vrijdag 28 maart 2008

Sint-Petersburg geen lid van Global Village

H.J.A. Hofland in de NRC van vandaag:

"Hoe lang geleden is de uitdrukking global village verzonnen? Nog door Michael Gorbatsjov, geloof ik, in het laatste jaar van de Koude Oorlog, toen de muren van de oude machtsblokken begonnen te scheuren en internet, de electronic highway genoemd, in zijn vroegste fase was."
Au au au au au, zoiets zoek je toch snel even op, of schrijft Hofland op een computer zonder internetverbinding? Maar misschien zou ik dit niet gemerkt hebben als ik niet net een week geleden, bijna even gefascineerd als twintig jaar eerder, in Less Than One had zitten lezen. Ah, Joseph Brodsky! Maar was je dat boek niet kwijt?

Niet helemaal. Na het schrijven van dat eerdere stukje bedacht ik dat ik het had uitgeleend aan de mooiste Russin die ik ken. Ik wil hier tactvol in het midden laten of ze daarmee ook meteen de mooiste vrouw is die ik ken, maar ze was op mijn bruiloft en toen een tante die mijn vrouw nog niet eerder had gezien vroeg "En wie is nou eigenlijk je vrouw, Wouter... Oh, laat me raden, zij natuurlijk!", op voornoemde Russin wijzend, toen voelde ik dat onwillekeurig als een compliment.

Evengoed wil ik dat boek wel graag terug, al was het maar omdat Brodsky zelf er een opdracht in geschreven heeft. Maar ik heb intussen nog iets beters: een eerste druk uit de bibliotheek van Karel van het Reve. En bij het lezen trof me die uitdrukking "global village":
"If anything, Comrade Lenin deserves his monuments here for sparing St. Petersburg both ignoble membership in the global village and the shame of becoming the seat of his government: in 1918 he moved the capital of Russia back to Moscow."
Van het Reve zette naast deze passage, op bladzijde 85, een streepje. Op het schutblad staat als een van de meer dan dertig leesaantekeningen: "85 Lenin redder v Спб". Dat laatste zou je in latijnse letters als Spb kunnen schrijven, maar dat gaat minder lekker.

vrijdag 21 maart 2008

Basketballers

Hadewych Minis zegt in het Parool van afgelopen zaterdag dat ze van basketballers houdt:

"Als ik iets aantrekkelijk vind, zijn het wel lange donkere mannen die met een basketbal in de weer gaan. Ik heb ook een grote liefde voor jarentachtigfilms. Ik weet niet wat het is, maar er waren heel veel films met basketballers."
Dat zet mij wel even aan het denken. Ik begrijp precies wat ze bedoelt, maar welke films kunnen dat geweest zijn? Een IMDB PowerSearch biedt raad: zoek op trefwoord 'basketball' en kies het juiste decennium.

De meeste van de 63 gevonden titels zijn zo obscuur dat ook Hadewych, die ongetwijfeld meer films gezien heeft dan ik, ze waarschijnlijk niet kent. Airplane staat erbij - natuurlijk, met de echte Kareem Abdul-Jabbar. Erg leuk, maar niet wat Hadewych en ik bedoelen, al was het maar omdat er niet in gebasketbald wordt. Blijven over tienerfilms als Porky's en The Breakfast Club. Episodes van tv-series ook, waaraan ik overigens nog Happy Days zou willen toevoegen - begon in 1974, maar liep door tot 1984. Maar die bedoelen we niet, geen donkere mannen en niet de juiste sfeer.

Maar... Hadewych is nog jong, en kan allicht de jaren tachtig en de jaren zeventig verwarren. Misschien bedoelt ze deze, en als ze hem niet kent wil ze hem vast zien: The Gambler uit 1974. Klopt gewoon. Toch een beter decennium, de jaren zeventig.

