zondag 1 juni 2008

Haat

Toen ik op de middelbare school zat, was ik erg links. Ik ben nog steeds vrij links, want al ben ik dan ondernemer en heb ik geen moeite met principes als "loon naar werken", ik vind nog altijd dat het in de wereld oneerlijk verdeeld is. En dat dat misschien wel, misschien niet recht te zetten is, maar dat het zéker niet goed zal komen door alles op z'n beloop te laten. Overheden moeten de zwakken verheffen en de sterken in toom houden. Daartoe mogen ze nette burgers als mij rechten ontnemen en plichten opleggen. Verder vind ik dat je slechts in uiterste nood geweld mag gebruiken. Als je dat allemaal vindt, ben je per definitie links.

Maar mijn linksheid is niet meer zo compleet als toen ik op de middelbare school zat. Toen vond ik iedereen die er anders over dacht gevaarlijk, asociaal, een saboteur, een krankzinnige die er met zijn egoïstische gedrag voor zorgde dat alles even erg bleef als het was, nee, dat alles alleen maar erger zou worden. Honger, oorlog en woningnood waren hun schuld. De vijand waren ze. En ze waren nog herkenbaar ook: ze droegen collegesjaals, lamswollen truien en penny-schoenen.

Toen mijn vader me eens hoorde praten over een van die "kakkers", zekere Gert Looijesteijn, die bij maatschappijleer serieus het plaatsen van de kruisraketten had verdedigd, vroeg hij (mijn vader) of ik die jongen Looijesteijn soms haatte. Ik verzekerde hem dat ik dat niet deed, maar moest voor mezelf toegeven dat ik, tja, dat wel deed.

Behalve door dat soort incidentele vragen van mijn vader, ben ik door het lezen van Karel van het Reve afgekomen van zowel van mijn meest linkse ideeën (want, dat vergat ik te zeggen, ik was vóór de dictaturen in Cuba en Nicaragua) als van die haat jegens andersdenkenden.

Lezer, u kent hopelijk de Uren met Henk Broekhuis. Probeer u voor te stellen hoe een ernstige zeventienjarige jongen daarop reageert. Een jongen die, dat vergat ik ook nog te zeggen, op het vwo negens haalde voor de exacte vakken én voor Nederlands. Bij zo iemand komen de redeneringen van Van het Reve stevig aan. De schellen zouden hem van de ogen vallen, denkt u waarschijnlijk.

Bijna. Ik voelde me er zeker ongemakkelijk door, maar het proces dat mijn vader en VhR in gang zetten, werd pas een paar jaar later voltooid. Toen de schellen me uiteindelijk van de ogen vielen, studeerde ik al in Amsterdam, maar wanneer het precies gebeurde zou ik niet durven zeggen. Die haatgevoelens waren al eerder verdwenen; zo tegen het eindexamen mocht ik die Looijensteijn ook wel, al was hij geen haar beter geworden.

maandag 26 mei 2008

Hoffman, Stalin, Pacino, Joemman Khan

Er schijnen mensen te zijn die zich op een pittig tandartsbezoek voorbereiden door naar Marathon Man te kijken, de film met Laurence Olivier als ss'er turned dentist from Hell, en met Dustin Hoffman die zich maar pijnigde over de vraag hoe hij zich op de juiste manier in zijn personage kon inleven, totdat Sir Laurence hem korzelig "Have you tried acting?" vroeg. Na de boorscènes lach je om wat jou te wachten staat.

Niet echt als voorbereiding, maar wel in een impressionabele stemming, luisterde ik vrijdag in de auto heen en weer naar Friesland naar Young Stalin. Op weg naar zijn eerste ballingschap in Siberië krijgt Stalin ruwe tandheelkundige zorg (jaja, nu gaat u zeggen "Dat is meer dan de mensen die hij later zelf naar Siberië stuurde kregen", daar heeft u natuurlijk gelijk in, maar daar gaat het niet om). Een tandarts stopt arsenicum in zijn kies, maar verzuimt (zegt Stalin tenminste) erbij te zeggen dat die er ook weer uit moet, waardoor ook de aangrenzende tanden afsterven. "Maar daar heb ik dan ook nooit meer last van gehad," zei Stalin, die zijn hele leven lang door hevige kiespijnen gekweld werd.

Verder keek ik gisteravond naar Insomnia. Goeie film, al heb ik het te doen met Hilary Swank, die (spoiler alert) als de overige hoofdrolspelers om verhaaltechnisch onvermijdelijke redenen dood zijn gegaan, nog best moeite zal hebben alles aan haar superieuren uit te leggen. Wat ik ook niet goed vind, is dat Al Pacino's character, blijkt, ooit zijn boekje te buiten is gegaan door bewijsmateriaal te planten om een kindermoordenaar veroordeeld te krijgen die anders vrijuit zou zijn gegaan. Zo krijg je rond dat een agent terecht door Internal Affairs op zijn huid gezeten wordt en tóch zuiver op de graat is. -1 voor dat detail, eigenlijk.

