woensdag 24 december 2008

Karel van het Reve geeft antwoord

Als ik wel eens moeite met Karel van het Reve heb, is het omdat hij de dingen die ik van hem wil weten met zo verschrikkelijk veel moeite prijsgeeft. Zo weet ik dat hij een hekel aan Noam Chomsky had, maar hij geeft naar mijn mening slechts het begin van een uitleg, in maar één fragment:

Wil een gedachte veel mensen geestdriftig maken, dan moet hij a. in een betrekkelijk eenvoudige, althans aanleerbare formulering aan te duiden zijn; b. de indruk maken nieuw te zijn; c. aansluiten op een bekende gemeenplaats en d. onjuist zijn. De mensen zijn het gelukkigst als zij iets ouds, gangbaars en vulgairs kunnen ondergaan als iets nieuws en origineels. Marx en Freud zijn voorbeelden van zulke 'grote combinatoren'. Een aardig modern voorbeeld lijkt mij Chomsky: iedereen kan meedoen, want iedereen heeft op school geleerd dat 'Jan slaat Piet' en 'Piet wordt door Jan geslagen' twee zinnen zijn die hetzelfde betekenen, wat niet waar is.
('Grote combinatoren' is een verwijzing naar de oplichter Ostap Bender, hoofdpersoon van de romans van Ilf en Petrov, die zich de veliki kombinator noemt.)

U zult het met me eens zijn dat dit een zeer, zeer goed stukje is. Je kunt bij elke intellectuele "hype" Van het Reve's lijstje afgaan. Maar u zult het ook met me eens zijn dat de voorbeelden summier zijn. Met Marx en Freud geeft dat niet, die komen elders in VhR's werk genoeg aan de orde. Maar Chomsky niet.

Soms geeft VhR toch ergens extra uitleg. Min of meer per ongeluk, alsof hij vergeten was dat hij iets al eens eerder ter sprake had gebracht, en het toen bij de meer cryptische versie had gelaten. Dit gebeurt zelfs verschillende keren in de Apologie, een bibliofiele uitgave (150 exemplaren), waarin hij een voor een de bijdragen in het liber amicorum Uren met Karel van het Reve bespreekt.

Neem 'Oberhausen'. Sjifra Herschberg vertelt nog eens over de student die had beweerd dat Byron daar gewoond had. VhR schreef er al over in Afscheid van Leiden, echter zonder te vertellen hoe het precies zat. Sterker nog: hij maakt er een raadsel voor de lezer van door te zeggen dat het hem dagen heeft gekost te bedenken hoe het dan wél zat. Niets van die mystificaties in de Apologie:
Hier ware enige uitleg op zijn plaats geweest. Die student schreef dat Byron op een bepaald moment 'zich in Oberhausen vestigde'. Na veel nadenken begreep ik, dat die student een Duitse encyclopedie had geraadpleegd en daarin iets gevonden had van 'er nahm seinen Sitz im Oberhaus ein'.
Hier voeg ik nog maar even toe dat dat Oberhaus het Britse House of Lords is, waar Byron als lord zitting in mocht nemen.

Heel belangrijk was voor mij de vondst over het 'er tegenop zien om doodgeschoten te worden', de reden die Karel van het Reve op verschillende plaatsen opgeeft om niet bij het verzet te gaan. Ik heb die uitleg altijd erg onbevredigend gevonden. Je zou kunnen denken dat hij zichzelf voor een lafaard hield. Je zou, als je niet beter wist, zelfs kunnen denken dat hij dat ook was. Dit net iets langere stukje over zijn werk voor de verzetsgroep van Robert van Amerongen schept duidelijkheid:
Het kostte hem enige moeite mij te overreden mee te doen. Ik had er een verschrikkelijke hekel aan te worden doodgeschoten. Ik was gaarne bereid iets te doen waarvoor ik de rest van de oorlog in een kamp of een gevangenis zou moeten zitten - iedereen was, vond ik, verplicht zo'n risico te nemen - maar tegen dat doodgeschoten worden zag ik erg op. Elke maand stonden er wel wat namen van doodgeschotenen in de krant. Soms waren dat mensen die ik gekend had. 'Jij wilt mijn naam in de krant hebben,' zei ik tegen Robert. 'Zo gevaarlijk is het niet,' zei hij, en toen deed ik mee.
Robert van Amerongen viel de eer te beurt de biografische schets te mogen schrijven die in deel I van het Verzameld Werk is opgenomen. Daar staat in dat Max Pam Van het Reve eens vroeg of hij nu wel of niet voor de CIA had gewerkt, en dat Karel toen antwoordde: 'Dat mogen wij niet zeggen.' Van Amerongen doet Pam daarmee enig onrecht, want elke Karel van het Reve-fan weet dat dat een vaste anekdote is. Ik herinner me dat VhR hem ter sprake bracht in het radioprogramma Met het oog op morgen, toen hij geïnterviewd werd over de Geschiedenis van de Russische literatuur. In mijn herinnering had hij het over een studentenbijeenkomst, waarin hem de vraag op agressieve toon zou zijn gesteld. Pam nu is ook een Karel van het Reve-fan, en zal nooit pretenderen dat VhR juist hem voor het eerst dat mooie antwoord heeft gegeven. Dat doet hij ook niet in het stukje waar Van Amerongen zijn informatie waarschijnlijk vandaan heeft. In de Apologie komt dezelfde anekdote zo ter sprake:
(Laatst ontmoette ik iemand die me in de jaren zeventig geïnterviewd had voor de radio en mij gevraagd had of ik echt een agent van de CIA was. Ik had volgens hem geantwoord: 'Dat mogen wij niet zeggen.')
Dit blijft een kwestie die nader onderzoek behoeft.