Hadewych vervolgt trouwens:
"Sowieso heb ik iets met groepen mannen. Zodra mannen in een groep voorbij lopen, doet me dat toch meer dan wanneer een man alleen voorbij loopt. Dat straalt een soort seksuele kracht uit."
Dat lijkt me een truism, al heb ik het natuurlijk met groepen meisjes, en zou ik het dan eerder hongerigheid noemen dan seksuele kracht. Hockeyen is niet waar het ons echt om te doen is. Of zoals het in die typische jarentachtigfilm Up the creek nog directer werd verwoord: "We're here to get laid".

dinsdag 4 maart 2008

Ga er maar aan staan

Vooruit, een stukje van 350 woorden over het werk van mijn vrouw. De opdrachtgever vraagt voorzichtig of er iets over het pictorialisme in kan - blijkbaar vinden ze dat mijn vrouws werk in die traditie past. Maar na enig beraad besluiten we dat dat ten onrechte is. Want mijn vrouw doet iets heel anders dan die gasten die schilderijen imiteerden. Ze schildert zélf, niet met penseel en verf, maar met camera en afdrukmachine. Ze kiest haar modellen zoals Botticelli ze gekozen zou hebben. En ze fotografeert ze zoals hij ze geschilderd zou hebben: de houding bedenkend, maar het model niet mooier makend dan ze is. Wel haalt ze alle schoonheid eruit die erin zit.

Maar ja, 350 woorden hè? En wat ik vergat er bij te zeggen: voor Fransen, want Fransen houden van haar. Ze hebben alleen sinds een paar honderd jaar hun waardering voor duidelijk schrijven verloren.

zondag 2 maart 2008

We act like they don't, but they do

In katern Wetenschap en Onderwijs van de zaterdag-NRC gingen de vreemdste stukken ook deze week weer over het onderwijs. Bijvoorbeeld over de cursussen "academisch leren" die op universiteiten worden gegeven, een uitkomst voor studenten die maar niet begrijpen waarom ze geen voldoendes halen: "ze hebben net een overstap gemaakt en lopen aan tegen een andere manier van leren." Good going, alle kneuzen aan boord houden.

En er is een stuk over lagereschoolkinderen in Haarlem die elkaar in de klas masseren, waar ze heel rustig van zouden worden. In Zweden wordt het al veel meer gedaan dan hier, meldt het stuk. Al? Dus dit is alweer beklonken, als volgende stap naar de totale feminisering van het onderwijs?

Ik heb het huiverend gelezen. Massage is mijns inziens even werkzaam als homeopathie en acupunctuur, en ik hou niet van aanraking door medemensen. Ja, door sommige vrouwen. Maar daar wordt ik dan weer niet rustig van.

De Haarlemse juf Colinda beseft denk ik dat er iets seksueels in massages zit. Ik denk tenminste dat dat de reden is waarom ze een opt-out biedt: je hóeft het niet, en hoeft je ook niet elke massagepartner te laten welgevallen. Maar vooral bij kinderen zal de sociale druk om gewoon mee te doen groot zijn.

Of denkt ze serieus, met de Zweedse professor die in het stuk wordt aangehaald (altijd oppassen als de enige geciteerde deskundige een buitenlander is), dat het effect van massage heel anders is?

Or, yet another possibility: ze kent haar filmklassiekers wél, maar ze neemt ze, de academische vaardigheid van het generaliseren uiteraard niet machtig, veel te letterlijk, en denkt dat rug- en nekmassages wezenlijk anders zijn dan voetmassages?

zondag 24 februari 2008

Wietkoker

In 1983 interviewde Martin van Amerongen Karel van het Reve tijdens een van de beruchte marathoninterviews. Van Amerongen leed aan de bij veel publicisten waar te nemen drang om VhR op fouten te betrappen: hij kon toch zeker niet altíjd gelijk hebben? Maar dat kon hij wel. VhR had één heel bijzonder talent: hij kon uit informatie die iedereen ter beschikking stond volkomen nieuwe conclusies trekken. Verder vereiste het altijd gelijk hebben slechts discipline: hij controleerde de eigen redeneringen streng en sprak zich niet uit over zaken waar hij te weinig van af wist.

