zondag 26 februari 2006

A sewer rat may taste like pumpkin pie

Jamie Whyte behandelt in Bad thoughts. A guide to clear thinking onder meer de brute manieren waarop mensen proberen niet op argumenten te hoeven reageren. Onder het kopje "Shut Up - You Sound Like Hitler" behandelt hij de guilt by association:

Jij eet geen vlees. Hitler at geen vlees. Jij bent een nazi.
Hopelijk heeft u geen Venn-diagrammen nodig om te begrijpen hoe onjuist deze redenering is.

Ik wil het eigenlijk hebben over de inleidende alinea van Whyte over dit thema:
Mass murder is something of a lottery. Lenin hasn't done badly. I recently had a drink in the popular Lenin Bar in Auckland, decorated with red stars and black and white images of the great Communist. Very fetching. Hitler bars, on the other hand, seem to be in short supply. Communism isn't what is was among intellectuals, but you cannot yet dismiss a political of economic view simply by pointing out that it was held by Lenin. Hitler, on the other hand, is like a reverse Einstein. In you can associate someone's opinion with Hitler, or the Nazis more generally, then goodbye to that idea.
[Einstein was eerder genoemd als iemand die je goed kunt aanhalen ter ondersteuning van een argument, ook als het gaat om zaken waar Einstein geen verstand van had.]

Eerst hadden we alleen Solzjenitsyn en een harde kern van Ruslandkenners, onder wie Karel van het Reve, die geen moeite hadden de Russische gruwelen met die van nazi-Duitsland te vergelijken. Toen kregen we, jaren tachtig, de "Historikerstreit", die de discussie over de uniciteit van de Holocaust opengooide. Maar met weinig resultaat, of in ieder geval: niet met het ondubbelzinnige resultaat dat de systemen voortaan als vergelijkbaar werden beschouwd - want anders had Martin Amis er niet 15 jaar later nog zo uitvoerig over hoeven schrijven (zie mijn post van 17 februari, Grappen maken over massamoordenaars). Nu is er iemand die niets met Rusland heeft en zomaar Lenin (niet eens Stalin) er even bij haalt. Het gaat de goede kant op.

Maar nu ik toch zelf over dat vleeseten begon (Whyte heeft het er niet over), nog dit. Je blijft je als niet-vleeseter onwillekeurig verdedigen tegen het guilt by association-argument. De onzinnigste "tegenargumenten" zijn welkom. Hitler at om andere redenen dan ik geen vlees (hij dacht dat hij er winderig van werd). Hitler dronk niet, ik wel. Andere nazis aten wel vlees. Alleen Bohrmann was even ascetisch als Hitler, tenzij hij niet bij hem in de buurt was, dan at hij graag biefstuk. Ongeveer zoals Jules in Pulp Fiction: "Me, I can't usually eat 'em 'cause my girlfriend's a vegetarian, which more or less makes me a vegetarian, but I sure love the taste of a good burger."

donderdag 23 februari 2006

Cheer you up in the P-n up-Club

[Excuses voor de verminking van titel en bodytekst, ik kreeg tabak van het aantal bezoekers dat op zoekwoorden zocht waarmee ik nooit op pagina 1 in Google had willen staan.]

Ik had het net weer. Ik vertaalde het schijnbaar onschuldige "various" als "diverse" en dacht onmiddellijk aan M. In mijn tijd als gerechtstolk heb ik zielige en nare figuren meegemaakt. De zielige waren in de meerderheid. M. behoorde tot de nare - ik was blij dat hij in de gevangenis zat, en niet bijvoorbeeld mijn buurman was.

(Tussen twee haakjes: Karel van het Reve zegt ergens dat hij één moordenaar kent en dat hij niet graag alleen met hem in een kamer zou willen verblijven - niet omdat hij bang is vermoord te worden, maar omdat hij bang is met hem te moeten praten. Waar schrijft hij dat? Geschiedenis van de Russische Literatuur, in zijn stuk over Dostojevski? Ander stuk over Dostojevski?)

M. produceerde s-distische p0rnofilms met titels als Betrapt door de meester (titels maken kunnen die gasten) en gaf een aardig inzicht in dat wereldje. Wat me ondanks zijn verachtelijke business imponeerde is dat hij na het aanhoren van de beschuldiging op de vraag om zijn reactie ("Wat zegt u daarvan, meneer M.") er eens goed voor ging zitten om de nodige achtergrondinformatie over zichzelf te geven. Daarbij meldde hij onder meer dat zijn productiebedrijf inderdaad volgens het principe "u vraagt, wij draaien" werkte, en dus alles maakte in het spectrum van licht-ondeugend tot gewaagd-er0tisch ("Tot die laatste categorie behoort ook s-ks met dieren?" - "Uiteraard."). Hij erkende zijn meester in Jef Rademakers, met wie hij aan de wieg had gestaan van het programma P-n up Club.