Vanochtend tijdens mijn bijna twee uur durende wortelkanaalbehandeling dommelde ik zowaar even weg. Ik droomde dat ik op Blijburg in een rieten strandstoel zat en dat in de strandstoel achter me Al Pacino met zijn Insomnia-kop om het hoekje keek. "Zie je," dacht ik, "als je maar op de hippe plaatsen komt, kom je vanzelf interessante mensen tegen." En toen schrok ik alweer wakker. Ik ben nog nooit op Blijburg geweest. "Het gaat nu snel hoor," zei de tandarts. "Wat lang duurde, was het meten. De achterste kies boven is de moeilijkste kies voor een wortelkanaalbehandeling, dus dat wil je goed hebben." De afwerking ging inderdaad vlot en was even pijnloos als fascinerend, met rookwolkjes die uit mijn kies opstegen toen de guttapercha waarmee de kanalen waren gevuld werd verhit.

"Er zijn maar weinig tandartsen in Amsterdam die deze behandelingen nog zelf doen," zei de tandarts terwijl hij me de voor- en na-foto's liet zien. "Ze verwijzen meestal door naar specialisten. Maar ik vind dit erg leuk. Moet je kijken, zie je dat dat achterste kanaal splitst? Is ook helemaal gevuld. Maar dat moet je dus wel goed voorbereiden."

Daarna naar kantoor, lekker werken om niet te veel napijn te voelen. "Hoe ging het?" vroegen de meiden meelevend. "Ik kan het jullie aanraden!" zei ik in mijn enthousiasme, wat natuurlijk idioot klonk. Wat ik had moeten zeggen was:

Vroeg of laat moet ook jij eraan.
Laat het dan doen door Joemman Khan.

zondag 25 mei 2008

Wie was Hugo Black?

In een stuk over Theodor Holman (column 'Achteraf' in Het Parool van 14 januari 1995, opgenomen in de gelijknamige bundel, p. 353-355), dat aan actualiteitswaarde wint door de zaak Nekschot, schrijft Karel van het Reve over Justice Hugo Black:

Er is een lid van het Hooggerechtshof van de Verenigde Staten geweest die Hugo Black heette en die ervoor pleitte om alle wetten waarin iets dat iemand zegt of schrijft strafbaar gesteld wordt, ongeldig te verklaren. Ik ben een aanhanger van die Hugo Black.
Merk op dat VhR het verwijzende voornaamwoord "die" gebruikt waar de meeste schrijvers "dat" zouden gebruiken om geen ruzie met hun redacteur te krijgen. Hij schreef ook consequent "een aantal mensen zijn". Maar dit terzijde. Wie was Hugo Black?

Hugo Black kwam uit Alabama. Over Alabama schrijft Marshall Frady, biograaf van de beroemdste zoon van die staat, George Wallace:
The region is ruled by humid passion, and a fine old-fashioned sense of sin. There is a lingering romance of violence, a congenital love for quick and final physical showdowns.
Kortom, wilde je in de jaren twintig van de vorige eeuw in Alabama iets bereiken, dan werd je lid van de Ku Klux Klan. Zo ook Hugo Black.

Toen Black, inmiddels senator, zich sterk had gemaakt voor de New Deal en ook voor president Roosevelts Court-packing Bill, was hij voor Roosevelt de beste kandidaat voor de eerst vrijkomende slot in het Hooggerechtshof. De goedkeuring verliep niet vlekkeloos, maar in die dagen was er domweg te weinig informatie vlot beschikbaar om zijn vermoede KKK-verleden tegen hem te gebruiken. Een perscampagne kwam pas goed op gang toen de benoeming al bezegeld was.

De "linkse" kritiek op zijn benoeming verstomde toen hij zich in zijn stemgedrag een aanhanger van de burgerrechtenbeweging toonde. Hij ontpopte zich zelfs tot een van de meest "liberal" leden van het Hooggerechtshof. In een televisie-interview in 1968 (zie hier, klik op You have the right to remain silent) verdedigt hij de arresten die het de politie moeilijker maken:
Interviewer: Mr. Justice, do you think that those decisions have made it more difficult for the police to combat crime?
Hugo Black: Certainly! Why shouldn't they? What were they written for? Why did they write the Bill of Rights? [...] What about guaranteeing a man a right to a lawyer? 'Course that makes it more difficult to convict him. What about saying he should not be compelled to be a witness against himself? That makes it more difficult to convict him. What about no unreasonable search or seizure shall be made. That makes it more difficult to convict him. They were written to make it more difficult.
Op dat moment hadden de meeste Amerikanen genoeg van dat halfzachte gedoe. Richard Nixon, de Rita Verdonk van die dagen, won met zijn tough stance on crime het presidentschap en legde met vier nieuwe benoemingen de basis voor een nieuwe conservatieve fase in de geschiedenis van het Hooggerechtshof.