In plaats echter van dat recept na te volgen (wat, toegegeven, voor vele publicisten niet realistisch zou zijn omdat ze dan nog maar weinig zouden kunnen schrijven), meenden commentatoren en interviewers dat ze de "trucs" van VhR moesten doorzien (zijn heldere schrijfstijl werd nogal eens als "retorisch" afgedaan). Nog liever wilden ze fouten ontdekken. Een gênant schouwspel, enigszins te vergelijken met het in de melkemmers van de buren piesen als hun koeien steeds maar weer meer melk geven zoals in het Rusland ten tijde van de perestrojka veel scheen te gebeuren.

Bijna vergeten hoe ik hier op kwam. O ja. In de bibliotheek van Karel van het Reve, waarin ook u bij Aioloz nog wel iets van uw gading zult kunnen vinden, vond ik een boekje uit 1978 dat De doctorandussenplaag heet. Het is geschreven door zekere I. van der Sluis, alias J. Delecluze (en niet andersom, hier vindt u dat gevoeglijk aangetoond), die in Hollands Maandblad 405-406 (1981) een meeslepend stuk schreef met de titel 'Over de totalitaire pest', waarin onder meer verslag wordt gedaan van een bijeenkomst van Albaniëreizigers. Karel van het Reve reageert op dat stuk met 'Reacties van een PvdA-stemmer'.

Van Amerongen nu noemt Van der Sluis een "wietkoker", en haalt in dat interview enkele van de meest aanvechtbare citaten van hem aan, en daarna de openingszin van VhR's reactie: "Er is veel waars in wat Van der Sluis schrijft." Dat meen je toch niet, Karel? VhR houdt Van Amerongen voor dat die wel erg selectief citeert, en dat er, wietkoker of niet, veel waars zit in wat de man schrijft.

U kunt de hele zaak volgen. Dat marathoninterview bestelt u bij de klantenservice van de VPRO - daar branden ze het keurig voor u op vijf cd's, voor ik meen maar 20 of 25 euro (maar probeer dit niet allemaal tegelijk graag, ik weet niet zeker of ze er logistiek op berekend zijn). Het betreffende nummer van het Hollands Maandblad is antiquarisch wel te vinden. En dat merkwaardige boekje: ja, dat heb ik nu natuurlijk - maar kijk: het is gewoon te krijgen: probeer het hier.

Laat ik tot slot toch proberen op basis van de weinige feiten die ik tot mijn beschikking heb een reconstructie te maken. Van der Sluis noemt in een noot op pagina 49 van De doctorandussenplaag K. van het Reve als een van de weinige publicisten die géén stukken schrijven waarin "steeds opnieuw dezelfde mythes worden doorgeprikt, dezelfde taboes worden doorbroken en de werkelijke machtsstructuren genadeloos worden blootgelegd." Mijn vermoeden is dat hij Van het Reve zijn boekje heeft toegestuurd, en dat daar een welwillende maar moeizame correspondentie op volgde, want VhR antwoordde naar het woord van Peter Reddaway zijn brieven "with the predictability of a fish deciding whether or not to swallow one's bait." Een twee jaar later stuurde Van der Sluis Van het Reve een nieuw stuk, waarin hij meer rekening had gehouden met Van het Reve's voorkeuren. Mogelijk deed hij dat met het verzoek het geplaatst te doen krijgen. In ieder geval stuurde Van het Reve het naar het Hollands Maandblad, inclusief die reactie, waaruit we tevens leren dat hij sommige linkse studenten slimmer vond dan sommige rechtse.

maandag 18 februari 2008

Bril

Het ene pootje van mijn bril begaf het pas. Metaalmoeheid. Te vaak verbogen door mijn zoontje van vier, die er aardigheid in heeft mijn bril tijdens het voorlezen van mijn hoofd te trekken. Echt erg is het niet, want meestal draag ik lenzen, en grappig genoeg blijkt zo'n bril met één pootje ook nog wel te dragen. Dan pakt mijn dochter van acht de bril van de wastafel en breekt dromerig het tweede pootje eraf. Ik, tegen beter weten in: "O jee, is nou het tweede pootje gebroken?" Dochter, al even hoopvol: "Ik weet niet hoeveel pootjes hij had?"