11 opmerkingen:

Max zei

Ik denk dat Van het Reve's aversie tegenover Chomsky vooral te maken heeft met het onbewijsbare, pseudo-wetenschappelijke karakter van diens politieke theorieën, die vooral zo populair zijn omdat ze Amerika van imperilistische motieven beschuldigen. Zo beweert Chomsky kortgezegd dat de Amerikaanse massamedia een propagandamachine is in dienst van de Amerikaanse regering. Volgens hem is het onmogelijk om een tegengeluid te laten horen. Voor tegengeluiden heb je namelijk de tijd nodig om ze uit te leggen, en die tijd krijg je niet, met al die reclameblokken op de televisie. Met als gevolg dat iemand die een tegengeluid laat horen overkomt als een gek. Als er eens iemand in een tv-programma komt, die een tegengeluid laat horen, komt hij over als een gek, en helpt hij het systeem juist z'n propagandadoeleinden te vervolmaken.

Daarnaast: op de opmerking dat de Amerikaanse media zich voornamelijk links van het midden bevinden, wierp Chomsky tegen dat ook dit zo was om de burger zand in de ogen te strooien. Met een linkse pers houd je de schijn van democratie en vrijheid van meningsuiting hoog, terwijl je als regering kunt doen wat je wilt.

Wat ik wil zeggen: Chomsky's theorieën kloppen altijd, wat je er ook tegenin brengt, het bevestigt zijn ideeën. En van dat soort ideeën hield Karel van het Reve niet zo, geloof ik toch.

Wouter van den Berg zei

Fijne aanvulling! Ik wist niet dat Chomsky ook al een aanhanger van het 'leerstuk der repressieve tolerantie' was, al verbaast het me niet. Erg leuk.

Maar... Van het Reve heeft het duidelijk wel over Chomsky's taalkunde, en ik weet bijna zeker dat hij de taalkundige theorieën niet zou afwijzen vanwege Chomsky's altijd kloppende politieke theorieën. Dat zou op een ad hominem aanval neerkomen, en daar heeft Van het Reve (op een enkele speelse verwijzing naar de zachte g van iemand met wie hij polemiseerde na) zich nooit toe laten verleiden. Sterker nog: hij was graag bereid iemand een hele reeks rare ideeën te vergeven om hem om één interessant idee te prijzen. Denk aan de christenen die vanuit hun wens de hand van God in de natuur aan te tonen sterke argumenten tegen het darwinisme aandragen.

Van het Reve zal Chomsky's taalkunde dus puur om taalkundige redenen afgewezen hebben - al zal hij zich ook hebben geërgerd aan de onnozelheid van de beoefenaren van de Chomskiaanse taalkunde, en zal die ergernis nog sterker zijn geweest als die beoefenaren óók nog eens de politieke theorieën van Chomsky onderschreven.

Wouter van den Berg zei

Nog gekker, over altijd kloppende theorieën, waar nochtans bruikbare argumenten uit geleend kunnen worden: Karel van het Reve beveelt in diezelfde Apologie Maarten 't Hart aan het boek Koude rillingen over de rug van Charles Darwin van Jan Hendrik "Metabletica" van den Berg te lezen. In dat boek staat een fraai overzicht van de anti-evolutieargumenten, en een mogelijk nog fraaiere anekdote waarin een bioloog met zoveel woorden toegeeft dat geen zinnig mens in die evolutietheorie kan geloven, maar dat het nu eenmaal de beste theorie is die ze hebben. Maar verder is die hele metabletica onbewijsbare, altijd kloppende, allesverklarende pseudo-wetenschap, waar Van het Reve weinig geduld mee gehad zal hebben.

Max zei

"(...) iedereen heeft op school geleerd dat 'Jan slaat Piet' en 'Piet wordt door Jan geslagen' twee zinnen zijn die hetzelfde betekenen, wat niet waar is."