Bij dit alles is het van belang te weten dat Black weinig geduld had met "universele rechten". Karel van het Reves bekende afsluiting van de Sovjet-annexatie der klassieken
Het zijn dan ook naar onze mening geen politieke of wereldbeschouwelijke grenzen, maar moeilijk definieerbare zaken als gevoel voor proporties, smaak, fatsoen, redelijkheid, een zekere persoonlijke halsstarrigheid ook, die de beschaving van de barbarij scheiden.
zou Black misschien woord voor woord onderschreven hebben. Maar hij zou er nooit een leidraad voor zijn conclusies van hebben gemaakt. Als hij onvoldoende argumenten in de Constitutie kon vinden, ging een door hem misschien gewenste conclusie niet door.

Dat leidde soms tot opvallende dissenting opinions, bijvoorbeeld in Griswold v. Connecticut, in 1965. Een wet in de staat Connecticut verbood het gebruik van voorbehoedmiddelen. Het Hooggerechtshof achtte die wet onconstitutioneel, omdat deze het recht op privacy zou schenden. Volgens Black echter garandeerde de Constitutie helemaal geen privacy, en hij weigerde mee te gaan met collega's die zoiets wel lazen in artikelen die daar niet specifiek over gingen:
I like my privacy as well as the next one, but I am nevertheless compelled to admit that government has a right to invade it unless prohibited by some specific constitutional provision.
Wat Black betrof zou deze "uncommonly silly law" (woorden van Blacks enige mede-dissenter, Justice Potter Stewart) dus standgehouden hebben.

Hoe zat het nu met de vrijheid van meningsuiting? Ook hierbij moet je beseffen hoe absoluut Black de Constitutie, in dit geval het Eerste Amendement interpreteerde. Black achtte staats- en Federale wetten tegen obsceniteit en laster onconstitutioneel. Dit is waarschijnlijk waar Van het Reve op doelde in het citaat waarmee ik dit stuk opende. Daar staat echter tegenover dat hij het verbranden van vlaggen niet als een uiting van free speech beschouwde. Een staat die daar een wet tegen uitvaardigde, had daartoe het constitutionele recht, vond hij. Ook een jongeman (zekere Paul Robert Cohen) die een jasje droeg met daarop de tekst "Fuck the Draft" kon niet op clementie van Black rekenen. Een jasje met een uitdagende tekst was geen speech, maar conduct.

zaterdag 24 mei 2008

Roger Scruton en het onderwijs

Ik lees al 26 jaar de NRC, en heb in mijn perceptie toch al gauw 26 interviews met of uitgebreide besprekingen van een boek van Roger Scruton gelezen. Dat er veel minder stukken op de pagina "Scruton, Roger" staan, is voor mij een bewijs dat NRC Boeken nog niet lekker draait.

Het mooiste vond ik deze keer een citaat over het belang van leraren in het overdragen van kennis:

Echte leraren brengen geen kennis over om hun leerlingen te begunstigen; ze onderwijzen hun leerlingen om de kennis te begunstigen.
Nu zou je kunnen zeggen, alle gepraat over het belang van de leerlingen ten spijt, dat ons onderwijssysteem daar al op ingericht is: leerlingen slagen voor hun eindexamen als ze hun "leerdoelen" hebben gehaald. Daarmee wordt, uiterst moeizaam en in een verwaterde vorm natuurlijk, maar toch, een corpus van kennis instandgehouden. De nieuwe generatie valt niet terug in een staat van barbarij, zodat de westerse maatschappij nog even voort kan, krakend en met achterlating van een spoor aan onderdelen waarvan het belang niet meer wordt begrepen.

Dat is ongeveer de praktijk, maar we verkopen dit tegenwoordig allemaal als zijnde in het belang van de leerlingen. Scruton is daar niet in geïnteresseerd. Minder goede leerlingen mogen wel meedoen, maar je moet er niet te veel energie in gaan steken, want zij kunnen geen rol spelen in het begunstigen van de kennis. (Wat zou dat "begunstigen" in het Engels geweest zijn? Kunnen ze op die website niet meteen gebruikmaken van de geweldige mogelijkheden van de computer en het Internet en voor de geïnteresseerde de geluidsband er als referentiemateriaal aan hangen?). Mijn interpretatie? Welnee, hier, lees:
Een leraar moet de kinderen met het meeste talent eruit pikken en zich op hen richten, anders gaat kennis verloren. Als hij dat niet doet, is hij ongeschikt voor zijn vak. Natuurlijk moet hij zich ook bekommeren om die andere, gewone kinderen, maar het belangrijkste is de kennis. De leerlingen komen op de tweede plaats.
Begrijp me goed, ik vind dit prima. Ik zou zelf als leraar redelijk aan Scrutons ideaalbeeld voldoen: het overdragen van kennis (welke kennis dan ook) stond in de korte tijd dat ik voor de klas heb gestaan voor mij centraal. Goede leerlingen luisterden graag naar me, terwijl minder goede geloof ik wel waardeerden hoe ontspannen ik reageerde op hun gebrek aan belangstelling: "Je hoeft niet te luisteren, maar doe liever wel of je luistert. Dan ben je anderen niet tot last en wie weet steek je er nog wat van op." Meestal waren ze stil (problemen had ik pas tijdens het "zelfstandig werken").

