders zijn), en die heel slecht schrijft.
Bedenk zelf maar welke lezing de beste is, of welke "mix" van beide lezingen u het beste bevalt. Wat mij wel dwars zit is dat ze als raadslid een volksvertegenwoordiger is, en ik heb het misschien wat ouderwetse idee dat die mensen iets beter moeten zijn dan het volk dat ze vertegenwoordigen - waarom anders dat circus van de verkiezingen en zo. Bouchra lijkt me heel gemiddeld en ik ben bang dat dat ook voor de meeste van haar collega's geldt.
Gepost door
Wouter van den Berg
op
23:46
0
reacties
zaterdag 12 januari 2008
Die meneer komt uit Missouri, laat die meneer het even zien
Gisteren beloofde ik het even niet meer over de Amerikaanse primaries te hebben. Zal ik ook even niet meer doen. Alleen nog dit. Lees ik dat Edwards een steun voor Obama kan zijn in de Palmetto State (zie hier, dit is echt hogere punditry, zelfs mij gaan dit soort bespiegelingen een beetje ver). Dat zal wel South Carolina zijn, denk ik dan, want die primary staat voor de deur en Edwards komt ervandaan. Maar het woord "palmetto" vind ik zo vreemd - het lijkt op de "iglette" van Koot en Bie - dat het toch ook bij Florida kan horen, land van fun en oplichters, waar nog meer palmen zijn, en waar de primaries ook vroeg worden gehouden.
De vraag is bijna net zo snel beantwoord als gesteld: binnen een seconde of vijf. South Carolina is het, en de Sabal palmetto is wel degelijk een bestaande boom, en het zal geen verbazing wekken dat het de state tree van die staat is. Toevallig is het óók de state tree van Florida, maar de officiële bijnaam van die staat is "The Sunshine State" - alleen daarom al wil je daar niet dood aangetroffen worden.
De mooiste bijnaam van alle Amerikaanse staten heeft Missouri: de "Show-Me State". Die past prachtig bij de beroemdste zoon van die staat, president Harry S. Truman. In het populairste verhaal over de herkomst van de bijnaam staat "show me" uiteraard voor gezonde scepsis: een Congressman, zekere Willard Duncan Vandiver, zou in 1899 hebben gezegd:
I come from a state that raises corn and cotton and cockleburs and Democrats, and frothy eloquence neither convinces nor satisfies me. I am from Missouri. You have got to show me.Maar er is ook een "revisionistische" versie. Enkele jaren vóór de bovenstaande uitspraak zouden voormannen in de loodmijnen van Colorado ("The Centennial State") over mijnwerkers die als stakingsbreker uit Missouri waren gekomen, maar de exacte werkmethoden in Colorado niet kenden, hebben gezegd:
That man is from Missouri. You'll have to show him.Ongehinderd door kennis van zaken zou ik een derde hypothese willen voorstellen. Het "show me" met positieve connotatie maakte nóg iets eerder opgang, en had Colorado net bereikt. Als een Missourian dan met zijn kruiwagen de verkeerde kant oploopt, kunnen voormannen al gauw op hetzelfde idee komen. Oh, uit Missouri zeker, nou, zoals jullie zelf al zeggen... Onderschat de menselijke neiging tot ironie niet.
Gepost door
Wouter van den Berg
op
16:23
0
reacties
Labels: Amerika, Harry S. Truman, Presidenten, Presidentsverkiezingen
Ah nee, niet weer racisme!
Nu heb ik opeens weer sympathie voor Hillary. En voor Bill natuurlijk. Zie ze zitten, zeer blank, alsof Bill niet ooit de eerste zwarte president van de Verenigde Staten was. Hoogmoed komt voor de val, en zo gewonnen, zo geronnen.
Wat hebben ze misdaan? Hillary zou de rol van Martin Luther King in de burgerrechtenbeweging gebagatelliseerd hebben. Hier legt ze uit dat het president Lyndon B. Johnson was die de Civil Rights Act mogelijk maakte, niet Martin Luther King - wat geen enkele serieuze historicus zal ontkennen. MLK hield redevoeringen, LBJ kreeg als politicus dingen gedaan.
En Bill? Nou, die had die schorre en gefrustreerde uitval naar Obama, die weliswaar over de technische kwestie van diens stemgedrag gaat, maar waarin hij ook het woord fairy tale gebruikte.
Leuke stukjes schrijf je, Wouter, maar een béétje te lang, en ze gaan nu opeens allemaal over racisme. Graag korter, en vanaf morgen weer een ander onderwerp, OK?
Vooruit. Wat is het toch ongelooflijk vervelend dat je niet gewoon mag zeggen wat je denkt. Als Hill en Bill echt denken dat Martin Luther King en Obama overschat zijn - en in het geval van King zouden ze daar gelijk in hebben - dan maakt dat ze geen racisten, OK?
Gepost door
Wouter van den Berg
op
00:40
0
reacties
Labels: Amerika, Barack Obama, Bill Clinton, Hillary Clinton, Lyndon B. Johnson, Presidenten, Presidentsverkiezingen, Racisme