Zou je inderdaad beter niet over je eigen bril kunnen schrijven? Dat is wat Ben denkt, en hij noemt de niet-brildragende Georges Perec, die de beste verhandeling over de bril zou hebben geschreven. Dat laatste geloof ik graag, maar ik wil toch een lans breken voor Umberto "De naam van de roos" Eco en Maarten "Oculare Biesheuvel" Biesheuvel. Allebei brildragers, zodat de aantrekkelijke hypothese verworpen moet worden.

(Als ik het woord 'bril' hoor moet ik vaak aan Ad "De hitvisser" Visser denken.)

vrijdag 18 januari 2008

Karel van het Reve-stilte

Ik er even tussenuit. Als vrijwilliger van het grote Verzameld Werk van Karel van het Reve-project heb ik een grote bruine envelop gekregen: een opdracht, die niet zomaar aan de eerste de beste wordt toevertrouwd. Ik zou u er niet mee lastig vallen, als het niet ten koste zou gaan van het bloggen. Maakt u zich over mij geen zorgen. Ik hoef er de deur niet voor uit. Maar mijn laptop gaat naar de keuken, want ik heb geen internet nodig en wil er niet door afgeleid worden. Tot over een paar weken.

(Toch benieuwd wat de opdracht behelst? Die vraag wil ik graag in Karel van het Reve-stijl beantwoorden: "Dat mogen wij niet zeggen".)

donderdag 17 januari 2008

Bouchra

Om te beginnen: het sop is de kool niet waard. Daar moeten we het over eens zijn, anders bent u op het verkeerde weblog terechtgekomen.

Wat gebeurde er? Een crackpot die zich Jos Parbleu noemt, neemt kennis van een paar radicaal islamitische uitspraken en vindt het een goed idee een mailtje aan diverse islamitische politici te sturen om hen met deze uitspraken te confronteren, onder bijsluiting, bizar detail, van een soort Protocollen van de Wijzen van Zion, maar dan over de vrijmetselarij. Een van de geadresseerden, het Rotterdamse raadslid Bouchra Ismaili, doet wat je in zo'n geval nooit moet doen: ze schrijft terug.

Die mail, die u intussen overal op Internet kunt vinden, kun je op verschillende manieren lezen. Bijvoorbeeld als de reactie van een vrouw die er genoeg van had steeds maar weer aangesproken te worden op elke idiote uitspraak die ergens ter wereld door een islamiet wordt gedaan. Van een vrouw bovendien die oprecht trots is op wat ze heeft bereikt, die wil werken aan het beter maken van dingen en die dat in het openbaar doet, voortdurend op de huid gezeten door mensen die haar graag willen zien struikelen.

Je kunt hem ook lezen als de mail van een vrouw die zichzelf niet onder controle heeft, die een gelovige moslim is en dus een aantal merkwaardige denkbeelden heeft (bijvoorbeeld dat vrijmetselaars duivelsaanbidders zijn), en die heel slecht schrijft.

Bedenk zelf maar welke lezing de beste is, of welke "mix" van beide lezingen u het beste bevalt. Wat mij wel dwars zit is dat ze als raadslid een volksvertegenwoordiger is, en ik heb het misschien wat ouderwetse idee dat die mensen iets beter moeten zijn dan het volk dat ze vertegenwoordigen - waarom anders dat circus van de verkiezingen en zo. Bouchra lijkt me heel gemiddeld en ik ben bang dat dat ook voor de meeste van haar collega's geldt.

zaterdag 12 januari 2008

Die meneer komt uit Missouri, laat die meneer het even zien

Gisteren beloofde ik het even niet meer over de Amerikaanse primaries te hebben. Zal ik ook even niet meer doen. Alleen nog dit. Lees ik dat Edwards een steun voor Obama kan zijn in de Palmetto State (zie hier, dit is echt hogere punditry, zelfs mij gaan dit soort bespiegelingen een beetje ver). Dat zal wel South Carolina zijn, denk ik dan, want die primary staat voor de deur en Edwards komt ervandaan. Maar het woord "palmetto" vind ik zo vreemd - het lijkt op de "iglette" van Koot en Bie - dat het toch ook bij Florida kan horen, land van fun en oplichters, waar nog meer palmen zijn, en waar de primaries ook vroeg worden gehouden.