Ik kan me ook redelijk vinden in het onderwijzen van de dingen die Scruton belangrijk vindt. Wel is het zo dat ik (om maar eens iets te noemen) The Years of Lyndon Johnson elke dag van de week boven Plato verkies. Behalve over de grot en de ideale staat wil ik dus óók vertellen hoe een arme boerenzoon president van de Verenigde Staten kon worden. Daar zit geen letter theorie bij.

Dat zou Scruton toch wel goedvinden, hoop ik. Niemand heeft een consequente verzameling voorkeuren. Sterker nog, de denkers die voor Scruton (en voor mij) de beschaving vertegenwoordigen zijn het onderling over cruciale zaken oneens - terwijl er toch maar één gelijk kan hebben. We zouden eigenlijk moeten kiezen tussen Plato en Aristoteles, we zijn verdorie geen relativisten.

Nog sterker: Scruton is zo inconsequent als iemand maar zijn kan. Geen visserij, wel vossenjacht. Anders dan ik kan hij echter wel op al zijn voorkeuren een stempeltje met "Tradioneel!" drukken.

dinsdag 20 mei 2008

Kentucky-momenten

Morgen Kentucky, waar volgens mijn Amerikaanse-verkiezingsgoeroe The Votemaster Obama wel eens iets minder zou kunnen verliezen dan algemeen voorzien, want

Obama might do very well in KY-06 (Lexington) due to its large black, student, and horsey areas.
Die paarden horen bij Kentucky. Alistair Cooke schreef er in 1956 een Letter from America over die onder meer deze passage bevat:
There are no Southerners quite so Southern as the professional Southerners of Kentucky, and by practice as well as by blood they have taken on the legendary pace of Southern life, its customs and cookery, the slow twist of vowels into diphthongs, and that attractive Southern irony which is prepared to believe the best of human beings and expect the worst.
Kentucky speelt al sinds mijn zestiende een waarschijnlijk dagelijkse rol in mijn gedachten, omdat wij toen een kaart van de Verenigde Staten hadden waarin die staten keurig in vier kleuren waren ingekleurd (ik meen lichtgeel, oranjegeel, lichtgroen en donkergroen). Kentucky was echter lichtbruin. Je kunt een landkaart met maar vier kleuren inkleuren zonder dat er ergens twee gebieden met dezelfde kleur aan elkaar grenzen (de vierkleurenstelling), maar daar moet je wel even je best op doen. De inkleurder van deze kaart had het geprobeerd, kwam bij Kentucky in de knoop en deed er een kleur bij in plaats van opnieuw te beginnen. Dat blijft bij mij jeuken.

Alicia Silverstone (die hier naakt uitlegt waarom ze vegetariër is) in de voiceover bij een trouwerij, waarbij je even denkt dat zij de bruid is:
AS IF. I’m only 16, and this is California, not Kentucky.
Uit Clueless, de onderhoudendste Emma- en misschien wel de onderhoudendste Jane Austen-verfilming.

maandag 19 mei 2008

FC Twente aiaiaiai!

Ik wil wel accepteren dat FC Twente sinds ik ze voor het laatst zag spelen (uiteraard nog in het Diekmanstadion - 1982?) niet meer vanzelfsprekend een van de beste clubs van Nederland is. Maar een kleine correctie was wel nodig. A force to be reckoned with, dat waren ze dit jaar eindelijk weer.

Ja lullig hè, die miljoenen die Ajax nu misloopt terwijl ze die zo goed konden gebruiken. Ooit bedacht dat een andere club die miljoenen ook heel goed kan gebruiken? Ze doen bij Twente alleen niet of ze er recht op hebben.

zondag 18 mei 2008

Vegetarisme in zaken / Is zelden te laken

We zijn bij Vertaalbureau.nl niet al te principieel als het om aan duurzaam ondernemen gaat. Als onze systeembeheerder zegt dat de computers een nachtje aan moeten blijven gaan we echt niet piepen over het broeikaseffect. Niet alleen omdat het erg weinig uitmaakt, maar omdat het belang van het bedrijf voor gaat, verdomd! Maar als het even kan associëren we ons liever niet met de uitwassen van de vleeseterij. Zo legden we pas een offerteaanvraag van een fabrikant van slachtlijnen dapper naast ons neer. Niets tegen vleeseters, maar we gaan ze niet helpen hun hobby nog goedkoper te maken door de bio-industrie dezelfde Superangebote te doen die we anderen doen.

Nu een ingewikkeldere casus. We zijn vorig jaar toch maar lid geworden van de ATA, de branchevereniging voor vertaalbureaus, ondanks mijn jarenlange reserves, die ik eerder beschreef. Het begon een beetje flauw te worden, naarmate we groter werden beviel de rol van maverick me minder. En je hoeft de bijeenkomsten natuurlijk niet te bezoeken.