De rechtbank liet hem zijn gang gaan. Hadden ze hem maar gestopt, dan had ik niet nu al een jaar of acht die associatie bij het horen van "diverse" - want op een moment zei hij: "Ik wil daar nog graag aan toevoegen dat ik relaties heb gehad met diverse P-n up Club-modellen." Wat een leven.

zondag 19 februari 2006

Marianne en de vlinder boven Peking

[4 maart:] Deze begon ik tijdens de Olympische Winterspelen, een sportevenement dat zich vooral mag verheugen op belangstelling uit kleine landen die ergens onevenredig goed in zijn. Ik wilde het eerst niet plaatsen, omdat een cruciaal element in mijn redenering, namelijk dat de verschillen erg klein waren, bij nader inzien wel meeviel. Een halve meter op duizend is een keurig, statistisch redelijk verschil. Was het meer dan zou Marianne (of wie er ook won) afgetekend de beste zijn, en dat is niet realistisch als een sport door een voldoende aantal mensen beoefend wordt (de verdeling is een Gaussiaanse curve, geen piramide of zo). Vooruit dan maar.

[19 februari:] Alweer geen schaatsen gekeken, blijken we weer eens gewonnen te hebben! Nu zijn er leukere meisjes dan Marianne maar ook minder leuke. Hoe de andere deelneemsters eruitzien en praten weet ik niet, dus ik vind het wel best zo. En het is leuk voor mijn schoonmoeder, die de medaillespiegel bijhoudt. Ze kon wel een opkikker gebruiken.

Wat alleen interessant is: wat zijn die verschillen weer klein! Misschien denkt u dat vier honderste van een seconde veel is, en wilt u erop wijzen dat er ook wel eens een 20 km langlaufen met twee duizendste is beslist. Dat is inderdaad nog erger. Maar vier honderste is nog steeds weinig. Marianne was 0,05% sneller dan Cindy Klassen. Ik vind dat geen percentage voor een kampioen.

Die kleine verschillen werpen echter wel de vraag op: wat scheelt het allemaal? Ik bedoel: de coach die langs de kant stond te roepen - hoeveel honderdste heeft die erbij geroepen (of eraf geroepen)? En het publiek? Evenveel als de coach, omhoog of omlaag? Gaf het geluid haar de nodige extra motivatie? Of leidde de agitatie op de tribunes tot een warmteontwikkeling die net dat luchtdrukverschil veroorzaakten om Marianne die beslissende rugwind te geven? En zijn er ook factoren buiten het stadion die van invloed, én beïnvloedbaar, waren?

Waar ik naar toe wil is: maakte het uit dat ik geen tv keek? Heb je door niet te kijken alleen maar iets gemist of zou het allemaal anders gelopen zijn als je wel had gekeken?

Enerzijds heb je Albert Einstein. Jamie Whyte beargumenteert terecht dat je die niet overal bij mag halen, maar wie het volgende nog niet wist is me misschien dankbaar. Einstein liet zich ooit strikken voor het schrijven van een inleiding op een boek van de goochelaar Uri Geller, die zichzelf als telekinetisch begaafd uitgaf. Lepeltjes op afstand buigen, en tijdens zijn televisieoptredens op de televisie gelegde kapotte horloges repareren. In die inleiding gaf Einstein hoffelijk aan dat het om buitengewoon interessante verschijnselen ging, maar dat hij verder onderzoek geboden achtte omdat de ervaring tot nu toe had uitgewezen dat krachten tussen voorwerpen afnamen met het kwadraat van de afstand tussen de voorwerpen. (Deze verpletterende kritiek had natuurlijk geen enkele invloed op de gelovigen.)

Anderzijds is er de "vlinder boven Peking", een begrip uit de chaostheorie. Je kan hele weersvoorspellingen doorrekenen, maar als het systeem op een bepaald punt voldoende gevoelig is voor instabiliteit, kan - bij wijze van spreken - een vlindertje dat boven Peking met zijn vleugels klappert een wervelstorm boven Nebraska veroorzaken. De onvoorspelbaarheid van het weer over 10 dagen, hoeveel rekenkracht je ook tot je beschikking hebt, lijkt deze mogelijkheid te bevestigen.

Zou nu het loutere aanzetten van de televisie in Amsterdam een atmosferische storing kunnen veroorzaken die in Turijn Marianne dat beslissende zetje geeft? Ik denk het toch niet, maar het knaagt. Als die race nu eens twee dagen in plaats van twee minuten duurde?

Ik wil er graag op wijzen dat met dit idee tob sinds de WK-finale van 1978 - was het nu Rensenbrink of René van de Kerkhoff die tegen de paal kopte? Dus wie het een typisch idee voor een 12- of 13-jarige vindt zit helemaal goed. Ik heb er sindsdien alleen wat interessante woorden bij geleerd.

zaterdag 18 februari 2006

Grappen maken over massamoordenaars, 2


Karel van het Reve brengt met Geert van Oorschot de Rood Front-groet. Grappig?

Een foto van Ewoud de Kat, 1982, overgenomen uit de digitale bibliotheek voor de Nederlandse letteren.

Grappen maken over massamoordenaars

Bijna uit: Koba the Dread van Martin Amis, een paar maanden geleden in de ramsj gekocht bij het Martyrium in Amsterdam.