De vraag is bijna net zo snel beantwoord als gesteld: binnen een seconde of vijf. South Carolina is het, en de Sabal palmetto is wel degelijk een bestaande boom, en het zal geen verbazing wekken dat het de state tree van die staat is. Toevallig is het óók de state tree van Florida, maar de officiële bijnaam van die staat is "The Sunshine State" - alleen daarom al wil je daar niet dood aangetroffen worden.

De mooiste bijnaam van alle Amerikaanse staten heeft Missouri: de "Show-Me State". Die past prachtig bij de beroemdste zoon van die staat, president Harry S. Truman. In het populairste verhaal over de herkomst van de bijnaam staat "show me" uiteraard voor gezonde scepsis: een Congressman, zekere Willard Duncan Vandiver, zou in 1899 hebben gezegd:

I come from a state that raises corn and cotton and cockleburs and Democrats, and frothy eloquence neither convinces nor satisfies me. I am from Missouri. You have got to show me.
Maar er is ook een "revisionistische" versie. Enkele jaren vóór de bovenstaande uitspraak zouden voormannen in de loodmijnen van Colorado ("The Centennial State") over mijnwerkers die als stakingsbreker uit Missouri waren gekomen, maar de exacte werkmethoden in Colorado niet kenden, hebben gezegd:
That man is from Missouri. You'll have to show him.
Ongehinderd door kennis van zaken zou ik een derde hypothese willen voorstellen. Het "show me" met positieve connotatie maakte nóg iets eerder opgang, en had Colorado net bereikt. Als een Missourian dan met zijn kruiwagen de verkeerde kant oploopt, kunnen voormannen al gauw op hetzelfde idee komen. Oh, uit Missouri zeker, nou, zoals jullie zelf al zeggen... Onderschat de menselijke neiging tot ironie niet.

Ah nee, niet weer racisme!

Nu heb ik opeens weer sympathie voor Hillary. En voor Bill natuurlijk. Zie ze zitten, zeer blank, alsof Bill niet ooit de eerste zwarte president van de Verenigde Staten was. Hoogmoed komt voor de val, en zo gewonnen, zo geronnen.

Wat hebben ze misdaan? Hillary zou de rol van Martin Luther King in de burgerrechtenbeweging gebagatelliseerd hebben. Hier legt ze uit dat het president Lyndon B. Johnson was die de Civil Rights Act mogelijk maakte, niet Martin Luther King - wat geen enkele serieuze historicus zal ontkennen. MLK hield redevoeringen, LBJ kreeg als politicus dingen gedaan.

En Bill? Nou, die had die schorre en gefrustreerde uitval naar Obama, die weliswaar over de technische kwestie van diens stemgedrag gaat, maar waarin hij ook het woord fairy tale gebruikte.

Leuke stukjes schrijf je, Wouter, maar een béétje te lang, en ze gaan nu opeens allemaal over racisme. Graag korter, en vanaf morgen weer een ander onderwerp, OK?

Vooruit. Wat is het toch ongelooflijk vervelend dat je niet gewoon mag zeggen wat je denkt. Als Hill en Bill echt denken dat Martin Luther King en Obama overschat zijn - en in het geval van King zouden ze daar gelijk in hebben - dan maakt dat ze geen racisten, OK?

vrijdag 11 januari 2008

Bradley-effect

Op de altijd leerzame site www.amerika.nl - hij navigeert niet overal even intuïtief, is duidelijk organisch gegroeid en in geen jaren op de schop genomen, maar verdorie, content is king! - schrijft Frans Verhagen over het Bradley-effect, dat bij Obama in New Hampshire misschien wel, misschien niet heeft opgetreden. Het gaat om de afwijking tussen de resultaten die zwarte kandidaten halen in opiniepeilingen in die in de daarop volgende verkiezingen. Het effect is genoemd naar de zwarte Democratische politicus Tom Bradley, burgemeester van Los Angeles van 1973 tot 1993, die toen hij in 1982 gouverneur van Californië probeerde te worden nipt verloor van de blanke Republikein George Deukmejian, hoewel hij in de peilingen ruim voorlag.