Maar nu is er een bijeenkomst over een onderwerp dat mij interesseert, namelijk het al dan niet certificeren volgens de nieuwe Europese norm voor vertaaldiensten EN 15038. Ja, als je dan toch lid bent ga je daar toch zeker heen? Ha, nee: ik stuur mijn rechterhand S. Zij heeft het meeste te maken met de kwaliteitsprocedures. Bovendien is ze een betere sociale prater & netwerker dan ik. Verder woont ze iets dichterbij en is haar tijd op een doordeweekse dag net iets minder duur dan de mijne. Allemaal heel goede redenen lijkt me.

Toch halen ze het allemaal niet bij een emotionele reden. Want wat lezen we in de uitnodiging:

We beginnen ’s middags om 14.00 uur en sluiten af met een borrel en barbecue in de vroege avond. Zo vermijden we files en kunnen we toch nog een dagdeel werken.
Kijk, dat gaat me te ver. U mag van mij vlees eten. Wie ben ik om u dat pleziertje te ontzeggen. Ik eet wel een geroosterde paprika. Als u dat niet vervelend vind (maar gek genoeg vinden veel vleeseters dat wél vervelend), vind ik het niet vervelend u een stuk vlees te zien eten. Maar het idee dat u misschien een extra stuk neemt omdat de files nog niet opgelost zijn, daar heb ik onoverkomelijke bezwaren tegen.

zaterdag 17 mei 2008

Jaja, zelfs ík wil iets zeggen over Gregorius Nekschot en de vrijheid van meningsuiting!

Je hebt scares die grote delen van de bevolking in hun greep hebben: momenteel angst voor terrorisme en klimaatverandering, nog niet lang geleden angst voor gekkekoeienziekte en de millenniumbug. Maarten van Rossem schreef er afgelopen zaterdag over in de NRC. Er zijn ook scares die het niet helemaal halen, zoals die voor het scheppen van een zwart gat in de deeltjesversneller van het CERN. Too far-fetched, je moet je er wel iets bij kunnen voorstellen.

Ik zou aan de bekende grote scares een kleine willen toevoegen: namelijk de angst dat het met de vrijheid van meningsuiting nu definitief gedaan is. Nieuwste bewijs: Gregorius Nekschot wordt aangehouden. Ja. Maar zo'n vaart loopt het niet. Om te beginnen: het gaat niet om de tekeningen die in het Parool van gisteren onder de alarmerende kop "Hier word je voor gearresteerd" op de voorpagina stonden.

Ik kan wel een of twee tekeningen bedenken die ik vroeger heb gezien (ik vind ze op zijn inmiddels waarschijnlijk overbelaste website niet meer terug), waarvan ik mij kan voorstellen dat mensen ze beledigend vinden, of zelfs vinden dat ze "aanzetten tot haat". Op die paar tekeningen worden islamieten en negers op uiterst laatdunkende wijze afgebeeld. Overigens moeten meer bevolkingsgroepen het ontgelden: met fundamentalistische christenen heeft Nekschot bijvoorbeeld ook niets op - zie hier.

Nekschot is daarbij een wat uitzonderlijk geval onder de politieke cartoonisten, omdat hij meestal geen individuen te grazen neemt. Als politicus of anderszins bekende Nederlander moet je er in Nederland tegen kunnen af en toe onheus behandeld te worden: hogen bomen vangen veel wind en als je niet tegen de hitte kunt moet je maar uit de keuken blijven. Maar Nekschot pakt hele bevolkingsgroepen, ja, hele rassen aan, en daarmee begeeft hij zich op glad ijs. Daar zijn in Nederland wetsartikelen tegen.

Je kunt aan de wijsheid van die artikelen twijfelen (Karel van het Reve was er zoals bekend tegen), maar ze zijn er al jaren, en al die tijd maken mensen van tijd tot tijd gebruik van hun klachtrecht, en heel soms denkt het Openbaar Ministerie dat er misschien een zaak is. Meestal is die er niet. Ik denk persoonlijk dat het met een sisser afloopt, al geloof ik best dat het voor Nekschot nu al een traumatische ervaring is.

Maar die commotie over de vrijheid van meningsuiting lijkt me overdreven. Nekschot is nu net die ene uitzondering - iemand die jarenlang de grenzen van het betamelijke heeft verkend en dat gedaan heeft op populaire fora waardoor hij ertoe bijgedragen zou kunnen hebben (maar het is aan de rechter om dat uit te zoeken) dat een aantal racistische stereotypen weer salonfähig zijn. Intussen zie je in de krant, op de televisie en op Internet overal de stuitendste meningen. Aan het inperken ervan zou geen beginnen zijn.

En wat heel erg is: mensen die het voor Nekschot opnemen en er dan bij zeggen dat die tekeningen weliswaar niet hun cup of tea zijn, maar dat de vrijheid van meningsuiting blablablabla. Die D66'er. Ik ben bang dat die zich op zo'n moment een soort Voltaire waant, die overigens nooit gezegd schijnt te hebben dat hij tot zijn dood het recht van een ander om abjecte meningen te uiten zou verdedigen.

zondag 4 mei 2008

Een film die we op zich niet aanbevelen

Achter het raam van coffeeshop Mellow Yellow op de Vijzelgracht (of de Vijzelstraat, daar wil ik even af zijn) hangt een bordje met de tekst "Geen harddrugs. Geen alcohol. Geen wapens. Geen telefoons." Ongetwijfeld wil men daarmee op het vredelievende karakter van softdrugs wijzen. Begin je aan coke & bier, dan ben je zo aan het vechten of telefoneren. Toch maakt het een deprimerende indruk. Geen wonder dat iedereen daar zit te blowen.