Het boek bestaat uit drie delen: een verzameling fragmenten onder de titel "The collapse of the value of human life", vervolgens een springerige, persoonlijke, biografie van Stalin en tenslotte een verzameling brieven over de verwerking van de geschiedenis van het communisme - wat, dat besef ik, geen al te duidelijke samenvatting is, maar Amis' werk laat zich dan ook niet makkelijk samenvatten.

Wel zijn er veel interessante dingen te noemen. Zo geeft Amis in de tekst precies aan in welke boeken hij iets heeft gelezen (veel Conquest, Solzjenitsyn) en welke hij veracht en dus nauwelijks heeft ingekeken (Deutscher, Fitzpatrick, Hobsbawn). Als je smaak met de zijne overeenkomt is dat erg plezierig. En - daar wil ik natuurlijk naar toe - het doet erg aan Karel van het Reve denken.

Er doet meer aan Karel van het Reve denken, al blijf je je bewust van de verschillen. Beiden zijn briljante schrijvers, maar bij Amis straalt het er van af. Veel lezers beseffen nauwelijks hoe goed VhR is omdat hij zo gewoon lijkt. Bij Amis is dat uitgesloten. Hij is bij uitstek literair, al is hij net zo leesbaar als VhR. Die leesbaarheid lijkt bij Amis op de tweede plaats te komen, het is een bijproduct van zijn briljantheid. (Ook is hij af en toe onleesbaar, maar dat zal aan mijn Engels liggen.)

Maar de belangrijkste overeenkomst is inhoudelijk. Een van Amis' grote vragen is waarom we het communisme toch maar niet als even verschrikkelijk willen zien als het nazisme. Waarom weet de gemiddelde westerse intellectueel wel van Dachau, maar niet van Kolyma? VhR maakte deze zelfde vergelijking in de Ondergang van het Morgenland, en ik geloof zelfs al in Twee potten pindakaas - met precies dezelfde namen. Typerend is dat Amis uitlegt waarom hij juist deze twee kiest.

Bijzonder is dat Amis diep ingaat op de vraag waarom je ook als je weet dat het even erg was als het nazisme kan lachen om grappen over het communisme, terwijl soortgelijke grappen over het nazisme door nette mensen als weerzinwekkend zouden worden ervaren. Conquest, Amis' vriend en rolmodel, lacht mee. Ja, allicht, zegt Amis, anders dan het nazisme had het communisme oorspronkelijk de beste bedoelingen met de mensheid. Maar door te lachen als we elkaar met "Kameraad!" begroeten dringen we toch die miljoenen doden naar de achtergrond. En een miljoen doden is niet, zoals Stalin zei, een statistiek. Het zijn evenzoveel tragedies.

Er is ten slotte een heel belangrijk verschil met VhR: Amis is ondanks zijn belezenheid en zijn omgang met Russen en grote Ruslandkenners zelf geen Ruslandkenner geworden. Zo maakt hij op een moment de (leuke) opmerking dat het hem verdriet zou doen als de aanhef-met-uitroepteken in brieven ("Kameraad Amis!") niet specifiek voor de communistische omgangsvormen was, maar teruggaat op een Russisch gebruik. En inderdaad, laat dat nu net het geval zijn. Hij schrijft dat hij "recently learned" dat Lenin de r niet kon uitspreken. Die eerlijkheid is innemend (en typerend voor zijn stijl). Een andere schrijver zou gedaan hebben of hij dat gewoon wist. Maar toevallig hoor je dit ook gewoon te weten omdat het deel uitmaakt van de Russische folklore. Heel veel Russen hebben een hilarische Lenin-imitatie in huis (en daarnaast een Brezjnev-imitatie, en in mijn tijd een Gorbatsjov-imitatie en nu misschien een Poetin-imitatie). Een student Russisch of Ruslandkunde moet wel heel weinig interesse voor zijn vak hebben wil hij daar nooit mee zijn geconfronteerd.

zaterdag 11 februari 2006

Waar komen die Deense vlaggen vandaan?

Kijk, dat is een vraag. En Slate is niet te beroerd die tot de bodem uit te zoeken. Allereerst is er veel huisvlijt die vaak heel behoorlijke resultaten geeft - gewend als ze in die regio's zijn aan het verbranden van Amerikaanse en Israëlische vlaggen, die een stuk lastiger zijn dan de Deense. Er gaat natuurlijk wel eens wat mis, wat Slate adstrueert met voorbeelden. Dat de lokale overheden er als de kippen bij zouden zijn en de professionele oproerkraaiers van voorraden voorziet is in de regel niet waar. Er is een ander alternatief voor zelf maken:

Doing it yourself may save you some money, but you can also try to grab a Danish flag at your local flag store. Reuters interviewed a shopkeeper in Gaza who stocked his PLO Flag Shop with 100 Danish and Norwegian flags when he heard about the cartoons. He gets his flags from Taiwan and charges $11 for each. Flag manufacturers in China and Thailand might also be able to provide Danish flags on short order.
Vlaggen online kopen blijkt aanzienlijk duurder.