De gedachte is - u ziet hem al aankomen - dat sommige blanken die bij een opiniepeiling ondervraagd worden een sociaal wenselijk, "politiek correct" antwoord geven, maar in de beslotenheid van het stemhokje zeggen "Alles goed en wel, maar die negers gaan er straks wel met onze roomblanke dochters vandoor" - en op een blanke kandidaat stemmen.

Ik zou deze theorie bij voorbaat als flauwekul beschouwen, als het vermeende effect niet zo'n aannemelijk aantal procenten bedroeg: een stuk of tien. Dat komt naar mijn gevoel nou net overeen met het aantal mensen dat zulk miezerig gedrag zou kunnen vertonen.

Ook Barry Sussman schrijft in zijn boek over opiniepeilingen uit 1988, getiteld What Americans Really Think: And Why Our Politicians Pay No Attention, dat zwarte kandidaten in opiniepeilingen vaak 9 of 10% meer steun krijgen dan in de eigenlijke verkiezingen. (En hij is daar niet eens negatief over: het vertonen van sociaal wenselijk gedrag in opiniepeilingen is voor hem een teken dat mensen tenminste weten dat racisme fout is.) Ik wil dat op zijn gezag wel aannemen.

Maar: komt dat wisselen van kandidaat doordat een deel van de stemmers zonder meer een afkeer van zwarten heeft (een afkeer die ze niet durven uitspreken tegenover de pollster), of is er misschien tóch iets met de kandidaten aan de hand, zoals ik in een eerder stukje over de huidige primaries betoogde? Is er iets met die kandidaten dat hen, ondanks de welwillendheid van blanke kiezers, uiteindelijk doet stranden?

Ik denk dat er inderdaad iets met die kandidaten aan de hand is. In de gevallen waar het Bradley-effect het grootst zou zijn geweest, hoef ik maar naar de biografieën te kijken om te denken: "Nee, die zou ik niet hoeven." Dat dát zo is, is misschien wel degelijk het gevolg van racisme, maar dan indirect. Het is niet het racisme van de kiezer, maar het racisme waar de kandidaten eerder het slachtoffer van zijn geweest. Het racisme dat sommige zwarten om begrijpelijke redenen afgunstig heeft gemaakt jegens blanken, dat bij hen geleid heeft tot een geldingsdrang die kan overgaan in een vervelend machismo, of dat hen in de armen van rare kerken heeft gedreven, en dat ze van tijd tot tijd de raskaart doet spelen - allemaal dingen die op hun beurt weer tot irritatie bij blanken kunnen leiden.

Van al die dingen is bij Obama niets te zien - al zit hij dan bij een rare kerk. Maar ja, een presidentskandidaat moet toch ergens naar de kerk. Obama's Bradley-effect zal gering zijn.

donderdag 10 januari 2008

Blauwvintonijn

In de NRC van afgelopen zaterdag las ik het volgende over een blauwvintonijn. U vindt dit misschien een schitterend staaltje logistiek. Ik ook hoor, dat wel:

05:45: vangst door Marokkaanse boot, onder leiding van Japanner
05:55: aan boord schoonmaken, en telefonisch verkopen
06:45: wegen en verpakken in speciaal karton met ijs
07:30: per speciale charter vanuit Spanje naar Amsterdam
10:00: landing, aflevering, inspectie ter plaatse door koper Van As
10:15: fileren en verpakken bij visgroothandel Van As
10:45: transport naar restaurant Yamazato
11:30: nadere bereiding door chef Akira Oshima
12:30: presentatie op het bord als lunchmenu
Maar dit lijstje (merk op dat het doden van de tonijn niet ter sprake wordt gebracht) maakt me toch neerslachtig. We zijn nog steeds barbaren, en ik vraag me hevig af waar we al die geweldige technologie eigenlijk aan verdienen.