We kwamen erlangs met het verjaardagsfeestje van dochter van negen, op weg terug van de film. Een tramrit, een ijsje en een half uur later, bij het uitdelen van de cadeautjes die je tegenwoordig aan het eind van het feestje moet uitdelen, zegt M., een slimmerikje dat een paar keer in zo'n televisieprogramma schijnt te hebben opgetreden waarin kinderen dingen moeten beschrijven zonder het woord zelf te noemen: "Ik denk dat we ze beter naar arme kindertjes in Amerika kunnen sturen."

Datzelfde meisje had ook een antwoord dat mij beviel op mijn vraag waar Winx en het geheim van het verloren rijk eigenlijk over ging: "Dat mogen wij niet zeggen."

donderdag 1 mei 2008

Harry Potter en de VU-beker

Vroeger had je de Lach-of-ik-schietshow (zie hier voor wie, wat en wanneer). Meneer de Groot had daarin vaak naamgrappen, waarvan ik die op de Zangeres zonder Naam het leukste vond, en dáár weer de leukste van vond ik het zingt en je kan er niet doorheen kijken - de zangeres zonder raam. Verbazingwekkend genoeg probeer ik het pas 30 jaar later zelf, het maakt de maaltijd tot een feest. We beginnen eenvoudig.

Het kan toveren en het is verkouden.
Het kan toveren en je kunt ermee vissen. Of: het kan toveren en het is minder scherp. Dan is hij ook niet te verwarren met: het kan toveren en je kunt erin zeilen - hoewel je dat met die vissersboot misschien ook kon, en hoewel met deze zeilboot misschien ook wel gevist wordt.
Het kan t-t-toveren.
Het kan toveren en het tekent grafieken.
Het kan toveren en het gaat een beetje harder.
Het kan toveren en het hoeft nog geen bypass. Of: het kan toveren en het lijkt op een boterbloem, maar groeit in het water.
Het kan toveren en het beschikt over een sardonisch gevoel voor humor. Maar het is niet Draco Malfides. Je vindt hem trouwens vaak op het speciale dek op Schiphol. En (als uw gespreksgenoot voor de televisie vertaalt) het kan ondertitelingen invoegen.
Het kan toveren en het stinkt.
Het kan toveren en het stinkt en het is de enige soort die ze in Artis hebben.
Het kan toveren en het stinkt en we kennen 'm sinds we de Exxon Valdez kennen.
Het kan toveren en het laat zich ruw wegsturen.
Het kan toveren en het schept op.
Het kan toveren en het beschouwt alle wetenschappelijke kennis als voorlopig. Of: het kan toveren en het was Karel van het Reves favoriete filosoof, of in ieder geval de filosoof van wie hij het meeste geleerd had, anders zou het Harry Schopenhauer zijn.
Het kan toveren en zijn vloeken kunnen nét.
Het kan toveren en je eet hem met poedersuiker.
Het kan toveren en de kinderen hebben er een met Harry Potter op hun kamer hangen.
Het kan toveren en hij is populair bij de kids wegens zijn zangkunsten.
Het kan toveren en het sleet.
Het kan toveren en het hoopt nog eens boven de tien lezers uit te komen.

woensdag 30 april 2008

Clowns

Max Molovich schreef dezer dagen een stuk over angst voor clowns in Panzerfaust, mogelijk geïnspireerd door een Engels onderzoek dat een anderhalve maand geleden de Nederlandse kranten haalde - een onderzoek waaruit zou blijken dat kinderen clowns vooral eng vinden. Lees voor de nuance hier en hier de BBC-berichten over dit onderwerp. Ik besef heel goed dat het onderzoek over afbeeldingen van clowns ging, maar ik zou niet weten waarom de angst zich niet zou uitstrekken tot de afgebeelden. Zo werkt het met spinnen en slangen, dus waarom niet met clowns. De Cliniclowns moeten dus niet piepen en zichzelf als de wiedeweerga opheffen als ze écht iets voor kinderen willen doen.

Molovich intussen concentreert zich op de clowns from hell, de echte griezels die zich achter een masker verschuilen om weg te komen met moord, verkrachting en kinderlokkerij. Maar hoewel ook ik mijn kinderen nooit met een clown alleen zou laten, denk ik toch dat het aantal misdadigers onder hen hoogstens iets groter is dan dat onder andere bevolkingsgroepen (behalve dan uiteraard, om Karel van het Reve aan te halen, onder de bevolkingsgroep der misdadigers - ik breng hier graag in herinnering dat VhR een jaar sociografie studeerde).