Gaat dit over Chomsky's taaltheorieën? Ik snapte het al niet zo goed. Ging er vanuit dat het over zijn politieke opvattingen ging en de plek die Amerika als agressor inneemt in de wereld, waarbij Jan Amerika is en Piet bijvoorbeeld Vietnam.

Overigens ben ik van mening dat Chomsky's kanttekeningen bij de buitenlandpolitiek wel degelijk van betekenis zijn binnen wat ik maar even het intellectuele debat zal noemen, ook al voeden ze een anti-Amerikanisme waar ik niet zo dol op ben.

Wouter van den Berg zei

Het gaat beslist over Chomsky's taaltheorieën, generatieve grammatica en zo - maar daar weet ik het fijne niet van, omdat ik in de (volgens Karel van het Reve gelukkige) omstandigheid verkeer mijn taalkunde te hebben geleerd van slavisten, die in het algemeen een broertje dood hebben aan Chomsky.

Het misverstand is wel een illustratie van mijn belangrijkste punt: dat VhR de dingen soms wel eens wat meer uit had mogen spellen. Ik zal me sterk maken voor een noot bij dit fragment, als we in het Verzameld Werk zover zijn!

Jan zei

Wouter, je schijnt nog steeds te denken dat KvhR substantiele argumenten tegen het Darwinisme heeft ingebracht. Maar dat is echt niet zo hoor. Ik zal het stuk uit de Reuzenkoeskoes nog eens lezen, en uit elkaar peuteren wat hij nou eigenlijk beweert, en een overzicht naar je opsturen. Het valt tegen, hoe goed geschrven ook.

Ook die sterke argumenten vanuit het Christendom... welke dan?

Wouter van den Berg zei

Jan,

Stuur me vooral je lijstje, ik ben al een poos bezig met nadenken over een stuk over de Reuzenkoeskoes. Eigenlijk zou dat natuurlijk niet nodig moeten zijn, maar ja, ook die Reuzenkoeskoes is weer een voorbeeld van een stuk dat door de compositie te wensen overlaat. Daarnaast behoort het gedeelte over de "functie" tot het moeilijkste dat hij geschreven heeft. Het is een van de weinige passages in zijn hele oeuvre waar hij maar lijkt te hopen dat de lezer zijn inzicht en zijn gedachtesprongen kan volgen - duidelijker kan hij het niet maken.

Van het Reve, moet ik voor de zekerheid wel zeggen, zegt niet dat de evolutietheorie niet waar is (hij zegt in de Reuzenkoeskoes dat hij het met Popper eens is dat hij ook als niet-falsificeerbare theorie evengoed wel waar kan zijn), maar dat hij niet noodzakelijk waar is. En hij noemt een aantal bezwaren waar de darwinisten zijns inziens geen antwoord op hebben.

Ook voor de zekerheid: een aantal van die bezwaren is afkomstig van christenen, wat iets anders is dan "vanuit het christendom". Christenen hebben vanuit hun geloofsovertuiging meer behoefte gevoeld argumenten tegen het darwinisme te bedenken, en sommige daarvan (genoemd in de Reuzenkoeskoes, en nog een paar in dat rare metableticaboek) moeten voor darwinisten tamelijk embarrassing zijn.

To be continued!

Jan zei

Het lijstje komt naar je toe!

Dat van die niet-falsifieerbaarheid klopt ook niet meer hoor. Op genetisch nivo maakt de evolutietheorie nu zulke gedetailleerde claims, dat een tegenvoorbeeld vrij makkelijk voor te stellen is. Ik denk dat KvhR alleen de "high-level" populaire versie van de ET kende, en dat hij daar tegen te keer gaat. Maar dat zegt waarschijnlijk meer over het nivo van de toenmalige populairwetenschappelijke literatuur dan over de ET. De Reuzenkoeskoes is uit 1979. Vóór de populariteit van Dawkins, Gould, Borst, Plasterk, Dekker...

En er is op genetisch gebied natuurlijk enorme vooruitgang geboekt sinds 1979.

Jan zei

Dekker moet natuurlijk Dekkers zijn. Midas, niet Cees.

Max zei

Volgens mij ging het Van het Reve er in de Reuzenkoeskoes ook om de verering van de evolutionisten voor de evolutie aan de kaak te stellen, en het (naar ik aanneem toen heersende) idee onder darwinisten om elke mutatie als een verbetering te zien die helpt in het vergroten van de kans om als soort te overleven. Alles moet z'n nut hebben. Van het Reve stelt dat mutaties niet nuttig hoeven te zijn om toch te kunnen blijven bestaan.

Jan zei

Max, dat is inderdaad precies het enige argument in de Reuzenkoeskoes dat, naar mijn mening, nog hout snijdt.

Waarbij ik dan niet weet hoe daar tegenwoordig in de biologie tegenaan gekeken wordt, en ook niet hoe toen de heersende mening was. Het is jammer dat KvhR niet zegt tegen welke evolutionist/boek hij precies ageert.