Het komt ook door de rest van het stuk, waarin we onder andere lezen hoe de vishandelaar tevreden op de flank van het beest slaat. Hoe een in Japan opgeleide fileerder (nu eerbiedig Japie-san genoemd) er met een zwaard trefzeker filets uit snijdt. Hoe zich van de keukenbrigade van Yamazato een lichte opwinding meester maakt omdat de president van Yamaha in de zaak zit - die man eet elke dag de zeldzaamste beesten denk ik dan, als een soort feodaal voorrecht.

En natuurlijk hoe de zee wordt leeggevist, met een door de ziel snijdende verspilling, allemaal voor ons plezier - want nodig is het eten van vis niet. En als u of uw dokter echt denkt dat het wél nodig is, neem dan heel af en toe eens een onsje, of wacht tot u ziek bent of zo.

woensdag 9 januari 2008

Zwarte zwaan

Is het verkeerd om Obama's huidskleur ter sprake te brengen? Het gebeurt inderdaad veel, omdat in het verleden is gebleken dat zwarte kandidaten geen rol van betekenis speelden bij de Amerikaanse presidentsverkiezingen. De heersende verklaring was dat Amerikanen daar vooralsnog te racistisch voor waren. Zoals ze ook geen vrouw zouden kiezen. En nog wat langer geleden geen katholiek.

Het lijkt me geen probleem de huidskleur, het geslacht of het geloof van een presidentskandidaat te vermelden - je hoeft daar zelf niet racistisch, seksistisch of anti-paaps voor te zijn.

Wel is het zo dat degenen die met zulke verklaringen kwamen er misschien al die tijd helemaal naast hebben gezeten. Van Kennedy dachten velen dat het hem als katholiek nooit zou lukken, maar welke katholiek had het voor hem nu serieus geprobeerd? En laten we ons dan afvragen: welke zwarten hadden het vóór Obama geprobeerd? Volgens mij alleen deze drie: Al Sharpton, Jesse Jackson, Angela Davis. Zou het misschien kunnen dat de kiezers in de primaries (of in Davis' geval zelfs tijdens de presidentsverkiezingen) dachten: "Kijk, van mij mag een neger best president worden, maar déze kandidaat lijkt me nu juist niet zo geschikt"?

Tegen Obama zijn nu eens een keer nauwelijks bezwaren te bedenken - in ieder geval veel minder dan tegen de andere kandidaten, inclusief Clinton. En laat dan sommige mensen, waaronder ik, denken dat het voor Amerika en Amerika's aanzien in de wereld heel mooi zou zijn, puur symbolisch natuurlijk, maar toch heel mooi, als een zoon van een Afrikaanse immigrant president wordt - maakt dát ze racistisch? Ook dan moet je dat begrip toch flink oprekken.

Het lijkt me passend de zwarte zwaan erbij te halen. Philosophy buffs kennen hem van het inductieprobleem, dat wel is geformuleerd als: mag je uit het waarnemen van uitsluitend witte zwanen concluderen dat alle zwanen wit zijn? Nee natuurlijk, al was het maar omdat er ook zwarte zwanen bestaan - het is een Australische soort (vroeger zag je ze in Nederland vaker dan tegenwoordig, volgens mij). Nadat 42 blanke mannen president van de Verenigde Staten zijn geweest, is iedereen gaan denken dat er blijkbaar geen andere mogelijkheid is. In onze naïviteit zijn we daar ook nog eens verklaringen voor gaan bedenken. En wat een verschrikkelijk simpele, botte, niets verklarende verklaringen: "Amerikanen willen geen neger als president." "Amerikanen willen geen vrouw als president." Barack en Hillary zetten ons allemaal in ons hemd, zelfs als geen van beide het uiteindelijk zal halen.

maandag 7 januari 2008

En meteen nog eens Obama

En meteen nog eens Obama. De man neemt Kennedy-achtige proporties aan, en ik laat me helemaal meeslepen - ik had niet gedacht dat ik daar gevoelig voor zou zijn. Ik ben nu al bang dat hij nog tijdens zijn eerste termijn wordt doodgeschoten.