Als er clowns in het spel zijn, is angst dan ook niet mijn eerste emotie. Wel ontzaglijke droefheid. Omdat achter die opgeschminkte lach een diepe tragiek schuilgaat? Ah welnee. Of eigenlijk misschien wel, maar niet zo direct. De figuren die zich als clown verkleden zijn niet tragischer dan u of ik. Misschien zit het zo: als iemand zich als clown verkleedt en er niet op vooruit gaat, bevestigt diegene voor mij dat ER HELEMAAL NIETS AAN TE DOEN IS.

Waaraan? Er is altijd wel iets. Mijn dochter van bijna negen is een beetje onhandig, en een makkelijk slachtoffer voor plagerijtjes. Niet pesten, plagen, maar toch. Toen ze pas in een harlekijnskostuum de trap af kwam, barstte ik net niet in huilen uit.

dinsdag 29 april 2008

Wie woonden daar nou zo'n beetje?

Voordat ik het over Popski en de vrouwen ga hebben nog een nice little score uit die schitterende bibliotheek van Karel van het Reve. U kent de Sanders-boeken uit het stuk 'Dit palaver is geëindigd' in De ondergang van het morgenland. Daar heb ik niets aan toe te voegen. Behalve dan dat er een mooie over Van het Reve's vader in staat die me ook beroepsmatig interesseert:

Ik kende Wallace al omdat mijn vader, omstreeks 1930 ontslagen als redacteur van het dagblad De Tribune, een vertaling had aangenomen van The duke in the suburbs. Mijn vader kende geen Engels, maar dat achtte hij geen bezwaar, want hij dacht dat hij met hulp van een Duitse vertaling wel uit de Engelse tekst wijs zou kunnen worden. Die Duitse vertaling bleek niet te bestaan, en zo leerde hij heel aardig Engels door De hertog in de voorstad te vertalen.
Ik heb ongeveer op die manier Duits geleerd: doordat ik Duitse vertalingen aannam en niet uitbesteed kreeg. Ik heb ook altijd een zwak gehad voor vertalers die zeiden: "die taal ken ik niet" (of: "van dat onderwerp weet ik niets"), "dus stuur me die opdracht vooral toe." (Zie hierover ook een stukje in mijn "corporate blog". Ik had nog lang gepiekerd of ik dat stukje zou plaatsen, niet alle klanten waarderen die speelsheid.)

Verder: dat hier een mooi stuk over Edgar Wallace staat dat spot met alle regels van Wikipedia, dus geniet ervan zolang het kan.

En... dat je in Van het Reve's leesaantekeningen in Sanders of the river weliswaar helemaal kunt volgen hoe hij het land waarover Sanders het bestuur voert heeft narrowed down tot de Goudkust, maar dat zijn mededeling dat je niet te weten komt "hoe groot dat gebied is, hoeveel mensen er wonen en hoe het heet" niet helemaal klopt. In de allereerste alinea lezen we:
Long before he was called upon to keep a watchful eye on some quarter of a million cannibal folk, who ten years before had regarded white men as we regard the unicorn...
Maar verder kan ik alleen maar beamen dat het prachtige boeken zijn.

maandag 21 april 2008

Ha, Nazis Schmazis!

Een van de dingen die Popski's Private Army zo fascinerend maakt, is de eerlijkheid van de schrijver. Als lezer moet je dan zeer alert zijn, want een schrijver kan makkelijk die indruk van eerlijkheid wekken door gênante dingen over zichzelf te vertellen. Daarmee wint hij de lezer voor zich, zodat hij zijn rol verder naar hartelust kan verfraaien.

Zou dat bij Popski het geval zijn? Heeft hij zijn rol op cruciale punten opgeborsteld? Sommige acties zijn zo gedurfd en lopen zo goed af dat je het bijna niet kunt geloven - bijvoorbeeld wanneer hij in een fantasieuniform door een door de Duitsers en Italianen beheerst stadje in Lybië (Derna, nu Darnah) loopt om uit te vinden waar een krijgsgevangenenkamp is, en hoe hij de krijgsgevangenen daaruit zou kunnen bevrijden. Hij kent zijn talen, maar zou natuurlijk door de mand vallen als hij een serieus gesprek aanging met wie dan ook. Daarom praat hij Italiaans tegen de Duitsers en Duits tegen de Italianen. Hij weet met de aldus opgedane inlichtingen 45 gevangen te bevrijden.

Maar die gevangen zijn bevrijd, en van allerlei andere acties bestaan andere getuigenverslagen, die weliswaar een heel ander perspectief aan de zaak geven (zie hier voor een samenvatting van het boek met andere bronnen ter confrontatie), maar de feiten ondersteunen. Er blijven een paar vreemde dingen, waar ik hopelijk nog op terugkom, maar zo in het algemeen durf ik wel te zeggen dat je hem kan vertrouwen.

Dan is er nog iets. Als Popski in een zelfreflectie had geschreven dat hij een egoïstische thrill seeker was, had ik zijn eerlijkheid te goedkoop, te veel uit het boekje gevonden. Maar zijn eerlijkheid is echter. Hij schrijft hoe hij als een kind zo blij is als zijn arm er afgeschoten wordt, en hoe die blijheid maar langzaam overgaat in irritatie. Dat maakt een authentieke indruk.