Wat zo schitterend is aan de Amerikaanse verkiezingen: de historische voorbeelden en parallellen die alle deskundigen erbij halen. Uiterst leerzaam en interessant. Ze draaien er hun hand niet voor om honderd jaar terug te gaan. De nog maar 48 jaar oude parallel met Kennedy die de votemaster aanhaalde had ik zelf moeten bedenken, want ik wist hoe het met Kennedy's verkiezing tot Democratisch presidentskandidaat zat:

Two decisive victories in basically all-white states would pretty much end the discussion about whether white people will vote for a black candidate, just as John F. Kennedy's victory in the West Virginia primary in 1960 ended the discussion about whether Protestants would vote for a Catholic.
Toen ik geschiedenis studeerde, probeerde men dit soort analyses eruit te rammen. De geschiedenis herhaalt zich niet! En je kunt er al helemaal niets van leren. Jede Epoche unmittelbar zu Gott. Nou ja, dat laatste misschien niet, want dat komt van Leopold von Ranke, en die was voornamelijk geïnteresseerd in politieke geschiedenis. Ook dat is, of was in de tijd dat ik studeerde, helemaal FOUT.

zaterdag 5 januari 2008

Obama gaat stemmen McCain pakken

Ik ben natuurlijk voor Barack, want ik ben voor de Democraten, en Hillary heeft ze achter de ellebogen en Edwards maakt als advocaat geen kans. En het lijkt me goed voor Amerika en de wereld als een neger president wordt. "Neger, neger," denkt u misschien, "wat voor een neger is dat nou helemaal." Ja, maar heeft u zijn vrouw wel eens gezien? Zij maakt Barack toch voor méér dan 50% zwart. Michelle leek een zeker risico te vormen doordat ze graag over vrouwen- en rassenzaken praat. Maar de kiezers in Iowa maalden daar duidelijk niet om.

Gaat hij door in New Hampshire? De independants, stemgerechtigde Amerikanen die zich niet als Republikein of Democraat hebben laten registreren, kunnen het voor Obama verpesten, zegt mijn favoriete commentator, de Amsterdamse Amerikaan Andrew Tanenbaum, alias The Votemaster. Obama heeft die independants hard nodig - waar Hillary al jarenlang met succes bezig is geweest zich als de enige serieuze Democratische kandidaat op te werpen, blijft Obama tot op zekere hoogte een buitenstaander die het moet hebben van zijn onafhankelijke imago. Maar daar moet ook McCain, de Republikeinse oud-militair met het hart op de tong, het van moet hebben. In een staat als New Hampshire, waar 40% van de kiezers onafhankelijk is, maar wél mag meedoen aan de primaries, zitten die kiezers met een lastige keus.

Of niet? Ik was een fan van McCain toen hij het in 2000 tegen de gedoodverfde Republikeinse kandidaat Bush opnam. Hij verloor door domme tactische fouten, en waarschijnlijk ook doordat hij net iets minder smerig werd dan Bush (van wie aanhangers een push poll organiseerden, een nep-opiniepeiling met de eigenlijke bedoeling om geruchten te verspreiden, waarin conservatieve Republikeinen werd gevraagd of ze McCain zouden steunen als ze wisten dat hij een buitenechtelijk kind met een zwarte vrouw had - McCain heeft een geadopteerde dochter uit Bangladesh). Dat verwaterde een beetje omdat hij als senator niet minder conservatief bleek dan zijn partijgenoten. Ik ging hem weer beter vinden toen hij zich zo hard inzette tegen het martelen.

Maar wat lees ik nu in het Wikipedia-artikel, in het gedeelte over zijn beruchte misplaatste grappen?

In 1998, McCain was chastised for reportedly making an off-color joke at a Republican fundraiser about President Clinton's daughter, Chelsea, saying "Why is Chelsea Clinton so ugly? Because her father is Janet Reno."
Barack houdt ook wel van een gebbetje, maar zo bont zou hij het niet maken.

Maar vlak vooral ook niet uit dat McCain tegen de tijd dat hij president zou worden 72 zou zijn, 3 jaar ouder dan Reagan toen die president werd. Als ik een onafhankelijke Amerikaanse kiezer was zou ik het wel weten. En ik durf wel te voorspellen dat de kiezers het dinsdag ook zullen weten.