Ook doet hij geen enkele moeite zijn politieke naïveteit te verhullen. Hij mocht de Duitsers. Goede soldaten. Alla, kun je nog zeggen, dat is de "tunnelvisie" van een militair. Maar dat hij in 1938 Duitsland bezocht en het er erg plezierig toeven vond, en pas in 1945, bij het zien van Franse krijgsgevangenen die een Oostenrijks concentratiekamp hebben overleefd, een besef begint te krijgen van wat er in Duitsland eigenlijk gebeurd was - dat had hij niet hoeven vertellen.

zaterdag 19 april 2008

À la guerre comme à la guerre

Als je oorlog voert moet je accepteren dat het erom gaat elkaar doden te bezorgen. De weinige militaire episodes waarbij geen doden vielen zijn de operettes van de krijgsgeschiedenis. Geen Rus is lyrisch over het staan aan de Oegra waarmee toch maar mooi het Tataarse juk definitief eindigde.

Dat de Geallieerden de Tweede Wereldoorlog wonnen, heeft onder meer daar mee te maken, dat de bevelhebbers niet op een paar duizend doden aan eigen kant keken bij het uitvoeren van een landing of zelfs maar een oefenlanding.

Dat wij in Afghanistan gaan verliezen, heeft onder meer daar mee te maken, dat de minister van defensie meent dat een generaal die zijn zoon tijdens die oorlog verliest, zich moet "concentreren op zijn persoonlijke situatie". Iedereen jammert maar dat onze regering een slap zooitje is en ik weiger normaliter mee te jammeren (ze doen in ieder geval geen kwaad), maar nu heeft iedereen eens gelijk. Doe je aan een oorlog mee, hou dan een stiff upper lip. Ik denk ook dat Van Uhm helemaal niet op dit soort medeleven zit te wachten.

Wat wél erg is: dat de jonge Van Uhm door een geïmproviseerde mijn om het leven is gekomen. Les van Popski. Je sterft als militair het liefst in direct gevecht. Naast mijnen scoren hoog op de lijst van gevreesde doodsoorzaken: verkeersongelukken, verdrinking, friendly fire. Een dieptepunt beleefde Popski's Private Army toen het drie mannen verloor die op weg waren een brug op te blazen die van weinig strategisch belang was en in het bereik van machinegeweren van de vijand lag. Dat was allemaal tot daar aan toe. Maar die mannen stierven toen ze op mijnen liepen die er door de eigen partij waren neergelegd.

vrijdag 18 april 2008

Popski's Private Army

Tijdens een spreekbeurt op de middelbare school zei een klasgenoot, Marc Immink, in het kader van het vaste onderdeel "Eigen mening" (die woorden spreek ik nog altijd op zijn Twents uit) over Soldaat van Oranje dat het een "uniek oorlogsboek" was. Ik heb dat nooit gecontroleerd, maar Erik Hazelhoff Roelfzema is, met alle respect, toch maar een kleine scharrelaar vergeleken met Vladimir Peniakoff, alias Popski. Ik vermoed ook dat Popski's oorlogsboek nog veel unieker is.

Karel van het Reve-liefhebber, waar kent u die naam van? Juist, uit de Geschiedenis van de Russische literatuur. De GRL, zoals we bij de Verzameld Werk-club voor het gemak zeggen. Daar staat hij, op pagina 81, in het stuk over Denis Davydov:

Hij was een groot liefhebber van oorlog, en beoefende ook wel de meest aantrekkelijke vorm ervan: met een kleine groep dapperen achter de linies van een machtige vijand opereren. Zijn verslag doet denken aan dat van zijn latere collega Penjakov, een Brits onderdaan van Russische afkomst, die tijdens de tweede wereldoorlog in Noord-Afrika en Italië achter de Duitse en Italiaanse linies opereerde met een kleine gemotoriseerde strijdkracht, die officieel Popski's Private Army heette.
Ja, en dan vind ik het leuk om in de bibliotheek van Karel van het Reve, waaruit nog steeds boeken te koop zijn bij Aioloz, een stukgelezen exemplaar van Peniakoffs verslag Popski's Private Army aan te treffen. Zou u het, nu ik u aan deze passage heb herinnerd, voor die drie euro hebben laten liggen? Ik denk het niet.

Wie de tweede wereldoorlog associeert met concentratiekampen, onderduik, gebombardeerde steden en de gruwelen van het Oostfront moet even wennen. Wat de jonge Brad Pitt in Thelma en Louise nog voorzichtig uitdrukt - "if done properly, armed robbery doesn't have to be an unpleasant experience" - gold voor Popski en zijn mannen zonder voorbehoud voor een nog veel ernstiger tijdverdrijf: als je je collega's zorgvuldig kiest en je jezelf niet ten doel stelt er levend uit te komen, dan is oorlog fun.

Ik wil mijn posts leesbaar houden, dus zal ik de komende weken proberen in korte stukjes Popski's vele interessante waarnemingen te bespreken.